1/114
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Agit-Prop treinen & boten:
beschilderde voertuigen die propagandaverspreidden doorheen de Sovjet-Unie (na Oktoberrevolutie 1917)
Analytisch kubisme:
tweede soort kubisme (1910-1912), het openbreken van gesloten vormen, vaak monochroom, visuele complexiteit
Anti-form:
het materiaal bepaalt de vorm, post-minimalisme, tegenover het minimalisme waar materialen in een geometrische vorm werden vastgezet
Anti-kunst:
opvattingen en concepten die klassieke opvattingen over kunst verwerpen en de vraag stellen wat kunst precies is (Dada,Duchamp, Fluxus...)
April 1874:
eerste tentoonstelling van de impressionisten in studio Nadar, duurde 4 weken, werken alfabetisch geordend
Aquatinttechniek:
korreltjes hars bewerkt met zuur op een koperen plaat (gebruikt door Goya)
Art after Philosophy:
essay van Joseph Kosuth (eind jaren ‘60), kritiek op het formalisme van Greenberg, kunst versmelt met kunstfilosofie, functie van kunst = kunst bevragen
Arts and Crafts:
Engelse socialistische beweging en esthetische stroming die streeft naar eenvoud, schoonheid en ambachtelijkheid (1870- 1920) (Morris, Ruskin, Loos...)
Avant-Garde and Kitsch:
essay van Greenberg (1939), invloed op postmoderne kunst, het onderscheid tussen hoge en lage kunst opheffen
Becherschüler/Duitse school:
fotografische beweging ontwikkeld door Bernd en Hilla Becher (vanaf jaren ‘70), gebouwen als sculpturen, typologie, hedendaagse wereld, grootformaat-camera
Biedermeier:
periode in Duitsland en Oostenrijk (1815-1848), historische genreschilderkunst waarin de alledaagse leefwereld van de burgerij werd afgebeeld
Blauwe periode Picasso:
stijl die Picasso hanteerde van 1901 tot 1904, koel, somber, existentieel, symbolisch
Brabants fauvisme:
Belgische kunststroming, begin 20e eeuw, kleurenpalet is minder fel en brutaal dan het Parijse fauvisme (Rik Wouters)
Cabaret Voltaire:
een dadaïstisch theater in Zurich, opgericht door Ball en Hennings in 1916 Cercle de Vie et Lumière: luministische kunstvereniging opgericht door Claus (1904-1911)
CoBrA:
de belangrijkste avant-gardebeweging na WOII, naam verwijst naar Copenhagen, Brussel en Amsterdam, Dotremont als stichter, focus op vrijheid en spontaniteit, inspo van Klee, Miro, primitieve kunst en kindertekeningen
Congostijl:
oorspronkelijke naam voor de kunst die nu Art Nouveau genoemd wordt, gemaakt met grondstoffen uit Congo, om de kolonisatie legitimeren
Contra-constructies:
reeks van van Doesburg en van Eesteren, mix van architectuur en schilderkunst, diagonale assen, los van de omgeving
Couleur locale:
karakteristieken in een schilderij die typisch zijn voor een bepaalde regio (bv: de warme gloed in oriëntaalse schilderijen)
Chryselephantine:
sculpturen gemaakt uit ivoor en metaal
Demi-monde:
de klasse van de adellijke maîtresses, afgebeeld door Courbet
Der Blaue Reiter:
een expressionistische kunstenaarsgroep in München (1912-1914), verbonden elke kleurtint met een bepaalde emotie, spiritueel (Kandinsky, Münter, Macke...)
Die Brücke:
een kortstondig expressionistisch kunstcollectief uit Dresden (1905-1913), ‘de brug (brücke) naar nieuwe expressievormen’, fascinatie voor ‘het primitieve’, heropleving van de houtsnede en steendruk (Kirchner, Heckel, Nolde...)
Divisionisme:
Schildertechniek waarbij verftoetsen in onvermengde kleuren zodanig naast elkaar worden opgebracht dat zij, van een afstand gezien, voor het oog in elkaar overvloeien, zal evolueren tot pointillisme (zie neo-impressionisme)
Edle Einfalt und stille Grösse:
boek van Winckelmann, idealen van de oudheid, edele eenvoud en stille grootsheid
Eerste Latemse Groep:
een ‘kunstenaarskolonie’ bestaande uit leerlingen van de Gentse Academie die zich tegen het impressionisme en het luminisme keerden, mystieke symbolisten, terug naar het plattelandsleven (1898-1909) (Van de Woestyne, De Saedeleer, Van den Abeele, Minne...)
En plein air/pleinairisme:
schilderen in de natuur ipv in een atelier
Entartete Kunst:
tentoonstelling in München in 1937, ‘ontaarde kunst’, kunst die niet voldeed aan de eisen van het nationaalsocialistische regime van Nazi-Duitsland
Eros en Thanathos:
concepten uit de psychoanalyse van Freud die respectievelijk de seksuele/levensdrift en de doodsdrift vertegenwoordigen
Erste Internationale Dada-Messe/Eerste Internationale Dada-Kunstbeurs:
Ets:
een afbeelding gemaakt in diepdruktechniek van een koperen of zinken plaat waarin de afbeelding door zuur geëtst is
Exempla virtutis:
kunst met een moraliserende inhoud (neoclassicisme)
Faire vrai:
een waarachtige weergave nastreven, beeldhouwkunst, romantiek
Femme fatale:
een archetype in de kunst en literatuur, stelt een vrouw met slechte bedoelingen voor die haar seksualiteit gebruikt om mannen te verleiden, veelvoorkomend thema in het symbolisme
Fin de siècle:
culturele en artistieke periode op het einde van de 19e eeuw (impressionisme, jugendstil, symbolisme...) (vaak samen vernoemd met de belle époque: de periode van welvaart voor WOI)
Fluxus Boxes/Fluxkits/Fluxboxes:
‘mini musea’, kleine doosjes met kaartjes, spelletjes en ideeën
Fluxus Manifesto:
manifest geschreven door Maciunas in jaren ‘60, neo-dada (ironie, anti-kunst), methodische destructie, eenvoudige kunst gekoppeld aan het dagelijks leven
Formalisme:
de opvatting dat het wezen van de kunst schuilt in de loutere vorm van het kunstwerk, meer nadruk op vorm en elementen dan op context, zie Greenberg, Minimal Art
Futuristisch kookboek/la cucina futurista:
kookboek door Marinetti, toont hoe het futurisme een artistiek totaalprogramma nastreeft en eerder een attitude/opvatting is dan een stijl
Futuristisch manifest:
geschreven door Marinetti, uitgebracht in Le Figaro 1909)
Geometrisch kubisme: eerste soort kubisme (1908-1910), focus op vorm (verwarrende perspectieven, geometrische vormen), vaak landschappen
Geometrisch kubisme:
eerste soort kubisme (1908-1910), focus op vorm (verwarrende perspectieven, geometrische vormen), vaak landschappen
Glacis laag/glaceren:
verschillende dunne lagen bijna transparante olieverf aanbrengen voor een diep en glansrijk effect (Fra Angelico, Rossetti...)
Haussmannisatie:
de transformatie van Parijs door Haussmann, grote boulevards, afgebeeld door impressionisten
Historicisme:
artistieke stijlen die hun inspiratie halen uit het nabootsen van historische stijlen
Impressionistisch oog (zoals beschreven door Laforgue):
genuanceerd, ziet de natuur zoals die echt is
In situ:
kunst gemaakt voor een bepaalde plek, Land Art, Minimal Art (Buren,
Institutional Critique:
kritiek op kunstinstituties (musea, galeries), niet met als doel om ze te vernietigen, maar om de valse neutraliteit bloot te leggen, invloed van Foucault, Concept Art (Buren, Haacke, Broodthaers)
Intimisme:
een postimpressionistische stroming in de schilderkunst (eind 19e) waarin intieme, huiselijke taferelen worden afgebeeld (bv Vuillard)
Intonarumori:
futuristische instrumenten die het geluid van de stad en de industrie nabootsen, door Russolo
Japonisme:
toepassing van Japanse motieven in westerse schilder- en tekenkunst (McNeill Whistler, Beardsley, Prikker, Toulouse-Lautrec...)
Julirevolutie:
een 3-daagse volksopstand in Frankrijk tegen koning Karel X, afgebeeld door Delacroix
Kapitalistischer Realismus/kapitalistisch realisme:
Duitse variant van Pop Art (jaren ‘60), Richter & Polke
Karel IV van Spanje:
koning van Spanje (1788 - 1808), Goya als hofschilder
Le juste milieu:
Franse stijl vanaf 1830 die zoekt naar de gulden middenweg tussen neoclassicisme en het narratief/de dramatiek van de romantiek (hoge en lage kunst versmelten)
Les Nabis:
(= de profeten) een groep Franse kunstenaars die het occulte en de religieuze beleving op een mystieke, symbolistische manier afbeelden (1890- 1900) (Sérusier, Denis, Vuillard...)
Les pompiers:
academische stijl, groot formaat, vaak ‘geaccepteerd’ naakt door het juiste thema (1850-1870)
Lucasbroederschap:
zie Nazareners
Luminisme:
Belgische variant van het impressionisme, licht + natuur + pastoraal (Claus, Baertsoen)
Lyrische abstractie:
Europese stijl van jaren ‘40 en ‘50, focus op spontaniteit en introspectie, reactie tegen de retour à l’ordre van jaren 1930 en tegen de geometrische abstractie
Mediëvalisme:
de representatie van de middeleeuwen in latere periodes, romantiek
Mexicaans Muralisme:
grote muurschilderingen, 1930-1940, horror vacui, mythes, totems, invloed op het abstract expressionisme
Miserabilisme:
het weergeven van de miserie, onderdeel van realisme, vooral in België?????
Musée d’Art Moderne, Département des Aigles:
museum van Marcel Broodthaers, eind jaren ‘60, met alle parafernalia van een museum, maar geen kunst
Nazareners:
kunstenaarsgroep in Duitsland die de kunst en het christendom willen verenigen (1809-1819), mediëvalisme, romantiek
Neo-impressionisme:
stijl van de laatste impressionistische tentoonstelling, ‘wetenschappelijk impressionisme’, gebruik van kleurtheorieën, niet meer intuïtief (Seurat, Signac, Henry Van de Velde, Lemmen...)
Nieuwe visie:
Pop Art in België, lokaal en conceptueel (De Keyser, Raveel)
Nieuwe Wilden:
groep Duitse kunstenaars (ca. 1980-1990), brutaal expressionisme, grote formaten
Nouveau réalisme:
Pop Art in Frankrijk, vooral jaren ‘60 (Arman, Raysse, Villeglé)
Odalisk:
een slavin in de harem van de Turkse sultan, afgebeeld door Ingres, Pradier...
Orfisch kubisme/orfisme:
volgens Apollinaire (1913) de eerste volledig abstracte schilderkunst, heldere kleuren, aquarel, vitaliteit (Sonia en Robert Delauney)
Oriëntalisme:
vertekende westerse opvatting van de Oriënt (het Oosten) (Delacroix, Ingres, Portaels...)
Parole in Libertà:
een futuristische literaire stijl waarin grammaticale regels niet gevolgd worden (= woorden in vrijheid)
Pasteus:
zeer dik aangebrachte verf => textuur
Peinture automatique:
een manier van schilderen waarbij het onderbewuste overneemt, ontwikkeld door Masson, surrealisme (& later abstract expressionisme)
Peinture claire:
een licht kleurenpalet gebruikt door pre-impressionisten
Photoconceptualism:
het gebruik van fotografie in Concept Art, idee > esthetiek, het eigentijdse stedelijke landschap als onderwerp (Huebler, Baldessari, Graham, Ruscha, Rosler)
Pictures Generation:
een groep kunstenaars rond de galerij ‘Metro Pictures’ (jaren ‘80 en ‘90), appropriation, tegenover originaliteit en auteurschap (Sherman, Kruger, Levine, Lawler, Prince, Simmons)
Pittoreske landschappen:
pastorale scènes, clair-obscur, aquarel, sporen van menselijke aanwezigheid
Post-medium conditie van de kunst:
idee ontwikkeld door Rosalind Krauss rond 2000, het einde van de mediumspecificiteit, er zijn geen schilders of beeldhouwers meer, enkel kunstenaars (Duchamp, Concept Art)
Postmodernisme:
historische periode (vanaf jaren ‘80), het einde van de grote verhalen, consumptiekapitalisme, zelfkritiek, teruggrijpen op het verleden
Pre-Raphaelite Brotherhood:
kunstenaarsgroep in Londen (1848-1853), spirituele, symbolische kunst, eigentijdse thema’s => moraliserend (Hunt, Millais, Rossetti)
PROUN:
‘projecten ter bevestiging van het nieuwe’ door Lissitzky, ruimtelijk suprematisme
Relational Aesthetics:
het kunstwerk als sociale omgeving (vanaf 2000), participatie (Janssens, Tiravanija, Sehgal)
Rose+Croix:
een symbolistisch, occult genootschap met als leider Péladan, focus op religieuze thema’s, organiseerde 6 tentoonstellingen (1892-1897)
Roze periode Picasso:
stijl die Picasso hanteerde vanaf 1905, inspo van de ‘primitieve’ kunst, gefragmenteerde vrouwenlichamen, absurde poses
Salon 1824:
expo in Louvre, grote diversiteit een stijlen, recensie door Stendhal: einde vh neoclassicisme => nieuwe romantische kunst
Salon des Refusés:
tentoonstelling in Parijs naast de ofÏciële salon met de werken die daar niet toegelaten waren (vanaf 1863)
School van Barbizon:
een groep Franse landschapsschilders (1830-1870), pleinairisme, realistische landschappen, tussen romantiek en realisme (Millet, Rousseau...)
School van Pont-Aven:
een groep Franse schilders (~1890) (postimpressionisme, cloisonnisme, synthetisme...)
Sehnsucht: e
en onbestemd en ontroostbaar verlangen (romantiek)
Serata futurista:
futuristische avonden met perfomances, poëzie en andere voordrachten
Simultaangedicht:
poëzie waarbij meerdere mensen verschillende teksten tegelijk voordragen (Tzara, dada)
Société anonyme des artistes peintres, sculpteurs et graveurs:
groep van impressionistische artiesten die niet toegelaten werden in de salons, opgericht in december 1873, organiseerden zelf 8 tentoonstellingen
Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog:
Spanje, Portugal en Groot-Brittannië tegen Frankrijk, vaak afgebeeld door Goya
Sturm und Drang:
een Duitse literaire stroming, eind 18e eeuw, overgang van neoclassicisme naar romantiek
Sublieme landschappen:
overweldingende,transcendente natuurfenomenen die emoties oproepen
Supports/Surfaces:
Minimal Art in Frankrijk, late jaren ‘60 en ‘70, deconstructie van schilderkunst (Cane, Dezeuze, Seytour, Viallat, Pincemin)
Synesthesie:
verschijnsel waarbij een zintuiglijke waarneming één of meerdere andere zintuiglijke indrukken oproept, doel van de symbolistische kunst (zie ook Kandinsky)
Synthetisch kubisme:
derde soort kubisme (1912-1920), introductie van tekst en collage, terug naar de werkelijkheid/figuratie na het analytisch kubisme