JAL HC 7 - KERNBEGRIPPEN

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/86

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:41 PM on 4/2/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

87 Terms

1
New cards

Drogreden (fallacy)

Een argument dat onterecht overtuigend is, maar ondeugdelijk. Ook: argumentatiefout, argumentatievalkuil.

2
New cards

Weerleggen van argumenten

Het bestrijden van andermans argumenten via (1) tegenargumenten (tegenaanval) of (2) problemen aankaarten in de redenering/premissen van de tegenstander (verdediging).

3
New cards

Redeneerfout

Een structurele cognitieve bias (mentale neiging) die leidt tot een onjuiste redenering; kan in een argument geformuleerd worden als drogreden.

4
New cards

Argumentatieschema

Een beschrijving van het type verband dat wordt gelegd tussen premissen en conclusie om een stelling te ondersteunen (bv. beroep op deskundigheid, gevolg, gelijkenis).

5
New cards

Verankering

De neiging om te sterk vast te houden aan de eerste informatie die men ontvangt.

6
New cards

Framing effect

De invloed van de formulering van een probleem op het oordeel of de beslissing.

7
New cards

Bevestigingsbias

De neiging om alleen bevestigend bewijs te zoeken en tegenbewijs te negeren.

8
New cards

Opvattingspersistentie

Het vasthouden aan een overtuiging, zelfs nadat het tegendeel is bewezen.

9
New cards

Verliesaversie

De neiging om verliezen zwaarder te laten wegen dan gelijke winsten.

10
New cards

Post hoc, ergo propter hoc (bias)

De onjuiste aanname dat omdat A voor B kwam, A B heeft veroorzaakt.

11
New cards

Hindsight bias

De neiging om een gebeurtenis achteraf als voorspelbaar te beschouwen.

12
New cards

Beschikbaarheidsheuristiek

Waarschijnlijkheid inschatten op basis van hoe makkelijk voorbeelden in gedachten komen.

13
New cards

Affectheuristiek

Oordeel baseren op emotionele impact in plaats van rationele afweging.

14
New cards

Representativiteitsheuristiek

Oordeel baseren op stereotypen of overeenkomst met een typisch geval.

15
New cards

Base rate fallacy

De fout om specifieke informatie zwaarder te laten wegen dan algemene statistische context (basis frequenties).

16
New cards

Deductieve redenering

Redenering waarbij de conclusie noodzakelijk volgt uit de premissen (geldigheid).

17
New cards

Inductieve redenering

Redenering van concrete gevallen naar een algemene regel (waarschijnlijkheid).

18
New cards

Abductieve redenering

Redenering van een waarneming naar een mogelijke verklaring (inference to the best explanation).

19
New cards

Non sequitur

Overkoepelende deductieve drogreden: de conclusie volgt niet logisch uit de premissen.

20
New cards

Overhaaste veralgemening

Inductieve drogreden: te weinig of niet-representatieve gevallen vormen de basis voor een algemene regel.

21
New cards

Jumping to conclusions

Abductieve drogreden: een verklaring aannemen op basis van te weinig informatie.

22
New cards

Bevestiging van consequens

Deductief ongeldig schema: Als P dan Q, Q, dus P.

23
New cards

Ontkenning van antecedens

Deductief ongeldig schema: Als P dan Q, niet P, dus niet Q.

24
New cards

Ad ignorantiam

Uit gebrek aan bewijs concluderen dat iets waar is (of onwaar).

25
New cards

Is/ought-drogreden

Een normatieve conclusie trekken uit louter beschrijvende premissen (zonder extra normatieve premisse).

26
New cards

Compositie

Onterecht concluderen dat een eigenschap van delen ook geldt voor het geheel.

27
New cards

Divisie

Onterecht concluderen dat een eigenschap van het geheel ook geldt voor een deel.

28
New cards

Foutieve disjunctie

Verwarring tussen een inclusieve (minstens één waar) en exclusieve (slechts één waar) disjunctie.

29
New cards

Vals dilemma

Een situatie ten onrechte voorstellen alsof er slechts twee mogelijkheden bestaan (contraire uitspraken presenteren als contradictorisch).

30
New cards

Vals compromis

Ten onrechte aannemen dat de waarheid in het midden ligt tussen twee tegengestelde standpunten.

31
New cards

Valse analogie

Een analogie (gelijkenis) die niet relevant of voldoende sterk is om de conclusie te dragen.

32
New cards

Vals verschil

Een onderscheid maken dat niet relevant is voor de conclusie.

33
New cards

Post hoc ergo propter hoc (als drogreden)

Ten onrechte stellen dat omdat A voor B gebeurde, A B veroorzaakte.

34
New cards

Cum hoc ergo propter hoc

Ten onrechte stellen dat omdat A en B samen voorkomen, A B veroorzaakt.

35
New cards

Hellend vlak (slippery slope)

Een ondeugdelijke ketenredenering waarin een kleine eerste stap zou leiden tot extreme gevolgen zonder voldoende rechtvaardiging.

36
New cards

Overhaaste veralgemening

Zie C (inductieve fout).

37
New cards

Jumping to conclusions

Zie C (abductieve fout).

38
New cards

Dicto simpliciter

Een algemene regel behandelen als een absolute regel (geen uitzonderingen toestaan).

39
New cards

Cirkelredenering (petitio principii)

Redenering waarin de conclusie impliciet of expliciet in de premissen zit; de premissen leveren geen onafhankelijke ondersteuning.

40
New cards

Herhaling (variant van cirkelredenering)

De conclusie is slechts een herformulering van de premisse.

41
New cards

Wederzijdse circulariteit

Twee beweringen ondersteunen elkaar wederzijds (p volgt uit q en q volgt uit p).

42
New cards

Impertinent argument

Aangevoerde informatie onderbouwt de stelling niet omdat ze niet relevant is.

43
New cards

Triviaal argument

Het argument steunt op informatie die juist of vanzelfsprekend is, maar draagt geen nieuwe onderbouwing bij.

44
New cards

Ad populum

Beroep op het feit dat veel mensen iets geloven als bewijs voor de waarheid.

45
New cards

Ad numerum

Beroep op concrete aantallen/cijfers (grote groep) als bewijs.

46
New cards

Ad verecundiam

Beroep op gezag of ontzag voor een persoon als bewijs.

47
New cards

Ad antiquitatem

Beroep op ouderdom of traditie als bewijs.

48
New cards

Ad novitatem

Beroep op nieuwheid of moderniteit als bewijs.

49
New cards

Ad crumenam

Beroep op rijkdom van de spreker als bewijs.

50
New cards

Ad lazarem / ad lazarum

Beroep op armoede of eenvoud van de spreker als bewijs.

51
New cards

Ad misericordiam

Beroep op medelijden om een conclusie te laten aanvaarden.

52
New cards

Ad lapidem

Een standpunt zonder argument verwerpen als absurd of vanzelfsprekend onwaar.

53
New cards

Equivocatie

Hetzelfde woord wordt in verschillende betekenissen gebruikt binnen één redenering.

54
New cards

Misbruik van etymologie

De herkomst van een woord behandelen als beslissend voor de huidige betekenis.

55
New cards

Ad hominem

Een persoon aanvallen in plaats van het standpunt weerleggen.

56
New cards

– Beledigende variant

Directe belediging van de persoon.

57
New cards

– Omstandigheidsvariant (genetische drogreden)

Afkomst of motieven van de persoon aanvallen.

58
New cards

– Inconsistentievariant (tu quoque)

“Jij ook al” – de tegenstander wijzen op eigen inconsistent gedrag.

59
New cards

– Onbekwaamheidsvariant

Beweren dat de persoon niet competent is.

60
New cards

Ad baculum

Een standpunt laten aanvaarden of verwerpen door dreiging.

61
New cards

Stroman-argument

Het standpunt van de ander verdraaien tot een zwakkere of extremere versie en die vervolgens weerleggen.

62
New cards

Vergiftigen van de bron (poisoning the well)

Op voorhand ongunstige informatie verspreiden over de spreker/bron, zodat diens uitspraken minder geloofwaardig lijken (minder direct dan ad hominem, meer framing).

63
New cards

Overhaast tegenvoorbeeld

Een algemene regel verwerpen op basis van één concreet uitzonderingsgeval (regel wordt ten onrechte als absoluut behandeld).

64
New cards

Verschuiving onderwerp (shifting ground)

Tijdens de discussie subtiel het onderwerp veranderen om de oorspronkelijke kwestie te ontwijken.

65
New cards

Rode haring (ignoratio elenchi)

De aandacht afleiden van de oorspronkelijke kwestie door een ander, zijdelings relevant of emotioneel geladen onderwerp op te werpen.

66
New cards

Meervoudige vraag

De gesprekspartner overstelpen met bijkomende vragen, zodat direct antwoord onmogelijk wordt; lijkt alsof proponent geen antwoord heeft.

67
New cards

Complexe vraag

Een vraag waarbij elk direct antwoord een betwistbare premisse aanvaardt.

68
New cards

Beroep op relativisme

De discussie ontwijken door te beweren dat een standpunt slechts relatief is (“ieder zijn waarheid”), waardoor inhoudelijke beoordeling onmogelijk wordt.

69
New cards

Argument op basis van bijzondere geplaatstheid

Beroep op een getuige of waarnemer.

70
New cards

Argument op basis van (inhoudelijke) deskundigheid

Beroep op een expert.

71
New cards

Argument op basis van de persoon

Beroep op kenmerken van de persoon (kan vervallen in ad hominem).

72
New cards

Argument op basis van gedeelde overtuiging

Beroep op wat de meerderheid gelooft (kan vervallen in ad populum).

73
New cards

Argument op basis van gevolgen

Beroep op positieve of negatieve gevolgen (kan vervallen in slippery slope, sunk cost, ad absurdum).

74
New cards

Argument op basis van regelmaat

Beroep op een vast patroon (kan vervallen in post hoc).

75
New cards

Argument op basis van gelijkenis

Analogie.

76
New cards

Argument op basis van verschil

Distinguishing.

77
New cards

Argument a fortiori

Redenering van een sterker naar een zwakker geval (of omgekeerd).

78
New cards

Argument op basis van regels

Toepassing van een regel.

79
New cards

Argument op basis van testresultaten

Empirisch bewijs.

80
New cards

Argument op basis van gebrek aan informatie

Beroep op afwezigheid van bewijs (kan vervallen in ad ignorantiam).

81
New cards

Drogreden van de gemaakte kosten (sunk cost fallacy)

De fout om door te gaan met iets omdat men er al veel in geïnvesteerd heeft, ongeacht toekomstige vooruitzichten.

82
New cards

Ad absurdum

Een argument dat een standpunt reduceert tot een absurde conclusie (kan deugdelijk of ondeugdelijk zijn).

83
New cards

Contradictorisch

Twee uitspraken die niet samen waar en niet samen onwaar kunnen zijn.

84
New cards

Contrair

Twee uitspraken die niet samen waar kunnen zijn, maar wel samen onwaar.

85
New cards

Disjunctie

Een uitspraak van de vorm “A of B”.

86
New cards

Inclusieve disjunctie

Minstens één van beide is waar. (en/of)

87
New cards

Exclusieve disjunctie

Slechts één van beide is waar. (of)