Week 1 E-module Fagocytose

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/47

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:19 PM on 4/18/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

48 Terms

1
New cards

Wat bespreekt de E-module Fagocytose in de basis?

Bloedbestanddelen, witte bloedcellen (leukocyten), hun functies in fagocytose en gerelateerde deficiënties.

2
New cards

Wat staat centraal bij het bespreken van het fagocytoseproces?

Het proces bij bacteriële infecties, inclusief histologie, stappen, diagnostiek en normaalwaarden.

3
New cards

Welke drie hoofdgroepen vormen de bestanddelen van het bloed?

Kernhoudende witte bloedcellen (leukocyten), erytrocyten en bloedplaatjes.

4
New cards

Hoe worden leukocyten onderverdeeld op basis van hun kern?

In polymorfonucleaire cellen (granulocyten) en mononucleaire cellen (lymfocyten, monocyten).

5
New cards

Op welke vier kenmerken verschillen de soorten witte bloedcellen van elkaar?

Grootte, kernvorm, granulekleur en de hoeveelheid cytoplasma.

6
New cards

Wat is het normale percentage eosinofiele granulocyten in het bloed?

2-4%.

7
New cards

Tegen welke soort infecties bieden eosinofiele granulocyten afweer?

Parasitaire worminfecties.

8
New cards

Bij welke aandoeningen spelen eosinofiele granulocyten een rol buiten infecties?

Bij chronische ziekten zoals astma en een overactief afweersysteem.

9
New cards

Kunnen eosinofiele granulocyten bacteriën fagocyteren?

Nee.

10
New cards

Wat is het normale percentage neutrofiele granulocyten in het bloed?

50-70%.

11
New cards

Wat zijn de belangrijkste kenmerken van een neutrofiele granulocyt?

Ze zijn fagocyterend en hebben een gelobde kern.

12
New cards

Wat gebeurt er met het aantal neutrofielen bij een infectie?

Het aantal stijgt snel.

13
New cards

Waarom zijn neutrofielen cruciaal bij een primaire bacteriële infectie?

Ze zijn het meest voorkomend en als eerste aanwezig op de ontstekingsplek om snel veel bacteriën op te nemen.

14
New cards

Wat is het normale percentage basofiele granulocyten?

0,5-1%.

15
New cards

Met welke cellen in het bindweefsel zijn basofiele granulocyten functioneel vergelijkbaar?

Mestcellen.

16
New cards

Kunnen basofiele granulocyten fagocyteren?

Nee.

17
New cards

Wat is het normale percentage lymfocyten?

25-45%.

18
New cards

Waar in het lichaam zijn lymfocyten te vinden?

In het bloed, de lymfoïde organen, de huid en de darmen.

19
New cards

In welke twee hoofdgroepen worden lymfocyten onderverdeeld?

T-lymfocyten en B-lymfocyten.

20
New cards

Fagocyteren lymfocyten ziekteverwekkers?

Nee.

21
New cards

Wat is het normale percentage monocyten?

3-8%.

22
New cards

Tot welke cellen differentiëren monocyten wanneer ze de bloedbaan verlaten?

Macrofagen (weefselmacrofagen).

23
New cards

Wat is de dubbele functie van monocyten en macrofagen?

Ze fagocyteren en geven signalen af.

24
New cards

Uit hoeveel vaste stappen bestaat het fagocytoseproces?

Zes stappen.

25
New cards

Wat is de eerste stap van het fagocytoseproces?

Opsonisatie.

26
New cards

Hoe noem je het proces waarbij ontstekingscellen naar de infectiebron trekken?

Chemotaxis.

27
New cards

Wat gebeurt er direct na de binding van de fagocyt aan de ziekteverwekker?

Membraanuitstulping (fagosoomvorming).

28
New cards

Wat gebeurt er nadat het fagosoom is gevormd?

Fusie met lysosomen.

29
New cards

Wat is de laatste stap van het fagocytoseproces?

Degradatie.

30
New cards

Welke onderdelen verzorgen de humorale en cellulaire respons bij de aangeboren immuniteit?

Complement (humoraal) en neutrofiele granulocyten (cellulair).

31
New cards

Welke onderdelen verzorgen de humorale en cellulaire respons bij de verworven immuniteit?

Immunoglobulines (humoraal) en B-cellen (cellulair).

32
New cards

Welke drie systemen kunnen defect zijn bij een verminderde fagocytose?

Het complementsysteem, de fagocyten of de B-cellen.

33
New cards

Welke stoffen kunnen afwezig of disfunctioneel zijn naast een neutrofiel-dysfunctie?

Opsonines (zoals complement en antistoffen).

34
New cards

Wat moet er gebeuren om neutrofielen en serum te kunnen onderzoeken?

Ze moeten van elkaar gescheiden worden via isolatie.

35
New cards

Wat is het resultaat van centrifugatie van bloed?

De witte en rode cellen zitten onderin, het plasma zit bovenin.

36
New cards

Wat is het verschil tussen plasma en serum?

Serum bevat geen stollingsfactoren (blijft over na stolling).

37
New cards

Welke combinaties worden gebruikt bij het testen van de granulocytenfunctie?

Bacteriën + controleserum + patiëntfagocyten en bacteriën + controleserum + controlefagocyten.

38
New cards

Wat wordt er bepaald bij een leukocyt-differentiatie (leuko diff)?

De percentages van de meest voorkomende leukocyten.

39
New cards

Wat is de normale referentiewaarde voor het totale aantal leukocyten?

4 - 11 * 10^9/L.

40
New cards

Wat is het normale absolute aantal neutrofielen?

1.5 - 6.5 * 10^9/L.

41
New cards

Wat is het normale percentage voor staafkernige neutrofielen?

0 - 6%.

42
New cards

Wat is de definitie van neutropenie en wat is een veelvoorkomende oorzaak?

Te weinig neutrofielen, vaak veroorzaakt door chemotherapie bij maligniteiten.

43
New cards

Wat zijn de gevolgen van een complement factor 3 deficiëntie?

Er zijn geen klassieke of alternatieve routes mogelijk, waardoor er geen opsonines en geen chemotaxis zijn.

44
New cards

Wat is het defect bij Leukocyten adhesie deficiëntie type I?

Er zijn geen adhesiestructuren op het membraan, wat extravasatie en binding van opsonines onmogelijk maakt.

45
New cards

Wat is er mis bij een myeloperoxidase deficiëntie?

Er zit geen myeloperoxidase in de neutrofielgranula.

46
New cards

Wat is het kenmerk van de ziekte van Chediak-Higashi?

De aanwezigheid van reuze-lysosomen door een defect in het lysosomaal transport.

47
New cards

Wat is het pathofysiologische gevolg van Chronische granulomateuze ziekte?

Er worden geen actieve zuurstofmetabolieten of H2O2 gevormd, waardoor er geen intracellulaire killing plaatsvindt en besmette cellen worden ingekapseld.

48
New cards