Begrippenlijst Forensische Psychologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/47

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een uitgebreide set flashcards over de kernbegrippen van forensische psychologie, inclusief ontwikkelingstrajecten, geweldsvormen, stalking, risicotaxatie en verhoortechnieken.

Last updated 1:43 PM on 6/5/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

48 Terms

1
New cards

Forensische psychologie (APA)

Elke beroepspraktijk van een psycholoog die werk in een subdiscipline van de psychologie en de wetenschappelijke, technische of gespecialiseerde kennis toepast op de wet om hulp te bieden bij legale, contractuele en administratieve zaken.

2
New cards

Forensische psychologie (VVKP)

Professionele praktijk van klinisch psychologen die psychologische kennis toepassen op justitiële vragen en niet-justitiële vragen met betrekking tot grensoverschrijdend gedrag.

3
New cards

Jeugdcriminaliteit

Alle inbreuken begaan door personen jonger dan 18-18 jaar.

4
New cards

MOF

Misdaad Omschreven Feit; een term voor wanneer een jongere strafbare feiten pleegt.

5
New cards

VOS

Verontrustende Opvoedingssituatie; een situatie waarin een jongere zich bevindt die interventie noodzakelijk maakt.

6
New cards

Decreet jeugddelinquentie (20192019)

Wetgeving waarbij de term MOF werd vervangen door jeugddelict en de focus versverschoof naar meer verantwoordelijkheid voor de jongere en herstelgerichte reacties.

7
New cards

Secureringshypothese

De theorie dat criminaliteit afneemt doordat burgers meer investeren in veiligheid, zoals alarmsystemen, waardoor delicten moeilijker te plegen zijn.

8
New cards

Life course persistent

Een zeldzame groep waarbij delinquent gedrag vroeg in de kindertijd begint en gedurende het leven stabiel blijft, vaak gerelateerd aan neuropsychologische problemen.

9
New cards

Adolescence limited

Een frequente groep waarbij delinquent gedrag begint in de adolescentie en daarna weer afneemt; zij hebben doorgaans geen jeugdtrauma of neuropsychologische problemen.

10
New cards

Maturity gap

Het verschil tussen biologische en sociale maturiteit bij jongeren, wat invloed heeft op Adolescence Limited criminaliteit.

11
New cards

Childhood limited

Kinderen die op jonge leeftijd gedragsproblemen vertonen (5070%50-70\%), maar hier tegen de adolescentie uitgegroeid zijn.

12
New cards

Psychopathie (Cleckley)

Gekenmerkt door adaptieve kenmerken (geen wanen), deviant gedrag (geen levensplan), en emotionele armoede met beperkte sociale verbondenheid.

13
New cards

Primaire psychopathie

Vorm van psychopathie waarbij de affectieve en interpersoonlijke aspecten centraal staan.

14
New cards

Secundaire psychopathie

Vorm van psychopathie waarbij de gedragscomponent op de voorgrond staat.

15
New cards

Callous unemotional traits

Kenmerken zoals afwezigheid van schuldgevoel, gebrek aan empathie, onverschilligheid tegenover prestaties en een vlak affect.

16
New cards

Intrafamiliaal geweld

Fysiek, seksueel, psychologisch of economisch geweld binnen een gezin, huishouden of tussen (ex-)partners.

17
New cards

Partnergeweld

Gedragingen van een (ex-)partner met als doel de ander te controleren of domineren, vaak met herhaalde agressie die de integriteit aantast.

18
New cards

Intiem terrorisme

Een vorm van geweld gebaseerd op coërcieve controle en intimidatie, meestal van man naar vrouw.

19
New cards

Gewelddadig verzet

Geweld gebruikt als reactie om het geweld van de partner te doen stoppen.

20
New cards

Situationeel koppelgeweld

Escalatie van conflicten van verbaal naar fysiek geweld, waarbij zowel mannen als vrouwen dader kunnen zijn.

21
New cards

Mutueel gewelddadige controle

Wederzijds intiem terrorisme waarbij beide partners controle over elkaar willen uitoefenen.

22
New cards

Polyvictimisatie effect

Het fenomeen waarbij verschillende vormen van intrafamiliaal geweld vaak tegelijkertijd voorkomen binnen een gezin.

23
New cards

Double whammy effect

De nadelige gevolgen voor een kind dat zowel direct slachtoffer is van mishandeling als indirect getuige is van partnergeweld.

24
New cards

Stalking (psychosociale visie)

Herhaald, intrusief en hinderlijk gedrag gericht tegen een specifiek persoon waardoor het slachtoffer zich angstig en bedreigd voelt.

25
New cards

De afgewezen stalker

Meest voorkomende type stalker die na het einde van een relatie handelt uit verlangen naar verzoening of wraak.

26
New cards

Parafilieën

Seksuele gedragingen of fantasieën die afwijken van de heersende norm.

27
New cards

Instrumenteel geweld

Geweld dat functioneel wordt ingezet om een slachtoffer te doen gehoorzamen.

28
New cards

Expressief geweld

Agressie die bedoeld is om het slachtoffer opzettelijk pijn te doen of te vernederen.

29
New cards

Pedofiele stoornis

Intense seksuele fantasieën over prepuberale kinderen waarbij de persoon minstens 1616 jaar is en minimaal 55 jaar ouder dan het kind.

30
New cards

Radicalisme

Het koesteren van extreme gedachten zonder het gebruik van geweld.

31
New cards

Extremisme

Extreme overtuigingen die gepaard gaan met gewelddadigheid.

32
New cards

LIVC-R

Lokale Integrale Veiligheidscel Radicalisering; een overlegstructuur voor integrale veiligheid.

33
New cards

Risicotaxatie

Het zorgvuldig inschatten van het risico op basis van zowel beschermende factoren als risicofactoren.

34
New cards

Statische risicofactoren

Historische, onveranderbare factoren die een hoge voorspellende waarde hebben voor recidive.

35
New cards

Dynamische risicofactoren

Factoren die veranderbaar zijn, onderverdeeld in stabiele trekken en acute toestanden.

36
New cards

RNR-model

Behandelmodel gebaseerd op Risk (ernst), Need (criminogene factoren) en Responsivity (individuele kenmerken).

37
New cards

Good lives model

Model dat focust op het aanleren van positieve factoren en sterktes om 'primary goods' op een sociaal aanvaardbare manier te bereiken.

38
New cards

Risk illiteracy

Het onvermogen van besluitvormers om statistische risicocijfers correct te interpreteren.

39
New cards

Therapy-security-paradox

Het spanningsveld tussen het opbouwen van een therapeutische relatie en de noodzaak om risico's te managen en beperkingen op te leggen.

40
New cards

Vrijwillige valse bekentenis

Een bewuste valse bekentenis die wordt afgelegd zonder enige externe druk.

41
New cards

Reid techniek

Een verhoortechniek die de kans op gedwongen valse bekentenissen verhoogt door isolatie, confrontatie en minimalisatie.

42
New cards

Suggestibiliteit

De mate waarin iemand nieuwe, potentieel onjuiste informatie overneemt als authentiek.

43
New cards

Memory distrust

Een gebrek aan vertrouwen in het eigen geheugen, wat iemand vatbaarder maakt voor suggestibiliteit.

44
New cards

Change blindness

Het fenomeen waarbij men grote veranderingen in het visuele veld niet opmerkt.

45
New cards

Wapenfocus

De neiging om bij een misdrijf zo sterk op een wapen te focussen dat andere details, zoals de dader, minder goed worden onthouden.

46
New cards

Post-event informatie (misinformatie effect)

Informatie die na een gebeurtenis wordt verkregen en de oorspronkelijke herinnering kan wijzigen.

47
New cards

Simultane line-up

Een identificatiemethode waarbij alle personen tegelijkertijd worden getoond, wat leidt tot relatieve beoordeling.

48
New cards

Sequentiële line-up

Een identificatiemethode waarbij personen één voor één worden getoond, wat aanzet tot absolute beoordeling.