dynamiek en evenwicht 2 | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/29

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:40 PM on 4/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

30 Terms

1
New cards

Wat is zelforganisatie in ecosystemen?

Het vermogen van ecosystemen om zich spontaan te ontwikkelen en aan te passen aan veranderingen zonder externe sturing, door middel van natuurlijke dynamiek en evenwicht.

2
New cards

Wat is het grote verschil tussen regulatie en zelforganisatie van ecosystemen?

Regulatie gaat over het handhaven van balans via specifieke processen (energiestroom, kringloop). Zelforganisatie gaat over het spontane, grotere vermogen om zich te ontwikkelen en te herstellen na verstoring.

3
New cards

Wat is 'dynamiek' in een ecosysteem?

De voortdurende veranderingen in een ecosysteem, zoals schommelingen in populaties en aanpassingen aan abiotische omstandigheden.

4
New cards

Wat is 'evenwicht' in een ecosysteem?

Het punt waarop een ecosysteem in balans is, waarbij soorten en omgevingsfactoren in harmonie functioneren en de veranderingen minimaal zijn.

5
New cards

Wat is het belangrijkste proces van geleidelijke verandering in een ecosysteem?

Successie: de opeenvolging van soorten in een gebied over een lange periode.

6
New cards

Wat zijn pioniersoorten? Noem twee kenmerken.

De eerste soorten die een kaal of verstoord gebied koloniseren. Kenmerken: 1. Ze zijn vaak hardy (taai). 2. Ze veranderen de omgeving (bv. door bodemvorming).

7
New cards

Waarom zijn pioniersoorten cruciaal voor successie?

Ze maken de omgeving geschikter voor andere soorten door bijvoorbeeld humus te vormen, schaduw te creëren of de bodem vast te houden.

8
New cards

Wat is een climaxecosysteem?

De eindfase van successie, waarin een stabiel, complex en relatief onveranderlijk ecosysteem is ontstaan (bv. een oud bos met hoge biodiversiteit).

9
New cards

Wat is een gradatie-ecosysteem of gradiëntecosysteem?

Een ecosysteem dat zich ontwikkelt langs een geleidelijke overgang, zoals van droog naar nat (moeras) of van hoog naar laag, waardoor soorten geleidelijk veranderen.

10
New cards

Hoe beïnvloedt concurrentie de successie?

Tijdens successie concurreren soorten om licht, water en voedingsstoffen. Soorten die beter zijn aangepast aan de huidige omstandigheden winnen, wat bepaalt welke soort de volgende fase domineert.

11
New cards

Wat is een J-curve (exponentiële groei) en wanneer zie je die?

Een groeicurve die steeds steiler omhoog gaat. Je ziet deze als een populatie zonder beperkingen groeit (bv. bacteriën in een petrischaal, pioniersoorten in een leeg gebied).

12
New cards

Wat is een S-curve (logistische groei) en wanneer zie je die?

Een groeicurve die eerst exponentieel stijgt, dan afvlakt en uiteindelijk stabiliseert. Je ziet deze als de groei wordt afgeremd door beperkte hulpbronnen (draagkracht).

13
New cards

Wat is het verband tussen de S-curve en de draagkracht?

De S-curve stabiliseert op het niveau van de draagkracht (K). De populatiegrootte schommelt dan rond deze maximale draagkracht.

14
New cards

Wat gebeurt er als een populatie de draagkracht overschrijdt?

Het ecosysteem raakt overbelast, hulpbronnen raken uitgeput, en de populatie zal (soms drastisch) afnemen door sterfte of emigratie.

15
New cards

Wat zijn tolerantiegrenzen?

De minimale en maximale waarden van een abiotische factor (bv. temperatuur, pH) waarbinnen een soort kan overleven, groeien en reproduceren.

16
New cards

Wat is een omslagpunt (tipping point) in een ecosysteem?

Een kritische grens waar een kleine extra verstoring een plotselinge, grote en vaak onomkeerbare verandering in het ecosysteem veroorzaakt (bv. meer dat omslaat van helder naar troebel).

17
New cards

Waarom zijn omslagpunten gevaarlijk?

Omdat het ecosysteem na het passeren van het omslagpunt niet zomaar terugkeert naar de oude staat, zelfs als de oorzaak wordt weggenomen.

18
New cards

Wat is een exoot?

Een soort die door menselijk handelen (opzettelijk of per ongeluk) buiten zijn natuurlijke verspreidingsgebied is terechtgekomen.

19
New cards

Waarom zijn exoten vaak succesvol en verstorend?

Ze hebben in het nieuwe gebied vaak geen natuurlijke vijanden, ziekten of concurrenten, waardoor hun populatie explodeert en ze inheemse soorten verdringen.

20
New cards

Wat is natuurbeheer en wat zijn twee voorbeelden van beheermaatregelen?

Actieve menselijke ingrepen om ecosystemen te ondersteunen en te beschermen. Voorbeelden: 1. Verwijderen van exoten. 2. Herstellen van natuurlijke waterstromen (vernatting).

21
New cards

Hoe beïnvloedt klimaatverandering de zelforganisatie van ecosystemen?

Het verandert abiotische factoren (temperatuur, neerslag) snel, waardoor soorten moeten migreren, zich moeten aanpassen of uitsterven. Dit kan successie verstoren en omslagpunten veroorzaken.

22
New cards

Wat is duurzaamheid in ecologische context?

Het streven om grondstoffen, energie en het milieu zo te gebruiken dat ecosystemen hun zelforganiserend en zelfherstellend vermogen behouden, ook voor toekomstige generaties.

23
New cards

Wat is duurzame ontwikkeling?

Ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in gevaar te brengen.

24
New cards

Waarom is inzicht in dynamiek en evenwicht belangrijk voor de mens?

Omdat we dan ecosystemen gericht kunnen ondersteunen en herstellen na verstoring, en duurzame keuzes kunnen maken die de natuurlijke balans behouden.

25
New cards

Hoe zou je deze examenvraag beantwoorden: "Beschrijf het verschil tussen een pioniersoort en een climaxecosysteem en leg successie uit."?

Pioniersoorten zijn de eerste, taaie soorten (zoals mossen) die een kaal gebied koloniseren. Ze veranderen de omgeving (bv. vormen bodem). Hierdoor worden andere soorten aangetrokken die de pioniers vervangen. Deze opeenvolging (successie) gaat door tot een stabiel, complex climaxecosysteem (zoals een bos) ontstaat, waar weinig verandering meer optreedt.

26
New cards

Leg uit: Hoe kan de mens zowel een bedreiging als een beschermer zijn voor zelforganisatie?

Bedreiging: Door exoten in te brengen, klimaat te veranderen of habitats te vernietigen, verstoort hij zelforganisatie. Beschermer: Door natuurbeheer (exoten verwijderen, habitats herstellen) en duurzame keuzes, ondersteunt hij het zelfherstellend vermogen van ecosystemen.

27
New cards

Wat is het verband tussen successie en biodiversiteit?

Tijdens successie neemt de biodiversiteit meestal toe: van weinig soorten in de pioniersfase naar veel soorten in het complexe climaxecosysteem.

28
New cards

Wat is 'veerkracht' in een ecosysteem en waar hangt het van af?

Het vermogen van een ecosysteem om een verstoring op te vangen en terug te keren naar zijn evenwichtstoestand. Het hangt af van biodiversiteit, complexiteit en de aanwezigheid van buffers.

29
New cards

Waarom heeft een climaxecosysteem vaak meer veerkracht dan een pioniersecosysteem?

Omdat het meer biodiversiteit, complexere voedselwebben en meer buffers (zoals diverse microhabitats) heeft, waardoor het verstoringen beter kan opvangen.

30
New cards

Wat is een voorbeeld van een omslagpunt in een Nederlands ecosysteem?

Het verdwijnen van koraal in de Noordzee door verzuring en opwarming, of het omslaan van een ondiep meer van helder naar troebel door eutrofiëring.