algemene psychologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/84

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:20 PM on 5/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

85 Terms

1
New cards

Visuele agnosie

Gewaarwording niet geïnterpreteerd kan worden tot een betekenisvol geheel

2
New cards

Hemispatieel neglect

Niet bewust van één kant van ruimte/ lichaam

3
New cards

Parafoveale waarneming

Minder scherp beeld als je je er niet op focust

4
New cards

Distale stimulus

Het object van de buitenwereld dat de fysische energie produceert

5
New cards

Proximale stimulus

Het geheel aan fysische energie dat onze sensorisch receptoren stimuleert (beeld op netvlies)

6
New cards

Interfacetheorie

Perceptie geeft ons geen realistisch beeld van de buitenwereld, zoals een video doet, maar een interpretatie die ons in staat stelt om met de omgeving te interageren

7
New cards

Woordsuperioriteitseffect

Woorden makkelijker te onthouden dan losse letters

8
New cards

Binoculaire dispositie

Twee ogen staan uit elkaar en we fuseren die twee beelden

9
New cards

Template matching

Figuur die tijdens perceptuele organisatie geïsoleerd werd, wordt vergeleken met een reeks van templates/sjablonen in het geheugen

10
New cards

Kenmerkherkenning

Voorwerpen hebben kenmerken die zich op bepaalde manieren tot elkaar verhouden

11
New cards

Geons

Basisvormen naam binnen de kenmerktheorie

12
New cards

Prosopagnosie

Onmogelijkheid om gezichten te herkennen

13
New cards

Holistische verwerking

Gezichten worden in het geheel verwerkt

14
New cards

Bewegingsparallax

De beweging van de kijker de beelden van dichtbijgelegen voorwerpen sneller over het visueel veld schuiven dan beelden van verafgelegen voorwerpen

15
New cards

Ponzo illusie

Lijkt alsof twee objecten van exact dezelfde grootte verschillend van formaat omdat de achtergrond parallelle lijnen bevat

16
New cards

Apparente beweging

Optische illusie waarbij stilstaande beelden in snelle opvolging worden waargenomen als een vloeiende beweging

17
New cards

Geinduceerde beweging

Visuele illusie waarbij de waarnemer de illusie heeft dat een object beweegt, terwijl de achtergrond of het omliggende referentiekader in werkelijkheid beweegt

18
New cards

Waterval illusie

Wanneer je lange tijd naar een bewegend object in één richting kijkt en daarna kijkt naar een stilstaand object lijkt het plotseling in de tegenovergestelde richting te bewegen

19
New cards

Prenataal leren

Baby leert dingen aan als die in de buik zit

20
New cards

Perceptuele constantie

Fenomeen van gelijkblijvende voorwerpen, ondanks de voortdurende veranderingen in het retinale beeld

21
New cards

Heuristische interpretatieproces

Het visuele systeem de meest waarschijnlijke distale stimulus berkent op basis van de veronderstellingen en de proximale stimulus

22
New cards

Bottom up processen

Informatiestroom van de receptoren aan de basis naar de hogere hersencentra

23
New cards

Perceptuele organisatie

Het proces waarbij de verschillende randen uit het retina beeld gestructureerd worden in grotere gehelen die in een bepaalde relatie staan tot elkaar

24
New cards

Perceptuele groepering

Processen die ervoor zorgen dat elementen uit de primaire schets waargenomen worden als bij elkaar horend

25
New cards

Subjectieve contouren

We zien silhouetten in figuren zonder dat er fysische randen zijn in de stimulus

26
New cards

Top down processen

Vertrekken vanuit de hogere hersencentra en de dataverwerking in lagere stadia

27
New cards

Ongeconditioneerde respons

Reactie die zonder voorafgaand leerproces

28
New cards

gecontioneerde stimulus

Een voorheen neutrale stimulus die, na herhaalde koppeling met de OS, zelf een respons kan uitlokken

29
New cards

Neutrale stimulus

Een prikkel die aanvankelijk geen automatische respons

30
New cards

Ongeconditioneerde stimulus

Een prikkel die van nature een automatische, niet-aangeleerde respons

31
New cards

Ongeconditioneerde respons

De automatische, reflexieve reactie op een ongeconditioneerde stimulus

32
New cards

Geconditioneerde respons

De aangeleerde reactie reactie die optreedt wanneer de geconditioneerde stimulus wordt aangeboren

33
New cards

Verwering

De fase waarin de NS herhaaldelijk met de OS wordt aangeboden, waardoor de NS de CS wordt

34
New cards

Extinctie

het afzwakken of verdwijnen van de CR wanneer de CS herhaaldelijk zonder de OS wordt aangeboden.

35
New cards

Spontane herstel

Het plots terugkeren van een eerder uitgedoofde CR na een rustperiode

36
New cards

Stimulus generalisatie

Wanneer je ook reageert op stimulus die lijken op de CS

37
New cards

Stimulus discriminatie

Her vermogen om alleen op de CS te reageren en niet op gelijkende stimulus

38
New cards

Contiguiteit

GS en OS kort op elkaar moeten volgen om klassieke conditionering te krijgen

39
New cards

Blokkering

Wanneer je geen nieuwe associatie leert omdat een eerdere associatie de nieuwe overschaduwt

40
New cards

Wat van effect

Response die succesvol zijn zullen herhaald worden en steeds sneller en efficiënter uitgevoerd worden. Response die onbevredigende gevolgen teweegbrengen zullen niet herhaald worden

41
New cards

Operante respons

Gedrag dat wordt uitgevoerd omdat het gevolgen heeft (leert door wat er gebeurt na het gedrag)

42
New cards

Positieve bekrachtiging

Je voegt iets prettig toe

43
New cards

Negatieve bekrachtiging

Je neemt iets onaangenaams weg

44
New cards

Primaire bekrachtiger

Basisbehoefte bekrachtigen zoals eten, drinken,…

45
New cards

Secundaire bekrachtiger

Een bekrachtiger die belonend wordt door associatie met een primaire

46
New cards

Positieve straf

Je voegt iets onaangenaams toe

47
New cards

Negatieve straf

Je neemt iets prettig weg

48
New cards

Aangeleerde hulpeloosheid

Het onvermogen om te leren hoe een aversieve stimulus ontsnapt kan worden of hoe die vermeden kan worden nadat het organisme aan een onontkoombare, onvermijdbare stimulus blootgesteld werd

49
New cards

Stimulus versterking

Een stimulus waar het model mee omgaat, belangrijker en aantrekkelijker wordt voor diegene die observeert

50
New cards

Doelversterking

Verhoogde motivatie bij de observeerden om hetzelfde doel te bereiken als het model

51
New cards

Systematische desensitisatie

Gedragstherapie bij angststoornissen

52
New cards

Biologische dispositie

Overeenstemming met verwachtingen

53
New cards

Reminiscentiebult

Meer gebeurtenissen onthouden uit de leeftijdsperiode van 10 tot 30 jaar

54
New cards

Besparingmethode

‘Vergeten’ informatie niet volledig uit de hersenen gewist

55
New cards

Vergeetcurve

Relatie tss vergeten en tijdsinterval van leren

56
New cards

Sensorisch geheugen

Houd gedurende zeer korte tijd de informatie bij die de zintuigorganen bereikt heeft

57
New cards

Iconische geheugen

Het sensorisch geheugen voor visuele stimuli

58
New cards

Kortetermijngeheugen

Houdt de informatie vast waar we ons op het moment zalf bewust van zijn

59
New cards

Langetermijngeheugen

Grote opslagruimte van de hersenen voor informatie die varieert van enkele dagen tot een heel mensenleven

60
New cards

Seriële positiecurve

Grafiek die aantoont hoe goed een item onthouden wordt afhankelijk van zijn plaats in de stimulusreeks (eerst/ tweede/ derde/…)

61
New cards

Primacy effect

Eerste aantal items uit lijst worden het best herinnert

62
New cards

Recentheidseffect

Laatste stimuli zitten nog in het KTG waar je ze gemakkelijk uit kan halen

63
New cards

Neuraal netwerk

Een computermodel dat de werking van de hersenen naboots door de werken met eenvoudige knopen die met elkaar in verbinding staan

64
New cards

Catastrofale interferentie

Fenomeen waarbij het aanleren van nieuwe informatie in een neuraal netwerk de reeds opgeslagen, oude informatie abrupt overschrijft en vernietigt. (Werk dus niet zoals de mens zou werken)

65
New cards

Oproepaanwijzingen

Hints die ons helpen om opgeslagen informatie uit ons geheugen om te halen

66
New cards

Episodisch geheugen

Deel van ons langteremijngeheugen dat persoonlijke ervaringen en gebeurtenissen opslaat, inclusief de specifieke context van tijd en plaats

67
New cards

Verval

Fysiologisch veranderingen in het neurale spoor van de ervaring

68
New cards

Proactieve interferentie

Moeilijkheden om een gebeurtenis op te roepen ten gevolgen van voorafgaande activiteiten

69
New cards

Retroactieve interferentie

Moeilijkheden om gebeurtenissen op te roepen ten gevolgen van activiteiten die na de opslag van de gebeurtenis plaatsgevonden hebben

70
New cards

Isolatie effect

Een gebeurtenis die distinctief is ten opzichte van andere, gelijktijdige gebeurtenissen, beter onthouden wordt dan gebeurtenissen die niet distinctief zijn

71
New cards

Flitslichtherinneringen

Uiterst levendige en gedetailleerde herinnering aan de omstandigheden waarin iemand hoorde over een schokkende of emotionele gebeurtenis

72
New cards

Toetseffect

Feiten en leerstof beter in het langetermijngeheugen worden opgeslagen door ze actief op te halen via een toets

73
New cards

Genereereffect

Informatie aanzienlijk beter onthoudt als je deze zelf actief bedenkt of construeert dan wanneer je de informatie passief leest of hoort

74
New cards

Schema’s (geheugen)

Georganiseerde voorstellingen over de structuur van de wereld, mensen, gebeurtenissen en acties

75
New cards

Valse herinneringen

Herinneringen of gebeurtenissen die nooit of anders gebeurt zijn

76
New cards

Amnesie

Geheel of gedeeltelijke geheugenverlies

77
New cards

Retrograde amnesie

Het ongeval heeft toegang tot opgeslagen herinneringen onmogelijk gemaakt.

78
New cards

Anterograde amnesie

Ongeval leidt tot problemen om nieuwe informatie te blijven onthouden

79
New cards

Kinderamnesie

Lichte vorm van retrograde amnesie (geen directe herinneringen aan gebeurtenissen in de periode voor we drie a vier jaar oud waren)

80
New cards

Syndroom van korsakoff

Vaak bij alcholoci. Redeneren nog accuraat maar vergeten wat er ene paar minuten geleden is gebeurt

81
New cards

Organische amnesie

Geheugenverlies ten gevolge van specifieke schade aan de hersenen

82
New cards

Functionele amnesie

Schade aan hersenen/ geheugen door biologische processen/ psychologische factoren ten gevolge van stresserende omstandigheden die geen sporen nalaten

83
New cards

Impliciete geheugen

Deel van het geheugen dat herinneringen opslaat zonder dat men zich ervan bewust is en zinder dat men bewust die herinneringen kan ophalen

84
New cards

Distinctie

Een oproepingseffect is effectief als die slecht aan één herinnering is gekoppeld

85
New cards

Codeer specifiek

In een bepaalde context is iets beter te onthouden