A&F M10 H1 Hormonen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/21

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:35 PM on 5/26/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

22 Terms

1
New cards

vegetatieve functies

bloedsomloop

spijsvertering

uitscheiding

ademhaling

huidfuncties

2
New cards

wat is een hormoon

een boodschappersstof die op de ene plaats in het lichaam gevormd wordt en op een ander plaats zijn werking heeft

3
New cards

Er kunnen tegelijkertijd tientallen verschillende hormonen in de bloedbaan circuleren. Hoe is het dan mogelijk dat een bepaald hormoon ook precies het gewenste effect heeft?

Dat komt doordat hormonen alleen invloed hebben op cellen die voor dat specifieke hormoon gevoelig zijn. Deze cellen worden doelwitcellen genoemd.

4
New cards

waar hebben de doelwitcellen receptoren;

op hun celmembraan, hiermee kunnen ze chemische boodschap opvangen

5
New cards

doelwitcellen

cellen die gevoelig zijn voor een specifiek hormoon. het hormoon beïnvloed de stofwisseling van deze cellen

6
New cards

doelwit orgaan

orgaan dat gevoelig is voor een specifiek hormoon. het hormoon beïnvloed de werking van dit orgaan

7
New cards

wat heeft een hormoon altijd voor werking

een sturende invloed op de stofwisselingactiviteit van de doelwitcellen

8
New cards

interne secretie

afgifte van een klier product aan het bloed

word altijd aan het inwendige milieu afgegeven

9
New cards

externe secretie

afgifte aan het uitwendige milieu (zweet/traanvocht)

10
New cards

eiwithormonen

hormonen die uit eiwit bestaan

11
New cards

steroidhormonen

hormonen die bestaan uit vetachtige, aan cholesterol verwante stoffen.

12
New cards

het hormoon wordt pas effectief als

een bepaalde concentratie van dat hormoon in het bloed zit

13
New cards

de concentratie van een hormoon is afhankelijk van

het evenwicht tussen de aanmaak en afbraak er van

14
New cards

waar vind continu een zekere mate van hormoonafbraak plaats waardoor de hormoon concentratie gestaag afneemt

in de lever

15
New cards

hormoonspiegel

concentratie van elk hormoon ligt rond een voor dat hormoon kenmerkend niveau

16
New cards

de lever speelt geen rol in de hormoon regulatie

de lever houd geen rekening met de hoeveelheid overblijvende hormonen

17
New cards

wat gebeurt er in een regelkring

hormoon concentratie wordt op pijl gehouden

18
New cards

Een regelkring bevat de volgende stappen:

  1. de huidige situatie wordt geregistreerd;

  2. deze situatie wordt vergeleken met de gewenste situatie;

  3. indien nodig wordt de situatie bijgestuurd, via hormonale beïnvloeding;

  4. de nieuwe situatie wordt geregistreerd;

  5. de nieuwe situatie wordt al of niet bijgestuurd, enzovoort.

19
New cards

Regelkringen kunnen heel ingewikkeld verlopen.

Soms zijn er meerdere hormoonklieren achter elkaar geschakeld om een bepaald effect te realiseren. Een belangrijke stap in de regelkring is de remmende terugkoppeling (negatieve feedback). Deze komt bij bijna alle hormonale regelkringen voor. Bij remmende terugkoppeling wordt een van de schakels in de regelkring geremd in zijn activiteit. Het gevolg is dat de volgende schakels in de regelkring ook minder actief worden.

20
New cards

endocriene weefsels

hormoonproducerende weefsels

21
New cards

endocrien

naar binnen toe afscheidend

22
New cards

endocrien weefsel is in 3 groepen te verdelen

  1. Hormoonklieren als afzonderlijke organen. Ze bestaan helemaal uit endocrien weefsel. Het zijn de hypofysevoorkwab, de schildklier, de bijschildklieren en de bijnierschors.

  2. Hormoonklieren, ingebed in een ander orgaan. Hiertoe behoren de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier, endocrien weefsel in de geslachtsklieren en endocrien weefsel in de nieren.

  3. Hormoonproducerende cellen, verspreid in een ander orgaan. Ze komen onder andere voor in nierweefsel, in de maagwand en in de wand van de twaalfvingerige darm. Veel ‘gewone’ lichaamscellen zijn ook in staat hormoonachtige stoffen aan hun omgeving af te geven. Deze stoffen hebben alleen een plaatselijk effect op de omringende cellen. Een voorbeeld is histamine.