1/283
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
benedenloop
Het laatste stuk van een rivier, tot de monding
bovenloop
Het begin van een rivier (vanaf de bron)
Debiet
de hoeveelheid rivierwater die een bepaald punt passeert, uitgedrukt in kubieke meter per seconde
klimaatverandering
De verandering op lange termijn van de temperatuur, de neerslag en de wind op aarde.
lengteprofiel
De doorsnede van een rivier vanaf de bron tot de monding, bestaande uit boven-, midden- en benedenloop.
Middenloop
middelste deel van een rivier, tussen boven- en benedenloop
onregelmatiger neerslagregiem
De schommelingen in de hoeveelheid regen die een rivier per jaar afvoert
stroomgebied
gebied waarbinnen al het regen- en smeltwater via een hoofdrivier naar zee stroomt
piekafvoer
hoge afvoer van de rivier op een bepaald moment
regiem
De schommelingen in de hoeveelheid water die een rivier per jaar afvoert
stroomstelsel
Een rivier met al zijn zijrivieren.
temperatuurstijging
wereldwijde stijging van de gemiddelde temperatuur
verhang
het verval per kilometer, uitgerekend door het hoogteverschil tussen twee plaatsen van de rivier te delen door de afstand in kilometers tussen die twee plaatsen
Verval
het hoogteverschil tussen twee punten langs een rivier
waterafvoer
de hoeveelheid water die langs een bepaald punt stroomt, uitgedrukt in kubieke meters per seconde
waterscheiding
de grens tussen twee stroomgebieden
zeespiegelstijging
Wereldwijde stijging van het gemiddelde zeeniveau
binnendijks gebied
het gebied dat door winterdijken tegen de rivier wordt beschermd en waar de mensen wonen
buitendijks gebied
het gebied tussen de twee winterdijken waar de rivier stroomt
dijkverzwaring
versteviging en verhoging van de dijken om het achterland beter te beschermen
Dwarsprofiel van de rivier
Dwarsdoorsnede van de rivier. In Nederland bestaat deze bij een bedijkte rivier uit: winterdijk, uiterwaard, zomerdijk, rivier, zomerdijk, uiterwaard en winterdijk.
Kanalisatie
Het nemen van maatregelen gericht op het reguleren van het waterpeil in een rivier door middel van stuwen en sluizen.
Kribben
Kleine stenen dammetjes loodrecht op de rivieroever die moeten voorkomen dat de oever afkalft en die er tevens voor zorgen dat het meeste water in het midden van de rivier blijft stromen.
Menselijk handelen
veranderingen door de mens in het rivierengebied/stroomgebied
Ontbossing
Het verdwijnen van bos door menselijke activiteiten.
Stuwen
vaste of regelbare dammen in de rivier voor het handhaven van het waterpeil en het regelen van de wateraanvoer
Uiterwaard
gebied tussen rivier en de winterdijk dat overstroomt wanneer de rivier buiten zijn oevers treedt
verhoogde en versnelde piekafvoer
wanneer de hoogste afvoer na een regenbui (piekafvoer) hoger wordt en eerder optreedt
verstening van het oppervlak
Door toegenomen verstedelijking neemt het oppervlakte van straten en wegen toe, waardoor regenwater sneller afspoelt.
vertragingstijd
de hoeveelheid tijd die water nodig heeft om na een regenbui in de rivier te komen
Winterbed
Het gebied tussen de beide winterdijken dat bestaat uit zomerbed en uiterwaard.
zomerbed
de bedding waar de rivier's zomers doorheen stroomt
Hoogwaterbeschermingsprogramma
programma van Rijkswaterstaat en de waterschappen met maatregelen om de primaire waterkeringen in 2050 te hebben versterkt
Rijkswaterstaat (RWS)
Nederlandse overheidsorganisatie die in opdracht van het ministerie de (vaar)wegen onderhoudt
Rivierbedverruiming
Het creëren van extra ruimte voor de rivier door middel van diverse maatregelen zoals het afgraven van de uiterwaarden, het verplaatsen van de dijken en het verdiepen van het zomerbed
Ruimte voor de rivier
Het programma waarin Rijkswaterstaat samen met waterschappen, gemeentes en provincies onze rivieren op 34 plaatsen meer ruimte geeft. Bijvoorbeeld door het verleggen van dijken, graven van nevengeulen en verdiepen van uiterwaarden.
Waterkeringen
een overkoepelende term voor bouwwerken als stuwen, sluizen, duinen, dijken en dammen
waterschappen
Nederlandse overheidsorganisatie die zorgt voor het waterbeheer in een regio
acceptatie
accepteren dat door klimaatverandering meer risico's ontstaan op wateroverlast en watertekorten
Adaptatie
aanpassen aan het veranderende klimaat door in te spelen op toenemende wateroverlast en watertekorten
Afvoer bevorderen
zorgen dat water zo snel mogelijk weg kan stromen naar de zee door belemmeringen weg te nemen
bergen (opslaan)
tijdelijk opslaan van water, bijvoorbeeld in retentiegebieden of door speciaal aangewezen gebieden tijdelijk onder water te zetten
Deltaprogramma
nationaal plan met maatregelen om de waterveiligheid en zoetwatervoorziening te garanderen
Infiltratie
het inzakken van regenwater in de bodem
Integraal waterbeheer
samenwerking van overheden en andere partijen om te zorgen voor veiligheid, voldoende en schoon water
Intergovermental Panel on Climate Change (IPPC)
een organisatie van de Verenigde Naties waarin wetenschappers de risico's van klimaatverandering evalueren en rapporteren
Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)
wetenschappelijk instituut dat onderzoek doet naar het weer en klimaat
Sparen
Het verlies van water zo klein mogelijk houden
toekomstscenario
mogelijk beeld van hoe de toekomst eruit kan zien (op het gebied van klimaatverandering)
vasthouden (retentie)
voorkomen dat al het regenwater naar sloten en de rivier wordt afgevoerd, bijvoorbeeld door het aanleggen van groenvoorzieningen zodat het water in de grond kan infiltreren
Dijkring
Een gebied dat wordt beschermd tegen water uit de grote rivieren, de grote meren en de zee
ontwateren
het afvoeren van water uit de bodem om de grondwaterstand te laten dalen
overstromingsrisicobewustzijn
het kunnen inschatten of de eigen omgeving kan overstromen
springtij
De situatie van hoge vloed en lage eb
aanvoeren
water naar een bepaald gebied toe laten stromen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het hoofdwatersysteem
grondwateronttrekking
het oppompen van grondwater waardoor de grondwaterstand daalt
analfabetisme
het niet kunnen lezen en schrijven
beroepsbevolking (samenstelling van de)
Dat deel van de bevolking dat tegen betaling een beroep uitoefent plus de werklozen. De beroepsbevolking wordt ingedeeld in primaire, secundaire en tertiaire sector.
bruto binnenlands product (bbp)
de waarde van alle geproduceerde goederen en diensten in een land in één jaar worden geproduceerd gedeeld door het aantal inwoners
bruto nationaal product (bnp)
De waarde van alle goederen en diensten die door alle staatsburgers in een land in één jaar worden geproduceerd, ook die in het buitenland, gedeeld door het aantal inwoners
bruto regionaal product (brp)
het gemiddeld inkomen per hoofd binnen een regio
human development index (HDI)/ VN-ontwikkelingsindex
Een methode om de mate van welzijn in een land te meten door te kijken naar de koopkracht, analfebetiseringsgraad en levensverwachting
Welzijn
de levensomstandigheden in een land of gebied gemeten naar koopkracht, mate van analfabetisme en levensverwachting
Arbeidsmigrant
Migrant die verhuist naar een ander gebied of plaats om daar te gaan werken
bevolkingsdichtheid
Gemiddeld aantal inwoners per vierkante kilometer
bevolkingsspreiding
de manier waarop de bevolking over een gebied verdeeld is
Pullfactor
reden om je in een gebied te vestigen
pushfactor
Reden om te verhuizen uit een gebied.
Cultuurelement
Een kenmerk waaraan je een cultuur kunt herkennen, bijvoorbeeld taal, godsdienst en gewoonten.
cultuurgebied
gebied waarin culturen voorkomen die sterk op elkaar lijken
diffusie
De verspreiding van een ruimtelijk verschijnsel, bijvoorbeeld een cultuurelement, vanuit een kerngebied.
Kolonialisme
Het bezitten en uitbuiten van (overzeese) gebieden door de overheerser
centrum - periferie - semiperiferie / wereldsysteem
Een indeling van de wereld naar welvaart
Centrum-periferiemodel
Een model dat de ongelijke relatie laat zien tussen het centrum en de periferie; dit is zowel binnen een land als tussen landen zichtbaar.
de-industrialisatie
Proces waarbij de industriële activiteiten in een gebied voor een belangrijk deel verdwijnen.
Dekolonisatie
Proces waarbij de kolonies zelfstandig worden.
exploitatiekolonie
een kolonie die vooral gebruikt wordt voor het winnen van grondstoffen; de kolonie wordt door het moederland aan de ene kant gebruikt om grondstoffen te leveren en dient aan de andere kant als afzetmarkt voor industriële eindproducten; de kolonisten zijn hier vaak tijdelijk.
industrialisatie
Proces waarbij de industriële sector een steeds belangrijkere plaats in de samenleving inneemt.
internationale arbeidsverdeling
de verdeling van de beroepsbevolking in de verschillende delen van de wereld
vestigingskoloni
Een gebied waar kolonisten zich blijvend vestigen. Zij bouwen het gebied opnieuw op, vaak naar het voorbeeld van het moederland. De meeste vestigingskolonies behoren nu tot de rijkere landen in de wereld.
Bevolkingsgroei
toename van de bevolking in een bepaalde periode
demografisch transitiemodel
Een model dat de gefaseerde overgang laat zien van een hoog geboorte- en sterftecijfer naar een laag geboorte- en sterftecijfer.
grijze druk
De verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en het aantal personen van 20 tot 65 jaar.
Groene druk
De verhouding tussen het aantal personen van 0 tot 20 jaar en het aantal personen van 20 tot 65 jaar.
Leeftijdsopbouw
De verdeling van de bevolking over de verschillende leeftijdsklassen of cohorten, weergegeven in een leeftijdsdiagram
Verstedelijking
groei van de stedelijke bevolking ten opzichte van de plattelandsbevolking
verstedelijkingsgraad
het aandeel van de bevolking dat in steden woont
verstedelijkingstempo
de snelheid waarmee de verstedelijkingsgraad in een land per jaar stijgt
wereldstad
stad zoals New York of Londen, die op wereldniveau een belangrijk knooppunt in economische, culturele en politieke netwerken vormt
atmosferische circulatie / mondiale windsystemen
Algemeen systeem van luchtstromen op aarde en de daarbij behorende lage- en hogedrukgebieden.
Corioliseffect/ Wet van Buys Ballot
het effect dat bewegende objecten op aarde een zijdelingse afwijking krijgen door de draaiing van de aarde; op het noordelijk halfrond is deze afwijking naar rechts, op het zuidelijk halfrond naar links (zie ook: wet van Buys Ballot)
hogedrukgebied
Een gebied met een hoge luchtdruk, dat ontstaat doordat lucht daalt.
intertropische convergentiezone (ITCZ)
Stabiel lagedrukgebied rond de evenaar waar het warm is en door opstijgende lucht veel buien voorkomen.
lagedrukgebied
Een gebied met een lage luchtdruk, dat ontstaat doordat lucht opstijgt.
Passaat
Wind die van de subtropische hogedrukgebieden (30° N.B. en Z.B.) richting de evenaar waait. Op het noordelijk halfrond komt deze uit het noordoosten, op het zuidelijk halfrond uit het zuidoosten.
Moesson
Wind die van de subtropische hogedrukgebieden richting de evenaar waait, die vervolgens kruist en van richting verandert. Op het noordelijk halfrond komt de moesson uit het zuidwesten, op het zuidelijk halfrond uit het noordwesten.
Klimaatclassificatie van Köppen
indeling van klimaten op basis van de samenhang tussen klimaat en natuurlijke plantengroei
klimaatfactoren
Oorzaken voor klimaatverschillen: breedteligging, gebergten, type oppervlak
klimaatgebied (klimaatzone)
groot gebied met sterke overeenkomsten in klimaat
koude zeestroom
zeestroom die afkomstig is uit een kouder gebied