Dementie, Opvoeding en Professionele Ontwikkeling Flashcards

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/45

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de kernbegrippen van dementie (vormen en symptomen), opvoedingsstijlen, welbevinden, identiteit, diversiteit en professionele reflectiemethoden.

Last updated 12:51 PM on 6/18/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

46 Terms

1
New cards

Dementie

Een stoornis in de hersenen die wijst op een achteruitgang van het geestelijk functioneren van het verstand.

2
New cards

Ouderdomsvergeetachtigheid

Een toestand waarbij iemand details vergeet maar zich bewust is van de vergeetachtigheid, nog nieuwe vaardigheden kan aanleren (trager) en zelfstandig kan leven.

3
New cards

Prevalentie van dementie

Dementie komt voor bij 55 tot 7%7\% van de 6565-plussers.

4
New cards

Ziekte van Alzheimer

Een vorm van dementie waarbij ophopingen van een bepaald eiwit in de zenuwcellen de hersenverbindingen aantasten, met geheugenverlies als vaak eerste symptoom.

5
New cards

Vasculaire dementie

Een vorm van dementie waarbij de patiënt vaak een voorgeschiedenis heeft van hart- en vaatklachten.

6
New cards

Frontotemporale dementie

Een vorm van dementie waarbij vooral het voorste deel van de hersenkwab beschadigd is, vaak voorkomend op jonge leeftijd.

7
New cards

Lewy body dementie

Een vorm van dementie waarbij al vroeg visuele hallucinaties en verschijnselen van de ziekte van Parkinson optreden.

8
New cards

Afasie

Een ernstige taalstoornis waarbij men moeilijk op woorden komt of moeite heeft met het begrijpen van taal.

9
New cards

Agnosie

Moeite met het herkennen van voorwerpen, geluiden of beelden; niet meer weten waarvoor iets dient.

10
New cards

Apraxie

Het fysiek niet meer kunnen uitvoeren van bepaalde handelingen, ondanks dat men weet wat het voorwerp is.

11
New cards

Perseveren

Het continu herhalen van hetzelfde, zoals steeds dezelfde zin zeggen.

12
New cards

Confabuleren

Het gebruiken van fantasieverhalen om de 'lege' plekken in het geheugen op te vullen.

13
New cards

Achterdocht

Het wantrouwen van mensen, bijvoorbeeld beweren dat een verpleegkundige iets gestolen heeft dat men zelf verloren heeft gelegd.

14
New cards

Decorumverlies

Het wegvallen van het besef van fatsoen en een verminderde interesse in het uiterlijk.

15
New cards

Fase 1: het bedreigde ik

De fase waarin de persoon weet dat hij dingen vergeet, dit ontkent en zich hierdoor angstig, onzeker en bedreigd voelt.

16
New cards

Fase 2: het verdwaalde ik

De fase waarin de persoon letterlijk en figuurlijk de weg kwijt is en zich moeilijk kan oriënteren in tijd, ruimte en personen.

17
New cards

Fase 3: het verzonken ik

De fase waarin de persoon zich terugtrekt in de eigen wereld, minder reageert op de omgeving en hulp nodig heeft bij dagelijkse activiteiten.

18
New cards

Snoezelen

Een vorm van ontspanning in een rustgevende omgeving waarbij zintuigen doelgericht worden geprikkeld.

19
New cards

Reminiscentie

Het oproepen van vroegere levensgebeurtenissen bij een oudere met dementie.

20
New cards

Welbevinden

Hoe goed iemand in zijn vel zit op fysiek, spiritueel, mentaal en sociaal vlak.

21
New cards

Betrokkenheid

De mate waarin iemand erbij hoort, deelneemt aan iets en geconcentreerd of gefocust bezig is.

22
New cards

Basisbehoeften

Fysieke zaken (eten, drinken, veiligheid) en psychologische behoeften zoals liefde, autonomie, erkenning en verbondenheid.

23
New cards

Autonomie (Zelfbeschikkingsrecht)

Het recht om zelfstandig keuzes te maken en beslissingen te nemen in het leven.

24
New cards

Opvoedingsstijlen

De manieren waarop ouders hun kinderen begeleiden, ondersteunen en grenzen stellen wat betreft discipline en warmte.

25
New cards

Autoritaire opvoedingsstijl

Een strenge stijl met veel regels, weinig overleg, nadruk op straf en weinig warmte.

26
New cards

Permissieve opvoedingsstijl

Een stijl met veel vrijheid, weinig regels of grenzen, gericht op het geluk van het kind maar zonder structuur.

27
New cards

Democratische opvoedingsstijl

Een stijl met duidelijke regels en grenzen gecombineerd met uitleg, overleg, respect en warmte.

28
New cards

Onverschillige tot verwaarlozende opvoedingsstijl

Een stijl met weinig betrokkenheid, nauwelijks regels en emotionele afwezigheid van de ouders.

29
New cards

Opvoedingsvisie

De manier waarop ouders denken over opvoeden en wat ze belangrijk vinden voor de toekomst van hun kind.

30
New cards

Opvoedingsmilieu

De omgeving waarin een kind opgroeit, inclusief de fysieke omgeving (huis, school) en de sociale relaties.

31
New cards

Micro opvoedingsmilieu

De directe omgeving waarin een kind dagelijks interactie heeft.

32
New cards

Osteoporose

Botontkalking, een fysiek verschijnsel dat vaker voorkomt bij volwassenen van middelbare leeftijd (4040 tot 6565 jaar).

33
New cards

Identiteit

Wie jij bent als persoon, bestaande uit unieke kenmerken, talenten, waarden en karaktereigenschappen.

34
New cards

Nature

Aangeboren eigenschappen zoals genetische factoren en fysieke kenmerken.

35
New cards

Nurture

Omgevingsfactoren zoals opvoeding, onderwijs en sociale ervaringen die iemands identiteit bepalen.

36
New cards

Kruispuntdenken

Een manier van kijken naar mensen waarbij we beseffen dat iedereen uit meerdere kenmerken tegelijk bestaat.

37
New cards

Superdiversiteit

Een situatie waarin heel veel verschillende mensen met een grote variatie aan achtergronden samenleven.

38
New cards

Vooroordeel

Een mening over iemand of een groep mensen nog voor je die persoon echt kent.

39
New cards

Discriminatie

Het oneerlijk behandelen van iemand op basis van wie die persoon is in plaats van wat die persoon doet.

40
New cards

Stereotype

Een vaststaand en overdreven beeld van een bepaalde groep mensen.

41
New cards

Reflecteren

Het bewust nadenken over handelingen en gevoelens om te groeien in het leerproces.

42
New cards

STARR-model

Een model dat gebruikt wordt om te reflecteren over de aanpak van situaties en toekomstige verbeteringen.

43
New cards

Groei mindset

De overtuiging dat men kan leren, verbeteren en groeien door inzet.

44
New cards

Fixed mindset

De overtuiging dat talenten en kwaliteiten vaststaan en niet veranderd kunnen worden.

45
New cards

Functioneringsgesprek

Een open gesprek tussen werknemer en leidinggevende om het werk en de werksfeer te verbeteren zonder direct oordeel.

46
New cards

Evaluatiegesprek

Een gesprek waarin wordt teruggeblikt op een periode en feedback wordt gegeven om te beslissen of iemand geslaagd is.