1/13
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Reactieve agressie
“hot-blooded” vorm van agressie, impulsieve reactie op waargenomen provocatie in de vorm van geweld.
Gelinkt aan:
beperkingen in gedrags- en emotieregulatie
Internaliserende problemen
Neuroticisme als persoonlijkheidseigenschap
Sociale angst
Hostile attribution bias
Sterker dan PA met laag prosociaal gedrag
Continuïteit wordt overwegend bepaald door zowel genetische als niet-gedeelde omgevingsinvloeden
proactieve agressie
“cold-blooded” en met voorbedachte rade, met andere doelen dan enkel het slachtoffer te willen schaden.
Gelinkt aan:
externaliserende problemen
Sterker dan RA gerelateerd aan middelenmisbruik en vermogensdelicten
Callous-unemotional eigenschappen (uniek)
vertekende verwachten vd uitkomsten van agressie (positiever)
Continuïteit wordt overwegend bepaald door genen
antisociaal gedrag
Gedrag dat maatschappelijke normen niet respecteert, wetten of de rechten van anderen of (in het geval van kinderen) verwachtingen van autoriteitsfiguren zoals ouders of leraren schendt.
differentiële associatie (Sutherland)
Mensen leren crimineel gedrag door interactie met anderen en door de daaruit voortvloeiende uitwisseling van waarden, drijfveren en rationalisaties die crimineel gedrag voor gaan.
verklaart hoe mensen sneller crimineel gedrag vertonen door sociale invloed, voornamelijk in interactie met mensen met een hoge status en als de beloningen van het gedrag de risico’s overstijgen.
deviancy training
Crimineel gedrag wordt in vriendengroepen bekrachtigt door bijv. te lachen of te prijzen wanneer iemand het vertoont
verklaard hoe jongeren elkaar indirect kunnen beïnvloeden tot crimineel gedrag
2 vormen van selectie processen van deliquente vrienden
similarity attraction: peers selecteren omdat ze op jou lijken; deliquenten trekken deliquenten aan
Default selection: sommige mensen kunnen geen vriendschappen ontwikkelen die ze graag willen, dus “settelen” ze voor vriendschappen die minder hun voorkeur hebben
maturity gap
discrepantie tussen biologische en sociale volwassenheid. Jongeren willen meer autonomie en erkenning voor hun (biologische) volwassenheid. Bepaalde volwassen gedragingen (zoals deliquentie) worden aantrekkelijker om zo hun volwassenheid te kunnen bekrachtigen, juist doordat deze doorgaans worden verboden door ouders.
Welke rol speelt neuroticisme bij verschillende routes van agressie?
Warmbloedig antagonisme/agressie: hoog neuroticisme, laag vriendelijkheid
Defensieve en emotionele agressie, reactief
Koudbloedig antagonisme/agressie: laag neuroticisme, laag vriendelijkheid
Instrumentele agressie, proactief geweld
Redenen voor zelfmoord bij NPS
triomf over de menselijke angst voor de dood
als vorm van sadistische straf
ontsnapping van waargenomen onverdraagbare omstandigheden
verschil grandioos/overt narcisme en kwetsbaar/covert narcisme
Grandioos
Uitgedragen gevoel van superioriteit
Grootse fantasieën om gevoel van eigenwaarde te beschermen
Gebruiken anderen om gevoel van eigenwaarde te ondersteunen en/of
vergroten
kwetsbaar
Geremd, beschaamd, haatdragend
(Gevaar op) schaamte staat openlijke uitdraging, superioriteit maar ook
daadwerkelijke kansen en mogelijkheden in de weg
Terughoudend in intimiteit uit angst voor kritiek en afwijzing
empathie bij NPS
eerst dacht men dat er sprake was van een afwezigheid van empathie
MAAR recent bewijs voor:
Neurologische tekorten in emotionele empathie
Motivationele en zelf-regulerende fluctuaties voor cognitieve empathie
Dit kan komen door:
Onbereidheid om zich met de emoties en reacties van anderen bezig te houden
Overweldiging door de emoties en reacties van anderen
biologische etiologie van ASPS
Laag MAO-A gen in combinatie met negatieve omgevingsfactoren → gevoeliger voor effecten van mishandeling
significant verminderde hoeveelheid grijze stof in hersenen
significante vermindering van linker- en rechteramygdala bij niet-succesvolle psychopathie in vergelijking met succesvol
prefrontale kwab structureel deficiet → lagere activiteit autonoom zenuwstelsel tijdens sociale stressor
significante omgevingspredictoren voor het ontwikkelen van ASPS
symptoomgroep:
fysieke mishandeling
conduct disorder
eerste arrestatie
Diagnostische groep:
seksuele mishandeling
conduct disorder
eerste arrestatie
psychopathie karakteristieken
Gedragsmatig: liegen, oppervlakkige charme, antisociaal
Emotioneel: gebrek aan of weinig angst, gebrek aan schaamte, problemen met affect regulatie, gebrek aan gepaste emotionele reacties
Cognitief: problemen met leren van ervaringen en zelfregulatie, impulsiviteit
Sociaal: problemen met opbouwen en onderhouden van sociale relaties, problemen met wederzijds respect, egocentrisme, onpersoonlijk seksleven