Casus 4 t/m 6

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/128

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:06 AM on 5/28/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

129 Terms

1
New cards

Wat zijn de demografische kenmerken van de patiënt in KLC 4?

Een 74-jarige man.

2
New cards

Wat is de woonsituatie van de patiënt in KLC 4?

Samenwonend in een appartement.

3
New cards

Welke medische voorgeschiedenis heeft de patiënt in KLC 4?

Hypertensie.

4
New cards

Welke actuele medicatie gebruikt de patiënt in KLC 4?

Perindopril 8 mg.

5
New cards

Wat is de reden van komst van de patiënt in KLC 4?

Pijn in de rechter grote teen.

6
New cards

Vraag 1 anamnese

Aanwezigheid van andere gewrichtspijnen; gewrichtspijn in rust, bij bewegen en bij belasting; aanwezigheid van zwelling, warmte, roodheid en bewegingsbeperking.

7
New cards

Vraag 2

Stijfheid: Duur van de stijfheid en het moment van optreden.

8
New cards

Vraag 3

Tijdsverloop: Totale duur van de klachten, snelheid van het ontstaan (acuut binnen één dag versus geleidelijk), en eventuele eerdere gewrichtsklachten.

9
New cards

Vraag 4

Invloeden: Effect van bewegen, belasting en rust; gebruik van NSAID's; recent gewrichtstrauma; recente injectie of operatie in het betreffende gewricht.

10
New cards

Vraag 5

Systemische en extra-articulaire verschijnselen: Koorts, gewichtsverlies, voorafgaande of bijkomende klachten of ziekten (griep, keelpijn, diarree, urethritis/soa, uveïtis, conjunctivitis, psoriasis, ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, rugpijn).

11
New cards

Vraag 7

Comorbiditeit: Cardiovasculaire aandoeningen, chronische nierschade, auto-immuunaandoeningen, immuuncompromitterende aandoeningen.

12
New cards

Wat zijn de specifieke klacht en de duur daarvan bij de patiënt in KLC 4?

Pijn in de rechter grote teen, sinds vier dagen.

13
New cards

Welke lokale symptomen heeft de patiënt in KLC 4 aan de teen en is er sprake van een defect?

De teen is dik, warm en rood. Er is geen wond aanwezig.

14
New cards

Wat zijn de aard en de ernst van de pijn bij de patiënt in KLC 4?

Diepe, stekende pijn die continu aanwezig is. De patiënt scoort de pijn met een 7,5 op de pijnschaal.

15
New cards

Welke specifieke sensitiviteit ervaart de patiënt in KLC 4 aan zijn teen?

Patiënt kan zelfs geen laken op de teen verdragen.

16
New cards

Hoe ontstond de pijn bij de patiënt in KLC 4 en welke triggers zijn er?

De pijn begon na een lange wandeling. Er zijn verder geen aanwijsbare invloeden.

17
New cards

Welke historie heeft de patiënt in KLC 4 met betrekking tot deze specifieke klacht?

Vorig jaar heeft patiënt dit drie keer gehad, waarbij hij toen ook de huisarts heeft bezocht.

18
New cards

Wat is het effect van reguliere medicatie op de pijn van de patiënt in KLC 4?

Paracetamol werkt niet om de pijn te verlichten.

19
New cards

Welke bijkomende klachten of systemische symptomen heeft de patiënt in KLC 4?

Geen andere klachten, geen koorts.

20
New cards

Hoe ziet de belevingswereld van de patiënt in KLC 4 eruit ten aanzien van de klacht?

Patiënt maakt zich geen zorgen, maar wil van de pijn af.

21
New cards

Waarop moet de patiënt worden beoordeeld bij de algemene indruk van het lichamelijk onderzoek volgens de richtlijnen?

Beoordelen op ziek zijn en koorts.

22
New cards

Welke aspecten moeten worden gecontroleerd tijdens de inspectie van het lichamelijk onderzoek volgens de algemene richtlijnen?

Controleren op roodheid, zwelling en jichttophi.

23
New cards

Welke aspecten moeten worden gecontroleerd tijdens de palpatie van het lichamelijk onderzoek volgens de algemene richtlijnen?

Controleren op drukpijnlijke gewrichtsspleet, zwelling en temperatuurverschil.

24
New cards

Wat is het doel van het bewegingsonderzoek bij het lichamelijk onderzoek volgens de algemene richtlijnen?

Uitvoeren van actief en passief bewegingsonderzoek om pijn en beperking vast te stellen.

25
New cards

Wat valt er op aan het looppatroon bij de inspectie van de patiënt in KLC 4?

Analgisch looppatroon.

26
New cards

Wat is de lokale status van de knokkel bij de inspectie van de patiënt in KLC 4?

Knokkel van de grote teen is dik, warm en rood.

27
New cards

Zijn er huiddefecten zichtbaar bij de inspectie van de teen van de patiënt in KLC 4?

Geen wondjes aanwezig.

28
New cards

Wat valt er op aan de nagels bij de inspectie van de patiënt in KLC 4?

Nette nagels.

29
New cards

Waar bevindt zich de pijn bij het voelen tijdens de palpatie van de patiënt in KLC 4?

Pijn bij het voelen van de knokkel.

30
New cards

Welke bevindingen levert de palpatie op van de rest van de voet en teen bij de patiënt in KLC 4?

Geen pijn op de rest van de voet of de rest van de teen.

31
New cards

Wat is de bevinding ten aanzien van asdrukpijn bij de palpatie van de patiënt in KLC 4?

Een klein beetje asdrukpijn.

32
New cards

Welke bevindingen levert het bewegingsonderzoek op bij de patiënt in KLC 4?

Veel pijn bij zowel actief als passief bewegen.

33
New cards

Welke aandoeningen behoren tot de meest voorkomende diagnosen in de differentiaaldiagnose bij deze gewricht klacht?

Jichtartritis, ongedifferentieerde artritis en reactieve artritis.

34
New cards

Welke vormen in de differentiaaldiagnose hebben een verhoogd belang voor de prognose en het beleid?

Bacteriële artritis en reumatoïde artritis.

35
New cards

Welke overige overwegingen zijn er in de differentiaaldiagnose bij deze gewrichtsklacht?

Artritis bij bekende artrose (flaring), artritis bij lymeziekte en perifere artritiden bij de ziekte van Bechterew, psoriasis en inflammatoire darmziekten.

36
New cards

Wanneer is laboratoriumonderzoek geïndiceerd bij een verdenking op jicht volgens de richtlijnen?

Als jicht hoog in de differentiaaldiagnose staat.

37
New cards

Welke parameters moeten worden onderzocht in het laboratorium bij een verdenking op jicht?

Urinezuur, CRP, leukocyten en CVRM (Cardiovasculair Risicomanagement).

38
New cards

Welke aanvullende procedure wordt soms nog uitgevoerd bij de diagnostiek naar jicht?

Soms wordt er nog een gewrichtspunctie uitgevoerd.

39
New cards

Wat is de exacte urinezuurwaarde bij de patiënt in KLC 4?

0.72.

40
New cards

Wat is de streefwaarde voor het urinezuur?

<0.4.

41
New cards

Wat is de definitieve werkdiagnose voor de patiënt in KLC 4?

Jicht.

42
New cards

Voor welke specifieke doelgroep is deze aandoening kenmerkend?

Jicht komt vaak voor bij mannen met mono-artritis.

43
New cards

Wat is het pathofysiologische mechanisme achter het ontstaan van een acute jichtaanval?

Urinezuurkristallen slaan neer in het gewricht, wat de aanval veroorzaakt.

44
New cards

Wat is het natuurlijke verloop en de uitkomst van een onbehandelde jichtaanval?

Een aanval kan één tot drie weken aanhouden. Danach treedt er volledig herstel op.

45
New cards

Wat is het effect van een medicamenteuze behandeling op het verloop van een jichtaanval?

Behandeling van een aanval met medicatie kan de pijn binnen één tot twee dagen verminderen.

46
New cards

Welke middelen en doseringen vormen de eerste opties bij het medicamenteuze stappenplan voor een jichtaanval?

NSAID of Prednisolon: 1 keer per dag 30 mg gedurende vijf dagen. Bij onvoldoende effect moet de behandeling worden verlengd tot tien dagen.

47
New cards

Wat is de tweede optie in het stappenplan bij het uitblijven van effect, inclusief de dosering en stopcriteria?

Colchicine: 2 tot 3 keer per dag 0,5 mg. Dit wordt ingezet bij geen effect van de andere twee middelen (NSAID of prednisolon) tot de pijn verdwijnt, gedurende maximaal vijf dagen. De behandeling moet direct gestopt worden bij het optreden van maag-darmklachten.

48
New cards

Wat is de derde optie in het medicamenteuze stappenplan en wanneer wordt deze overwogen?

Intra-articulair corticosteroïd: Overwegen als alle drie de bovengenoemde middelen niet of onvoldoende werken.

49
New cards

Wat is het risico op herhaling van deze aandoening, en bij welke patiëntencategorie wordt deze specifieke lokalisatie vaak gezien?

Jicht zorgt vaak voor recidieven. Mono-artritis van de teen (en soms de knie) wordt vaak gezien bij oude mannen met hypertensie.

50
New cards

Wat is de exacte indicatie voor het starten van een urinezuurverlagende onderhoudsbehandeling?

Indien de recidieven frequent optreden, gedefinieerd als drie keer per jaar.

51
New cards

Wat is het eerstekeusmiddel bij de onderhoudsbehandeling van deze aandoening?

Allopurinol.

52
New cards

Met welke aandoeningen gaat jichtartritis vaak samen en op welke aandoeningen geeft het een verhoogd risico?

Jichtartritis gaat vaak samen met en geeft een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen.

53
New cards

Aan welke specifieke comedicatie moet worden gedacht bij het starten van urinezuurverlagende therapie?

Er moet gedacht worden aan het gebruik van lis- en thiazidediuretica, bètablokkers en ACE-remmers.

54
New cards

Welke specifieke leefstijladviezen over voeding en drank worden aan de patiënt gegeven, en binnen welk kader?

Er worden aan de patiënt geen actieve adviezen gegeven over het vermijden van alcohol, purinerijke voedingsmiddelen en fructoserijke frisdrank, anders dan wat noodzakelijk is in het kader van cardiovasculaire risicopreventie.

55
New cards

Hoe presenteert deze aandoening zich meestal wat betreft lokalisatie en type artritis?

Jicht presenteert zich meestal als een monoartritis van het metatarsofalangeaal gewricht I (MTP1).

56
New cards

Waaruit bestaat de standaardbehandeling volgens de take-home message van KLC 4?

De behandeling bestaat uit een NSAID en prednison.

57
New cards

Wat is de leeftijd van de patiënt in KLC 5?

88 jaar.

58
New cards

Wat is het geslacht van de patiënt in KLC 5?

Vrouw.

59
New cards

Wat is de woonsituatie van de patiënt in KLC 5?

Alleenstaand, zelfstandig.

60
New cards

Welke aandoeningen omvat de medische voorgeschiedenis van de patiënt in KLC 5?

Mild Cognitive Impairment (MCI), Prikkelbare Darmsyndroom (PDS), Cataract, Polyneuropathie en Depressie.

61
New cards

Welke actuele medicatie gebruikt de patiënt in KLC 5?

Kunsttranen, Movicolon en Duloxetine.

62
New cards

Wat is de hulpvraag van de patiënt in KLC 5 met betrekking tot inzicht en exploratie?

Verkrijgen van inzicht in de oorzaak van de tremor en het verkennen van mogelijke behandelingen.

63
New cards

Wat is de specifieke behandelvoorkeur van de patiënt in KLC 5?

Expliciete vraag of er gestart kan worden met medicatie zonder een fysiek bezoek aan het ziekenhuis.

64
New cards

Wat is de hoofdklacht en de duur ervan bij de patiënt in KLC 5?

Trillende rechterhand sinds de zomer.

65
New cards

Wat zijn de specifieke kenmerken van de tremor bij de patiënt in KLC 5?

Eenzijdig aanwezig, treedt op in rust en bij strekken.

66
New cards

Welke factoren beïnvloeden de tremor van de patiënt in KLC 5?

Toenemend bij spanning en vermoeidheid.

67
New cards

Welke bijkomende fysieke klachten heeft de patiënt in KLC 5?

Stijfheid van de onderbenen en een trillende rechterteen.

68
New cards

Welke bijkomende cognitieve of psychische klachten heeft de patiënt in KLC 5?

Hallucinaties en geheugenproblemen.

69
New cards

Wat is het verloop van deze klachten bij de patiënt in KLC 5?

Mevrouw ervaart deze klachten voor het eerst.

70
New cards

Welke psychische klachten ervaart de patiënt in KLC 5, sinds wanneer, en wat is de impact hiervan?

Visuele hallucinaties sinds 2019, voornamelijk in de nacht. Zij ziet niet-bestaande boze mensen en ervaart hierdoor angst. Hiervoor is medicatie aanwezig.

71
New cards

Hoe functioneert de patiënt in KLC 5 op het gebied van ADL en iADL, en welk hulpmiddel gebruikt zij?

Activiteiten van het dagelijks leven (ADL) en instrumentele activiteiten van het dagelijks leven (iADL) zijn volledig zelfstandig. Zij maakt gebruik van een rollator.

72
New cards

Wat zijn de maatschappelijke kenmerken en wekelijkse activiteiten van de patiënt in KLC 5?

Weduwe sinds 2013, heeft drie kinderen. Zij bezoekt wekelijks een handwerkclub.

73
New cards

Wat zijn de wensen van de patiënt in KLC 5 omtrent advanced care planning?

Behoud van zelfstandigheid is van groot belang; mevrouw wenst geen behandeling in het ziekenhuis.

74
New cards

Welke aandoeningen komen wel en niet familiair voor bij de patiënt in KLC 5?

Dementie en Diabetes Mellitus type 2 (DM2) zijn aanwezig in de familie. Er is geen sprake van de ziekte van Parkinson in de familie.

75
New cards

Wat zijn de bevindingen bij de inspectie van de rechterarm van de patiënt in KLC 5?

Rusttremor (die toeneemt bij focus erop), tremor bij beweging, tremor bij uitgestrekte arm. Er is geen sprake van een intentietremor.

76
New cards

Wat is de bevinding bij de palpatie van de rechterarm van de patiënt in KLC 5?

Subtiel tandradfenomeen rechts.

77
New cards

Wat is de bevinding bij het neurologisch onderzoek van de rechterarm van de patiënt in KLC 5?

Afwijkende diadochokinesie.

78
New cards

Hoe kan het looppatroon van de patiënt in KLC 5 worden omschreven?

Schuifelend, aanwezigheid van starthesitatie, verminderde armzwaai aan de rechterzijde.

79
New cards

Welke aandoeningen vormen de differentiaaldiagnose bij deze neurologische klacht?

Essentiële tremor, versterkt fysiologische tremor, Parkinson en cerebellaire pathologie.

80
New cards

Wat houdt Stap 1 van het diagnostische proces bij een tremor in, en welke diagnosen worden overwogen?

  • Stap 1: Onderscheid tussen rust- of actietremor

    • Indien rusttremor: Overweging van de ziekte van Parkinson of Parkinsonisme.

    • Indien actietremor: Doorgaan naar stap 2.

81
New cards

Wat houdt Stap 2 van het diagnostische proces bij een tremor in, en welke diagnosen worden overwogen?

  • Stap 2: Onderscheid binnen actietremor (houdings- versus bewegingstremor)

    • Indien houdingstremor: Overweging van essentiële tremor of versterkt fysiologische tremor.

    • Indien bewegingstremor: Doorgaan naar stap 3.

82
New cards

Wat houdt Stap 3 van het diagnostische proces bij een tremor in, en welke diagnosen worden overwogen op basis van het verloop?

  • Stap 3: Evaluatie van het verloop tijdens de beweging

    • Indien constant aanwezig tijdens de gehele beweging: Overweging van essentiële tremor of versterkt fysiologische tremor.

    • Indien specifiek een intentietremor (toenemend aan het einde van de doelgerichte beweging): Overweging van cerebellaire pathologie.

83
New cards

Wat is de definitie van een essentiële tremor?

De meest voorkomende bewegingsstoornis.

84
New cards

Hoe manifesteert een essentiële tremor zich doorgaans qua lokalisatie?

Meestal tweezijdig (beiderzijds).

85
New cards

Wat is de etiologie van een essentiële tremor?

Kenmerkt zich door een familiaire aanleg. Er zijn specifieke uitlokkende factoren.

86
New cards

Welke factor zorgt voor symptoomverlichting bij een essentiële tremor?

Alcoholconsumptie reduceert de klachten.

87
New cards

Wat is het karakter van een versterkte fysiologische tremor?

Meestal tijdelijk en reversibel van aard.

88
New cards

Wat zijn de mogelijke uitlokkende factoren van een versterkte fysiologische tremor?

Bijwerking van medicatie, hyperthyreoidie, of alcoholonttrekking.

89
New cards

Wat is de definitie van de ziekte van Parkinson?

Een chronische, neurodegeneratieve aandoening.

90
New cards

Welke typen symptomen omvat de symptomatologie van de ziekte van Parkinson?

Omvat zowel motorische als niet-motorische symptomen.

91
New cards

Wat is het verloop van de ziekte van Parkinson?

Geleidelijk progressief.

92
New cards

Wat zijn de verschillen tussen een essentiële tremor en parkinson?

Kenmerk

Essentiële tremor

Parkinson

Type

Actietremor

Rusttremor

Locatie

Beiderzijds

Eenzijdig

Pathofysiologie

Onduidelijk, vaak familiair

Afsterven dopamine-producerende hersencellen

Bijkomende klachten

Tremor in hoofd, stem, benen

Bradykinesie, rigiditeit, evenwichtsstoornissen

Prevalentie

500.000 in NL

65.000 in NL

93
New cards

Wat zijn het type, de locatie, de pathofysiologie, de bijkomende klachten en de prevalentie van de ziekte van Parkinson volgens de vergelijkingstabel?

Type: Rusttremor; Locatie: Eenzijdig; Pathofysiologie: Afsterven dopamine-producerende hersencellen; Bijkomende klachten: Bradykinesie, rigiditeit, evenwichtsstoornissen; Prevalentie: 65.000 in NL.

94
New cards

Op welke manier en met wie heeft de consultatie voor de diagnostische procedure in de casus plaatsgevonden?

De diagnose is gesteld na een teleconsult met de neuroloog en de geriater.

95
New cards

Hoe is de diagnostische procedure concreet uitgevoerd bij de patiënt thuis?

Een mobiel geriatrisch team heeft mevrouw thuis bezocht, waardoor een fysieke gang naar het ziekenhuis niet noodzakelijk was.

96
New cards

Wat is de definitieve werkdiagnose voor de patiënt in KLC 5?

Parkinsonisme, of primaire ziekte van Parkinson.

97
New cards

Hoe differentieert men tussen Lewy body dementie en de ziekte van Parkinson op basis van chronologie?

Indien hallucinaties chronologisch voorafgaan aan het parkinsonisme: Indicatie voor Lewy body dementie. Indien de tremor chronologisch voorafgaat aan het optreden van de hallucinaties: Indicatie voor de ziekte van Parkinson.

98
New cards

Hoe is er in de behandeling van de casus onderscheid gemaakt in de specifieke aandoening?

Er is onderscheid gemaakt in de aandoening door het starten van een medicamenteuze proefbehandeling.

99
New cards

Welke specifieke medicatie en dosering zijn gestart voor de proefbehandeling in KLC 5?

Levodopa/carbidopa 62,5 mg, 3 maal daags (3dd).

100
New cards

Wat zijn de resultaten en effecten van de proefbehandeling op de symptomen en het functioneren van de patiënt in KLC 5?

  • Enigszins zichtbaar effect op de reductie van de tremor.

  • Patiënt ervaart minder vermoeidheid.

  • Patiënt ervaart minder hallucinaties.

  • De mobiliteit van de patiënt is toegenomen.