bi: 5vwo pww3 h9

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/37

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:58 PM on 5/2/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

38 Terms

1
New cards

stofwisseling

gehaal aan chemische processen in een organisme

2
New cards

basale metabolisme

BMR

3
New cards

chemische energie

energie van atoombindingen

4
New cards

organische stoffen

C, H & O

C-H binding maken kost veel energie

5
New cards

NAD+ naar NADH & NADP+ naar NADPH

NAD+ → NADH (NADH,H+) + 2 e- + H+

NADP+ → NADPH (NADPH,H+)

6
New cards

ATP naar AMP

knowt flashcard image
7
New cards

dissimilatie en assimilatie kleine schets

knowt flashcard image
8
New cards

enzymen

  • substraat

  • enzym-substraatcomplex

  • actief centrum

  • elk een ander substraat & enzymwerking

  • atoombindingen worden verbroken en nieuwe gevormd (chemische reactie)

  • verlaagd de activeringsenergie

  • (apo-enzymen: co-enzym ( vitaminen) of co-factor (anorganisch))

<ul><li><p>substraat</p></li><li><p>enzym-substraatcomplex</p></li><li><p>actief centrum</p></li></ul><p></p><ul><li><p>elk een ander substraat &amp; enzymwerking</p></li><li><p>atoombindingen worden verbroken en nieuwe gevormd (chemische reactie)</p></li><li><p>verlaagd de activeringsenergie</p><p></p></li><li><p>(apo-enzymen: co-enzym ( vitaminen) of co-factor (anorganisch))</p></li></ul><p></p><p></p>
9
New cards

optimum kromme

te hoge temperatuur/pH zorgt voor denaturatie. de structuur verandert irreversibly

10
New cards

apo-enzymen

enzymen hebben een co-enzym (vitaminen) of co-factor (anorganisch) nodig om efficient te kunnen werken.

<p>enzymen hebben een co-enzym (vitaminen) of co-factor (anorganisch) nodig om efficient te kunnen werken.</p>
11
New cards

ATP-ase

  • substraat en co-enzym

transporteert ionen met de energie uit de omzetting van ATP in ADP en fosfaat

als H+ ionen via ATP-ase naar binnen stromen komt er juist energie beschikbaar die energie is voor synthese ATP

12
New cards

activator

binding van bepaalde stoffen beinvloedt de enzymactiviteit, de ruimtelijke structuur en de chemische eigenschappen veranderen

  • hogere enzymactiviteit; hormonen, geneesmiddelen

13
New cards

remstoffen

binding van bepaalde stoffen beinvloedt de enzymactiviteit, de ruimtelijke structuur en de chemische eigenschappen veranderen

  • verlagen de enzymactiviteit, lood & cadmium

14
New cards

reactieketen

opeenvolgende reacties leidt tot een eindproduct

15
New cards

chloroplast

chloroplast → granum → thylakoiden (die muntjes)

16
New cards

lichtreacties

op het membraan van thylakoiden

  • 2 typen chlorofyl

  • elektronen acceptoren en enzymen voor elektronentransport

  1. PSII: H2O → 2H+ (naar lumen) + 1/2O 2 (diffundeert naar stroma, huidmondjes scheiden het deels uit, de rest voor verbranding in mitochondrieen)

  2. enzymen gebruiken 2e- om extra H+ vanuit stroma naar lumen te transporteren.

    Daarna worden de 2e- via elektronentransportketen doorgegeven aan PSI

  3. PSI: maakt elektronen energierijk met behulp van lichtenergie

    • NADP+ neemt 2e- van NADP-reductase + H+ → NADPH

    • NADPH brengt 2e- en H+ naar calvin cyclus

  • een ophoping van H+ in lumen zorgt voor een elektrische spanning, diffundatie via ATP-synthase. ATP-synthase zet ADP → ATP om door energie van H+

17
New cards

donkerreacties

niet lichtafhankelijk

in het stroma

  • glucose wordt gevormd uit CO2, NADPH en H+ met behulp van energie

18
New cards

chemosynthese

  1. organismen gebruiken energie die vrijkomt van oxidatie anorganische stof, deze energie wordt tijdelijk opgeslagen in ATP

  2. met behulp van energie in ATP en waterstofdonor (stof met H+)

    wordt CO2 omgezet in glucose

  • nitraat en nitriet bacterien

  • zwavelbacterien

19
New cards

koolhydraten

  • bouwstof, brandstof, reservestof.

  • sachariden: mono, di, tri, polysachariden

monosachariden: glucose (oplosbaar want -OH groep, dus kan ketens en ringen vormen)

  • 5/6 C-atomen

disachariden: uit 2 ringen monosachariden → disachardie + H2O

polysacharide: door polymerisatie een lange keten van monosachariden

  • zetmeel: (reservestof) chloroplast en amyloplasten, slecht oplosbaar door grootte

  • glycogeen (reservestof): lever en spieren, veel vertakkingen

  • cellulose: stevige binding → stevige celwand

20
New cards

eiwitten

proteinen: polymeren van aminozuren

  • aminogroep

  • carboxylgroep

  • waterstof

  • restatoom

planten: bouwen eiwitten uit glucose & stofstofhoudende ionen

dieren: kunnen geen aminozuren bouwen uit glucose

  • essentiele aminozuren: niet zelf te maken, dus uit voedsel

  • niet-essentiele aminozuren: aminozuren zelf maken door andere amiozurenketens

21
New cards

eiwit-synthese van een dipeptide

carboxylgroep (COOH) + aminogroep (NH2) = peptidebinding + H2O

22
New cards

bepalen van structuur eiwit

  1. primair

    • type & volgorde aminozuren

  2. secundair (alfa-helix)

    • binding met hoek zorgt voor spiraalvorm

  3. teritiaire

    • waterstof & zwavelbruggen

  4. quaternaire

    • manier waarop meerdere polypeptideketens een eiwit vormen → bepalend voor de functie van een eiwit

23
New cards

vetten

lipiden

  • bouwstof, brandstof, reservestof

  • warrmte-isolerend

  • makend deel uit van: vitamines, cholesterol, hormonen

24
New cards

triglyceriden

veel lipiden zijn triglyceriden: 3 vetzuren aan glycerol

vetzuur (hydrofoob): CH2 groepen + COOH

25
New cards
26
New cards

verzadigde vetten

maximaal aantal H atomen

slechte dikke vetten

27
New cards

onverzadigde vetten

  • knik in ruimtelijke vorm

  • goede vetten

  • laag kookpunt

28
New cards

fosfolipiden

1 vetzuur vervangen door een fosfaatgroep

hydrofiele kop, hydrofiele staart

29
New cards

aerobe dissimilatie in 4 stappen met reactievergelijking (binas 68A)

  1. glycolyse

    1. fosfolyering (energie''verlies''): 2 ATP wordt ingeleverd → 2 ADP

      de P wordt vastgemaakt aan molecuul

    2. energiewinst:

      1. uit 1 fructose-,1,6-difosfaat worden 2 glyceralhyde-3-fosfaat gemaakt.

      2. per gylceralhyde-3-fosfaat wordt:

        (NAD+ + 2e- + 2H+ → NADH2) x2

      3. fosfaat wordt afgekoppeld om weer ATP te maken in 2 stappen"

      4. je hebt pyrodruivenzuur!

  2. in de matrix (mitochondrieen)

    • ( pyrodruivenzuur + co-enzym A → acetyl-co-enzym A + NADH2 ) x2

  3. citroenzuurcyclus

    1. oxaalazijnzuur + actyl-coA → citroenzuur + HS-COA

      • (2 x NAD + 3x H+ =3x NADH2) x2

      • (1x FAD + 1 H → 3x FADH2) x2

      • (1x ADP + 1 P → 1x ATP) x2

  4. oxidatieve fosforylering

    • elektronen uit NADH2 en FADH2 worden doorgegeven aan elektronenacceptoren

    • per H+ = 1 ATP

30
New cards

citroenzuurcyclus

  • citroenzuurcyclus

    1. oxaalazijnzuur + actyl-coA → citroenzuur + HS-COA

      • (2 x NAD + 3x H+ =3x NADH2) x2

      • (1x FAD + 1 H → 3x FADH2) x2

      • (1x ADP + 1 P → 1x ATP) x2

31
New cards

glycolyse

glucose wordt omgezet in 2 moleculen pyrodruivenzuur

  1. glycolyse

    1. fosfolyering (energie''verlies''): 2 ATP wordt ingeleverd → 2 ADP

      de P wordt vastgemaakt aan molecuul

    2. energiewinst:

      1. uit 1 fructose-,1,6-difosfaat worden 2 glyceralhyde-3-fosfaat gemaakt.

      2. per gylceralhyde-3-fosfaat wordt:

        (NAD+ + 2e- + 2H+ → NADH2) x2

      3. fosfaat wordt afgekoppeld om weer ATP te maken in 2 stappen"

      4. je hebt pyrodruivenzuur!

32
New cards

oxidatieve fosforylering

oxidatieve fosforylering

  • elektronen uit NADH2 en FADH2 worden doorgegeven aan elektronenacceptoren

  • per H+ = 1 ATP

33
New cards

anaerobe dissimiliatie

  • minder ATP

  • gisting of fermentatie

C6H12O6 → 2 C2H6O +2 CO2 + 2 ATP

34
New cards

melkzuurgisting

oxidatieve fosforylering is gestagneert, weinig ATP dus meer verbranding van glucose voor zelfde energie

in spieren dus (lactic acid)

NAD+ neemt waterstofatomen op,

melkzuur → lever → O2 + ATP → glucose

spieren kunnen ook verzuren: ATP → ADP + H2PO4 (geen goede verbranding)

35
New cards

wat gebeurt er in de maag van koeien op fermentatieniveau

  1. fermentatie → H

  2. H → (door bacterien) → CH4 (methaan)

36
New cards

aerobe dissimilatie van koolhydraten

koolhydraten worden eerst omgezet in monosachariden voordat ze kunnen worden gedissimlieerd

37
New cards

aerobe dissimilatie van eiwitten

  • eiwitten worden gesplitst in aminozuren

  • van de aminozuren wordt de aminogroep afgesplitst → urinezuur/ureum → uitshceiding (kan ook zwavel ontstaan)

  • de rest: omgezet in pyrodruivenzuur, acetylcoA of andere stof citroenzuurcyclus

38
New cards

aerobe dissimilatie van vetten

vetten worden eerst afgesplitst in glycerol en vetzuren

  • glycerol kan in cellen worden omgezet in pyrodruivenzuur

  • glycerol kan ook worden omgezet in glucose → glycogeen

vertzuren worden afgesplitst in de vorm van C2-moleculen → acetyl-coA

Veel C-H bindingen - energierijk