Thema 1 erfelijkheid

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/22

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:42 AM on 6/20/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

23 Terms

1
New cards
<p>bouw van het menselijke Cel</p>

bouw van het menselijke Cel

1) Celkern
2) Celmembraam
3) Cytoplasma

2
New cards

celkern

Dit onderdeel coördineert de werking van de cel en bevat de code voor erfelijke kenmerken van het organisme (DNA).

3
New cards

celmembraan

Dit onderdeel is de celbegrenzing die het transport van stoffen in en uit de cel regelt.

4
New cards

cytoplasma

Dit onderdeel is de vloeistof die opgeloste stoffen voor de cel bevat.

5
New cards

DNA

et DNA bevat al onze erfelijke informatie en heeft de vorm van een dubbele helix.

6
New cards

gen

Een gen is een stuk DNA dat de unieke code voor één kenmerk bevat

7
New cards

hoeveel chromosomen hebben lichaamscellen

46

8
New cards

hoeveel chromosomen hebben voortplantingscellen

23

9
New cards

wat doen geslachtshormonen

bepalen of het kind een jongen (xy) of een meisje (xx) is

10
New cards

geef neg en pos ontwikkelingen die de foetus beinvloeden

Negatief: Drugs, Roken, Alcohol, Stress
Positief: Rust, Gezonde voeding, Beweging, Vitamines

11
New cards

Hoe ga je van een DNA naar een kenmerk

Een gen wordt eerst overgeschreven naar een gekopieerde code. Die gekopieerde code wordt daarna vertaald naar een specifiek kenmerk van de mens (zoals je oogkleur).

12
New cards

genotype

Het genotype is de genetische informatie zoals ze in de chromosomen te vinden is.

13
New cards

fenotype

Het fenotype is het geheel van de waarneembare kenmerken van een individu.

14
New cards

Verschil mutatie/ modificatie

Mutaties (genotypische veranderingen): Dit zijn onomkeerbare wijzigingen in het DNA, die erfelijk kunnen zijn vanaf de geboorte of kunnen ontstaan door omgevingsfactoren zoals uv-straling.

Modificaties (fenotypische veranderingen): Dit zijn omkeerbare wijzigingen van het fenotype onder invloed van de omgeving, zoals geverfd haar of rechte tanden door een beugel.

15
New cards

Omgevingsfactoren

Deze factoren uit de omgeving kunnen zowel fenotypische (uiterlijke) als genotypische (in het DNA) veranderingen veroorzaken.

16
New cards

Nature versus nurture

nature staat voor wat er vastligt in ons DNA

nurture voor de invloed van de omgeving op onze eigenschappen.

17
New cards

Biotechnologie

is de studie en het gebruik van levende organismen om hun DNA aan te passen voor specifieke toepassingen

18
New cards

wat is allel en welke soorten

allel: Een allel is een variant van een gen.

a) dominant allel: Het dominante allel is het allel dat overheerst.

b) recessief allel: Het recessieve allel is het allel dat overheerst wordt.

19
New cards

Homozygoot vs heterozygoot

homozygoot: Homozygoot betekent dat beide allelen voor een bepaald kenmerk hetzelfde zijn.
heterozygoot: Heterozygoot betekent dat beide allelen voor een bepaald kenmerk verschillend zijn

20
New cards

wat is het kruisschema en hoe maak je het

knowt flashcard image
21
New cards

wat is monohybride overerving

wordt de overerving van 1 kenmerk bestudeerd

22
New cards

geef de overerving van bloedgroepen

knowt flashcard image
23
New cards

wat gebeurt er bij CO-dominantie

komen beide allelen dominant voor waardoor ze samen bijdragen tot het fenotype