1/211
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
neuroplasticiteit
vermogen vd hersenen om structuur en functie te reorganiseren
op niveau van neuronen (neurogenesis), synapsen (sprouting en synaptogenese) en informatiesnelwegen
spontaan herstel
autonome herstelprocessen kort na letsel.
opheffen diaschisis, functioneel netwerkherstel, spontane gedragsmatige compensatie
reperfusie
na ischemisch CVA, oplossing bloedklonter en herstel van doorbloeding naar beschadigd hersenweefsel zodat randzone niet afsterft
penumbra
randgebied dat nog kans maakt om te herstellen (hoe meer tijd verstreken, hoe kleiner en hoe meer cellen definitief beschadigd)
trombolyse
om bloedstolsel in bloedvat op te lossen, spontaan of medicamenteus (intraveneus/intra-arterieel)
trombectomie
mechanisch verwijderen van klonter (via catherder)
denervatie-overgevoeligheid
verschijnsel waarbij cellen of weefsels extra gevoelig worden voor neurotransmitters nadat hun normale zenuwvoorziening is weggevallen
neurogenese
aanmaak van nieuwe neuronenn in bepaald hersengebied, beinvloed door genetica, levensstijl en omgevingsstimuli
in normale ontwikkeling vna belang bij hippocampus en olfactorische bol
sprouting
proces waarbij neuronen nieuwe dendrieten ontwikkelen om verbindingen te maken met andere neuronen, creeren van alternatieve routes voor informatieoverdracht
synaptogenese
proces waarbij neuronen nieuwe synaptische verbindingen tot stand brengen met andere neuronen, verbeteren van communicatie tussen neuronen
synaptische plasticiteit
vermogen van synapsen om hun sterkte en efficientie aan te passen in reactie op ervaring en activiteit
LTP
synaptische versterking, door verhoogde afgifte van NTs, veranderingen in receptor van ontvanger
indien niet: geen consolidatie
LTD
synaptische verzwakking, reactie op verminderde stimulatie, afleren van verkeerde associaties
> langdurige depressie
indien niet: rigiditeit
leren
selectief versterken en selectief verzwakken (LTP en LTD)
informatiesnelwegen
efficiente en effectieve routes van communicatie tussen neuronen binnen neurale netwerken, genereren van geintegreerde en gecoordineerde reacties op externe en interne stimuli
connectoom
volledige netwerk van verbindingen in de hersenen. hersenen als complex netwerk
vb. DMN, salience network, CEN
neuronaal netwerk
kenmerken: snelheid, automatische verwerking en coordinatie
vb. reflexen, automatistaie, motorische coordinatie, snelle infoverwerking. berust op samenwerking
corresponderen met specifieke cognitieve functies, ondersteund door witte-stofbanen
fMRI
functionele connectiviteit neuronaal netwerk
PET
metabole connectivitiet neuronaal netwerk
MRI/DTI
structurele connectiviteit neuronaal netwerk
default mode network
neuraal netwerk.
resting-state fMRI: mediale prefrontale cortex, posterior cingulate cortex, angulaire gyrus
zelfreflectie, dagdromen/interne gedachten
actief in rust en onderdrukking tijdens cognitieve taken
toep: alzheimer (vroegere verstoring), depressie (ruminatie, hyperconnectiviteit), meditatie
salience network
neuraal netwerk.
anterieure insula, anterieure cingulate cortex
detecteren van belangrijke prikkels, schakelen tussen DMN en taakgerichte netwerken
central executive network
neuraal netwerk.
frontoparietale netwerk (dlPFC, posterior parietale cortex)
werkgeheugen, EF, gerichte aandacht, ‘regelaar’
connectiviteit correleert met IQ en verwerkingssnelheid
diaschisis
tijdelijk functieverlies in hersengebieden die zelf niet beschadigd zijn, maar functioneel verbonden zijn met beschadigd gebied
intrahemisferisch/interhemisfericht/tussen hogere en lagere delen van CZS
functionele diaschisis
tijdelijke vermindering van activiteit in hersengebied dat direct is verbonden met beschadigde gebied, maar zelf niet direct is aangetast door letsel
tgv verlies van input vanuit beschadigde gebied naar niet-beschadigde gebied
herstel bij communicatieverbetering
normale hersenactivering tijdens geselecteerde taak kan worden verhoogd of verlaagd na laesie
connectionele diaschisis
tijdelijke vermindering van activiteit in gebied dat niet direct is verbonden met beschadigde gebied, maar wel deel uitmaakt van netwerk van verbonden hersengebieden
tgv verstoring van functionele connectiviteit
herstel bij compensatiemechanismen/neuroplasticiteit dat ervoor zorgt dat functionele connectiviteit binnen netwerk wordt hersteld
sterkte en richting van verbindingen op afstand in een geselecteerd netwerk kunnen worden verhoogd of verlaagd
diaschisis in rust
focale laesie introduceert vermindering van metabolisme op afstand
connectomale diaschisis
laesie van connectoom induceert wijdverspreide veranderingen in organisatie van hersennetwerk, waaronder afname of toename van connectiviteit
functionele reorganisatie
ter opheffing van diaschisis, andere delen van hersenen nemen functies over
homoloog
cortex in contralaterale hemisfeer
perilaesioneel
naburige cortex in zelfde hemisfeer
interne redundantie
meerdere hersengebieden voeren overlappende of vergelijkbare functies uit (flexibiliteit en aanpassingsvermogen van brein)
externe redundantie
manier waarop hersenen omgaan met externe stimuli in informatie, info wordt vanuit meerdere zintuigen ontvangen, overlappende info
spontane compensatiemechanismen
spontaan ontwikkelen (leren) van compensatiestrategieen voor het uitvoeren van dagelijkse activiteiten
cognitieve reserve
idee dat mensen met meer ervaring, opleiding of intellectuele capaciteit beter in staat zijn om impact van hersenschade op te vangen
use it or lose it
principe ervaringsafhankelijke neuroplasticiteit
niet stimuleren van specifieke hersenfunctie kan leiden tot functionele achteruitgang
use it and improve it
principe ervaringsafhankelijke neuroplasticiteit
training die een specifieke hersenfunctie stimuleert, kan leiden tot verbetering van die functie
specificiteit
principe ervaringsafhankelijke neuroplasticiteit
aard van training bepaalt aard van plasticiteit
cf. engram en sterkte van engram
vb. training van slikken leidt niet automatisch tot training van stemgeving
repetition matters
principe ervaringsafhankelijke neuroplasticiteit
induceren van plasticiteit vereist voldoende herhaling (tegengaan verval, bepaalde drempel overwinnen)
intensity matters
principe ervaringsafhankelijke neuroplasticiteit
induceren van plasticiteit vereist voldoende trainingsintensiteit
time matters
principe ervaringsafhankelijke neuroplasticiteit
verschillende vormen van plasticiteit treden op verschillende momenten op tijdens de training
ook tijdsafhankelijke kwetsbaarheden (excitotoxiciteit)
salience matters
principe ervaringsafhankelijke neuroplasticiteit
trainingservaring moet voldoende in het oog springen om plasticiteit te veroorzaken
beloning, emotie, motivatie en aandacht moduleren sterkte (selectieve aandacht)
acetylcholine agonisten
cf. revalidatie: stimuli selecteren en prioriteren op basis van belangrijkheid voor individu
age matters
principe ervaringsafhankelijke neuroplasticiteit (fysieke en mentale activiteiten)
door training geïnduceerde plasticiteit komt makkelijker voor in jongere hersenen
! geen verschil in effect van hersenletsel op functies en gedrag; wel op spontaan herstel en ischemische zones
transference
principe ervaringsafhankelijke neuroplasticiteit
plasticiteit als reactie op 1 trainingservaring kan het verwerven van gelijkaardige vaardigheden verbeteren (netwerken die gelijktijdig of daaropvolgend geactiveerd worden)
toepassingen met TMD en tDCS
interference
principe ervaringsafhankelijke neuroplasticiteit
plasticiteit als reactie op 1 ervaring kan interfereren met verwerven van andere vaardigheden
engram
geheugenspoor in hersenen die herinnering vormen, fysieke en chemische veranderingen in neuronen
excitotoxiciteit
beschadigingen en afsterven van zenuwcellen door overstimulatie
learned non-use
intensief gebruik van niet-aangedane lidmaat leidt tot verminderd gebruik en functie van aangedane lidmaat
vaardigheidstraining
her(aanleren) van concrete handelingen uit dagelijksleven, vb. klokkijken of koken
foutloos leren (geheugenproblemen)
grafentheorie
netwerktheorie, combinatie van punten en verbindingen, efficientie van netwerk bepaald door kwaliteit en organisatie van verbindingen
diffusie tensor imaging (DTI)
netwerk van wittestofbanen reconstrueren, correleren met cognitief functioneren van patienten met NAH, onafhankelijk van ernst van NAH
toepassing van diffusie-gewogen MRI, microstructuur, info over organisatie en integriteit. afhankelijk van dichtheid aan axonen en myeline. gevoelig voor schade aan verbindingen op cellulair niveau
MA en FA
diffusie-gewogen MRI
netwerk van wittestofbanen reconstrueren, correleren met cognitief functioneren van patienten met NAH, onafhankelijk van ernst van NAH
gespecialiseerde vorm van MRI, brengt beweging van watermoleculen in weefsels van het lichaam in kaart. verspreiding van hoge naar lage concentratie, meten van snelheid en richting diffusie → info over hoe wittestofbanen lopen (functionele connectiviteit tussen verschillende hersengebieden)
mean diffusitivity (MD)
binnen DTI-MRI
hoe minder axonen en myeline in witte stof, hoe meer vrijheid moleculen hebben om zich te verspreiden
fractional anistropy (FA)
binnen DTI-MRI
bij verlies aan weefseldichtheid neemt hoofdrichting van diffusie af
lager = microstructurele schade, verklaart meer variatie in EF dan microstructurele schade aan overige verbindingen
tDCS
goedkoop, minder precieze lokalisatie. langdurige effecten, groot tijdsvenster voor combinatie met revalidatieoefeninggen. zwakke gelijkstroom, variatie qua duur en intensiteit
toepassing: depressie, pijn, verslaving, motorische en fatische stoornissen
rTMS
duur, maar diepere penetratie en precieze lokalisatie
pulsen, variatie in frequentie en intensiteit (lage freq = inhibitie, hogere freq = excitatie)
toepassing bij depressie (amygdala), OCD, verslaving, migraine, chronische pijn
constraint-induced movement therapy (CIMT)
bij learned non-use; beperken van gebruik van niet-aangedane arm, stimuleren en trainen van aangedane arm, intensieve en herhaalde oefeningen
spiegeltherapie
visuele illusie creeren dat verlamde arm beweegt zoals niet-aangedane arm; sensorimotorische representaties, motorische herprogrammering. rol van spiegelneuronen, herstel motorische functie: vertalen van visuele input naar motorische actie
motor imagery
verbeteren van motorische functie dmv mentale voorstellingen van bewegen, zonder daadwerkelijke fysieke uitvoering
verbale instructies, visuele cues en feedback; kracht van de verbeelding
aandacht
model P&P: alertheid, orientatie, executieve aandacht
alertheid
ontvankelijkheid voor stimulatie, staat van gereedheid om te reageren
tonische: algemene staat van waakzaamheid gedurende langere tijd (door organisme zelf bepaald)
fasische: korte toename van waakzaamheid als reactie op waarschuwingssignaal (KT)
volgehouden aandacht
RAS, R hemisfeer (frontoparietaal)
orienterend systeem
info prioriteren overheen modaliteit en en ruimte. snelle controle over aandacht, reageren op sensorische gebeurtenissen en switchen van aandacht
selectieve en gerichte aandacht
breinstam, limbisch systeem, frontale lob, R parietale lob
executieve aandacht
controlemechanisme, bepalen waar aandacht naar gericht wordt ifv beoogde doel. taak opzetten + focus behouden
verdeelde en alternerende aandacht
frontale lob
hierarchisch aandachtsmodel
gericht
volgehouden
selectief
alternerend
verdeeld
gerichte aandacht
basisreactie op externe of interne stimuli, vermogen om aandacht bewust en doelgericht te richten op specifieke stimulus, taak of activiteit (aud, vis, tact, cogn)vo
volgehouden aandacht
handhaaft respons op een stimulus die langdurig wordt gepresenteerd. waakzaamheid, werkgehuegen en mentale controle
selectieve aandacht
vermogen om relevante info te selectern en te verwerken en irrelevante info te negeren/onderdrukken (bottleneck)
alternerende aandacht
vermogen om aandacht te switchen tussen cognitieve taken
verdeelde aandacht
vermogen om tegelijk meerdere responsen te geven op meerdere cognitieve stimuli
informatieverwerking
hoeveelheid info, snelheid en controle, planning en organisatie, prioriteiten stellen (filtering)
mentale overbelasting
infoverwerkingsprobleem na NAH, brein raakt overbelast en kan geen nieuwe info meer opnemen of verwerken
mentale belastbaarheid
vermogen van hersenen om prikkels te verwerken
mentale traagheid
meer tijd nodig om prikkels te verwerken
functietraining
bottom up, progressieve opbouw moeilijkheidsgraad, probleem generalisatie, kan ziekte-inzicht en motivatie voor strategietraining verhogen
vb. rehacom, cogniplus, cogpack, focumix, dubbeltaaktraining, VR (+ effect van beweging op cognitie)
attention process training
hierarchische doelgerichte multilevel training, 5 niveaus van aandacht. stijgende moeilijkheidsgraag, ook mbt snelheid infoverwerking
cognitieve vaardigheden
belangrijke voorwaarde om geleerde te kunnen toepassen in andere situaties (generalisatie, in zo ver mogelijk)
compensatietraining
strategietraining, top down. voorwaarde: bewustzijn en ziekteinzicht
metacognitieve strategietraining
nodig voor adaptatie aan cognitieve en emotionele problemen, belangrijk om familie te betrekken.
interne strategieen/externe afleiding verminderen/interne afleiding verminderen (mindfulness)/externe hulpmiddelen
self-check strategies
environmental modifications
task management strategies
time management protocol
cognitieve strategie om te compenseren voor gevolgen van vertraagde informatieverwerking in allerlei dagelijkse activiteiten
rationale: taakanalysemodel, met beslissingsmodelen: strategisch (tijdsdruk vermijden, vb. routekeuze) / tactisch (tijdsdruk hanteren, vb. snelheid beperken) / operationeel (veel tijdsdruk, directe beslissingen)
beschrijf de taak (kleinere stappen, komt tijdsdruk voor?)
maak een plan (wat kan ik al doen?)
zet dode momenten op een rij, maak een noodplan
gebruik plan en noodplan (bewaak stappen met tijdsdruk, evt noodplan)
evalueer de taak (gelukt? waar verbeteren?)
hanterende strategie + anticipatory awareness
hanterende strategie
probleemsituatie leren herkennen, tijdsdruksituaties hanteren van zodra ze zich voordoen
> situational compensation: wordt gewoonte in specifieke situatie
anticiperende strategie
tijdsdruksituaties voorkomen (vaak niet toe in staat)
vermoeidheid
subjectieve ervaring, gevoel van algemeen verminderde energie, fysieke en/of cognitieve uitputting
vermoeibaarheid
objectief, afname in lichamelijke en cognitieve prestaties na langdurige inspanning
deconditionering
binnen fysieke vermoeidheid. gevolg van periode van ziekte, immobiliteit en/of inactiviteit; verlies aan fysieke fitheid en uithoudingsvermogen, afname vermogen (cf vermijdingsgedrag → - LT effecten)
PRET
aanpak vermoeidheid
pauzes inplannen, rustige omgeving, een ding tegelijk, tempo aanpassen
lega accu theorie
metafoor voor vermoeidheid bij NAH
exposure/desensitisatie
aanpak hypersensitiviteit: geleidelijk toenemende blootstelling aan vermeden stimulus (toenemende intensiteit van triggerstimulus). persoon niet beschermen tegen blootstelling, niet aanmoedigen van vermijdingsgedrag
post-concussive symptoms
na mTBI; > 2 symptomen minimum 4 weken (hoofdpijn, geheugenproblemen, vermoeidheid, slaapproblemen, ..) overlap met andere aandoeningen!
persistent post-commotioneel syndroom
symptomen PCS houden >3M aan; indicatie voor psychotherapeutische interventies.
cortisol
cruciaal hormoon voor aanpassing aan uitdagende en stressvolle situaties
fear avoicance model
gedrag kort na mBTI verhoogt risico op chronische PCS klachten en psychische problemen.
catastroferen en vermijdingsgedrag
denial of ability
groep patienten presenteert zich met ernstige subjectieve klachten na relatief mTBI, ernst klachten niet in verhoding tot ernst letsel. vermoedelijk (premorbide) emotionele problematiek, noodzaak: vertrouwensrelatie, psychodynamische aanpak → CGT
belang van erkenning en vroege interventies
geheugen
gebaseerd op hersenplasticitteit.
opslag, vasthouden, terugzoeken
limbisch systeem; PFC + temporaalkwab
sensorisch - KTM - LTG - prospectief
amnesie
geheugenverlies; ook bij normale veroudering
retrospectief geheugen
informatie en kennis meestal bewaard bij NAH
prospectief geheugen
vaak problemen mee bij NAH: moeilijk nieuwe dingen leren, veel tijd nodig, veel vergeten, slechts gedeelte onthouden, herkennen > oproepen
foutloos leren
begeleiding zodanig dat kans op fouten minimaal wordt
bij ernstige geheugenstoornissen; impliciet leren en proceduraal geheugen intact
effectiever in combi met spaced retrieval en/of chaining
N-back
specifieke taak ter revalidatie van werkgeheugen (positief effect op ccognitieve reserve, maar weinig generalisatie
compensatietraining
elke interventie, strategie of techniek die tot doel heeft om ptn en naasten in staat te stellen om geheugenstoornissen te verminderen, omzeilen of met consequenties ervan voor het dagelijks leven te leren omgaan. focus op gedrag, ezlfredzaamheid
4 stappen:
is er spontaan?
welk mechanisme?
verschilt het van hetgeen normale mensen doen?
hoe effectief is het?
verbale geheugenstrategieen
preview questions read state test (PQRST); eerstelettertechniek, verbale associaties