1/29
Deze flashcards behandelen de functies van de Latijnse naamvallen (datief, genitief, ablatief) en de regelmatige en onregelmatige vorming van trappen van vergelijking voor adjectieven en bijwoorden.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Bijwoordelijke bepaling (BWB)
Een functie van de ablatief die vaak wordt ingeleid door een voorzetsel, behalve bij namen van steden en kleine eilanden.
Handelend voorwerp (HV)
Een functie van de ablatief (ablativus auctoris) die wordt gebruikt bij een passief werkwoord om aan te geven door wie de handeling wordt verricht.
Comparatief van een bijwoord
Gevormd door het adjectief in de comparatief op −ius te gebruiken.
Superlatief van een bijwoord
Gevormd door het adjectief in de superlatief met de uitgang −e.
multum (comparatief en superlatief)
plus (meer) en plurimum of plerumque (zeer veel / meestal).
diu (comparatief en superlatief)
diutius (langer) en diutissime (langst / zeer lang).
magis / maxime
Bijwoorden die 'meer' en 'zeer / het meest' betekenen.
Adjectieven op -er (superlatief)
Vormen een onregelmatige superlatief op −errimus, zoals pulcher naar pulcherrimus, −a, −um.
Adjectieven op -ilis (superlatief)
Enkele adjectieven zoals facilis vormen een onregelmatige superlatief op −illimus, zoals facillimus, −a, −um.
bonus, -a, -um (trappen van vergelijking)
melior (beter / nogal goed) en optimus (beste / zeer goed).
malus, -a, -um (trappen van vergelijking)
peior (slechter / nogal slecht) en pessimus (slechtste / zeer slecht).
magnus, -a, -um (trappen van vergelijking)
maior (groter / nogal groot) en maximus (grootste / zeer groot).
parvus, -a, -um (trappen van vergelijking)
minor (kleiner / nogal klein) en minimus (kleinste / zeer klein).
multi, -ae, -a (trappen van vergelijking)
plures (meer / nogal veel) en plurimi of plerique (zeer veel / de meeste).
Datief (meewerkend voorwerp)
De naamval voor wie of wat de handeling bestemd is, vertaald met 'aan' of 'voor'.
confidere (+ datief)
Een werkwoord dat wordt aangevuld met een voorwerp in de datief, betekenis: vertrouwen.
par (+ datief)
Een adjectief dat wordt aangevuld met een voorwerp in de datief, betekenis: opgewassen tegen.
Dativus possessivus (datief van bezit)
Gebruik van de datief bij het werkwoord esse om de bezitter aan te duiden (bijv. 'Nobis copia est' = 'Wij hebben een voorraad').
Genitief (bijvoeglijke bepaling)
De naamval van de bijvoeglijke bepaling (BVB) bij een kern, meestal vertaald met 'van'.
cupidus (+ genitief)
Een adjectief dat wordt aangevuld met een genitief, betekenis: vol verlangen naar.
ignarus (+ genitief)
Een adjectief dat wordt aangevuld met een genitief, betekenis: niet op de hoogte van.
plenus (+ genitief)
Een adjectief dat wordt aangevuld met een genitief, betekenis: vol.
Vorming Comparatief
Stam van het adjectief + kenletters −ior− voor M/V en −ius voor de nominatief/accusatief onzijdig.
Vorming Superlatief
Stam van het adjectief + kenletters −issim− + uitgangen van de 1ste klasse (−us,−a,−um).
Ablativus comparationis
Een voorwerp in de ablatief dat wordt gebruikt in een vergelijking in plaats van de constructie met quam. Oud-Grieks gebruikt hiervoor de genitief.
potiri (+ ablatief)
Een werkwoord dat wordt aangevuld met een ablatief, betekenis: bemachtigen of beheersen.
uti (+ ablatief)
Een werkwoord dat wordt aangevuld met een ablatief, betekenis: gebruiken of omgaan met.
nihil opus est (+ ablatief)
Een uitdrukking die wordt aangevuld met een ablatief, betekenis: niets nodig hebben.
dignus (+ ablatief)
Een adjectief dat wordt aangevuld met een ablatief, betekenis: waardig, passend of waard.
liber (+ ablatief)
Een adjectief dat wordt aangevuld met een ablatief, betekenis: vrij van.