Latijnse Grammatica: Trappen van Vergelijking en Naamvallen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/29

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de functies van de Latijnse naamvallen (datief, genitief, ablatief) en de regelmatige en onregelmatige vorming van trappen van vergelijking voor adjectieven en bijwoorden.

Last updated 10:32 AM on 6/14/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

30 Terms

1
New cards

Bijwoordelijke bepaling (BWB)

Een functie van de ablatief die vaak wordt ingeleid door een voorzetsel, behalve bij namen van steden en kleine eilanden.

2
New cards

Handelend voorwerp (HV)

Een functie van de ablatief (ablativus auctoris) die wordt gebruikt bij een passief werkwoord om aan te geven door wie de handeling wordt verricht.

3
New cards

Comparatief van een bijwoord

Gevormd door het adjectief in de comparatief op ius-ius te gebruiken.

4
New cards

Superlatief van een bijwoord

Gevormd door het adjectief in de superlatief met de uitgang e-e.

5
New cards

multum (comparatief en superlatief)

plusplus (meer) en plurimumplurimum of plerumqueplerumque (zeer veel / meestal).

6
New cards

diu (comparatief en superlatief)

diutiusdiutius (langer) en diutissimediutissime (langst / zeer lang).

7
New cards

magis / maxime

Bijwoorden die 'meer' en 'zeer / het meest' betekenen.

8
New cards

Adjectieven op -er (superlatief)

Vormen een onregelmatige superlatief op errimus-errimus, zoals pulcherpulcher naar pulcherrimuspulcherrimus, a-a, um-um.

9
New cards

Adjectieven op -ilis (superlatief)

Enkele adjectieven zoals facilisfacilis vormen een onregelmatige superlatief op illimus-illimus, zoals facillimusfacillimus, a-a, um-um.

10
New cards

bonus, -a, -um (trappen van vergelijking)

meliormelior (beter / nogal goed) en optimusoptimus (beste / zeer goed).

11
New cards

malus, -a, -um (trappen van vergelijking)

peiorpeior (slechter / nogal slecht) en pessimuspessimus (slechtste / zeer slecht).

12
New cards

magnus, -a, -um (trappen van vergelijking)

maiormaior (groter / nogal groot) en maximusmaximus (grootste / zeer groot).

13
New cards

parvus, -a, -um (trappen van vergelijking)

minorminor (kleiner / nogal klein) en minimusminimus (kleinste / zeer klein).

14
New cards

multi, -ae, -a (trappen van vergelijking)

pluresplures (meer / nogal veel) en plurimiplurimi of pleriqueplerique (zeer veel / de meeste).

15
New cards

Datief (meewerkend voorwerp)

De naamval voor wie of wat de handeling bestemd is, vertaald met 'aan' of 'voor'.

16
New cards

confidere (+ datief)

Een werkwoord dat wordt aangevuld met een voorwerp in de datief, betekenis: vertrouwen.

17
New cards

par (+ datief)

Een adjectief dat wordt aangevuld met een voorwerp in de datief, betekenis: opgewassen tegen.

18
New cards

Dativus possessivus (datief van bezit)

Gebruik van de datief bij het werkwoord esseesse om de bezitter aan te duiden (bijv. 'Nobis copia est' = 'Wij hebben een voorraad').

19
New cards

Genitief (bijvoeglijke bepaling)

De naamval van de bijvoeglijke bepaling (BVB) bij een kern, meestal vertaald met 'van'.

20
New cards

cupidus (+ genitief)

Een adjectief dat wordt aangevuld met een genitief, betekenis: vol verlangen naar.

21
New cards

ignarus (+ genitief)

Een adjectief dat wordt aangevuld met een genitief, betekenis: niet op de hoogte van.

22
New cards

plenus (+ genitief)

Een adjectief dat wordt aangevuld met een genitief, betekenis: vol.

23
New cards

Vorming Comparatief

Stam van het adjectief + kenletters ior-ior- voor M/V en ius-ius voor de nominatief/accusatief onzijdig.

24
New cards

Vorming Superlatief

Stam van het adjectief + kenletters issim-issim- + uitgangen van de 1ste klasse (us,a,um-us, -a, -um).

25
New cards

Ablativus comparationis

Een voorwerp in de ablatief dat wordt gebruikt in een vergelijking in plaats van de constructie met quamquam. Oud-Grieks gebruikt hiervoor de genitief.

26
New cards

potiri (+ ablatief)

Een werkwoord dat wordt aangevuld met een ablatief, betekenis: bemachtigen of beheersen.

27
New cards

uti (+ ablatief)

Een werkwoord dat wordt aangevuld met een ablatief, betekenis: gebruiken of omgaan met.

28
New cards

nihil opus est (+ ablatief)

Een uitdrukking die wordt aangevuld met een ablatief, betekenis: niets nodig hebben.

29
New cards

dignus (+ ablatief)

Een adjectief dat wordt aangevuld met een ablatief, betekenis: waardig, passend of waard.

30
New cards

liber (+ ablatief)

Een adjectief dat wordt aangevuld met een ablatief, betekenis: vrij van.