1/44
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen van het marketingexamen voor juni 2026, inclusief definities van modules 1 tot en met 7, zoals strategische planning, de marketingmix, segmentatie en communicatie.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Marketing
Het creëren, communiceren, leveren en uitwisselen van een aanbod dat waarde heeft voor klanten, de organisatie en de maatschappij.
B2C
Business to Consumer: marketing waarbij de klant een particulier of eindgebruiker is.
B2B
Business to Business: marketing waarbij de klant een bedrijf of zakelijke koper is.
Afnemers
Een groep personen of organisaties met bepaalde behoeften die voor een product of dienst betalen en deze ook gebruiken.
Stakeholders
Alle personen of organisaties die een belang hebben bij de uitkomst van het marketingproces, zoals kopers, verkopers, investeerders en medewerkers.
Value proposition
Een serie waarden die een bedrijf belooft te leveren aan klanten om hun behoeften te bevredigen.
CRM
Customer Relationship Management: een systeem voor het beheren van klantrelaties.
Trade marketing
Marketingactiviteiten die gericht zijn van de producent naar de tussenhandel.
4C's
De klantgerichte tegenhanger van de 4P's: Customer Solution, Cost to the customer, Convenience en Communication.
3R's
Modern alternatief voor de 4P's met focus op de lange termijn: Relatie, Reputatie en Ruilroutine.
USP
Unique Selling Proposition: de unieke rationele of functionele reden waarom klanten voor een product kiezen.
ESP
Emotional Selling Proposition: de emotionele waarde of het gevoel dat een product bij de klant oproept.
Customer journey
De reis die een (potentiële) klant aflegt, bestaande uit online en offline contactmomenten, om tot de aankoop van een product te komen.
Greenwashing
Het zich voordoen als een duurzame onderneming zonder dat dit in de praktijk echt het geval is.
MVO
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: ondernemen met oog voor People, Profit en Planet.
Seller's market
Een marktsituatie waarbij het aanbod kleiner is dan de vraag, waardoor de verkoper de machtigste partij is.
DESTEP
Onbeheersbare macro-omgevingsfactoren: Demografisch, Economisch, Sociaal-cultureel, Technologisch, Ecologisch en Politiek-juridisch.
Concepting
Een marketingbenadering waarbij de kernwaarden en het concept centraal staan en de producten hieraan ondergeschikt zijn.
Missie
De bestaansreden van een onderneming; wat ze doen, voor wie en welke waarde ze bieden.
SWOT-analyse
Een analyse van de interne Sterktes (Strengths) en Zwaktes (Weaknesses) en de externe Kansen (Opportunities) en Bedreigingen (Threats).
SMART-doelstellingen
Doelstellingen die Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden zijn.
SBU
Strategic Business Unit: een aparte businessunit binnen een bedrijf met een eigen strategie en doelstellingen.
BCG-matrix: Star
Een strategische eenheid met een hoog marktaandeel in een markt met hoge groei; vereist investeringen.
BCG-matrix: Cash Cow
Een strategische eenheid met een hoog marktaandeel in een markt met lage groei; wordt gebruikt voor winstgeneratie.
Ansoff-matrix: Marktpenetratie
Groeistrategie gericht op het vergroten van de afzet met bestaande producten op bestaande markten.
Porter: Kostenleiderschap
Concurrentiestrategie waarbij het bedrijf streeft naar het worden van de goedkoopste producent in de markt.
Productlevenscyclus (PLC)
De opeenvolgende fasen van een product op de markt: Introductie, Groei, Volwassenheid en Neergang.
Segmentatie
Het indelen van consumenten in duidelijke groepen met gelijke behoeften, kenmerken of gedrag.
Persona
Een fictief klantenprofiel dat is opgesteld op basis van doelgroeponderzoek.
Positionering
Het creëren van een unieke plek in het bewustzijn van de doelgroep ten opzichte van concurrenten.
Kernproduct
Het eerste niveau van een product, bestaande uit de fundamentele voordelen of de 'kernbenefit' voor de klant.
FMCG
Fast Moving Consumer Goods: verbruiksgoederen met een korte levensduur die frequent worden aangekocht.
Servqual kenmerk: Ontastbaarheid
Het kenmerk van diensten dat ze niet voorafgaand aan de aankoop gezien, geproefd of gevoeld kunnen worden.
Brand Equity
Merkwaarde: het positieve effect dat de merknaam heeft op de reactie van de klant op het product.
Prijselasticiteit
De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product verandert als gevolg van een prijsverandering.
Afroomstrategie
Prijsstrategie waarbij een product eerst tegen een hoge prijs wordt geïntroduceerd en de prijs later geleidelijk wordt verlaagd.
Break-even afzet
vaste kosten/(verkoopprijs−variabele kosten)
Omni-channel
Distributiestrategie waarbij alle kanalen naadloos in elkaar overgaan voor een vloeiende klantervaring.
Push-strategie
Marketingstrategie waarbij de producent het product door het distributiekanaal drukt richting de consument.
Disintermediatie
De trend in de detailhandel waarbij de tussenhandel wordt uitgeschakeld.
GMC
Geïntegreerde Marketingcommunicatie: het coördineren van alle communicatiekanalen tot één consistente boodschap.
Inbound marketing
Marketingvorm waarbij bedrijven waardevolle content aanbieden zodat klanten zelf interesse tonen en het bedrijf vinden.
Paid Media
Betaalde communicatiekanalen zoals advertenties, banners en SEA.
Owned Media
Eigen communicatiekanalen van een bedrijf zoals de website, Instagram-pagina of nieuwsbrief.
Earned Media
Gratis aandacht die een merk krijgt via reviews, shares door klanten of persartikels.