1/29
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
sociaal-emotionele ontwikkeling
= Dynamisch proces, doorheen alle levensfasen
1. Eigen emoties herkennen, begrijpen en reguleren
2. Positief en realistisch zelfbeeld ontwikkelen
3. Empathie tonen en perspectief nemen
4.Constructieve relaties opbouwen en onderhouden
5. Verantwoorde beslissingen nemen en sociaal gedrag afstemmen op omgeving
concepten van de sociaal-emotionele ontwikkeling
1. Zelfbewustzijn: emoties en kwaliteiten herkennen
2. Emotieregulatie: impulsen en stress leren beheersen
3. Sociale vaardigheden & empathie
4. Relatievorming en peer invloed
5. Autonomie en zelfregulatie
6. Emotionele intelligentie
7. Mentaal welbevinden en psychische kwetsbaarheid
8. Invloed van sociale media
Concept: zelfbewustzijn
= het vermogen om je eigen emoties, gedachten en waarden te herkennen en te begrijpen hoe deze je gedrag beïnvloeden
-vormt basis voor zelfregulatie
1. Intern zelfbewustzijn: "Waarom word ik zo boos als een leraar mij feedbackgeeft?"
2. Extern zelfbewustzijn: "Hoe komt het dat mijn klasgenoten mij als dominant ervaren, terwijl ik mezelf gewoon behulpzaam vind?"
-Zelfregulatie helpt stress te hanteren, sociaal gedrag tes turen en relaties te versterken.
-didactische tip: kwaliteitskaartjes
-methodieken: Johari venster, kernkwadranten

Concept: emotieregulatie
= vermogen om emoties te herkennen, begrijpen en reguleren, essentieel voor stresshantering, relaties en schools functioneren
-geleerd via co-regulatie
- jongeren met betere emotieregulatie en empathie ontwikkelen sterkere sociale relaties, en prosociaal gedrag richting familie en vrienden werkt beschermend voor mentaal welzijn.
-didactische tips: ademhalingsoefeningen
concept: sociale vaardigheden en empathie
= de ontwikkeling van empathie, perspectief name, open communicerenen samenwerken
- 2 vormen van empathie
• Affectieve empathie: ( het vermogen om de emoties van een ander direct te ervaren
• Cognitieve empathie: Dit is het vermogen om rationeel te begrijpen waarom iemand zich zo voelt, zonder het zelf te voelen.
-didactische tips: werkvorm waarbij lln moeten samenwerken om doel te bereiken
concept: relatievorming en peer-invloed
-Vrienden kunnen zowel beschermende als risicofactoren zijn voor de leerling
-Thomas-Kilmann Conflict Mode Instrument
->model voor conflictbeheersing: conflict wordt bepaald door twee basisdimensies
1. Assertiviteit: De mate waarin je probeert je eigen doelen te bereiken.
2. Coöperativiteit: De mate waarin je probeert de doelen van de ander te ondersteunen.
-didactische tips: investeer in ‘de bankrekening’

Vijf stijlen van Thomas-Kilmann
1. Doordrukken of forceren (competing)
-Nuttig als er direct ingegrepen moet worden.
- beschadigt relatie met de leerling op lange termijn.
2. Samenwerken (Collaborating)
-Wanneer de belangen van beide partijen te belangrijk zijn om te negeren
-Ideaal voor het oplossen van dieper liggende ruzies tussen leerlingen.
3. Compromis zoeken (Compromising)
-Bij tijdsdruk of als een tijdelijke oplossing nodig is
-Niemand is écht helemaal tevreden.
4. Vermijden (Avoiding)
-Als de emoties te hoog oplopen.
-Het kan zijn dat het conflict onderhuids doorsuddert en later explodeert.
5. Aanpassen (Accommodating)
-Als je beseft dat je fout zit, of als de relatie belangrijker is dan het punt waarover je kibbelt.
- Goed voor de relatie, maar je offert je eigen leerdoelen op

Cruciale principes als leerkracht (relatievorming en peer-invloed)
1. De-escalatie:
In het heetst van de strijd is er geen ruimte voor een leergesprek. Scheid de partijen en laat de adrenaline zakken.
2. Focus op de behoefte, niet het gedrag:
Achter een grote mond zit vaak een gevoel van onrechtvaardigheid of onveiligheid.
3. Herstelgericht werken:
In plaats van enkel te straffen, focus je op het herstellen van de relatie.
Concept: autonomie en zelfregulatie
-Zelfregulatie is het vermogen om je gedachten, emoties en gedrag te sturen om eendoel te bereiken
-> 3 fasen van zelfregulatie:
1. Vooruitblikken: Doelen stellen en plannen.
2. Uitvoeren: Jezelf aan het werk houden en afleidingen weerstaan.
3. Zelfreflectie: Terugkijken op wat wel en niet werkte
-didactische tips: geleidelijke overdracht (veel sturing in eerste graad -> afbouwen)
concept: Mentaal welbevinden en psychische kwetsbaarheid
-slecht mentaal welzijn slaagt door op school
- drie stappen van signaleren
1. Observatie: Zie je een verandering in gedrag?
2. Normaliseren & benoemen: Maak het bespreekbaar zonder oordeel.
3. Doorverwijzen naar leerlingenbegeleiding, CLB, vertrouwenspersoon
Kernboodschap: Je hoeft het probleem niet op te lossen, je moet er alleen voorzorgen dat de leerling zich gezien voelt.
Concept: digitale invloeden / sociale media
-Sociaal-emotionele ontwikkeling wordt positief beïnvloed door interactie met leeftijdsgenoten, betrokkenheid op sociale media en zelfvertrouwen
-interactie met leeftijdsgenoten beïnvloedde de betrokkenheid en het zelfvertrouwen op sociale media positief, terwijl sociale media-betrokkenheid het zelfbeeld negatief beïnvloedde
Concept: emotionele intelligentie
= het vermogen om emoties waar te nemen, begrijpen, uitdrukken en reguleren, zowel bij jezelf als bij anderen.
-een factor die rechtstreeks impact heeft op sociaal functioneren, welbevinden en identiteitsontwikkeling.
-omvat verschillende componenten
• Zelfbewustzijn: herkennen/inzicht van eigen emoties.
• Emotieregulatie: emoties op een gepaste manier kunnen beheersen/aanpassen.
• Empathie: emoties van anderen kunnen herkennen en invoelen.
• Zelfmotivatie: innerlijke gedrevenheid, kunnen doorgaan ondanks tegenslag, …
• Sociale vaardigheden: samenwerken, overleggen,…
vier kernconcepten (vaardigheden) van emotionele intelligentie
1. Emoties herkennen (bij jezelf en anderen)
2. Emoties begrijpen (wat veroorzaakt ze, hoe hangen ze samen?)
3. Emoties reguleren (impulscontrole, coping strategieën)
4. Empathie en expressie (gepaste communicatie van gevoelens)
zelfwaarde, zelfvertrouwen en zelfmotivatie

Verband tussen emotionele intelligentie en SED
EI is een kerncomponent van SED: zonder EI kunnen jongeren moeilijk sociale relaties, zelfbeeld en regulatie ontwikkelen.
Signaalfuncties
-leerkracht is geen psycholoog, maar heeft wel een signaalfunctie
-wijkt lln af van normaal gedrag? Overloop deze punten
1. De "Sociale terugtrekking"
2. De "Coping-Switch"
3. De "Digitale weerslag"
4. Kelderende executieve Functies.
5. Verandering in de "Identiteitsverkenning"
zorgcontinuüm:
Fase 0 (Brede basiszorg): De leraar probeert eerst zelf een gesprek aan te knopen
Fase 1 (Verhoogde zorg): De leraar signaleert aan de klastitularis of de leerlingenbegeleider.
Fase 2 (Uitbreiding van zorg): Het CLB wordt ingeschakeld voor gespecialiseerde hulp.
Gehecthheidstheorie
-ontwikkeld door John Bowlby
-gaat uit van een universele behoefte om hechte affectieve banden aan te gaan
- gehechtheid is een biologisch aangeboren systeem dat geactiveerd wordt tijdens stress en dat vervolgens stimuleert om nabijheid en zorg van anderen op te zoeken.
4 types van gehechtheid
1. Veilige gehechtheid
• kind raakt overstuur als ouder weggaat
• laat zich troosten bij terugkomst
• gebruikt de ouder als veilige basis
2. Onveilig-vermijdend
• lijkt onverschillig bij vertrek
• zoekt weinig contact bij terugkomst
• focust op spelen, vermijdt emotie
3. Onveilig-ambivalent/resistent
• erg van streek bij vertrek
• zoekt troost maar is tegelijk boos/resistent
• moeilijk te kalmeren
4. Gedesorganiseerde gehechtheid
• inconsistent, soms vreemd of angstig gedrag
• geen duidelijk patroon
• vaak gelinkt aan stressvolle of onvoorspelbare situaties thuis
Gevolgen van veilige gehechtheid
➢ emotionele veerkracht
➢ sociale vaardigheid en empathie
➢ sterkere cognitieve ontwikkeling
➢ positief zelfbeeld
➢ minder kans op psychische problemen
➢ meer zelfstandigheid en identiteitsontwikkeling
➢ gezondere relaties later
=> Het vormt de basis voor een stabiele, gezonde ontwikkeling doorheen de hele levensloop.
gevolgen van onveilige gehechtheid
1. Moeite met stressregulatie
2. Internaliserend of externaliserend gedrag
3. Kwetsbaarheid voor angst/depressie
4.Problemen in vriendschappen of relaties
5. Moeilijkheden met autonomie
6. ...
=> Kunnen meer moeite ondervinden in de ontwikkeling, maar beschermende mensen kunnen gehechtheid verbeteren en zorgen voor een vlottere ontwikkeling.
=> gehechtheid kan doorheen het leven verbeteren
wat zijn interen werkmodellen
= psychologisch concept uit de hechtingstheorie van John Bowlby.
-Ze verwijzen naar de mentale blauwdrukken die een kind vormt over:
1. Hoe anderen met hem/haar omgaan
2. Hoe het zichzelf ziet in relaties
3. Wat het kan verwachten van de wereld op relationeel vlak
- Het zijn dus onbewuste, relatief stabiele maar veranderbare mentale structuren. -> gevormd door:
• de consistentie van zorg
• de sensitiviteit van de verzorger
• hoe het kind wordt getroost
• hoe voorspelbaar en veilig de interacties zijn
Kritiek op gehechtheidstheorie
-culturele bias
-overmatige focus op moeder
-te sterke nadruk op vroege ervaringen
-...
Leertheorie en gehechtheid: hoe worden sociaal-emotionele vaardigheden aangeleerd?
1. Klassieke conditionering: ouder = veiligheidssignaal
2. Operante conditionering: bekrachtiging bepaalt strategie
3. Consistentie: veilig gehecht
4.Geen bekrachtiging: vermijdend gedrag
5. Onvoorspelbaar: ambivalent
Hoe wordt gehechtheid geleerd via klassieke conditionering?
de ouder wordt herhaaldelijk gekoppeld
-De ouder activeert een geconditioneerde respons. Zelfs zonder daadwerkelijke steun vermindert de stress al door de aanwezigheid van de ouder.
Hoe wordt gehechtheid geleerd via operante conditionering?
➢ Vermijdend gehechte kinderen: gebrek aan beloning + straf
-> Steun zoekend gedrag wordt niet bekrachtigd en voelt slecht
-> Resultaat: steun zoekend gedrag dooft uit, kind toont onafhankelijkheid als beschermende strategie
➢ Ambivalent/anxious gehechte kinderen:
->Soms troost, soms genegeerd
->Onvoorspelbare bekrachtiging is psychologisch zeer krachtig
-> Resultaat: klampend, vaak angstig steunzoekend gedrag
Wat is sensitief responsief handelen?
= signalen van leerlingen opmerken, juist interpreteren en er passend op reageren, waardoor je een veilige leeromgeving creëert.

Sensitief responsief handelen als leerkracht
1. Actief luisteren en nieuwsgierig zijn
2. Positieve (groeigerichte) feedback geven
3. Hoge verwachtingen uitspreken
4. Ruimte geven aan eigen initiatieven
5. Emoties verwoorden en erkennen
6. Tijdig reageren om veiligheid te behouden
7. Ruimte geven aan leerlingen die leren lastig vinden
Externaliserend en internaliserend probleemgedrag bij adolescenten
1. Internaliserend gedrag: problemen naar binnen gericht
2. Externaliserend gedrag: problemen naar buiten gericht
Internaliserende gedragsproblemen
- onveilige gehechtheid hangt vaak samen met internaliserende problemen zoals angsten depressieve klachten.
-Emoties en problemen worden naar binnen gekeerd. -Typische kenmerken:
• angst, piekeren
• teruggetrokken of vermijdend gedrag
• ...
-Voorbeelden bij adolescenten
• Een leerling durft geen presentaties te geven.
• Jongere voelt zich vaak somber, maar zegt tegen niemand hoe slecht het gaat.
• Trekt zich steeds meer terug, eet minder, maakt geen huiswerk door gebrek aan motivatie.
Externaliserend Gedragsproblemen
- vermijdende of gedesorganiseerde gehechtheid hangt vaker samen met externaliserend gedrag zoals agressie, normoverschrijding of impulsiviteit.
-Problemen worden naar buiten gericht.
-Het gaat om gedrag dat zichtbaar, opvallend of verstorend is voor de omgeving.
-Typische kenmerken:
• opstandig, agressief of grensoverschrijdend gedrag
• impulsiviteit
• ...
-Voorbeelden bij adolescenten
• Een leerling schreeuwt door de klas
• Er is sprake van risicogedrag: alcohol, vechten, vandalisme.