1/12
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Intracellulaire Ca2+ concentratie in rust (hartspier)
Ongeveer 100 nM.
Extracellulaire Ca2+ concentratie (hartspier)
Ongeveer 1.2 mM.
Verschil in Ca2+ concentratie
Factor ~10.000 (104); essentieel voor de instroom tijdens contractie.
Effect van meer Ca2+
Meer vrije bindingsplaatsen op tropanine C → meer cross-bridge vorming → grotere contractiekracht.
Ca2+ instroom tijdens contractie
Via L-type calciumkanalen (van buiten de cel) en via het sarcoplasmatisch reticulum (SR), getriggerd door ryanodinereceptoren.
Ryanodinereceptoren
Worden geactiveerd door de instroom van Ca2+ via L-type kanalen; geven Ca2+ vrij uit het SR (Calcium-Induced Calcium Release, CICR).
Ca2+ terug in SR
Via de SERCA-pomp; regulatie door fosfolamban (remt SERCA; fosforylatie heft remming op).
Calsequestrine
Calciumbindend eiwit in het SR dat Ca2+ opslaat.
Ca2+ uit de cel
Via de Na+/Ca2+-wisselaar (NCX) en in mindere mate via de sarcolemmale Ca2+-ATPase (SL-ATPase); bij mensen is de SL-ATPase bijna niet aanwezig.
Beta-receptoren
Een type catecholaminereceptor, o.a. voor dopamine.
Sympatische activatie
Afgifte van noradrenaline → stimulatie van β-receptoren op het sarcolemma → toename cAMP → activatie van proteïnekinase A (PKA) → fosforylatie.
Positief inotroop effect
Fosforylatie van L-type calciumkanalen → hogere Ca2+-instroom → sterkere contractie.
Positief lusitroop effect
Fosforylatie van fosfolamban (minder remming op SERCA) en troponine I → snellere Ca2+-opname in SR en snellere relaxatie.