Basisbegrippen (wel op examen)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/66

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:46 PM on 6/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

67 Terms

1
New cards

Hoe zijn neuronen gestructureerd (5)?

1) Cellichaam (soma met kern)

2) Dendrieten

3) Axonheuvel (waar actiepotentialen ontstaan)

4) Axon (met/zonder myeline)

5) Axonuiteinden (met synaptische vesikels)

  • contactpunten kan met andere neuronen, kliercellen, …

<p>1) Cellichaam (soma met kern)</p><p>2) Dendrieten </p><p>3) Axonheuvel (waar actiepotentialen ontstaan)</p><p>4) Axon (met/zonder myeline)</p><p>5) Axonuiteinden (met synaptische vesikels)</p><ul><li><p>contactpunten kan met andere neuronen, kliercellen, …</p></li></ul><p></p>
2
New cards

Wat zijn neuronen?

Exciteerbare zenuwcellen die actiepotentialen kunnen genereren die verder propageren van cellichaam over axon naar het axonuiteinde

3
New cards

Op welke 2 manieren kan neurotransmissie gebeuren?

Aan axonuiteinde elektrische signaal overgedragen nar postsynaptische cel:

Elektrische synaps

  • via gap junctions

  • snel sterk contact

  • ion-kanalen

Chemische synaps

  • door vrijstelling van NT

  • polarisatie — depolarisatie

  • calcium kanalen (voltage gevoelig): naar binnen → calcium stijgt in axonuiteinde → actie ondernemen (vb. hormonen vrijstellen, spieren contraheren…)

  • omzetting elektrisch signaal (actiepotentiaal) naar chemisch signaal (stof die vrijkomt)

<p>Aan axonuiteinde elektrische signaal overgedragen nar postsynaptische cel:</p><p><strong>Elektrische synaps</strong></p><ul><li><p>via gap junctions</p></li><li><p>snel sterk contact</p></li><li><p>ion-kanalen</p></li></ul><p><strong>Chemische synaps</strong></p><ul><li><p>door vrijstelling van NT</p></li><li><p>polarisatie — depolarisatie</p></li><li><p>calcium kanalen (voltage gevoelig): naar binnen → calcium stijgt in axonuiteinde → actie ondernemen (<em>vb. hormonen vrijstellen, spieren contraheren…</em>)</p></li><li><p>omzetting elektrisch signaal (actiepotentiaal) naar chemisch signaal (stof die vrijkomt)</p></li></ul><p></p>
4
New cards

Wat zijn rustpotentialen & welke rol speelt het celmembraan?

Neuronale celmembraan (phospholipide dubbellaag): niet permeabel voor kationen (Na+ & K+) & anionen (Cl- & HCO3-)

Ionkanalen laten passage toe van specifieke ionen over celmembraan ifv aantal & toestand ervan (open/dicht)

Aanwezigheid ionpompen (Na+/K+ transporter) → ongelijke verdeling ionen over celmembraan & potentieel om ionenstromen te genereren bij permeabiliteit van membraan

  • meer K+ intra-, meer Na+ extracellulair

Membraan is meest permeabel voor K+ → rustpotentiaal sluit aan bij die voor K+

  • K+ lekkage uit cel genereert overwegend negatieve lading aan binnenkant van celmembraan

<p>Neuronale celmembraan (phospholipide dubbellaag): <strong>niet </strong>permeabel voor kationen (Na+ &amp; K+) &amp; anionen (Cl- &amp; HCO<sub>3</sub>-)</p><p>Ionkanalen laten passage toe van specifieke ionen over celmembraan ifv aantal &amp; toestand ervan (open/dicht)</p><p>Aanwezigheid ionpompen (Na+/K+ transporter) → ongelijke verdeling ionen over celmembraan &amp; <strong>potentieel om ionenstromen te genereren</strong> bij permeabiliteit van membraan</p><ul><li><p>meer K+ intra-, meer Na+ extracellulair</p></li></ul><p>Membraan is meest permeabel voor K+ → rustpotentiaal sluit aan bij die voor K+</p><ul><li><p>K+ lekkage uit cel genereert overwegend negatieve lading aan binnenkant van celmembraan</p></li></ul><p></p>
5
New cards

Hoe ziet de verdeling van ionen langs het celmembraan eruit bij rust? Hoe komt hier verandering in?

Bij rust ongelijke verdeling van ionen langs celmembraan

  • binnen tekort aan positief geladen ionen, buiten teveel

  • rust: negatief geladen membraan

Verschillende NT receptoren zijn ionkanalen → activatie van deze receptoren → ionenstromen → verandering in membraanpotentiaal

<p>Bij rust ongelijke verdeling van ionen langs celmembraan</p><ul><li><p>binnen tekort aan positief geladen ionen, buiten teveel</p></li><li><p>rust: negatief geladen membraan</p></li></ul><p>Verschillende NT receptoren zijn ionkanalen → activatie van deze receptoren → ionenstromen → verandering in membraanpotentiaal</p><p></p>
6
New cards

Glutamaat en GABA zijn beide neurotransmitters. Welke invloed hebben ze op het membraanpotentiaal (exciterend/inhiberend)? Vermeld hun receptoren.

Glutamaat

  • AMPA receptor = Na+ kanaal

  • activatie receptor → Na+ influx & depolarisatie (minder negatief) van cel, intracellulair/celmembraan positiever

  • exciterend

GABA

  • GABAA receptor = Cl- kanaal

  • activatie receptor → Cl- influx & hyperpolarisatie (meer negatief) van cel, intracellulair/celmembraan negatiever

  • inhiberend

<p><strong>Glutamaat</strong></p><ul><li><p>AMPA receptor = Na+ kanaal</p></li><li><p>activatie receptor → Na+ influx &amp; depolarisatie (minder negatief) van cel, intracellulair/celmembraan positiever</p></li><li><p>exciterend</p></li></ul><p><strong>GABA</strong></p><ul><li><p>GABA<sub>A</sub> receptor = Cl- kanaal</p></li><li><p>activatie receptor → Cl- influx &amp; hyperpolarisatie (meer negatief) van cel, intracellulair/celmembraan negatiever</p></li><li><p>inhiberend</p></li></ul><p></p>
7
New cards

Wat is een actiepotentiaal/hoe komt het tot stand?

Membraanpotentiaal overschrijdt drempelwaarde → opening van spanningsgevoelige Na+ kanalen → generatie van actiepotentiaal die propageert langs axon

  • alles-of-niets respons (0/1)

  • cruciale element: aanwezigheid spanningsgevoelige Na+ kanalen

<p>Membraanpotentiaal overschrijdt <strong>drempelwaarde </strong>→ opening van <strong>spanningsgevoelige Na+ kanalen</strong> → generatie van <strong>actiepotentiaal </strong>die propageert langs axon</p><ul><li><p>alles-of-niets respons (0/1)</p></li><li><p>cruciale element: aanwezigheid spanningsgevoelige Na+ kanalen</p></li></ul><p></p>
8
New cards

Welke rol speelt myeline?

Myeline rond axon → elektrische isolatie

  • actiepotentiaal propageert sneller

<p>Myeline rond axon → elektrische isolatie</p><ul><li><p>actiepotentiaal propageert sneller</p></li></ul><p></p>
9
New cards

Hoe gebeurt elektrische synaptische transmissie?

Gap junctions als poriën tussen naburige cellen waarlangs ionen vrij kunnen passeren & potentiaalveranderingen overgedragen kunnen worden

<p>Gap junctions als poriën tussen naburige cellen waarlangs ionen vrij kunnen passeren &amp; potentiaalveranderingen overgedragen kunnen worden</p>
10
New cards

Volgens welke 5 stappen gebeurt chemische synaptische transmissie?

1) Actiepotentiaal bereikt axonuiteinde waar NT zijn opgeslagen in synaptische vesikels

2) Spanningsgevoelige Ca2+ kanalen openen → Ca2+ influx in axonuiteinde

3) Docking van synaptische vesikels & vrijstelling NT inhoud

4) NT komen vrij in synaptische kloof & activeert receptoren → respons in postsynaptische cel

5) Signaal stopgezet door enzymatische afbraak en/of heropname van NT in presynaptische axonuiteinde

<p>1) <strong>Actiepotentiaal </strong>bereikt axonuiteinde waar NT zijn opgeslagen in synaptische vesikels</p><p>2) Spanningsgevoelige <strong>Ca<sup>2</sup>+</strong> kanalen openen → Ca<sup>2</sup>+ <strong>influx </strong>in axonuiteinde</p><p>3) Docking van synaptische vesikels &amp; <strong>vrijstelling NT </strong>inhoud</p><p>4) NT komen vrij in synaptische kloof &amp; activeert receptoren → <strong>respons in postsynaptische cel</strong></p><p>5) Signaal stopgezet door <strong>enzymatische afbraak</strong> en/of <strong>heropname </strong>van NT in presynaptische axonuiteinde</p>
11
New cards

Welke 7 (soort) neurotransmitters worden vrijgesteld door neuronen? Op welke 2 weren de meeste psychofarmaca in?

1) Aminozuren

  • glutamaat, GABA…

2) Acteylcholine & biogene amines

  • dopamine, serotonine, noradrenaline, histamine…

3) Neuropeptiden

  • oxytocine, somatostatine, endorphine…

4) Purines: ATP (adenosine trifosfaat)

5) Eiwitten: BDNF (brain-derived neurotrophic factor)

6) Lipiden

7) Gassen: NO (stikstofoxide)

12
New cards

Detail: Chemische signaaloverdracht tussen zenuwcellen verloopt niet altijd strikt “synaptisch” van pre- naar postsynaptische cel. Wat is retrograde transmissie?

Post- naar presynaptische cel

  • belangrijk voor feedback, vb. als postsynaptische cel voortdurend input krijgt van presynaptische

<p>Post- naar presynaptische cel</p><ul><li><p>belangrijk voor feedback, <em>vb. als postsynaptische cel voortdurend input krijgt van presynaptische</em></p></li></ul><p></p>
13
New cards

Detail: Chemische signaaloverdracht tussen zenuwcellen verloopt niet altijd strikt “synaptisch” van pre- naar postsynaptische cel. Wat is volume transmissie?

NT vrijgesteld door synaptische boutons & verspreidt zich dan over grotere regio’s van de hersenen

<p>NT vrijgesteld door synaptische boutons &amp; verspreidt zich dan over grotere regio’s van de hersenen</p>
14
New cards

Detail: Chemische signaaloverdracht tussen zenuwcellen verloopt niet altijd strikt “synaptisch” van pre- naar postsynaptische cel. Wat is synapische spillover?

Veel NT vrijgesteld in synaps & afbraak/reuptake mechanismen al verzadigd

<p>Veel NT vrijgesteld in synaps &amp; afbraak/reuptake mechanismen al verzadigd</p>
15
New cards

Detail: Chemische signaaloverdracht tussen zenuwcellen verloopt niet altijd strikt “synaptisch” van pre- naar postsynaptische cel. Wat is extrasynaptische transmissie?

NT vrijgesteld buiten synaps

<p>NT vrijgesteld buiten synaps</p>
16
New cards

Detail: Neuronen kunnen op verschillende manieren met elkaar communiceren afhankelijk van waar het axonuiteinde contact maakt met het doelwit neuron. Welke 3 verschillende soorten contacten zijn er?

1) Axodendritisch: axon → dendriet

2) Axosomatisch: axon → soma

3) Axoaxonaal: axon → axon

<p>1) Axodendritisch: axon → dendriet</p><p>2) Axosomatisch: axon → soma</p><p>3) Axoaxonaal: axon → axon</p>
17
New cards

Wat zijn liganden?

Stoffen of moleculen die ergens aan bepaald aangrijpingspunt binden

  • meestal eiwit zoals receptor, transporter, enzym…

18
New cards

Neurotransmissie kan beïnvloed worden door interactie met elk onderdeel van de synaptische machine. Wat zijn de 7 stappen/onderdelen & wat zijn dus de farmacologische werkingsmechanismen?

1) Blokkage van voltage afhankelijke ionkanalen

2) Substraten voor NT synthese

3) Interferentie met enzymen verantwoordelijk voor synthese van NT

4) Interferentie met stapeling van NT in synaptische vesikels

5) Inhibitie/stimulatie van vrijstelling NT

6) Remmen van neuronale heropname van NT

  • vb. SSRI

7) Interferentie van afbraak NT

8) Interactie met receptoren voor NT

<p>1) Blokkage van voltage afhankelijke ionkanalen</p><p>2) Substraten voor NT synthese</p><p>3) Interferentie met enzymen verantwoordelijk voor synthese van NT</p><p>4) Interferentie met stapeling van NT in synaptische vesikels</p><p>5) Inhibitie/stimulatie van vrijstelling NT</p><p>6) Remmen van neuronale heropname van NT</p><ul><li><p><em>vb. SSRI</em></p></li></ul><p>7) Interferentie van afbraak NT</p><p>8) Interactie met receptoren voor NT</p><p></p>
19
New cards

Wat zijn ionkanalen & welke 4 soorten zijn er (aangrijpingspunt psychofarmaca)?

Transmembranaire eiwitten permeabel voor ionen

1) Ligand-gated

  • ionotrope receptoren voor extracellulaire boodschappers, vb. GABAA, AMPA receptor

  • ionkanalen voor intracellulaire boodschappers, vb. ATP gevoelige ionkanalen

  • chemische sensoren binden met NT

2) Mechanically gated

  • vb. pijn, druk, weefselschade → omgezet in elektrisch signaal

3) Voltage gated

  • spanningsafhankelijke ionkanalen (~ spanningsgevoelig Na+ kanaal)

  • medicatie die deze blokkeren → blokkeren actiepotentiaal

  • vb. lokale anesthetica

4) Always open

  • ion lekkage kanaal (~ K+ lekkage kanaal)

<p>Transmembranaire eiwitten permeabel voor ionen</p><p>1) <u>Ligand-gated</u></p><ul><li><p>ionotrope receptoren voor <strong>extracellulaire </strong>boodschappers, <em>vb. GABA<sub>A</sub>, AMPA receptor</em></p></li><li><p>ionkanalen voor <strong>intracellulaire </strong>boodschappers, <em>vb. ATP gevoelige ionkanalen</em></p></li><li><p>chemische sensoren binden met NT</p></li></ul><p>2) <u>Mechanically gated</u></p><ul><li><p><em>vb. pijn, druk, weefselschade → omgezet in elektrisch signaal </em></p></li></ul><p>3) <u>Voltage gated</u></p><ul><li><p>spanningsafhankelijke ionkanalen (~ spanningsgevoelig Na+ kanaal)</p></li><li><p>medicatie die deze blokkeren → blokkeren actiepotentiaal</p></li><li><p><em>vb. lokale anesthetica </em></p></li></ul><p>4) <u>Always open</u></p><ul><li><p>ion lekkage kanaal (~ K+ lekkage kanaal)</p></li></ul><p></p>
20
New cards

Hoe verloopt interactie met ionkanalen (rechtstreeks/onrechtstreeks)? Wat zijn ionkanaalblokkers & -modulatoren?

Rechtstreeks (interactie met porie van ionkanaal zelf)

Of onrechtstreeks (interactie met andere structuren van ionkanaal eiwit of met geassocieerde eiwitten)

Onderscheid afhankelijk van waar liganden binden op ionkanaal & resulterend effect:

  • ionkanaalblokkers: verhinderen kanaal-permeabiliteit

  • ionkanaalmodulatoren: verhogen of verlagen probabiliteit van opening ionkanaal

21
New cards

Wat zijn enzymen?

Eiwitten die biochemische reacties katalyseren die noodzakelijk zijn voor essentiële fysiologische processen in lichaam

Vele geneesmiddelen hebben enzymen als aangrijpingspunt

22
New cards

Wat zijn substraten?

Door enzymen omgezet tot moleculen met andere biologische activiteit

Precursoren kunnen geactiveerd worden of biologische actieve stoffen kunnen geïnactiveerd worden

23
New cards

Wat zijn competitieve inhibitoren? Welke 2 soorten zijn er?

Binden op

  • zelfde bindplaats als substraat:

  • actieve katalytische site: orthosterisch (zelfde bindplaats als endogene ligand)

  • andere site: allosterisch (andere bindplaats, maar nog steeds competitief want zorgt ervaar dat substraat zich niet meer kan binden

→ Binden van endogene substraten op katalytische site bemoeilijkt

  • blokkeren werking van enzymen

Kunnen reversibel (zwakkere binding) of irreversibel (zeer sterke binding) zijn

24
New cards

Wat zijn niet-competitieve modulatoren?

Werken in op niet-katalytische site van enzyme zelf of op geassocieerde co-factoren → verandering in enzymatische activiteit

Endogeen substraat kan nog steeds binden, maar er is verlaging (inhibitoren) of verhoging (activatoren) van enzymatische activiteit

  • interfereren niet, maar wijzigen omzetting van substraat (mogelijks gefaciliteerd)

25
New cards
<p>Welke biochemische reactie wordt hier weergegeven (orthosterische / allosterische competitieve inhibitor, niet-competitieve modulator)?</p>

Welke biochemische reactie wordt hier weergegeven (orthosterische / allosterische competitieve inhibitor, niet-competitieve modulator)?

Allosterische competitieve inhibitor

26
New cards
<p>Welke biochemische reactie wordt hier weergegeven (orthosterische / allosterische competitieve inhibitor, niet-competitieve modulator)?</p>

Welke biochemische reactie wordt hier weergegeven (orthosterische / allosterische competitieve inhibitor, niet-competitieve modulator)?

Niet-competitieve modulator

27
New cards
<p>Welke biochemische reactie wordt hier weergegeven (orthosterische / allosterische competitieve inhibitor, niet-competitieve modulator)?</p>

Welke biochemische reactie wordt hier weergegeven (orthosterische / allosterische competitieve inhibitor, niet-competitieve modulator)?

Orthosterische competitieve inhibitor

28
New cards

Wat zijn carriers of transporters? Hoe verschillen ze van kanalen? Waarvoor zijn er carriers/transporters? Wat gebeurt er wanneer moleculen met transporters interfereren?

Eiwitten die ionen/moleculen overbrengen van één kant van celmembraan naar andere kant

I.t.t. kanalen: carriers altijd gesloten aan één kant & verandering in eiwitstructuur noodzakelijk om transport naar andere kant van membraan toe te laten

  • ionkanalen: toe of open → ion passeert

  • carrier functioneert als lift

Carriers/transporters voor: ionen, glucose, aminozuren, NT…

Moleculen die interfereren → accumulatie van substraat in specifieke biologische compartimenten

  • vb. psychostimulantia, SSRI

<p>Eiwitten die ionen/moleculen overbrengen van één kant van celmembraan naar andere kant</p><p>I.t.t. kanalen: carriers <strong>altijd gesloten aan één kant</strong> &amp; <strong>verandering in eiwitstructuur noodzakelijk</strong> om transport naar andere kant van membraan toe te laten</p><ul><li><p>ionkanalen: toe of open → ion passeert</p></li><li><p>carrier functioneert als lift</p></li></ul><p>Carriers/transporters voor: ionen, glucose, aminozuren, NT…</p><p>Moleculen die interfereren → accumulatie van substraat in specifieke biologische compartimenten</p><ul><li><p><em>vb. psychostimulantia, SSRI</em></p></li></ul><p></p>
29
New cards

Wat zijn receptoren?

Macromoleculen (vnl. eiwitten) die fungeren als moleculaire sensoren (meestal voor liganden)

Kunnen cellulaire functies moduleren na conformatie wijzigingen met geassocieerde verandering in membraanpotentialen, activatie van signaalcascades of modulatie van genexpressie

  • cellulaire effecten teweegbrengen afhankelijk van verandering in eiwitstructuur

30
New cards

Superfamilies van receptoren kunnen onderscheiden worden op basis van welke 4 dingen?

1) Type ligand

2) Moleculaire structuur

3) Cellulaire lokalisatie

4) Signaaltransductiemechanismen

31
New cards

Welke 4 hoofdklassen van receptoren worden onderscheiden?

1) Ionotrope receptoren

  • vb. AMPA, GABAA

2) Metabotrope receptoren: G eiwit-gekoppelde receptoren

3) Enzyme-gekoppelde receptoren

4) Nucleaire receptoren

  • fungeren als transcriptie factoren, genexpressie, DNA (geslachts-, stresshormonen)

<p>1) Ionotrope receptoren</p><ul><li><p><em>vb. AMPA, GABA<sub>A</sub></em></p></li></ul><p>2) Metabotrope receptoren: G eiwit-gekoppelde receptoren</p><p>3) Enzyme-gekoppelde receptoren</p><p>4) Nucleaire receptoren</p><ul><li><p>fungeren als transcriptie factoren, genexpressie, DNA (geslachts-, stresshormonen)</p></li></ul><p></p>
32
New cards

Wat zijn receptor liganden?

Endogene of exogene stoffen die met receptor een binding kunnen aangaan

33
New cards

Wat is het verschil tussen een agonist & antagonist?

Agonisten: binden receptor & veroorzaken activatie van effectorsystemen

Antagonisten: binden receptor & verhinderen activatie van effectorsystemen (zonder zelf effect uit te lokken)

<p><u>Agonisten</u>: binden receptor &amp; <strong>veroorzaken activatie</strong> van effectorsystemen</p><p><u>Antagonisten</u>: binden receptor &amp; <strong>verhinderen activatie</strong> van effectorsystemen (zonder zelf effect uit te lokken)</p>
34
New cards

Wat zijn ionotrope receptoren?

Transmembranaire receptoren waarbij het receptor eiwit een ionkanaal vormt

  • binding ligand → verandering in structuur van receptor

  • opening ionkanaal → snelle veranderingen in membraanpotentiaal (depolarisatie/hyperpolarisatie ifv ion)

<p>Transmembranaire receptoren waarbij het receptor eiwit een <strong>ionkanaal </strong>vormt</p><ul><li><p>binding ligand → verandering in structuur van receptor</p></li><li><p>opening ionkanaal → snelle veranderingen in membraanpotentiaal (depolarisatie/hyperpolarisatie ifv ion)</p></li></ul><p></p>
35
New cards

Wat zijn metabotrope receptoren?

Transmembranaire receptoren waarbij de signaaltransductie berust op associatie met een trimeer G-eiwit

  • amplificatiemechanismen (first, second…messengers) zorgen voor sterke cellulaire effecten

  • GDP = G-eiwit

  • constructiecascade

  • ifv G-eiwit kan je cellulaire functies activeren of inactiveren

<p>Transmembranaire receptoren waarbij de signaaltransductie berust op associatie met een <strong>trimeer G-eiwit</strong></p><ul><li><p>amplificatiemechanismen (first, second…messengers) zorgen voor sterke cellulaire effecten</p></li><li><p>GDP = G-eiwit</p></li><li><p>constructiecascade</p></li><li><p>ifv G-eiwit kan je cellulaire functies activeren of inactiveren</p></li></ul><p></p>
36
New cards

Wat zijn enzyme-gekoppelde receptoren?

Transmembranaire receptoren waarbij de signaaltransductie berust op activatie van enzymatische activiteit van eiwit

  • 2 eiwitten komen samen & beïnvloeden elkaar

<p>Transmembranaire receptoren waarbij de signaaltransductie berust op activatie van enzymatische activiteit van eiwit </p><ul><li><p>2 eiwitten komen samen &amp; beïnvloeden elkaar</p></li></ul><p></p>
37
New cards

Wat zijn nucleaire receptoren?

Eiwitten die (evt. na (on)rechtstreekse translocatie naar celkern, nl. DNA) rechtstreeks kunnen binden op responsieve element van DNA & fungeren als transcriptiefactoren

  • sterke impact op functies van cellen & weefsel (geslachts-, stresshormonen)

<p>Eiwitten die (evt. na (on)rechtstreekse translocatie naar celkern, nl. DNA) <strong>rechtstreeks </strong>kunnen <strong>binden </strong>op responsieve element van <strong>DNA </strong>&amp; fungeren als transcriptiefactoren</p><ul><li><p>sterke impact op functies van cellen &amp; weefsel (geslachts-, stresshormonen)</p></li></ul><p></p>
38
New cards

Receptoren hebben een complexe 3D-structuur. Wat kan een binding van een ligand veroorzaken?

Conformatiewijziging: wijziging van eiwitstructuur → invloed op effectorsystemen

Verschillende liganden kunnen verschillende conformatiewijzigingen indiceren → verschillende effecten op geassocieerde effectorsystemen

  • vb. psychedelica zijn agonisten van serotonine receptoren

39
New cards
<p>Deze grafiek geeft het biologisch effect weer in functie van de concentratie van een geneesmiddel. Wat is <strong>affiniteit</strong>?</p>

Deze grafiek geeft het biologisch effect weer in functie van de concentratie van een geneesmiddel. Wat is affiniteit?

Hoe sterk een molecule kan binden aan een doelwit

40
New cards
<p>Deze grafiek geeft het biologisch effect weer in functie van de concentratie van een geneesmiddel. Wat is <strong>potentie</strong>? Leg hierbij de term volle &amp; partiële agonist uit.</p>

Deze grafiek geeft het biologisch effect weer in functie van de concentratie van een geneesmiddel. Wat is potentie? Leg hierbij de term volle & partiële agonist uit.

Potentie: hoeveelheid van een molecule nodig om 50% van max. biologisch effect van geneesmiddel teweeg te brengen

  • vb. max. effect van benzodiazepine: heel lang & diep in slaap

  • volle agonist: hogere dosis → meer uitgesproken effect

  • partiële agonist: nooit max. effect bereikt

  • potentie: lichtblauw — hogere dosis nodig

  • potent molecule: met lage dosis al effect (vb. heel kleine dosis nodig van fentanyl voor effecten)

41
New cards
<p>Deze grafiek geeft het biologisch effect weer in functie van de concentratie van een geneesmiddel. Wat is <strong>efficaciteit</strong>?</p>

Deze grafiek geeft het biologisch effect weer in functie van de concentratie van een geneesmiddel. Wat is efficaciteit?

In welke mate een molecule een biologische respons teweeg kan brengen bij een volledige bezetting van het doelwit

  • sommige moleculen geven nooit max. effect

  • bepaalde agonisten kunnen eiwit klein beetje aanpassen, ionkanaal beetje openen…

42
New cards
<p>Deze grafiek geeft het biologisch effect weer in functie van de concentratie van een geneesmiddel. Wat is <strong>intrinsieke activiteit</strong>?</p>

Deze grafiek geeft het biologisch effect weer in functie van de concentratie van een geneesmiddel. Wat is intrinsieke activiteit?

Max. effect van een molecule relatief t.o.v. effect van een volle agonist op zelfde doelwit onder zelfde omstandigheden

  • partiële agonist

  • neutrale antagonist: geen effect, maar bindt wel

  • inverse agonist: verlaagt activering

43
New cards

Wat zijn de 5 moleculaire mechanismen van neuromodulatie? Deze worden onderverdeeld in 2 categorieën: wanneer treden ze op?

  • Desensitisatie, internalisatie, downregulatie

    • bij langdurige activatie van receptoren → verminderde cellulaire respons: homeostatische respons, cellen passen zich aan om zich te beschermen

    • vb. gewenning aan opioïden: meer & meer nodig voor zelfde effect, receptoren gedesensibiliseerd

  • Upregulate & supersensitiviteit

    • bij gebrek aan activatie van receptoren (door tekort endogene agonist of langdurige toediening van antagonist)

    • vb. DA supersensitiviteit bij langdurige behandeling met conventionele antipsychotica (D2 receptor antagonisten) → tardieve dyskinesiën (tics)

<ul><li><p><u>Desensitisatie, internalisatie, downregulatie</u></p><ul><li><p>bij <strong>langdurige activatie</strong> van receptoren → verminderde cellulaire respons: homeostatische respons, cellen passen zich aan om zich te beschermen</p></li><li><p><em>vb. gewenning aan opioïden: meer &amp; meer nodig voor zelfde effect, receptoren gedesensibiliseerd</em></p></li></ul></li><li><p><u>Upregulate &amp; supersensitiviteit</u></p><ul><li><p>bij <strong>gebrek aan activatie</strong> van receptoren (door tekort endogene agonist of langdurige toediening van antagonist)</p></li><li><p><em>vb. </em><span><em><span>DA supersensitiviteit bij langdurige behandeling met conventionele antipsychotica (D2 receptor antagonisten) → tardieve dyskinesiën (tics)</span></em></span></p></li></ul></li></ul><p></p>
44
New cards

Er zijn verschillende moleculaire mechanismen van neuromodulatie. Wat houdt desensitisatie in?

Effectorsysteem wordt minder efficiënt

  • vb. ionkanaal sluit bij verandering membraanpotentiaal, GPCR koppelt los van G eiwit na activatie

<p>Effectorsysteem wordt minder efficiënt</p><ul><li><p><em>vb. ionkanaal sluit bij verandering membraanpotentiaal, GPCR koppelt los van G eiwit na activatie</em></p></li></ul><p></p>
45
New cards

Er zijn verschillende moleculaire mechanismen van neuromodulatie. Wat houdt internalisatie in?

Opname receptoren in endosomale vesikels → aantal receptoren aan celoppervlak daalt

  • receptoren naar intracellulair component brengen

<p>Opname receptoren in endosomale vesikels → aantal receptoren aan celoppervlak daalt</p><ul><li><p>receptoren naar intracellulair component brengen</p></li></ul><p></p>
46
New cards

Er zijn verschillende moleculaire mechanismen van neuromodulatie. Wat houdt downregulatie in?

Lyosomiale degradatie of verminderde expressie → globaal aantal receptoren daalt

<p>Lyosomiale degradatie of verminderde expressie → globaal aantal receptoren daalt</p>
47
New cards

Er zijn verschillende moleculaire mechanismen van neuromodulatie. Wat houdt supersensitiviteit & upregulatie in?

Aanhoudende vermindering van normale receptorstimulatie → novo eiwitsynthese resulteert in verhoogde expressie van receptoren

48
New cards

Welke 4 cellulaire mechanismen van neuromodulatie zijn er?

1) Inhibitie/facilitatie door cotransmitters

2) Presynaptische (homotrope) autoreceptoren: inhibitie of facilitatie

3) Presynaptische (heterotrope) receptoren: inhibitie of facilitatie

4) Disinhibitie

49
New cards

Detail: wat zijn cotransmitters?

Eenzelfde neuron kan verschillende signaalmoleculen bevatten → ifv activiteit van neuron verschillende signaalmoleculen vrijgesteld

→ Bij laag-frequente activiteit vnl. small-molecule NT

→ Bij hoog-frequente activiteit vnl. neuropeptiden

<p>Eenzelfde neuron kan verschillende signaalmoleculen bevatten → ifv activiteit van neuron verschillende signaalmoleculen vrijgesteld </p><p>→ Bij laag-frequente activiteit vnl. small-molecule NT</p><p>→ Bij hoog-frequente activiteit vnl. neuropeptiden</p>
50
New cards

Er zijn verschillende chemische mechanismen van neuromodulatie. Wat doen presynaptische autoreceptoren?

Receptoren op axonuiteinden invloed op vrijstelling NT

Presynaptische autoreceptor: receptor geactiveerd door NT vrijgesteld uit axonuiteinde waarop die tot expressie komt

  • negatieve feedback, stop signaal functie (er is voldoende NT)

  • homotroop: receptor herkent eigen vrijgestelde NT

<p>Receptoren op axonuiteinden invloed op vrijstelling NT</p><p>Presynaptische autoreceptor: receptor geactiveerd door NT vrijgesteld uit axonuiteinde waarop die tot expressie komt</p><ul><li><p>negatieve feedback, stop signaal functie (er is voldoende NT)</p></li><li><p>homotroop: receptor herkent eigen vrijgestelde NT</p></li></ul><p></p>
51
New cards

Er zijn verschillende chemische mechanismen van neuromodulatie. Wat doen presynaptische heteroreceptoren?

Receptoren op axonuiteinden voor NT die niet door neuron zelf wordt geproduceerd

→ Positieve/negatieve reciproke effecten tussen verschillende NT systemen

<p>Receptoren op axonuiteinden voor NT die niet door neuron zelf wordt geproduceerd</p><p>→ Positieve/negatieve reciproke effecten tussen verschillende NT systemen</p>
52
New cards

Er zijn verschillende chemische mechanismen van neuromodulatie. Wat houdt disinhibitie in?

Onderdrukte activiteit van inhiberende interneuronen → verhoogde excitatie

  • vb. disinhibitie bij toediening van ketamine: NMDA receptor antagonist → blokkeert GABA (wat glutamaat afgifte inhibeert) → meer glutamaat

<p>Onderdrukte activiteit van inhiberende interneuronen → verhoogde excitatie</p><ul><li><p><em>vb. disinhibitie bij toediening van ketamine: NMDA receptor antagonist → blokkeert GABA (wat glutamaat afgifte inhibeert) → meer glutamaat</em></p></li></ul><p></p>
53
New cards

Wat is glutamaat? Van welke receptoren is het een agonist?

Voornaamste exciterende NT van centraal ZS, geproduceerd in 80% van synapsen

  • glutamine omgezet in glutamaat door glutaminase

Agonist van

  • ionotrope receptoren: NMDA, AMPA, Kainaat

  • metabotrope receptoren: mGlu1-8

<p>Voornaamste <strong>exciterende </strong>NT van centraal ZS, geproduceerd in 80% van synapsen</p><ul><li><p>glutamine omgezet in glutamaat door glutaminase</p></li></ul><p>Agonist van</p><ul><li><p>ionotrope receptoren: <strong>NMDA, AMPA, Kainaat</strong></p></li><li><p>metabotrope receptoren: <strong>mGlu1-8</strong></p></li></ul><p></p>
54
New cards

Hoe wordt glutamaat stopgezet (2)?

1) Presynaptische receptoren (inhiberend, negatieve feedback)

2) Glutamaat verwijderen met transporters

55
New cards

Wat is GABA? Van welke receptoren is het een agonist?

Voornaamste inhiberende NT van centraal ZS, geproduceerd in 20% van synapsen

  • glutamaat → GABA

Agonist van

  • ionotrope receptoren: GABAA

  • metabotrope receptoren: GABAB

<p>Voornaamste <strong>inhiberende </strong>NT van centraal ZS, geproduceerd in 20% van synapsen</p><ul><li><p>glutamaat → GABA</p></li></ul><p>Agonist van</p><ul><li><p>ionotrope receptoren: <strong>GABA<sub>A</sub></strong></p></li><li><p>metabotrope receptoren: <strong>GABA<sub>B</sub></strong></p></li></ul><p></p>
56
New cards

Hoe beïnvloeden glutamaat & GABA de hersenen?

Snelle signaaltransmissie via ionotrope receptoren in excitatorische (glutamaat) & inhibitorische (GABA) synaps ligt aan basis van oscillerende netwerkactiviteit in hersenen

  • glutamaterge & GABA-erge neuronen vormen netwerken met elkaar die elkaar kunnen exciteren of inhiberen

  • EEG: zicht op oscillaties met bepaalde frequenties

  • oscillaties door vorming van feedbackloops tussen exciterende & inhiberende neuronen

<p>Snelle signaaltransmissie via ionotrope receptoren in excitatorische (glutamaat) &amp; inhibitorische (GABA) synaps ligt aan basis van oscillerende netwerkactiviteit in hersenen</p><ul><li><p>glutamaterge &amp; GABA-erge neuronen vormen netwerken met elkaar die elkaar kunnen exciteren of inhiberen</p></li><li><p>EEG: zicht op oscillaties met bepaalde frequenties</p></li><li><p>oscillaties door vorming van feedbackloops tussen exciterende &amp; inhiberende neuronen</p></li></ul><p></p>
57
New cards

Wat is verantwoordelijk voor veranderingen in netwerkactiviteit geassocieerd met bepaalde brain states?

Netwerken, hersenactiviteit niet statisch → hoe switchen van ene naar andere brain state?

Neuromodulator systemen: coördineren netwerkactiviteit door projecties vanuit specifieke hersenkernen naar andere & meer verspreide hersendelen

  • NT vrijgesteld door ARAS systeem → invloed op activiteit in verschillende ver uit elkaar gelegen hersendelen & (gebrek aan) correlatie tussen deze delen

  • belangrijk doelwit voor geneesmiddelen

<p>Netwerken, hersenactiviteit niet statisch → hoe switchen van ene naar andere brain state?</p><p><strong>Neuromodulator systemen</strong>: coördineren netwerkactiviteit door projecties vanuit specifieke hersenkernen naar andere &amp; meer verspreide hersendelen</p><ul><li><p>NT vrijgesteld door ARAS systeem → invloed op activiteit in verschillende ver uit elkaar gelegen hersendelen &amp; (gebrek aan) correlatie tussen deze delen</p></li><li><p>belangrijk doelwit voor geneesmiddelen</p></li></ul><p></p>
58
New cards

Neurotransmitters & neuromodulatoren hebben elk hun eigen invloeden op netwerkactiviteit, welke? Tip: waar worden ze vrijgesteld?

NT met vrijstelling in klassieke synapsen & strikte regionale controle van effecten → zeer precieze signaaloverdracht

Neuromodulatoren met vrijstelling vanuit synaptische varicositeiten & meer diffuse regionale effecten → modulatie van netwerkactiviteit

<p>NT met vrijstelling in klassieke synapsen &amp; strikte regionale controle van effecten → zeer precieze signaaloverdracht</p><p>Neuromodulatoren met vrijstelling vanuit synaptische varicositeiten &amp; meer diffuse regionale effecten → modulatie van netwerkactiviteit</p><p></p><p></p>
59
New cards

Waarmee is het niet kunnen switchen tussen brain states geassocieerd?

Maladaptieve brain state, psychiatrische stoornissen

<p>Maladaptieve brain state, psychiatrische stoornissen</p>
60
New cards

Waar (2) wordt acetylcholine (ACh) geproduceerd, waarnaar projecteert het & welke functies heeft deze NT (afhankelijk van de productieplaats)?

1) Neuronen van basale voorhersenen (nucleus basalis, mediale septum, diagonale band)

  • projecties naar cortex, hippocampus, amygdala, hypothalamus…

  • langdurige aandacht & leervermogen

2) Neuronen van hersenstam (peduncolopontiene nucleus, laterodorsaal tegmentum)

  • projecties naar striatum, (hypo)thalamus, middenhersenen

  • regulatie waakzaamheid, motivatie, motoriek & autonome functies

61
New cards

Waar (2) wordt dopamine (DA) geproduceerd, waarnaar projecteert het & welke functies heeft deze NT (afhankelijk van de productieplaats)?

1) Neuronen van ventrale tegmentale regio (VTA)

  • diffuse projecties naar cortex, hippocampus, amygdala, hypothalamus, nucleus accumbens…

  • mesocorticaal & mesolimbisch systeem

  • alertheid, motivatie, cognitie, filtert sensoriële input met verhoogde aandacht voor relevante stimuli mogelijks gelinkt met beloning, generatie predictiefouten, stuurt aanleren van doelgericht gedrag…

2) Neuronen van substantia nigra (SN)

  • projecties naar striatum

  • nigrostriataal systeem

  • coördinatie van vrijwillige bewegingen met automatisering van doelgericht gedrag & gewoontevorming

<p>1) <u>Neuronen van </u><strong><u>ventrale tegmentale regio (VTA)</u></strong></p><ul><li><p>diffuse projecties naar cortex, hippocampus, amygdala, hypothalamus, nucleus accumbens…</p></li><li><p>mesocorticaal &amp; mesolimbisch systeem</p></li><li><p>alertheid, motivatie, cognitie, filtert sensoriële input met verhoogde aandacht voor relevante stimuli mogelijks gelinkt met beloning, generatie predictiefouten, stuurt aanleren van doelgericht gedrag…</p></li></ul><p>2) <u>Neuronen van </u><strong><u>substantia nigra (SN)</u></strong></p><ul><li><p>projecties naar striatum </p></li><li><p>nigrostriataal systeem</p></li><li><p>coördinatie van vrijwillige bewegingen met automatisering van doelgericht gedrag &amp; gewoontevorming</p></li></ul><p></p>
62
New cards

Heeft het initiële stadium van verslaving betrekking tot het mesolimbisch of nigrostriataal systeem van dopamine?

Mesolimbisch systeem: gedrag sturen naar beloningen

63
New cards

Waar wordt noradrenaline (NA) geproduceerd, waarnaar projecteert het & welke functies heeft deze NT?

Neuronen van locus coeruleus

  • projecties naar cortex, hippocampus, hypothalamus, amygdala, basale ganglia, ruggenmerg

  • alertheid & waakzaamheid voor nieuwe/onverwachte/opvallende elementen, met evaluatie van potentiële bedreigingen, voorbereiding van geschikte respons (fight, flight, freeze) & memorisatie van emotioneel significante gebeurtenissen

  • waakzaamheid: projecties naar hersenstam — kritische rol in controle van autonome functies; projecties naar ruggenmerg — modulatie pijnprikkels

<p><u>Neuronen van </u><strong><u>locus coeruleus</u></strong></p><ul><li><p>projecties naar cortex, hippocampus, hypothalamus, amygdala, basale ganglia, ruggenmerg</p></li><li><p>alertheid &amp; waakzaamheid voor nieuwe/onverwachte/opvallende elementen, met evaluatie van potentiële bedreigingen, voorbereiding van geschikte respons (fight, flight, freeze) &amp; memorisatie van emotioneel significante gebeurtenissen</p></li><li><p>waakzaamheid: projecties naar hersenstam — kritische rol in controle van autonome functies; projecties naar ruggenmerg — modulatie pijnprikkels</p></li></ul><p></p>
64
New cards

Waar wordt serotonine (5-HT) geproduceerd, waarnaar projecteert het & welke functies heeft deze NT?

Neuronen in raphe nuclei

  • projecties naar cortex, hippocampus, hypothalamus, amygdala, basale ganglia, ruggenmerg

  • modulatie van responsen op emotioneel relevante stimuli & cognitieve flexibiliteit — effecten sterk contextgebonden met regulerende rol in motivatie, angst, sociale affectie & gemoedstoestand

    • vormt rem op dopaminesysteem voor balans

    • kan angstresponsen versterken afhv waar het terechtkomt

  • slaap-waakcycli, thermoregulatie: projecties naar hersenstam — regulatie autonome functies; projecties naar ruggenmerg — regulerend effect op pijnprikkels

65
New cards

Zorgt serotonine voor geluk? Leg uit en link SSRI’s.

Nee, bij SSRI’s stijgt serotonine zelfde dag als inname, maar mensen nemen het niet recreatief in

  • mensen voelen zich afgevlakt, voelen zich niet “gelukkig”

<p>Nee, bij SSRI’s stijgt serotonine zelfde dag als inname, maar mensen nemen het niet recreatief in</p><ul><li><p>mensen voelen zich afgevlakt, voelen zich niet “gelukkig”</p></li></ul><p></p>
66
New cards

Waar wordt histamine geproduceerd, waarnaar projecteert het & welke functies heeft deze NT?

Neuronen in tuberomamillaire nucleus van hypothalamus

  • projecties naar cortex, hippocampus, amygdala, hypothalamus, basale ganglia, hersenstam, ruggenmerg

  • bevordert algemene waakzaamheid, regulatie slaap-waakcycli, bevordert geheugenfuncties, onderdrukt eetlust, activeert neuroendocriene stressrespons & draagt bij tot neuroimmuun activatie

    • antihistamine neveneffect: slaperigheid

  • projecties hersenstam & ruggenmerg — regulatie autonome functies & pijnmodulatie

<p><u>Neuronen in </u><strong><u>tuberomamillaire nucleus</u></strong><u> van hypothalamus</u></p><ul><li><p>projecties naar cortex, hippocampus, amygdala, hypothalamus, basale ganglia, hersenstam, ruggenmerg</p></li><li><p>bevordert algemene waakzaamheid, regulatie slaap-waakcycli, bevordert geheugenfuncties, onderdrukt eetlust, activeert neuroendocriene stressrespons &amp; draagt bij tot neuroimmuun activatie</p><ul><li><p>antihistamine neveneffect: slaperigheid</p></li></ul></li><li><p>projecties hersenstam &amp; ruggenmerg — regulatie autonome functies &amp; pijnmodulatie</p></li></ul><p></p>
67
New cards

Is het mogelijk een rechtstreekse link te maken tussen activatie van neuromodulatorsystemen & effecten of cognitie/emotie? Leg uit. Tip: van welke 6 dingen zijn de effecten afhankelijk?

Volledige uitleg moeilijk — effecten van neuromodulatorsystemen vaak complementair & afhankelijk van:

  • projecties naar specifieke hersenregio’s & functie hiervan

  • interacties tussen neuromodulatorsystemen onderling

  • regionale verschillen in receptor expressie

  • temporele dynamiek (fasisch/tonisch)

  • huidige activiteit in doelwit hersengebieden

  • netwerk activiteit & brain state