1/66
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Hoe zijn neuronen gestructureerd (5)?
1) Cellichaam (soma met kern)
2) Dendrieten
3) Axonheuvel (waar actiepotentialen ontstaan)
4) Axon (met/zonder myeline)
5) Axonuiteinden (met synaptische vesikels)
contactpunten kan met andere neuronen, kliercellen, …

Wat zijn neuronen?
Exciteerbare zenuwcellen die actiepotentialen kunnen genereren die verder propageren van cellichaam over axon naar het axonuiteinde
Op welke 2 manieren kan neurotransmissie gebeuren?
Aan axonuiteinde elektrische signaal overgedragen nar postsynaptische cel:
Elektrische synaps
via gap junctions
snel sterk contact
ion-kanalen
Chemische synaps
door vrijstelling van NT
polarisatie — depolarisatie
calcium kanalen (voltage gevoelig): naar binnen → calcium stijgt in axonuiteinde → actie ondernemen (vb. hormonen vrijstellen, spieren contraheren…)
omzetting elektrisch signaal (actiepotentiaal) naar chemisch signaal (stof die vrijkomt)

Wat zijn rustpotentialen & welke rol speelt het celmembraan?
Neuronale celmembraan (phospholipide dubbellaag): niet permeabel voor kationen (Na+ & K+) & anionen (Cl- & HCO3-)
Ionkanalen laten passage toe van specifieke ionen over celmembraan ifv aantal & toestand ervan (open/dicht)
Aanwezigheid ionpompen (Na+/K+ transporter) → ongelijke verdeling ionen over celmembraan & potentieel om ionenstromen te genereren bij permeabiliteit van membraan
meer K+ intra-, meer Na+ extracellulair
Membraan is meest permeabel voor K+ → rustpotentiaal sluit aan bij die voor K+
K+ lekkage uit cel genereert overwegend negatieve lading aan binnenkant van celmembraan

Hoe ziet de verdeling van ionen langs het celmembraan eruit bij rust? Hoe komt hier verandering in?
Bij rust ongelijke verdeling van ionen langs celmembraan
binnen tekort aan positief geladen ionen, buiten teveel
rust: negatief geladen membraan
Verschillende NT receptoren zijn ionkanalen → activatie van deze receptoren → ionenstromen → verandering in membraanpotentiaal

Glutamaat en GABA zijn beide neurotransmitters. Welke invloed hebben ze op het membraanpotentiaal (exciterend/inhiberend)? Vermeld hun receptoren.
Glutamaat
AMPA receptor = Na+ kanaal
activatie receptor → Na+ influx & depolarisatie (minder negatief) van cel, intracellulair/celmembraan positiever
exciterend
GABA
GABAA receptor = Cl- kanaal
activatie receptor → Cl- influx & hyperpolarisatie (meer negatief) van cel, intracellulair/celmembraan negatiever
inhiberend

Wat is een actiepotentiaal/hoe komt het tot stand?
Membraanpotentiaal overschrijdt drempelwaarde → opening van spanningsgevoelige Na+ kanalen → generatie van actiepotentiaal die propageert langs axon
alles-of-niets respons (0/1)
cruciale element: aanwezigheid spanningsgevoelige Na+ kanalen

Welke rol speelt myeline?
Myeline rond axon → elektrische isolatie
actiepotentiaal propageert sneller

Hoe gebeurt elektrische synaptische transmissie?
Gap junctions als poriën tussen naburige cellen waarlangs ionen vrij kunnen passeren & potentiaalveranderingen overgedragen kunnen worden

Volgens welke 5 stappen gebeurt chemische synaptische transmissie?
1) Actiepotentiaal bereikt axonuiteinde waar NT zijn opgeslagen in synaptische vesikels
2) Spanningsgevoelige Ca2+ kanalen openen → Ca2+ influx in axonuiteinde
3) Docking van synaptische vesikels & vrijstelling NT inhoud
4) NT komen vrij in synaptische kloof & activeert receptoren → respons in postsynaptische cel
5) Signaal stopgezet door enzymatische afbraak en/of heropname van NT in presynaptische axonuiteinde

Welke 7 (soort) neurotransmitters worden vrijgesteld door neuronen? Op welke 2 weren de meeste psychofarmaca in?
1) Aminozuren
glutamaat, GABA…
2) Acteylcholine & biogene amines
dopamine, serotonine, noradrenaline, histamine…
3) Neuropeptiden
oxytocine, somatostatine, endorphine…
4) Purines: ATP (adenosine trifosfaat)
5) Eiwitten: BDNF (brain-derived neurotrophic factor)
6) Lipiden
7) Gassen: NO (stikstofoxide)
Detail: Chemische signaaloverdracht tussen zenuwcellen verloopt niet altijd strikt “synaptisch” van pre- naar postsynaptische cel. Wat is retrograde transmissie?
Post- naar presynaptische cel
belangrijk voor feedback, vb. als postsynaptische cel voortdurend input krijgt van presynaptische

Detail: Chemische signaaloverdracht tussen zenuwcellen verloopt niet altijd strikt “synaptisch” van pre- naar postsynaptische cel. Wat is volume transmissie?
NT vrijgesteld door synaptische boutons & verspreidt zich dan over grotere regio’s van de hersenen

Detail: Chemische signaaloverdracht tussen zenuwcellen verloopt niet altijd strikt “synaptisch” van pre- naar postsynaptische cel. Wat is synapische spillover?
Veel NT vrijgesteld in synaps & afbraak/reuptake mechanismen al verzadigd

Detail: Chemische signaaloverdracht tussen zenuwcellen verloopt niet altijd strikt “synaptisch” van pre- naar postsynaptische cel. Wat is extrasynaptische transmissie?
NT vrijgesteld buiten synaps

Detail: Neuronen kunnen op verschillende manieren met elkaar communiceren afhankelijk van waar het axonuiteinde contact maakt met het doelwit neuron. Welke 3 verschillende soorten contacten zijn er?
1) Axodendritisch: axon → dendriet
2) Axosomatisch: axon → soma
3) Axoaxonaal: axon → axon

Wat zijn liganden?
Stoffen of moleculen die ergens aan bepaald aangrijpingspunt binden
meestal eiwit zoals receptor, transporter, enzym…
Neurotransmissie kan beïnvloed worden door interactie met elk onderdeel van de synaptische machine. Wat zijn de 7 stappen/onderdelen & wat zijn dus de farmacologische werkingsmechanismen?
1) Blokkage van voltage afhankelijke ionkanalen
2) Substraten voor NT synthese
3) Interferentie met enzymen verantwoordelijk voor synthese van NT
4) Interferentie met stapeling van NT in synaptische vesikels
5) Inhibitie/stimulatie van vrijstelling NT
6) Remmen van neuronale heropname van NT
vb. SSRI
7) Interferentie van afbraak NT
8) Interactie met receptoren voor NT

Wat zijn ionkanalen & welke 4 soorten zijn er (aangrijpingspunt psychofarmaca)?
Transmembranaire eiwitten permeabel voor ionen
1) Ligand-gated
ionotrope receptoren voor extracellulaire boodschappers, vb. GABAA, AMPA receptor
ionkanalen voor intracellulaire boodschappers, vb. ATP gevoelige ionkanalen
chemische sensoren binden met NT
2) Mechanically gated
vb. pijn, druk, weefselschade → omgezet in elektrisch signaal
3) Voltage gated
spanningsafhankelijke ionkanalen (~ spanningsgevoelig Na+ kanaal)
medicatie die deze blokkeren → blokkeren actiepotentiaal
vb. lokale anesthetica
4) Always open
ion lekkage kanaal (~ K+ lekkage kanaal)

Hoe verloopt interactie met ionkanalen (rechtstreeks/onrechtstreeks)? Wat zijn ionkanaalblokkers & -modulatoren?
Rechtstreeks (interactie met porie van ionkanaal zelf)
Of onrechtstreeks (interactie met andere structuren van ionkanaal eiwit of met geassocieerde eiwitten)
Onderscheid afhankelijk van waar liganden binden op ionkanaal & resulterend effect:
ionkanaalblokkers: verhinderen kanaal-permeabiliteit
ionkanaalmodulatoren: verhogen of verlagen probabiliteit van opening ionkanaal
Wat zijn enzymen?
Eiwitten die biochemische reacties katalyseren die noodzakelijk zijn voor essentiële fysiologische processen in lichaam
Vele geneesmiddelen hebben enzymen als aangrijpingspunt
Wat zijn substraten?
Door enzymen omgezet tot moleculen met andere biologische activiteit
Precursoren kunnen geactiveerd worden of biologische actieve stoffen kunnen geïnactiveerd worden
Wat zijn competitieve inhibitoren? Welke 2 soorten zijn er?
Binden op
zelfde bindplaats als substraat:
actieve katalytische site: orthosterisch (zelfde bindplaats als endogene ligand)
andere site: allosterisch (andere bindplaats, maar nog steeds competitief want zorgt ervaar dat substraat zich niet meer kan binden
→ Binden van endogene substraten op katalytische site bemoeilijkt
blokkeren werking van enzymen
Kunnen reversibel (zwakkere binding) of irreversibel (zeer sterke binding) zijn
Wat zijn niet-competitieve modulatoren?
Werken in op niet-katalytische site van enzyme zelf of op geassocieerde co-factoren → verandering in enzymatische activiteit
Endogeen substraat kan nog steeds binden, maar er is verlaging (inhibitoren) of verhoging (activatoren) van enzymatische activiteit
interfereren niet, maar wijzigen omzetting van substraat (mogelijks gefaciliteerd)

Welke biochemische reactie wordt hier weergegeven (orthosterische / allosterische competitieve inhibitor, niet-competitieve modulator)?
Allosterische competitieve inhibitor

Welke biochemische reactie wordt hier weergegeven (orthosterische / allosterische competitieve inhibitor, niet-competitieve modulator)?
Niet-competitieve modulator

Welke biochemische reactie wordt hier weergegeven (orthosterische / allosterische competitieve inhibitor, niet-competitieve modulator)?
Orthosterische competitieve inhibitor
Wat zijn carriers of transporters? Hoe verschillen ze van kanalen? Waarvoor zijn er carriers/transporters? Wat gebeurt er wanneer moleculen met transporters interfereren?
Eiwitten die ionen/moleculen overbrengen van één kant van celmembraan naar andere kant
I.t.t. kanalen: carriers altijd gesloten aan één kant & verandering in eiwitstructuur noodzakelijk om transport naar andere kant van membraan toe te laten
ionkanalen: toe of open → ion passeert
carrier functioneert als lift
Carriers/transporters voor: ionen, glucose, aminozuren, NT…
Moleculen die interfereren → accumulatie van substraat in specifieke biologische compartimenten
vb. psychostimulantia, SSRI

Wat zijn receptoren?
Macromoleculen (vnl. eiwitten) die fungeren als moleculaire sensoren (meestal voor liganden)
Kunnen cellulaire functies moduleren na conformatie wijzigingen met geassocieerde verandering in membraanpotentialen, activatie van signaalcascades of modulatie van genexpressie
cellulaire effecten teweegbrengen afhankelijk van verandering in eiwitstructuur
Superfamilies van receptoren kunnen onderscheiden worden op basis van welke 4 dingen?
1) Type ligand
2) Moleculaire structuur
3) Cellulaire lokalisatie
4) Signaaltransductiemechanismen
Welke 4 hoofdklassen van receptoren worden onderscheiden?
1) Ionotrope receptoren
vb. AMPA, GABAA
2) Metabotrope receptoren: G eiwit-gekoppelde receptoren
3) Enzyme-gekoppelde receptoren
4) Nucleaire receptoren
fungeren als transcriptie factoren, genexpressie, DNA (geslachts-, stresshormonen)

Wat zijn receptor liganden?
Endogene of exogene stoffen die met receptor een binding kunnen aangaan
Wat is het verschil tussen een agonist & antagonist?
Agonisten: binden receptor & veroorzaken activatie van effectorsystemen
Antagonisten: binden receptor & verhinderen activatie van effectorsystemen (zonder zelf effect uit te lokken)

Wat zijn ionotrope receptoren?
Transmembranaire receptoren waarbij het receptor eiwit een ionkanaal vormt
binding ligand → verandering in structuur van receptor
opening ionkanaal → snelle veranderingen in membraanpotentiaal (depolarisatie/hyperpolarisatie ifv ion)

Wat zijn metabotrope receptoren?
Transmembranaire receptoren waarbij de signaaltransductie berust op associatie met een trimeer G-eiwit
amplificatiemechanismen (first, second…messengers) zorgen voor sterke cellulaire effecten
GDP = G-eiwit
constructiecascade
ifv G-eiwit kan je cellulaire functies activeren of inactiveren

Wat zijn enzyme-gekoppelde receptoren?
Transmembranaire receptoren waarbij de signaaltransductie berust op activatie van enzymatische activiteit van eiwit
2 eiwitten komen samen & beïnvloeden elkaar

Wat zijn nucleaire receptoren?
Eiwitten die (evt. na (on)rechtstreekse translocatie naar celkern, nl. DNA) rechtstreeks kunnen binden op responsieve element van DNA & fungeren als transcriptiefactoren
sterke impact op functies van cellen & weefsel (geslachts-, stresshormonen)

Receptoren hebben een complexe 3D-structuur. Wat kan een binding van een ligand veroorzaken?
Conformatiewijziging: wijziging van eiwitstructuur → invloed op effectorsystemen
Verschillende liganden kunnen verschillende conformatiewijzigingen indiceren → verschillende effecten op geassocieerde effectorsystemen
vb. psychedelica zijn agonisten van serotonine receptoren

Deze grafiek geeft het biologisch effect weer in functie van de concentratie van een geneesmiddel. Wat is affiniteit?
Hoe sterk een molecule kan binden aan een doelwit

Deze grafiek geeft het biologisch effect weer in functie van de concentratie van een geneesmiddel. Wat is potentie? Leg hierbij de term volle & partiële agonist uit.
Potentie: hoeveelheid van een molecule nodig om 50% van max. biologisch effect van geneesmiddel teweeg te brengen
vb. max. effect van benzodiazepine: heel lang & diep in slaap
volle agonist: hogere dosis → meer uitgesproken effect
partiële agonist: nooit max. effect bereikt
potentie: lichtblauw — hogere dosis nodig
potent molecule: met lage dosis al effect (vb. heel kleine dosis nodig van fentanyl voor effecten)

Deze grafiek geeft het biologisch effect weer in functie van de concentratie van een geneesmiddel. Wat is efficaciteit?
In welke mate een molecule een biologische respons teweeg kan brengen bij een volledige bezetting van het doelwit
sommige moleculen geven nooit max. effect
bepaalde agonisten kunnen eiwit klein beetje aanpassen, ionkanaal beetje openen…

Deze grafiek geeft het biologisch effect weer in functie van de concentratie van een geneesmiddel. Wat is intrinsieke activiteit?
Max. effect van een molecule relatief t.o.v. effect van een volle agonist op zelfde doelwit onder zelfde omstandigheden
partiële agonist
neutrale antagonist: geen effect, maar bindt wel
inverse agonist: verlaagt activering
Wat zijn de 5 moleculaire mechanismen van neuromodulatie? Deze worden onderverdeeld in 2 categorieën: wanneer treden ze op?
Desensitisatie, internalisatie, downregulatie
bij langdurige activatie van receptoren → verminderde cellulaire respons: homeostatische respons, cellen passen zich aan om zich te beschermen
vb. gewenning aan opioïden: meer & meer nodig voor zelfde effect, receptoren gedesensibiliseerd
Upregulate & supersensitiviteit
bij gebrek aan activatie van receptoren (door tekort endogene agonist of langdurige toediening van antagonist)
vb. DA supersensitiviteit bij langdurige behandeling met conventionele antipsychotica (D2 receptor antagonisten) → tardieve dyskinesiën (tics)

Er zijn verschillende moleculaire mechanismen van neuromodulatie. Wat houdt desensitisatie in?
Effectorsysteem wordt minder efficiënt
vb. ionkanaal sluit bij verandering membraanpotentiaal, GPCR koppelt los van G eiwit na activatie

Er zijn verschillende moleculaire mechanismen van neuromodulatie. Wat houdt internalisatie in?
Opname receptoren in endosomale vesikels → aantal receptoren aan celoppervlak daalt
receptoren naar intracellulair component brengen

Er zijn verschillende moleculaire mechanismen van neuromodulatie. Wat houdt downregulatie in?
Lyosomiale degradatie of verminderde expressie → globaal aantal receptoren daalt

Er zijn verschillende moleculaire mechanismen van neuromodulatie. Wat houdt supersensitiviteit & upregulatie in?
Aanhoudende vermindering van normale receptorstimulatie → novo eiwitsynthese resulteert in verhoogde expressie van receptoren
Welke 4 cellulaire mechanismen van neuromodulatie zijn er?
1) Inhibitie/facilitatie door cotransmitters
2) Presynaptische (homotrope) autoreceptoren: inhibitie of facilitatie
3) Presynaptische (heterotrope) receptoren: inhibitie of facilitatie
4) Disinhibitie
Detail: wat zijn cotransmitters?
Eenzelfde neuron kan verschillende signaalmoleculen bevatten → ifv activiteit van neuron verschillende signaalmoleculen vrijgesteld
→ Bij laag-frequente activiteit vnl. small-molecule NT
→ Bij hoog-frequente activiteit vnl. neuropeptiden

Er zijn verschillende chemische mechanismen van neuromodulatie. Wat doen presynaptische autoreceptoren?
Receptoren op axonuiteinden invloed op vrijstelling NT
Presynaptische autoreceptor: receptor geactiveerd door NT vrijgesteld uit axonuiteinde waarop die tot expressie komt
negatieve feedback, stop signaal functie (er is voldoende NT)
homotroop: receptor herkent eigen vrijgestelde NT

Er zijn verschillende chemische mechanismen van neuromodulatie. Wat doen presynaptische heteroreceptoren?
Receptoren op axonuiteinden voor NT die niet door neuron zelf wordt geproduceerd
→ Positieve/negatieve reciproke effecten tussen verschillende NT systemen

Er zijn verschillende chemische mechanismen van neuromodulatie. Wat houdt disinhibitie in?
Onderdrukte activiteit van inhiberende interneuronen → verhoogde excitatie
vb. disinhibitie bij toediening van ketamine: NMDA receptor antagonist → blokkeert GABA (wat glutamaat afgifte inhibeert) → meer glutamaat

Wat is glutamaat? Van welke receptoren is het een agonist?
Voornaamste exciterende NT van centraal ZS, geproduceerd in 80% van synapsen
glutamine omgezet in glutamaat door glutaminase
Agonist van
ionotrope receptoren: NMDA, AMPA, Kainaat
metabotrope receptoren: mGlu1-8

Hoe wordt glutamaat stopgezet (2)?
1) Presynaptische receptoren (inhiberend, negatieve feedback)
2) Glutamaat verwijderen met transporters
Wat is GABA? Van welke receptoren is het een agonist?
Voornaamste inhiberende NT van centraal ZS, geproduceerd in 20% van synapsen
glutamaat → GABA
Agonist van
ionotrope receptoren: GABAA
metabotrope receptoren: GABAB

Hoe beïnvloeden glutamaat & GABA de hersenen?
Snelle signaaltransmissie via ionotrope receptoren in excitatorische (glutamaat) & inhibitorische (GABA) synaps ligt aan basis van oscillerende netwerkactiviteit in hersenen
glutamaterge & GABA-erge neuronen vormen netwerken met elkaar die elkaar kunnen exciteren of inhiberen
EEG: zicht op oscillaties met bepaalde frequenties
oscillaties door vorming van feedbackloops tussen exciterende & inhiberende neuronen

Wat is verantwoordelijk voor veranderingen in netwerkactiviteit geassocieerd met bepaalde brain states?
Netwerken, hersenactiviteit niet statisch → hoe switchen van ene naar andere brain state?
Neuromodulator systemen: coördineren netwerkactiviteit door projecties vanuit specifieke hersenkernen naar andere & meer verspreide hersendelen
NT vrijgesteld door ARAS systeem → invloed op activiteit in verschillende ver uit elkaar gelegen hersendelen & (gebrek aan) correlatie tussen deze delen
belangrijk doelwit voor geneesmiddelen

Neurotransmitters & neuromodulatoren hebben elk hun eigen invloeden op netwerkactiviteit, welke? Tip: waar worden ze vrijgesteld?
NT met vrijstelling in klassieke synapsen & strikte regionale controle van effecten → zeer precieze signaaloverdracht
Neuromodulatoren met vrijstelling vanuit synaptische varicositeiten & meer diffuse regionale effecten → modulatie van netwerkactiviteit

Waarmee is het niet kunnen switchen tussen brain states geassocieerd?
Maladaptieve brain state, psychiatrische stoornissen

Waar (2) wordt acetylcholine (ACh) geproduceerd, waarnaar projecteert het & welke functies heeft deze NT (afhankelijk van de productieplaats)?
1) Neuronen van basale voorhersenen (nucleus basalis, mediale septum, diagonale band)
projecties naar cortex, hippocampus, amygdala, hypothalamus…
langdurige aandacht & leervermogen
2) Neuronen van hersenstam (peduncolopontiene nucleus, laterodorsaal tegmentum)
projecties naar striatum, (hypo)thalamus, middenhersenen
regulatie waakzaamheid, motivatie, motoriek & autonome functies
Waar (2) wordt dopamine (DA) geproduceerd, waarnaar projecteert het & welke functies heeft deze NT (afhankelijk van de productieplaats)?
1) Neuronen van ventrale tegmentale regio (VTA)
diffuse projecties naar cortex, hippocampus, amygdala, hypothalamus, nucleus accumbens…
mesocorticaal & mesolimbisch systeem
alertheid, motivatie, cognitie, filtert sensoriële input met verhoogde aandacht voor relevante stimuli mogelijks gelinkt met beloning, generatie predictiefouten, stuurt aanleren van doelgericht gedrag…
2) Neuronen van substantia nigra (SN)
projecties naar striatum
nigrostriataal systeem
coördinatie van vrijwillige bewegingen met automatisering van doelgericht gedrag & gewoontevorming

Heeft het initiële stadium van verslaving betrekking tot het mesolimbisch of nigrostriataal systeem van dopamine?
Mesolimbisch systeem: gedrag sturen naar beloningen
Waar wordt noradrenaline (NA) geproduceerd, waarnaar projecteert het & welke functies heeft deze NT?
Neuronen van locus coeruleus
projecties naar cortex, hippocampus, hypothalamus, amygdala, basale ganglia, ruggenmerg
alertheid & waakzaamheid voor nieuwe/onverwachte/opvallende elementen, met evaluatie van potentiële bedreigingen, voorbereiding van geschikte respons (fight, flight, freeze) & memorisatie van emotioneel significante gebeurtenissen
waakzaamheid: projecties naar hersenstam — kritische rol in controle van autonome functies; projecties naar ruggenmerg — modulatie pijnprikkels

Waar wordt serotonine (5-HT) geproduceerd, waarnaar projecteert het & welke functies heeft deze NT?
Neuronen in raphe nuclei
projecties naar cortex, hippocampus, hypothalamus, amygdala, basale ganglia, ruggenmerg
modulatie van responsen op emotioneel relevante stimuli & cognitieve flexibiliteit — effecten sterk contextgebonden met regulerende rol in motivatie, angst, sociale affectie & gemoedstoestand
vormt rem op dopaminesysteem voor balans
kan angstresponsen versterken afhv waar het terechtkomt
slaap-waakcycli, thermoregulatie: projecties naar hersenstam — regulatie autonome functies; projecties naar ruggenmerg — regulerend effect op pijnprikkels
Zorgt serotonine voor geluk? Leg uit en link SSRI’s.
Nee, bij SSRI’s stijgt serotonine zelfde dag als inname, maar mensen nemen het niet recreatief in
mensen voelen zich afgevlakt, voelen zich niet “gelukkig”

Waar wordt histamine geproduceerd, waarnaar projecteert het & welke functies heeft deze NT?
Neuronen in tuberomamillaire nucleus van hypothalamus
projecties naar cortex, hippocampus, amygdala, hypothalamus, basale ganglia, hersenstam, ruggenmerg
bevordert algemene waakzaamheid, regulatie slaap-waakcycli, bevordert geheugenfuncties, onderdrukt eetlust, activeert neuroendocriene stressrespons & draagt bij tot neuroimmuun activatie
antihistamine neveneffect: slaperigheid
projecties hersenstam & ruggenmerg — regulatie autonome functies & pijnmodulatie

Is het mogelijk een rechtstreekse link te maken tussen activatie van neuromodulatorsystemen & effecten of cognitie/emotie? Leg uit. Tip: van welke 6 dingen zijn de effecten afhankelijk?
Volledige uitleg moeilijk — effecten van neuromodulatorsystemen vaak complementair & afhankelijk van:
projecties naar specifieke hersenregio’s & functie hiervan
interacties tussen neuromodulatorsystemen onderling
regionale verschillen in receptor expressie
temporele dynamiek (fasisch/tonisch)
huidige activiteit in doelwit hersengebieden
netwerk activiteit & brain state