1/3
Sensori-motorisch stadium: zintuigelijk & motorisch handelen 0-2 j Pre-operationeel stadium: onsystematisch & onlogisch denken 2-6/7 j Concreet operationeel stadium: systematisch, concreet, logisch denken 7-11/12 j Formeel operationeel stadium: abstracte, hypothetisch denken 12-adolescent
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Verworven denkcapaciteiten
· Experimenteren
· Beginnen symbolisch denken (fantasie)
· Anticiperen door voorstellingsvermogen
· Geheugen vrij goed ontwikkeld
Pre conceptueel denken
Begrippen abstract niveau nog niet echt gevorm à over discrimineren & over generaliseren
Denkfouten
1. Conservatie: behoud van hoeveelheid vloeistof & massa ook bij vormverandering
a. Houdt nog focus op 1 kenmerk
b. Moet omkeerde denkactie leren
c. Kan niet transformerend denken
2. Driebergenexperiment:
a. Egocentrisch denken: kan dingen niet vanuit standpunt ander bekijken/voelen
3. Klasse-inclusie-experiment:
a. Problemen met onderscheid tussen deel/geheel, niet classificeren
4. Verwarring fantasie & werkelijkheid: kijken naar werkelijkheid niet zoals die is maar gevorm door fantasie
a. Kenmerken peuters:
i. Antropomorfisme (vermenselijking) / animisme (dingen eigen leven)
ii. Fysionomisch waarnemen: neutrale objecten hebben gezicht
iii. Artificialisme: natuur gemaakt door mens
a. Kenmerken kleuters:
i. Finalisme: alles heeft een doel
ii. Onlogisch irrationele verbanden: verbonden aan elkaar zonder basis
iii. Magisch (egocentrisch denken: fantasie & werkelijkheid door elkaar
/
/