1/24
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen van de historische demografie tussen 1500 en 1750, inclusief bevolkingstrends, huwelijkspatronen, sterftecrisissen en de impact van ziektes zoals de pest en syfilis.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Historische demografie
De studie van de bevolking in het verleden.
Bevolkingssamenstelling
De verdeling van de bevolking op basis van factoren zoals leeftijd, geslacht en urbanisatie (verstedelijking).
Nataliteit
Het aantal geboortes binnen een bevolking, uitgedrukt in promille (‰).
Mortaliteit
Het aantal sterftes binnen een bevolking, uitgedrukt in promille (‰).
Fertiliteit
De vruchtbaarheid van een bevolking, vaak gemeten aan het aantal kinderen per vrouw.
Nuptialiteit
Het aantal huwelijken binnen een bevolking, uitgedrukt in promille (‰).
Accordeondemografie
Een demografisch patroon gekenmerkt door een opeenvolging van sterftecrisissen (dalen) en herstelperiodes (pieken).
Demografische revolutie
Een enorme stijging van de wereldbevolking vanaf de 18e eeuw, verklaard door een daling van de mortaliteit door toegenomen welvaart en betere geneeskunde.
Columbian exchange
De uitwisseling van goederen, planten en ziektes tussen de Oude en Nieuwe Wereld, wat in de 16e eeuw leidde tot een enorme bevolkingsterugval in Amerika door ziektes.
West-Europees huwelijkspatroon
Huwelijksgebruik waarbij mensen relatief laat trouwen (25 à 30 jaar), partners kiezen met wederzijdse instemming en pas huwen wanneer ze economisch zelfstandig zijn.
Verstandshuwelijk
Een gepland huwelijk, vooral bij de elite, met als doel de maatschappelijke positie te verstevigen of bezittingen veilig te stellen.
Celibatair
Noodgedwongen of vrijwillig ongehuwd blijven, wat in het vroegmoderne West-Europa gold voor 10 tot 20 van de bevolking.
Klein kerngezin
De huishoudelijke norm in West-Europa bestaande uit ouders en relatief weinig kinderen door een korte vruchtbaarheidsperiode en hoge kindersterfte.
Seriële monogamie
Het fenomeen van opeenvolgende huwelijken met telkens één partner, in de vroegmoderne tijd meestal als gevolg van hertrouwen na de dood van een echtgenoot.
Lactatieperiode
De periode van borstvoeding, die in de vroegmoderne tijd diende als natuurlijke vorm van gezinsplanning.
Kindersterfte
Het overlijden van jongeren; historisch stierf 20 voor de leeftijd van 1 jaar en 50 voor de leeftijd van 15 jaar.
Oversterfte
Een sterftecijfer dat veel hoger is dan normaal, veroorzaakt door factoren zoals oorlog, honger en ziektes.
Kleine IJstijd
Een klimaatverandering in de vroegmoderne tijd die zorgde voor lagere gemiddelde temperaturen, strenge winters en wisselvallige zomers, wat de landbouw verstoorde.
Hongerstenen
Inscripties in rivieren, zoals in de Elbe, die historische laagwaterstanden door extreme droogte markeren als waarschuwing voor naderende honger.
Pest
Een beruchte epidemische ziekte veroorzaakt door een bacterie, die in Europa vooral tussen 1550 en 1650 veelvuldig uitbrak.
Cordon sanitaire
Een letterlijke 'gezondheidsgordel' door de afsluiting of isolatie van een gebied om de verspreiding van infecties tegen te gaan.
Quarantaine
De afzondering van mensen gedurende een bepaalde periode (oorspronkelijk 40 dagen) om ziekteoverdracht te voorkomen.
Lazaretten
Gebouwen of hospitalen, vaak buiten een stad of haven gelegen, bedoeld voor de afzondering van zeelui of zieken tijdens een epidemie.
Bills of Mortality
Wekelijkse sterftecijfers, zoals die in Londen vanaf 1592 werden opgesteld, om uitbraken van epidemieën snel op te sporen.
Syfilis
Een venerische ziekte of soa die in 1494 in Europa opdook tijdens het beleg van Napels, ook wel de 'Franse ziekte' of 'Spaanse pokken' genoemd.