1/17
Deze flashcards behandelen de belangrijkste concepten van de persoonlijkheidsstructuur, inclusief de geschiedenis van typologieën, de lexicale benadering, factoranalyse, en de vergelijking tussen het Big Five- en HEXACO-model.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat zijn de vier klassieke 'humeuren' (humors) die in de geschiedenis van de persoonlijkheidsleer worden onderscheiden?
Phlegmaticus (slijm/water), Cholericus (gele gal/vuur), Sanguineus (bloed/lucht) en Melancholicus (zwarte gal/aarde).
Wie is de grondlegger van de drie somatoforme typen?
William Sheldon.
Welke vier dichotomieën vormen de basis van de Myers-Briggs Type Indicator (MBTI)?
Extraversie vs. Introversie, Observatie vs. Intuïtie (Sensing vs. iNtuition), Reflectie vs. Gevoel (Thinking vs. Feeling) en Beheersing vs. Perceptie (Judging vs. Perceiving).
Wat is de kern van de lexicale benadering van Goldberg (1981)?
Individuele verschillen die belangrijk zijn voor dagelijkse interacties zullen uiteindelijk in de taal worden vastgelegd; hoe belangrijker het verschil, hoe meer talen er een woord voor hebben.
Wat was de bijdrage van Francis Galton (1884) aan de lexicale benadering?
Hij probeerde een idee te krijgen van het aantal persoonlijkheidskenmerken door in een woordenboek het aantal woorden te tellen dat werd gebruikt om karakter uit te drukken.
Wat hield de adjectievenselectie van Allport & Odbert (1936) in?
Zij selecteerden 17.953 adjectieven uit het Webster's 'New International Dictionary' die persoonlijkheidskenmerken beschreven, na verwijdering van uiterlijk, intelligentie, tijdelijke stemmingen en sterke oordelen.
Wat is het doel van factoranalyse in lexicaal onderzoek naar persoonlijkheid?
Het groeperen van een grote hoeveelheid items op basis van correlatiecoëfficiënten om data te reduceren tot een beperkt aantal onderliggende factoren.
Welke vijf factoren vormen de 'Big Five' volgens Goldberg (1990)?
I. Extraversie, II. Altruïsme/Vriendelijkheid, III. Consciëntieusheid, IV. Emotionele Stabiliteit vs. Neuroticisme en V. Openheid voor Ervaringen.
Wat waren de vijf factoren in de Nederlandse lexicale studie van Hofstee et al. (1992)?
I. Extraversie, II. Vriendelijkheid, III. Zorgvuldigheid, IV. Emotionele Stabiliteit en V. Intellect / Spirit.
Waar staat het acroniem HEXACO voor in het model van Ashton en Lee?
H = Honesty-Humility (Integriteit), E = Emotionality (Emotionaliteit), X = eXtraversion (Extraversie), A = Agreeableness (Verdraagzaamheid), C = Conscientiousness (Consciëntieusheid) en O = Openness to Experience (Openheid voor Ervaringen).
Wat is de belangrijkste toevoeging van het HEXACO-model ten opzichte van de Big Five?
De toevoeging van een zesde dimensie genaamd Integriteit (Honesty-Humility), die subschalen als oprechtheid, rechtvaardigheid en bescheidenheid bevat.
Hoe verschilt HEXACO-Verdraagzaamheid van de Big Five-indeling?
HEXACO-Verdraagzaamheid bevat de 'irritatie' component die in de Big Five onder lage Emotionele Stabiliteit (Neuroticisme) valt.
Hoe verschilt HEXACO-Emotionaliteit van de Big Five-indeling?
HEXACO-Emotionaliteit bevat de 'sentimentaliteit' component die in de Big Five onder Vriendelijkheid valt.
Welke drie persoonlijkheidsclusters identificeerde Asendorpf (2003) in de NEO-PI-R?
Het externaliserende type (laag op Vriendelijkheid en Consciëntieusheid), het internaliserende type (hoog op Neuroticisme, laag op Extraversie) en het resilient type (laag op Neuroticisme, hoog op de overige factoren).
Wat concludeerde de studie van Ashton & Lee (2009) over HEXACO-clusters?
Clusters verklaren net zo weinig variantie als gerandomiseerde data, en resultaten worden 2 tot 3 maal beter verklaard door de zes dimensies dan door clusters.
Hoe verhouden de extraversie en introversie zich tot de humeuren in de geschiedenis van de persoonlijkheidsleer?
Extraversie kan worden geassocieerd met de Cholericus, terwijl Introversie in lijn kan zijn met de Phlegmaticus, wat de invloed van temperament op sociale interacties benadrukt.
Welke rol speelt de emotionele stabiliteit in de verschillen tussen het HEXACO-model en de Big Five?
Emotionele stabiliteit in HEXACO is direct gerelateerd aan de dimensie van Honesty-Humility, terwijl in de Big Five de focus meer ligt op Neuroticisme.
Waarom zijn typologieën zoals de klassieke humeuren minder effectief dan dimensionele modellen zoals de Big Five?
Typologieën zijn vaak te rigide en negeren de nuances van persoonlijkheid die beter worden vastgelegd door dimensionele modellen, die schaalvariaties binnen een continuüm erkennen.