Tentamenmateriaal Sociologie en Mediatheorie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/79

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een uitgebreide Quizlet-set van vragen en antwoorden gebaseerd op de tentamendocumenten voor de sociologie en mediatheorie cursus.

Last updated 5:32 PM on 1/27/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

80 Terms

1
New cards

Wat wordt bedoeld met het double-edged character van moderniteit?

Moderniteit brengt zowel emancipatie en vooruitgang als nieuwe risico’s en onzekerheden met zich mee.

2
New cards

Wat is reflexiviteit volgens Giddens?

Het voortdurend herzien van sociale praktijken op basis van nieuwe informatie.

3
New cards

Wat betekent time-space distanciation?

Sociale relaties worden losgekoppeld van specifieke tijd en plaats en over grote afstanden gespannen.

4
New cards

Wat is time-space compression?

Het gevoel dat afstanden krimpen en het leven versnelt door moderne communicatietechnologie.

5
New cards

Wat betekent despatialized simultaneity (Thompson)?

Mensen beleven gelijktijdig dezelfde gemedieerde gebeurtenis, ondanks fysieke afstand.

6
New cards

Wat is mediated historicity?

Ons beeld van het verleden wordt gevormd door mediabeelden en mediaverhalen.

7
New cards

Wat wordt bedoeld met ontologische veiligheid?

Een gevoel van stabiliteit en voorspelbaarheid in het dagelijks leven.

8
New cards

Wat zijn transitionele objecten in mediacontext?

Media die helpen omgaan met spanning tussen innerlijke emoties en externe werkelijkheid.

9
New cards

Wat betekent appropriation van media?

Het proces waarbij technologie onderdeel wordt van het dagelijks leven en identiteit.

10
New cards

Wat houdt mediatisering in volgens Hjarvard?

Een metaproces waarbij maatschappelijke domeinen steeds meer functioneren volgens medialogica.

11
New cards

Wat is directe mediatisering?

Activiteiten die vroeger niet gemedieerd waren, verlopen nu via media.

12
New cards

Wat is indirecte mediatisering?

Activiteiten worden aangepast aan mediavormen en symboliek zonder volledig gemedieerd te zijn.

13
New cards

Wat betekent ‘No Sense of Place’ (Meyrowitz)?

Media verbreken de koppeling tussen fysieke plaats en sociale situatie.

14
New cards

Wat is mobile privatisation (Williams)?

Mensen blijven privé verbonden met huiselijke media terwijl ze mobiel zijn in de publieke ruimte.

15
New cards

Wat is proper distance (Silverstone)?

Een morele balans in mediaberichtgeving tussen betrokkenheid en afstand.

16
New cards

Wat zijn modes of compassion volgens Boltanski?

Denunciatie, sentiment en esthetiek als manieren om lijden te framen.

17
New cards

Wat is datafication (Van Dijck)?

Het omzetten van sociaal gedrag in meetbare en verhandelbare data.

18
New cards

Hoe hangen reflexiviteit en ontologische veiligheid samen?

Meer reflexiviteit ondermijnt vaste zekerheden, waardoor ontologische veiligheid kwetsbaarder wordt.

19
New cards

Wat is het verband tussen mediatisering en medialogica?

Mediatisering zorgt ervoor dat steeds meer domeinen zich aanpassen aan medialogica.

20
New cards

Hoe verbindt despatialized simultaneity zich met time-space compression?

Beide beschrijven hoe media afstanden en tijdservaring doen vervagen.

21
New cards

Hoe hangen mobile privatisation en smartphones samen?

Smartphones maken het mogelijk om privé te blijven in publieke ruimtes.

22
New cards

Wat is de relatie tussen parasociale interactie en proper distance?

Te sterke parasociale banden kunnen leiden tot morele over-identificatie.

23
New cards

Hoe versterken algoritmes polarisatie in de publieke sfeer?

Door populariteit en programmability ontstaan echokamers en filterbubbels.

24
New cards

Wat is het verband tussen mediatisering en religie?

Religie past zich aan mediavormen aan, waardoor religieuze praktijken veranderen.

25
New cards

Welke kernconcepten horen bij Anthony Giddens?

Reflexiviteit, vertrouwen, time-space distanciation, dilemma’s van het zelf.

26
New cards

Welke bijdrage levert John B. Thompson?

Mediated interaction, despatialized simultaneity, mediated worldliness.

27
New cards

Waar staat Roger Silverstone om bekend?

Ontologische veiligheid, transitionele objecten, proper distance.

28
New cards

Wat is de belangrijkste bijdrage van Joshua Meyrowitz?

No Sense of Place en vervaging van publieke en private grenzen.

29
New cards

Welke theorie verbindt Habermas aan media?

De publieke sfeer en rationeel democratisch debat.

30
New cards

Wat voegen Poell & Van Dijck toe aan media-analyse?

Sociale medialogica: datafication, programmability, popularity en connectivity.

31
New cards

Waar richten Boltanski en Höijer zich op?

Morele reacties en medeleven in mediabeelden van lijden.

32
New cards

Leg uit hoe mediatisering kan bijdragen aan onttovering van politiek.

Door zichtbaarheid van backstage-gedrag verliezen politici hun sacrale status.

33
New cards

Waarom kan mediated quasi-interaction leiden tot parasociale relaties?

Omdat communicatie eenzijdig is maar wel persoonlijk aanvoelt.

34
New cards

Waarom vormt mediatisering een risico voor Habermas’ publieke sfeer?

Door fragmentatie, commercialisering en emotionele framing.

35
New cards

Wie is Anthony Giddens?

Een Britse socioloog die zich richt op moderniteit, globalisering en identiteit.

36
New cards

Wat verstaat Giddens onder moderniteit?

Een historisch tijdperk gekenmerkt door reflexiviteit, abstracte systemen en ontkoppeling van tijd en ruimte.

37
New cards

Wat zijn abstracte systemen volgens Giddens?

Systemen zoals geld, wetenschap en technologie waarop we vertrouwen zonder ze volledig te begrijpen.

38
New cards

Waarom is vertrouwen cruciaal in de moderniteit?

Omdat sociale relaties steeds minder gebaseerd zijn op persoonlijk contact.

39
New cards

Wat bedoelt Giddens met ‘emptying of time and space’?

Tijd en ruimte verliezen hun lokale betekenis en worden gestandaardiseerd.

40
New cards

Wat zijn de dilemma’s van het zelf?

Spanningen zoals zekerheid vs. onzekerheid en eenheid vs. fragmentatie.

41
New cards

Wie is John B. Thompson?

Een mediasocioloog die focust op media, macht en sociale interactie.

42
New cards

Wat is mediated interaction?

Communicatie via media waarbij tijd en ruimte worden overbrugd.

43
New cards

Wat is mediated quasi-interaction?

Eénrichtingscommunicatie van media naar een massapubliek.

44
New cards

Waarom is mediated quasi-interaction belangrijk voor massamedia?

Het creëert sociale binding zonder wederkerigheid.

45
New cards

Wat bedoelt Thompson met mediated worldliness?

Ons wereldbeeld wordt gevormd door media in plaats van directe ervaring.

46
New cards

Wat is mediated historicity?

Ons beeld van het verleden ontstaat via gemedieerde verhalen.

47
New cards

Wie is Roger Silverstone?

Een Britse mediasocioloog die media in het dagelijks leven analyseert.

48
New cards

Wat is ontological security volgens Silverstone?

Het gevoel van continuïteit en stabiliteit dat media kunnen ondersteunen.

49
New cards

Hoe dragen media bij aan ontologische veiligheid?

Door routines, rituelen en voorspelbare formats.

50
New cards

Wat bedoelt Silverstone met transitionele objecten?

Media fungeren als emotionele brug tussen privé en publieke wereld.

51
New cards

Wat is proper distance?

De moreel juiste afstand tot de ander in mediaverhalen.

52
New cards

Waarom is proper distance normatief?

Het stelt eisen aan hoe media ‘horen’ te functioneren.

53
New cards

Wie is Joshua Meyrowitz?

Een Amerikaanse communicatiewetenschapper die media en sociale situaties analyseert.

54
New cards

Wat is de kern van ‘No Sense of Place’?

Media doorbreken de relatie tussen fysieke locatie en sociale rol.

55
New cards

Wat bedoelt Meyrowitz met media-situaties?

Informatiesystemen die losstaan van fysieke plekken.

56
New cards

Waarom vervagen hiërarchieën volgens Meyrowitz?

Omdat media ‘geheime’ informatie toegankelijk maken.

57
New cards

Wat is het effect van media op volwassen-kindrelaties?

Kinderen krijgen eerder toegang tot volwassen kennis.

58
New cards

Wie is Jürgen Habermas?

Een Duitse filosoof en socioloog, bekend om zijn theorie over de publieke sfeer.

59
New cards

Wat is de publieke sfeer?

Een ruimte waar burgers rationeel debatteren over publieke kwesties.

60
New cards

Welke rol speelden media in de klassieke publieke sfeer?

Ze faciliteerden debat en informatie-uitwisseling.

61
New cards

Waarom staat de publieke sfeer onder druk?

Door commercialisering, emotie en fragmentatie van media.

62
New cards

Hoe wordt Habermas gebruikt in internetdebatten?

Om te beoordelen of online media democratie versterken of verzwakken.

63
New cards

Wie zijn Van Dijck en Poell?

Mediawetenschappers die sociale media analyseren als platformecosystemen.

64
New cards

Wat is sociale medialogica?

De logica waarmee platforms sociale interacties structureren.

65
New cards

Wat is programmability?

Het sturen van gebruikersgedrag via algoritmes.

66
New cards

Wat is popularity als logica?

Inhoud met veel interactie krijgt meer zichtbaarheid.

67
New cards

Waarom is datafication problematisch?

Omdat sociale relaties worden gecommercialiseerd.

68
New cards

Wie is Luc Boltanski?

Een Franse socioloog die media en moraliteit analyseert.

69
New cards

Wat zijn modes of compassion?

Denunciatie, sentiment en esthetiek.

70
New cards

Wat bekritiseert Boltanski aan medelijden in media?

Dat het vaak passief blijft en geen structurele verandering brengt.

71
New cards

Wat voegt Höijer toe aan Boltanski?

Dat emoties afhankelijk zijn van identiteit en sociale nabijheid.

72
New cards

Wat is morele onverschilligheid?

Het uitblijven van empathie bij te grote afstand tot de ander.

73
New cards

Wie is Arjun Appadurai?

Een antropoloog die globalisering en cultuur bestudeert.

74
New cards

Wat is globalised localism?

Lokale cultuur die wereldwijd verspreidt.

75
New cards

Wat is localised globalism?

Globale fenomenen aangepast aan lokale context.

76
New cards

Wat zijn phantasmagoric places?

Steden waar media en fysieke ruimte samensmelten.

77
New cards

Vergelijk Giddens en Meyrowitz op tijd-ruimte.

Giddens focust op abstracte structuren, Meyrowitz op sociale situaties.

78
New cards

Verschil tussen Thompson en Habermas?

Thompson analyseert interactievormen, Habermas normatief debat.

79
New cards

Hoe verschillen Silverstone en Boltanski in moraliteit?

Silverstone focust op afstand, Boltanski op framing van lijden.

80
New cards

Wat verbindt Van Dijck met Habermas?

Bezorgdheid over de kwaliteit van publieke communicatie.