1/45
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
‘The two cultures’
beroemde lezing van C.P. Snow in 1959
intellectuelen en wetenschappers leven in 2 aparte werelden, met weinig wederzijds begrip
kloof heeft negatieve gevolgen voor samenleving omdat technologische en wetenschappelijke vooruitgang niet goed werd begrepen door beleidsmakers en bredere culturele elite
pleit voor brug tussen de 2 domeinen
1543
copernicus verwerpt geocentrische wereldbeeld van Ptolemaeus → heliocentrisme
bevestigd door Johannes Kepler en mede dankzij vernieuwde sterrenkijkers door Galileo Galilei
successen astronomie geven sterke impuls aan fysica, wiskunde, … → Isaac Newton
Vesalius → grondslagen moderne anatomie
dissectie van lijken, tone taboe
typische romantische motieven
verwerping rationalisme
rede ←→ verbeelding (emotie en intuïtie)
geloof in techniek kan leiden tot ontmenselijking alsook vernietiging van natuur en gemeenschappen
klacht dat universalisme van verlichting culturele diversiteit verdringt
tegenover vernieuwingsdrang van rationele/verlichte moderniteit
dystopie
angst voor techniek en doorgeslagen wetenschap
angst voor onderdrukking van individu door opgelegde uniformiteit, mechanisering, automatisering, …
angst voor verdwijning van de natuur
angst voor verdwijning cultuur
hermeneutiek
studie van de interpretatie en van betekenis
paradigma
geheel van concepten, methodes en toepassingen die door een groep wetenschappers op een bepaald ogenblik wordt gedeeld
allegorie van de grot
komt uit Politeia van Plato
= grote verhaal over de heldenreis van onwetendheid naar kennis, het keert steeds terug in de westerse geschiedenis
= eveneens eerste grote samenzweringstheorie
wie onwetend is, wat waarheid is, verandert steeds, maar het verhaal waarmee een nieuwe waarheid wordt verkocht lijk doorgaans sterk op Plato’s allegorie:
massa is verdwaasd/gevangen in schijnwaarheden
enkeling bevrijd zich, ziet het licht, wordt niet geloofd door de verdwaasden, wordt misprezen en vervolgd → enkeling gelooft nog meer in zijn waarheid en word een martelaar
centrale metafoor voor de bekering = ontwaken, wakker worden, het licht zien, …
a priori kennis
kennis gebaseerd op autonome rede, niet op zintuiglijke waarneming
allegorie van de bedden
plato
A: bed als idee (eeuwige vorm)
B: bed gemaakt door de timmerman
C: bed afgebeeld door de schilder
A: Vervaardigd door god
B: vervaardigd door een ambachtsman
C: nabootser van datgene wat die andere twee vervaardigen
→ dichter is nabootser, komt op de derde plaats
kunstenaar beheerst geen ambacht, kan enkel illusie wekken van gecreëerde objecten
Hypomnese
ziekelijke staat van verwarring die wordt veroorzaakt door herinneringen op basis van het kunstmatige (derdegraads nabootsingen)
‘Poëtica’
Aristoteles (ca. 335 v. Chr.)
reeks college-achtige notities
handboek voor dichters: een leer van hoe je goede literatuur maakt
succesvolle ‘mimese’ kan worden aangeleerd
geschreven een eeuw na de Gouden Eeuw van Athene en bloei van klassieke tragedie
doel geschrift: schrijvers opnieuw doen aanknopen bij deze literaire traditie
Hamartia
begrip uit Aristoteles’ Poëtica
over het plot
= een (karakter)fout van de protagonist die zijn/haar ondergang inluidt
Peripeteia
begrip uit Aristoteles’ Poëtica
over het plot
= een plotselinge ommekeer waardoor het lot van de hoofdpersoon evolueert van gunstig naar ongunstig
Anagnorisis
begrip uit Aristoteles’ Poëtica
over het plot
= een moment van herkenning/inzicht: hoofdpersoon bereikt een dieper besef, begrijpt plots iets heel belangrijks waardoor hij een andere kijk krijgt op de dingen
Katharsis
begrip uit Aristoteles’ Poëtica
doel van het plot, doel tragedie
= ‘zuivering’
= na neutralisering van de excessieve passies die eerder zijn vertoond en aangewakkerd in de tragedie (angst & medeleven), breekt een moment van dieper inzicht & berusting aan bij de toeschouwer
Praxis
aristoteles
praxis vs mythos
=verhaal
lange episodische opeenvolging van gebeurtenissen
lijkt willekeurig, zonder rekening te houden met noodzakelijkheid, waarschijnlijkheid en onvermijdelijkheid
→post hoc: en daarna, en daarna, en daarna, …
mythos
aristoteles
praxis vs mythos
= plot
verhaal getransformeerd door artistiek proces van mimese
resultaat: meer eenheid, orde & evenwicht
veel representatiever en logischer dan het gewoon navertellen van een reeks gebeurtenissen
→ propter hoc: en daarom, en daarom, en daarom, …
‘Over het Sublieme’
lang aan zich onttrokken gebleven Griekse tekst
auteurschap foutief toegeschreven aan Longinus
→ ‘pseudo-Longinus
gaat op zoek naar regels voor literatuur en retoriek (sluit nog wel aan met Ari)
maar creëert gaandeweg een opening voor nieuwe kijk op literatuur
onderzoekt relatie tussen de voorschriften en literaire grootheid
vraag: welk van de volgende twee verdient in proza en poëzie de voorkeur?
grootheid die op sommige punten een steek laat vallen
of moddelmatige prestaties die helemaal gaaf en foutloos zijn
antwoord: grootste genieën zijn van vergissingen allerminst vrij. nauwgezetheid in elk detail brengt gevaar van beperktheid mee. Bij grootheid brengt hoort dat er iets over het hoofd wordt gezien.
utile dulce
begrip Horatius
= poëzie moet lering en vermaak conbineren, letterlijk het nuttige aan het aangename paren. Een goed gedicht is vermakelijk en leerzaam
Es (Id)
Term van Freud over de structuur van de psyche volgens hem
reservoir van impulsen → geregeerd door het lustprincipe: op zoek naar onmiddelijke bevrediging (baby’s)
Ich (ego)
Term van Freud over de structuur van de psyche volgens hem
ontwikkelt na de geboorte door contact met buitenwereld
rol is driften onder controle brengen via redelijk gedrag
→ geregeerd door realiteitsprincipe: onmiddelijke bevrediging uitstellen ten voordele van bevrediging op langere termein
Über-Ich (super-ego)
Term van Freud over de structuur van de psyche volgens hem
de collectieve moraal (normen en waarden) via buitenwereld verrinerlijkt tot geweten
Oedipus-complex
kind ontwikkelt instinctieve erotische binding met ouder van ander geslacht en identificeert ouder zelfde geslacht als rivaal (uit de weg te ruimen) → wat Oedipus dus doet
Freudiaanse interpretatie tekst sofokles: Jokaste roept op tot verdringing en het orakel staat voor ons onbewuste
sinds Freud heeft het Oedipus-complex de lectuur van en beeldvorming rond ‘Koning Oedipus’ sterk beïnvloed
trivium (artes liberales)
drievoudige weg
grammatica:
“door mij leert iedereen wat een woord, een letter, een lettergreep is”
analyseren van teksten
zelf schrijven in navolging van de geanalyseerde teksten
retorica:
“dankzij mij, trotse spreker, zullen uw toespraken indruk maken”
ars dicaminis → brieven componeren
ars praedicandi → kunst van het spreken
ars poetrae → kunst van literaire werken
dialectica:
“als het geblaf van een hond volgen mijn argumenten elkaar razendsnel op”
Poetria nova - Geoffrey van Vinsauf
handleiding / retorisch handboek voor het schrijven van teksten
gericht op literaire techniek
toepassing van regels (mimesisgedachte)
géén originaliteit (behalve op detailniveau)
Classicisme
begrip verwijst naar klassieke oudheid
griekse en Romeinse kunsten → maatgevend ideaal en bron voor inspiratie
knoopt aan bij Renaissance
proberen grote voorbeelden van toen na te bootsen en te overtreffen
oudheid leverde zowel formele als thematische inspiratie
kortom: mimesisleer als geheel van regels waarin publiek zijn normen en waarden herkent
Art Poétique (1674)
Nicolas Boileau
gedicht over fundamentele regels voor het schrijven & dichten
in traditie van Ari en Horatius
Ontologie
=zijns=leer
wat is het ‘zijn’ van de literatuur → representatie
onderzoekt de essentie van het object zelf
(plato, Ari, Pseudo-Longinus)
epistemologie
studie van het weten
behandelt kennis en waarneming
wat en hoe kunnen we weten?
ding-an-sich
begrip van Kant
had 3 kritieken, behoort tot Kritiek van de zuivere rede
←→ ding-für-mich
= de wkh zoals ze ‘objectief’ is / de noumenale wkh
kunnen er niets over zeggen met zekerheid. Kant stelt een grens aan de menselijke kennis
ding-für-mich
begrip van Kant
had 3 kritieken, behoort tot Kritiek van de zuivere rede
←→ ding-an-sich
= de wkh zoals ze aan ons verschijnt / fenomenale wkh
bezit een intersubjectieve geldigheid
autonomisme
focus op tekst
context wegfilteren
formele eigenschappen tekst centraal
sleuteltermen: vorm (formalisme) en structuur (structuralisme)
literaturnost
term uit Russisch formalisme
‘literariteit’
eigenschappen die taal/tekst tot literatuur maken
zijn in de tekst zelf te vinden
=autonomistisch: bestudeert tekt als op zichzelf staand object
hoe te herkennen? grootste paradox: het doorbreken van de herkenning is belangrijkste voorwaarde om van literariteit te kunnen spreken
De Kunst als Priom (1917)
sleuteltekst Russisch formalisme
V. Sjklovsky
verzet zich tegen toen populaire artistieke stroming van symbolisme
verwijt symbolisten dat ze kunst te referentieel bedrijven
wil aandacht verleggen van WAT wordt getoond naar HOE
leunt sterk bij taalkunde
boodschap niet van belang, materialiteit van lit en hoe die wordt gebruikt is belangrijk
Ostranenie
begrip uit Russisch formalisme
= vervreemding of defamiliarisatie
denk aan de readicale experimenten met materialiteit van taal: isoleren tekens en klanken (Ursonate - Kurt Schwitters)
skjlovsky: verhaal van een paard → vervreemding ontstaat door vertelperspectief: dier leert lezer opnieuw te kijken naar wat vanzelfsprekend is
Tomashevski: defamiliariserende effect van proza schuilt in de presentatie van het verhaal: onderscheid fabula en sujet (→ vermogen tot ostranenie)
‘The New Criticism’ (1941)
J.C.Ransom
niet definiërend bedoeld, geen aanzet tot schoolvorming
dominante kijke op literatuur in Angelsaksische wereld in 1920-60
eerder literatuurkritiek. veel minder systematisch dan Russisch formalisme
nauwelijks een begrippenapparaat
Personal heresy
1 van de 4 fallacies van het New Criticism
de biografie en geestesgesteldheid van de auteur mogen geen effect hebben op de interpretatie van de tekst
implicatie:
waargebeurd of ni: doet er ni toe
geschreven door een *sshole: doet er ni toe
intentional fallacy
1 van de 4 fallacies van het New Criticism
vergissing om de betekenis van een tekst afhankelijk te willen maken van de intentie van de auteur
affective fallacy
1 van de 4 fallacies van het New Criticism
lezer/criticus moet zijn emotionele respons uitschakelen. Mag zich niet laten leiden door persoonlijke reactie op de tekst
of je het mooi of ontroerend vind, is irrelevant voor je analyse
Heresy of paraphrase
1 van de 4 fallacies van het New Criticism
interpretatie kan nooit meer dan een ruwe benadering zijn. ‘Boodschap’ van een tekst kan niet worden naverteld tenzij in de literaire taal zelf
vorm kan dus niet herleid worden tot boodschap
langue
term van De Saussure
vastliggende systeem van een taal
grammaticale, morfologische, fonologische regels gedeeld door gemeenschap sprekers
onderliggende structuur die het mogelijk maakt om een taal te begrijpen en te produceren
begrensd
parole
term van De Saussure
daadwerkelijke uitingen of individuele taalgebruik door sprekers
concrete dagelijkse communicatie door leden taalgemeenschap
dynamisch en kan variëren afhankelijk van de situatie, spreker en context
oneindig
aktualisace
term uit Praags structuralisme
=foregrounding, ‘het op de voorgrond plaatsen’
bepaalde uitingen worden opvallend en dringen naar de voorgrond, andere tekstgedeeltes verschuiven naar achtergrond
voorgrond en achtergrond hebben elkaar steeds nodig om effect te hebben
kracht van dit concept kan mettertijd afnemen en verdwijnen
het nieuwe, normdoorbrekende wordt vertrouwd, zowel binnen de tekst, als binnen een geheel van teksten
onderbouw en bovenbouw
concept van Karl Marx
sociale omstandigheden (manier waarop eco is georganiseerd), bepalen wie we zijn, wat we denken en wat we doen
onderbouw: basis → bovenbouw: superstructuur
geheel productieverhoudingen vormt economische structuur van maatschappij
reële basis (onderbouw) waarop een juridische en politieke bovenbouw verheft en waaraan bepaalde maatschappelijke bewustzijnsvormen beantwoorden
ideologie (marxisme)
geheel aan opvattingen en overtuigingen waarmee we een voorstelling maken van de wereld → volgens Marx fragmentair en vals
maakt ons blind voor bepaalde problemen en mistoestanden door die als natuurlijk en onveranderlijk voor te stellen en als niet te voorkomen
als een ‘vals bewustzijn’ belet het dat men zich verzet tegen uitbuiting
houdt zo de bestaande machtsverhoudingen in stand
socialistisch realisme
schrijverscongress in USSR (1934) → wordt uitgeroepen tot officiële artistieke doctrine van Sovjet-Unie
uitgangspunten:
lit moet sociale functie hebben
moet ten dienste staan van de massa
moet bestanddeel worden van actifiteiten van communistische partij (‘literatuur is partijliteratuur’)
→ zogenaamde vulgair marxisme