1/35
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Stroming: Verlichting
Kern → rede en geloof als basis voor kennis en waarheid (zelfstandig denken)
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Sterk geloof in vooruitgang
Mens kan wereld begrijpen via logica
`
Tegenover: Romantiek → die wantrouwt rede
`
Namen:
Bacon → Empirisme = kennis via zintuigelijke waarneming
Kant = “durf te denken”
Stroming: Romantiek
Kern → emotie en verbeelding (originaliteit)
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Wantrouwen tegenover wetenschap
Angst dat rede → mens “ontmenselijkt”
Kernbegrippen
Expressie = uitdrukken van gevoelens door de kunstenaar
Artistiek genie = iemand met talent om iets origineels te maken
`
Tegenover: Verlichting → die vertrouwt rede
Dystopie = verhaal met waarschuwing (niet van Romantiek, maar wel een Reactie op de Verlichting en Industriële Revolutie)
Stroming: Denkwijze Plato
Kern → literatuur is gevaarlijk
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Extreem wantrouwen tegenover kunst
Kunst verwijdert ons van waarheid
`
Theorieën:
Mimesis → kunst = nabootsing (kopie van kopie, gevaarlijk)
Ideeënleer → echte werkelijkheid = ideeënwereld
Hypomnese → kunst veroorzaakt ziekelijke verwarring
Anamnese → het herinneren van kennis die je al had
Ontologie → De leer van het zijn; de vraag wat literatuur eigenlijk is.
Stroming: Aristoteles-traditie
Kern → literatuur als betekenisvolle nabootsing die inzicht geeft in de werkelijkheid
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Kunst helpt essentie begrijpen
Meer vertrouwen in literatuur
`
Theorieën:
Mimesis (positief) → leren via imitatie
Mythos → gestructureerde plot
Praxis
Katharsis → emotionele zuivering
Naam: Francis Bacon
Wie? → filosoof van de Verlichting
`
Wat doet hij?
Wil wetenschap vernieuwen
Verzet zich tegen puur theoretisch denken
`
Theorie / werk:
Novum Organum → kennis moet komen uit:
observatie
experiment
bergip : Empirisme - kennis via zintuigelijke waarneming
`
Stroming: Verlichting
Naam: Horatius
Wie? → Romeinse dichter
`
Wat doet hij? Schrijft Ars Poëtica
`
Idee:
Literatuur moet nuttig en aangenaam zijn (utile dulce)
Introduceert ab ovo / in medias res
`
Stroming: Inspiratie voor het Classicisme
Stroming: Middeleeuwen
Kern → literatuur en kennis staan in dienst van God en moraal, met sterke band tussen geloof en klassieke kennis
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Kennis = manier om goddelijke waarheid te bereiken
Verzoening van: klassieke filosofie en christelijk denken (scholastiek)
Fictie wordt gezien als gevaarlijk en onwaar
`
Theorieën:
Mimesis (beperkt) → nabootsing zonder originaliteit
Ars poetriae → regels om literatuur te schrijven
`
Belangrijk: Literatuur moet morele les geven en waarheid dienen
`
Namen:
Geoffrey van Vinsauf → Poetria nova → handleiding voor schrijven (techniek + regels)
Chrétien de Troyes → literatuur moet kennis en moraal overbrengen
Jan van Boendale → 3 voorwaarden: grammatica, waarheid en Latijn
Stroming: Classicisme
Kern → literatuur moet voldoen aan regels, orde en harmonie, gebaseerd op de klassieke oudheid
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Afwijzing van: extreme emoties
Focus op: controle en evenwicht
`
Theorieën:
Imitatio → nabootsen van klassieke voorbeelden
Aemulatio → proberen beter te doen
Bienséance (decorum) → gepastheid, publiek mag niet geschokt worden
`
Belangrijk: Literatuur = nabootsing + idealisering
`
Naam: Nicolas Boileau → Art poétique → regels voor literatuur + ruimte voor inspiratie
(Stroming:) Barok
Kern → literatuur gekenmerkt door overdaad, emotie en dramatiek
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Sterke nadruk op: emoties, contrast en religieuze intensiteit
Veel beweging, spanning en overdrijving
`
Theorieën / kenmerken:
Overdaad → veel en complex
Contrast → tegenstellingen versterken effect
`
Tegenover: Classicisme → orde en controle
Naam: Pseudo-Longinus
Wie? → auteur van Over het sublieme, Onderzoekt relatie tussen regels en grootsheid
`
Theorie:
`literatuur is niet enkel regels volgen, maar bevat ook een ondefinieerbaar element (het sublieme) dat grootsheid creëert.
Stroming: belangrijk voor het Classicisme, maar hij is niet van het classicisme
Naam: Edmund Burke
Wat doet hij? Verandert idee van sublieme
`
Theorie:
Sublieme → mix van angst + fascinatie
Epistemologie → de studie van kennis en waarneming
Object & Subject
Oordeelsvermogen : analyseren van indrukken
`
Belangrijk: Schoonheid zit in: subject (waarnemer)
`
Stroming: Verlichting (maar richting Romantiek)
Naam: Nicolas Boileau
Wie? → belangrijke figuur binnen het classicisme
`
Wat doet hij?
Schrijft Art poétique → gedicht met regels voor literatuur
Probeert:
klassieke regels te behouden
maar ook ruimte te laten voor inspiratie
`
Belangrijk:
Vertaalt Pseudo-Longinus
Zorgt voor meer aandacht voor originaliteit
`
Theorie / evolutie:
Verschuiving mimesis → expressie (van Pseudo-Longinus)
Persoonlijkheid van de auteur wordt belangrijker
`
Stroming: Classicisme (met overgang naar romantiek)
Naam: Immanuel Kant
Wie? → filosoof van de Verlichting
Wat doet hij? Onderzoekt kennis, moraal en schoonheid
`
Theorie → Schrijft 3 kritieken
Kritiek van de zuivere rede → over kennis
Kritiek van de praktische rede → over moraal
Kritiek van het oordeelsvermogen → over kunst en esthetica
Kernbegrippen
Ding an sich & Ding fur mich
Verschil nuttige & het goede
Het aangename, het schone, het sublieme
Belangeloos welbehagen
a priori aanpak : kennis zonder ervaring
`
Stroming: Verlichting
Stroming: Russisch formalisme
Kern → literatuur bestuderen op basis van vorm en taal, los van auteur en context
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Focus op hoe iets gezegd wordt (vorm), niet wat het betekent
Literatuur maakt het gewone vreemd en opvallend
`
Theorieën:
Literariteit (literaturnost) → wat een tekst literair en niet-literair maakt
Ostranenie → dingen vreemd maken zodat we ze bewuster ervaren
Automatisering → gewone waarneming wordt automatisch → kunst doorbreekt dit
`
Belangrijk:
Literatuur = taal die opvalt en vertraagt
Betekenis zit in vorm en technieken
kunstgrepen
`
Namen:
Sjklovsky → ostranenie + rol van kunst
Tomashevski → fabula vs sujet
Stroming: New Criticism
Kern → literatuur analyseren als autonoom object, volledig los van auteur, context en lezer voor een objectieve interpretatie
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Alles buiten de tekst is irrelevant
Focus op structuur en samenhang
Zoeken naar objectieve interpretatie
`
Theorieën:
Close reading → nauwkeurig analyseren van tekst
Distant reading = grote verzamelingen teksten worden geanalyseerd
4 fallacies → fouten die je moet vermijden
`
Belangrijk:
Tekst = autonoom artefact
Betekenis zit volledig in de tekst zelf
`
Namen: Brooks & Warren → regels en fallacies binnen New Criticism
Stroming: Structuralisme
Kern → literatuur begrijpen via onderliggende structuren en systemen
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Verhalen lijken verschillend
Maar hebben dezelfde diepe structuur
Focus op systemen en relaties
`
Theorieën:
Structuurdenken → betekenis komt uit relaties
Morfeem (Propp) → kleinste betekenisvolle eenheid
Verhalen volgen vaste patronen
Positivisme
`
Belangrijk:
Niet de tekst zelf centraal
Maar de structuur achter de tekst
`
Namen:
Propp → structuur van sprookjes
Saussure → taal als systeem (langue & parole / signifiant & signifié)
Stroming: Praags structuralisme
Kern → literatuur als taalgebruik dat afwijkt van gewone communicatie
Relatie tussen elementen is belangrijker dan de elementen zelf.
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Focus op: functie van taal en effect op lezer
Literatuur ontstaat door afwijking van gewone taal
`
Theorieën:
Poëtische functie → aandacht op vorm van taal
Aktualisace (foregrounding) → taal op voorgrond plaatsen
Receptie-esthetica = lezer en de leeservaring staan centraal
Artefact = Het materiële object zelf, zoals de geschreven tekst op papier.
Esthetisch object = het kunstwerk zoals de lezer/toeschouwer wordt ervaren
Verwachtingshorizon
Referentialiteit
Betekenis ontstaat door contrast
`
Belangrijk:
Werkt verder op Russisch formalisme en Saussure
Literatuur = opvallend taalgebruik binnen systeem
Stroming: Frans structuralisme
Kern → literatuur analyseren als gestructureerd systeem van samenhangende elementen
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Focus op structuur en relaties tussen onderdelen
Vorm is belangrijker dan inhoud
`
Theorieën:
Synchrone analyse → tekst analyseren zonder geschiedenis
Modellen om verhalen te analyseren
`
Belangrijk:
Literatuur = systeem
Betekenis ontstaat door structuur
`
Namen:
Greimas → algemeen model voor verhalen (actantieel model) & oppervlakte/dieptestructuur
Genette → vertelstructuur (vertelinstantie, paratekst.)
Naam: Viktor Sjklovsky
Wie? → belangrijke figuur binnen het Russisch formalisme
`
Wat doet hij?
Onderzoekt hoe literatuur werkt via vorm en taalgebruik
Legt nadruk op hoe iets gezegd wordt
Kunst moet automatisering doorbreken
`
Theorie / evolutie:
Ostranenie → dingen vreemd maken
literair & niet literair taalgebruik
Kunst = bewustwording van waarneming
`
Stroming: Russisch formalisme
Naam: Boris Tomashevski
Wie? → formalist
`
Wat doet hij?
Analyseert hoe verhalen opgebouwd zijn
Onderscheid tussen gebeurtenissen en vertelwijze
`
Theorie / evolutie:
Fabula → chronologisch verhaal
Sujet → manier van vertellen
Sujet zorgt voor vervreemding
`
Stroming: Russisch formalisme
Namen: Brooks & Warren
Wie? → vertegenwoordigers van New Criticism
`
Wat doen ze?
Ontwikkelen richtlijnen voor objectieve tekstanalyse
Willen bepalen wat goede literatuur is
Belangrijk: alles buiten tekst is irrelevant
`
Theorie / evolutie:
Close reading
4 fallacies
`
Stroming: New Criticism
Naam: Vladimir Propp
Wie? → folklorist
`
Wat doet hij? Onderzoekt structuur van sprookjes
→ Verhalen volgen vaste patronen
`
Theorie / evolutie:
31 functies
7 rollen
Structuur van verhalen
`
Stroming: Structuralisme
Naam: Algirdas Greimas
Wie? → Frans structuralist
`
Wat doet hij?
Vereenvoudigt theorie van Propp
Wil algemeen model voor verhalen
`
Theorie / evolutie: Structureel model van verhalen
Diepte & oppervlaktestructuur
Actantieel model
`
Stroming: Frans structuralisme
Naam: Gérard Genette
Wie? → Frans structuralist
`
Wat doet hij?
Analyseert vertelstructuur
Onderscheid tussen auteur en verteller
`
Theorie / evolutie:
Vertelinstantie
Vertelniveaus
Focalisatie
Paratekst
`
Stroming: Frans structuralisme
Stroming: Poststructuralisme
Kern → taal is instabiel en onbetrouwbaar, waardoor betekenis nooit vastligt
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Twijfel aan: waarheid en kennis
Geen vaste betekenis of centrum
Betekenis verandert voortdurend
Wereld begrijpen kan alleen via taal en tekens
`
Theorieën:
Linguistic turn → taal bepaalt hoe we de werkelijkheid begrijpen
Instabiliteit van taal → betekenis is nooit vast
Différance → betekenis ontstaat door verschil en wordt uitgesteld
Deconstructie → tonen dat teksten tegenstrijdig en instabiel zijn
Dissémination = betekenis verspreidt zich in verschillende richtingen
Indécidabilité = binaire tegenstellingen (bv zombie)
Binaire opposities → tegenstellingen (maar nooit stabiel)
Aporie → punt van onbeslisbaarheid
`
Belangrijk:
Geen objectieve waarheid mogelijk
Tekst heeft geen vaste betekenis en geen centrum
Interpretatie = betekenis creëren (niet ontdekken)
Naam: Jacques Derrida
Wie? → belangrijkste denker van het poststructuralisme
`
Wat doet hij?
Ontwikkelt methode om teksten te analyseren
Onderzoekt hoe betekenis werkt in taal
`
Belangrijk:
Verwerpt idee van vaste waarheid en stabiele betekenis
Bekritiseert logocentrisme
`
Theorie / evolutie:
Deconstructie → kritische leesstrategie die tegenstrijdigheden blootlegt
Différance → betekenis verschuift en wordt uitgesteld
Il n’y a pas d’hors-texte → we kennen niets buiten taal
Logocentrisme
Dissémination
Indécidabilité
`
Stroming: Poststructuralisme
Naam: Ferdinand de Saussure
Wie? → taalkundige
`
Wat doet hij? Ontwikkelt theorie over taal als systeem
`
Belangrijk:
Betekenis ontstaat door verschillen binnen taal
Taal bepaalt denken
`
Theorie / evolutie:
Langue vs parole
Signe = Signifiant / signifié
Arbitraire relatie tussen woord en betekenis
→ Basis voor structuralisme en poststructuralisme
Sémiologie = bestuderen van betekenisproductie
`
Stroming: Structuralisme (basis voor poststructuralisme)
Naam: Michel Foucault
Wie? → Franse denker
Wat doet hij? Onderzoekt relatie tussen kennis, macht en taal
`
Belangrijk: Wat als “waarheid” geldt, hangt af van discours en macht
`
Theorie / evolutie:
Kennis is niet objectief
Wordt gevormd door taal en machtsstructuren
discours
`
Stroming: Poststructuralisme & Postmarxisme
Naam: Roland Barthes
Wie? → Franse denker
Wat doet hij? Analyseert teksten en betekenis
`
Belangrijk: Auteur is niet bepalend voor betekenis
`
Theorie / evolutie:
Tekst heeft meerdere betekenissen
Lezer speelt actieve rol
La mort de l’auteur
`
Stroming: Poststructuralisme
Stroming: Marxistische literatuurbenadering
Kern → literatuur in relatie tot maatschappij, macht en klassenstrijd
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Literatuur is: nooit neutraal en altijd ideologisch
Focus op klassen, macht en economie
Lezer en auteur worden beïnvloed door hun maatschappelijke positie
`
Theorieën:
Klassenstrijd → geschiedenis = strijd tussen klassen
Dialectiek → these → antithese → synthese
Materialisme → materiële omstandigheden bepalen denken
Onderbouw / bovenbouw → economie bepaalt cultuur
Ideologie → vals bewustzijn dat ongelijkheid verbergt
`
Belangrijk:
Literatuur kan ideologie bevestigen en ideologie bekritiseren
Literatuur = nooit waardenvrij
`
Namen:
Karl Marx → ontwikkelt theorie van klassenstrijd, materialisme
Friedrich Engels → werkt ideeën verder uit (ook literatuur)
György Lukács → literatuur moet realiteit weerspiegelen (realisme)
Adorno : negativiteit
Stroming: Postmarxisme
Kern → uitbreiding van marxisme met focus op meerdere vormen van ongelijkheid (niet alleen klasse)
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Niet alleen: economie
Maar ook gender, etniciteit en identiteit
Focus op macht in bredere zin
`
Theorieën:
Intersectionaliteit → verschillende vormen van ongelijkheid hangen samen
Macht werkt via taal, cultuur en discours
`
Belangrijk:
Niet alle denkers noemen zich marxist
Combineert marxisme en poststructuralisme
`
Naam: Michel Foucault → macht en discours
Stroming: Postkolonialisme
Kern → studie van koloniale machtsverhoudingen en beeldvorming tussen West en “de ander”
`
Wat maakt deze stroming uniek?
Focus op identiteit, macht en representatie
Analyse van “wij vs zij”
Doorbreekt eurocentrisme
`
Theorieën:
Binaire opposities → West vs rest
Discours → taal vormt beeld van de ander
Oriëntalisme → Westen creëert beeld van “de ander”
Mimicry → gekoloniseerde bootst kolonisator na
White saviour → witte held redt de ander
nobele wilde = Het idee dat inheemse mensen puur en goed zijn, maar “onbeschaafd”.
postmaterialisme = aandacht voor mateloze consumptie
`
Belangrijk:
“De ander” krijgt vaak geen stem
Literatuur kan koloniale ideologie bekritiseren
`
Namen:
Edward Said → oriëntalisme en discours
Michel Foucault → discours (basis voor Said)
Naam: Karl Marx
Wie? → grondlegger van het marxisme
Wat doet hij? Analyseert kapitalisme en maatschappij
`
Belangrijk: Maatschappij bepaald door economie en klassen
`
Theorie / evolutie:
Klassenstrijd
Materialisme = idee dat materiele omstandigheden het menselijk leven bepalen
dielectisch materialisme = verandering via strijd + materiele realiteit
Onderbouw / bovenbouw
Ideologie
`
Stroming: Marxistische literatuurbenadering
Naam: Friedrich Engels
Wie? → medewerker van Marx
Wat doet hij? Werkt marxistische theorie verder uit
`
Theorie / evolutie → Literatuur kan ideologie:
bevestigen
bekritiseren
`
Stroming: Marxistische literatuurbenadering
Naam: György Lukács
Wie? → marxistisch filosoof
Wat doet hij? Past marxisme toe op literatuur
`
Belangrijk:
Voorstander van realisme
Tegen modernisme en avant-garde
`
Theorie / evolutie:
Literatuur moet maatschappij weerspiegelen
Introduceert vervreemding, reïficatie en warenfetisjisme
`
Stroming: Marxistische literatuurbenadering
Naam: Edward Said
Wie? → postkoloniaal denker
Wat doet hij? Analyseert hoe Westen de “ander” voorstelt
`
Belangrijk: Westen creëert beeld van de Oriënt
`
Theorie / evolutie:
Oriëntalisme → discours dat machtsverhoudingen legitimeert
Geen objectieve waarheid buiten discours
`
Stroming: Postkolonialisme