Stromingen + Namen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/35

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:16 PM on 5/25/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

36 Terms

1
New cards

Stroming: Verlichting

Kern → rede en geloof als basis voor kennis en waarheid (zelfstandig denken)

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Sterk geloof in vooruitgang

  • Mens kan wereld begrijpen via logica

`

Tegenover: Romantiek → die wantrouwt rede

`

Namen:

  • Bacon → Empirisme = kennis via zintuigelijke waarneming

  • Kant = “durf te denken”

2
New cards

Stroming: Romantiek

Kern → emotie en verbeelding (originaliteit)

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Wantrouwen tegenover wetenschap

  • Angst dat rede → mens “ontmenselijkt”

Kernbegrippen

  • Expressie = uitdrukken van gevoelens door de kunstenaar

  • Artistiek genie = iemand met talent om iets origineels te maken

`

Tegenover: Verlichting → die vertrouwt rede

  • Dystopie = verhaal met waarschuwing (niet van Romantiek, maar wel een Reactie op de Verlichting en Industriële Revolutie)

3
New cards

Stroming: Denkwijze Plato

Kern → literatuur is gevaarlijk

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Extreem wantrouwen tegenover kunst

  • Kunst verwijdert ons van waarheid

`

Theorieën:

  • Mimesis → kunst = nabootsing (kopie van kopie, gevaarlijk)

  • Ideeënleer → echte werkelijkheid = ideeënwereld

  • Hypomnese → kunst veroorzaakt ziekelijke verwarring

  • Anamnese het herinneren van kennis die je al had

  • Ontologie De leer van het zijn; de vraag wat literatuur eigenlijk is.

4
New cards

Stroming: Aristoteles-traditie

Kern → literatuur als betekenisvolle nabootsing die inzicht geeft in de werkelijkheid

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Kunst helpt essentie begrijpen

  • Meer vertrouwen in literatuur

`

Theorieën:

  • Mimesis (positief) → leren via imitatie

  • Mythos → gestructureerde plot

  • Praxis

  • Katharsis → emotionele zuivering

5
New cards

Naam: Francis Bacon

Wie? → filosoof van de Verlichting

`

Wat doet hij?

  • Wil wetenschap vernieuwen

  • Verzet zich tegen puur theoretisch denken

`

Theorie / werk:

  • Novum Organum → kennis moet komen uit:

    • observatie

    • experiment

bergip : Empirisme - kennis via zintuigelijke waarneming

`

Stroming: Verlichting

6
New cards

Naam: Horatius

Wie? → Romeinse dichter

`

Wat doet hij? Schrijft Ars Poëtica

`

Idee:

  • Literatuur moet nuttig en aangenaam zijn (utile dulce)

  • Introduceert ab ovo / in medias res

`

Stroming: Inspiratie voor het Classicisme

7
New cards

Stroming: Middeleeuwen

Kern → literatuur en kennis staan in dienst van God en moraal, met sterke band tussen geloof en klassieke kennis

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Kennis = manier om goddelijke waarheid te bereiken

  • Verzoening van: klassieke filosofie en christelijk denken (scholastiek)

  • Fictie wordt gezien als gevaarlijk en onwaar

`

Theorieën:

  • Mimesis (beperkt) → nabootsing zonder originaliteit

  • Ars poetriae → regels om literatuur te schrijven

`

Belangrijk: Literatuur moet morele les geven en waarheid dienen

`

Namen:

  • Geoffrey van VinsaufPoetria nova → handleiding voor schrijven (techniek + regels)

  • Chrétien de Troyes → literatuur moet kennis en moraal overbrengen

  • Jan van Boendale → 3 voorwaarden: grammatica, waarheid en Latijn

8
New cards

Stroming: Classicisme

Kern → literatuur moet voldoen aan regels, orde en harmonie, gebaseerd op de klassieke oudheid

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Afwijzing van: extreme emoties

  • Focus op: controle en evenwicht

`

Theorieën:

  • Imitatio → nabootsen van klassieke voorbeelden

  • Aemulatio → proberen beter te doen

  • Bienséance (decorum) → gepastheid, publiek mag niet geschokt worden

`

Belangrijk: Literatuur = nabootsing + idealisering

`

Naam: Nicolas BoileauArt poétique → regels voor literatuur + ruimte voor inspiratie

9
New cards

(Stroming:) Barok

Kern → literatuur gekenmerkt door overdaad, emotie en dramatiek

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Sterke nadruk op: emoties, contrast en religieuze intensiteit

  • Veel beweging, spanning en overdrijving

`

Theorieën / kenmerken:

  • Overdaad → veel en complex

  • Contrast → tegenstellingen versterken effect

`

Tegenover: Classicisme → orde en controle

10
New cards

Naam: Pseudo-Longinus

Wie? → auteur van Over het sublieme, Onderzoekt relatie tussen regels en grootsheid

`

Theorie:

`literatuur is niet enkel regels volgen, maar bevat ook een ondefinieerbaar element (het sublieme) dat grootsheid creëert.

Stroming: belangrijk voor het Classicisme, maar hij is niet van het classicisme

11
New cards

Naam: Edmund Burke

Wat doet hij? Verandert idee van sublieme

`

Theorie:

  • Sublieme → mix van angst + fascinatie

  • Epistemologie → de studie van kennis en waarneming

  • Object & Subject

  • Oordeelsvermogen : analyseren van indrukken

`

Belangrijk: Schoonheid zit in: subject (waarnemer)

`

Stroming: Verlichting (maar richting Romantiek)

12
New cards

Naam: Nicolas Boileau

Wie? → belangrijke figuur binnen het classicisme

`

Wat doet hij?

  • Schrijft Art poétique → gedicht met regels voor literatuur

  • Probeert:

    • klassieke regels te behouden

    • maar ook ruimte te laten voor inspiratie

`

Belangrijk:

  • Vertaalt Pseudo-Longinus

  • Zorgt voor meer aandacht voor originaliteit

`

Theorie / evolutie:

  • Verschuiving mimesis → expressie (van Pseudo-Longinus)

  • Persoonlijkheid van de auteur wordt belangrijker

`

Stroming: Classicisme (met overgang naar romantiek)

13
New cards

Naam: Immanuel Kant

Wie? → filosoof van de Verlichting

Wat doet hij? Onderzoekt kennis, moraal en schoonheid

`

Theorie → Schrijft 3 kritieken

  • Kritiek van de zuivere rede → over kennis

  • Kritiek van de praktische rede → over moraal

  • Kritiek van het oordeelsvermogen → over kunst en esthetica

Kernbegrippen

  • Ding an sich & Ding fur mich

  • Verschil nuttige & het goede

  • Het aangename, het schone, het sublieme

  • Belangeloos welbehagen

  • a priori aanpak : kennis zonder ervaring

`

Stroming: Verlichting

14
New cards

Stroming: Russisch formalisme

Kern → literatuur bestuderen op basis van vorm en taal, los van auteur en context

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Focus op hoe iets gezegd wordt (vorm), niet wat het betekent

  • Literatuur maakt het gewone vreemd en opvallend

`

Theorieën:

  • Literariteit (literaturnost) → wat een tekst literair en niet-literair maakt

  • Ostranenie → dingen vreemd maken zodat we ze bewuster ervaren

  • Automatisering → gewone waarneming wordt automatisch → kunst doorbreekt dit

`

Belangrijk:

  • Literatuur = taal die opvalt en vertraagt

  • Betekenis zit in vorm en technieken

  • kunstgrepen

`

Namen:

  • Sjklovsky → ostranenie + rol van kunst

  • Tomashevski → fabula vs sujet

15
New cards

Stroming: New Criticism

Kern → literatuur analyseren als autonoom object, volledig los van auteur, context en lezer voor een objectieve interpretatie

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Alles buiten de tekst is irrelevant

  • Focus op structuur en samenhang

  • Zoeken naar objectieve interpretatie

`

Theorieën:

  • Close reading → nauwkeurig analyseren van tekst

  • Distant reading = grote verzamelingen teksten worden geanalyseerd

  • 4 fallacies → fouten die je moet vermijden

`

Belangrijk:

  • Tekst = autonoom artefact

  • Betekenis zit volledig in de tekst zelf

`

Namen: Brooks & Warren → regels en fallacies binnen New Criticism

16
New cards

Stroming: Structuralisme

Kern → literatuur begrijpen via onderliggende structuren en systemen

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Verhalen lijken verschillend

  • Maar hebben dezelfde diepe structuur

  • Focus op systemen en relaties

`

Theorieën:

  • Structuurdenken → betekenis komt uit relaties

  • Morfeem (Propp) → kleinste betekenisvolle eenheid

  • Verhalen volgen vaste patronen

  • Positivisme

`

Belangrijk:

  • Niet de tekst zelf centraal

  • Maar de structuur achter de tekst

`

Namen:

  • Propp → structuur van sprookjes

  • Saussure → taal als systeem (langue & parole / signifiant & signifié)

17
New cards

Stroming: Praags structuralisme

Kern → literatuur als taalgebruik dat afwijkt van gewone communicatie

Relatie tussen elementen is belangrijker dan de elementen zelf.

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Focus op: functie van taal en effect op lezer

  • Literatuur ontstaat door afwijking van gewone taal

`

Theorieën:

  • Poëtische functie → aandacht op vorm van taal

  • Aktualisace (foregrounding) → taal op voorgrond plaatsen

  • Receptie-esthetica = lezer en de leeservaring staan centraal

  • Artefact = Het materiële object zelf, zoals de geschreven tekst op papier.

  • Esthetisch object = het kunstwerk zoals de lezer/toeschouwer wordt ervaren

  • Verwachtingshorizon

  • Referentialiteit

  • Betekenis ontstaat door contrast

`

Belangrijk:

  • Werkt verder op Russisch formalisme en Saussure

  • Literatuur = opvallend taalgebruik binnen systeem

18
New cards

Stroming: Frans structuralisme

Kern → literatuur analyseren als gestructureerd systeem van samenhangende elementen

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Focus op structuur en relaties tussen onderdelen

  • Vorm is belangrijker dan inhoud

`

Theorieën:

  • Synchrone analyse → tekst analyseren zonder geschiedenis

  • Modellen om verhalen te analyseren

`

Belangrijk:

  • Literatuur = systeem

  • Betekenis ontstaat door structuur

`

Namen:

  • Greimas → algemeen model voor verhalen (actantieel model) & oppervlakte/dieptestructuur

  • Genette → vertelstructuur (vertelinstantie, paratekst.)

19
New cards

Naam: Viktor Sjklovsky

Wie? → belangrijke figuur binnen het Russisch formalisme

`

Wat doet hij?

  • Onderzoekt hoe literatuur werkt via vorm en taalgebruik

  • Legt nadruk op hoe iets gezegd wordt

  • Kunst moet automatisering doorbreken

`

Theorie / evolutie:

  • Ostranenie → dingen vreemd maken

  • literair & niet literair taalgebruik

  • Kunst = bewustwording van waarneming

`

Stroming: Russisch formalisme

20
New cards

Naam: Boris Tomashevski

Wie? → formalist

`

Wat doet hij?

  • Analyseert hoe verhalen opgebouwd zijn

  • Onderscheid tussen gebeurtenissen en vertelwijze

`

Theorie / evolutie:

  • Fabula → chronologisch verhaal

  • Sujet → manier van vertellen

    • Sujet zorgt voor vervreemding

`

Stroming: Russisch formalisme

21
New cards

Namen: Brooks & Warren

Wie? → vertegenwoordigers van New Criticism

`

Wat doen ze?

  • Ontwikkelen richtlijnen voor objectieve tekstanalyse

  • Willen bepalen wat goede literatuur is

  • Belangrijk: alles buiten tekst is irrelevant

`

Theorie / evolutie:

  • Close reading

  • 4 fallacies

`

Stroming: New Criticism

22
New cards

Naam: Vladimir Propp

Wie? → folklorist

`

Wat doet hij? Onderzoekt structuur van sprookjes

→ Verhalen volgen vaste patronen

`

Theorie / evolutie:

  • 31 functies

  • 7 rollen

  • Structuur van verhalen

`

Stroming: Structuralisme

23
New cards

Naam: Algirdas Greimas

Wie? → Frans structuralist

`

Wat doet hij?

  • Vereenvoudigt theorie van Propp

  • Wil algemeen model voor verhalen

`

Theorie / evolutie: Structureel model van verhalen

  • Diepte & oppervlaktestructuur

  • Actantieel model

`

Stroming: Frans structuralisme

24
New cards

Naam: Gérard Genette

Wie? → Frans structuralist

`

Wat doet hij?

  • Analyseert vertelstructuur

  • Onderscheid tussen auteur en verteller

`

Theorie / evolutie:

  • Vertelinstantie

  • Vertelniveaus

  • Focalisatie

  • Paratekst

`

Stroming: Frans structuralisme

25
New cards

Stroming: Poststructuralisme

Kern → taal is instabiel en onbetrouwbaar, waardoor betekenis nooit vastligt

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Twijfel aan: waarheid en kennis

  • Geen vaste betekenis of centrum

  • Betekenis verandert voortdurend

  • Wereld begrijpen kan alleen via taal en tekens

`

Theorieën:

  • Linguistic turn → taal bepaalt hoe we de werkelijkheid begrijpen

  • Instabiliteit van taal → betekenis is nooit vast

  • Différance → betekenis ontstaat door verschil en wordt uitgesteld

  • Deconstructie → tonen dat teksten tegenstrijdig en instabiel zijn

  • Dissémination = betekenis verspreidt zich in verschillende richtingen

  • Indécidabilité = binaire tegenstellingen (bv zombie)

  • Binaire opposities → tegenstellingen (maar nooit stabiel)

  • Aporie → punt van onbeslisbaarheid

`

Belangrijk:

  • Geen objectieve waarheid mogelijk

  • Tekst heeft geen vaste betekenis en geen centrum

  • Interpretatie = betekenis creëren (niet ontdekken)

26
New cards

Naam: Jacques Derrida

Wie? → belangrijkste denker van het poststructuralisme

`

Wat doet hij?

  • Ontwikkelt methode om teksten te analyseren

  • Onderzoekt hoe betekenis werkt in taal

`

Belangrijk:

  • Verwerpt idee van vaste waarheid en stabiele betekenis

  • Bekritiseert logocentrisme

`

Theorie / evolutie:

  • Deconstructie → kritische leesstrategie die tegenstrijdigheden blootlegt

  • Différance → betekenis verschuift en wordt uitgesteld

  • Il n’y a pas d’hors-texte → we kennen niets buiten taal

  • Logocentrisme

  • Dissémination

  • Indécidabilité

`

Stroming: Poststructuralisme

27
New cards

Naam: Ferdinand de Saussure

Wie? → taalkundige

`

Wat doet hij? Ontwikkelt theorie over taal als systeem

`

Belangrijk:

  • Betekenis ontstaat door verschillen binnen taal

  • Taal bepaalt denken

`

Theorie / evolutie:

  • Langue vs parole

  • Signe = Signifiant / signifié

  • Arbitraire relatie tussen woord en betekenis

→ Basis voor structuralisme en poststructuralisme

  • Sémiologie = bestuderen van betekenisproductie

`

Stroming: Structuralisme (basis voor poststructuralisme)

28
New cards

Naam: Michel Foucault

Wie? → Franse denker

Wat doet hij? Onderzoekt relatie tussen kennis, macht en taal

`

Belangrijk: Wat als “waarheid” geldt, hangt af van discours en macht

`

Theorie / evolutie:

  • Kennis is niet objectief

  • Wordt gevormd door taal en machtsstructuren

  • discours

`

Stroming: Poststructuralisme & Postmarxisme

29
New cards

Naam: Roland Barthes

Wie? → Franse denker

Wat doet hij? Analyseert teksten en betekenis

`

Belangrijk: Auteur is niet bepalend voor betekenis

`

Theorie / evolutie:

  • Tekst heeft meerdere betekenissen

  • Lezer speelt actieve rol

  • La mort de l’auteur

`

Stroming: Poststructuralisme

30
New cards

Stroming: Marxistische literatuurbenadering

Kern → literatuur in relatie tot maatschappij, macht en klassenstrijd

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Literatuur is: nooit neutraal en altijd ideologisch

  • Focus op klassen, macht en economie

  • Lezer en auteur worden beïnvloed door hun maatschappelijke positie

`

Theorieën:

  • Klassenstrijd → geschiedenis = strijd tussen klassen

  • Dialectiek → these → antithese → synthese

  • Materialisme → materiële omstandigheden bepalen denken

  • Onderbouw / bovenbouw → economie bepaalt cultuur

  • Ideologie → vals bewustzijn dat ongelijkheid verbergt

`

Belangrijk:

  • Literatuur kan ideologie bevestigen en ideologie bekritiseren

  • Literatuur = nooit waardenvrij

`

Namen:

  • Karl Marx → ontwikkelt theorie van klassenstrijd, materialisme

  • Friedrich Engels → werkt ideeën verder uit (ook literatuur)

  • György Lukács → literatuur moet realiteit weerspiegelen (realisme)

  • Adorno : negativiteit

31
New cards

Stroming: Postmarxisme

Kern → uitbreiding van marxisme met focus op meerdere vormen van ongelijkheid (niet alleen klasse)

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Niet alleen: economie

  • Maar ook gender, etniciteit en identiteit

  • Focus op macht in bredere zin

`

Theorieën:

  • Intersectionaliteit → verschillende vormen van ongelijkheid hangen samen

  • Macht werkt via taal, cultuur en discours

`

Belangrijk:

  • Niet alle denkers noemen zich marxist

  • Combineert marxisme en poststructuralisme

`

Naam: Michel Foucault → macht en discours

32
New cards

Stroming: Postkolonialisme

Kern → studie van koloniale machtsverhoudingen en beeldvorming tussen West en “de ander”

`

Wat maakt deze stroming uniek?

  • Focus op identiteit, macht en representatie

  • Analyse van “wij vs zij”

  • Doorbreekt eurocentrisme

`

Theorieën:

  • Binaire opposities → West vs rest

  • Discours → taal vormt beeld van de ander

  • Oriëntalisme → Westen creëert beeld van “de ander”

  • Mimicry → gekoloniseerde bootst kolonisator na

  • White saviour → witte held redt de ander

  • nobele wilde = Het idee dat inheemse mensen puur en goed zijn, maar “onbeschaafd”.

  • postmaterialisme = aandacht voor mateloze consumptie

`

Belangrijk:

  • “De ander” krijgt vaak geen stem

  • Literatuur kan koloniale ideologie bekritiseren

`

Namen:

  • Edward Said → oriëntalisme en discours

  • Michel Foucault → discours (basis voor Said)

33
New cards

Naam: Karl Marx

Wie? → grondlegger van het marxisme

Wat doet hij? Analyseert kapitalisme en maatschappij

`

Belangrijk: Maatschappij bepaald door economie en klassen

`

Theorie / evolutie:

  • Klassenstrijd

  • Materialisme = idee dat materiele omstandigheden het menselijk leven bepalen

  • dielectisch materialisme = verandering via strijd + materiele realiteit

  • Onderbouw / bovenbouw

  • Ideologie

`

Stroming: Marxistische literatuurbenadering

34
New cards

Naam: Friedrich Engels

Wie? → medewerker van Marx

Wat doet hij? Werkt marxistische theorie verder uit

`

Theorie / evolutie → Literatuur kan ideologie:

  • bevestigen

  • bekritiseren

`

Stroming: Marxistische literatuurbenadering

35
New cards

Naam: György Lukács

Wie? → marxistisch filosoof

Wat doet hij? Past marxisme toe op literatuur

`

Belangrijk:

  • Voorstander van realisme

  • Tegen modernisme en avant-garde

`

Theorie / evolutie:

  • Literatuur moet maatschappij weerspiegelen

  • Introduceert vervreemding, reïficatie en warenfetisjisme

`

Stroming: Marxistische literatuurbenadering

36
New cards

Naam: Edward Said

Wie? → postkoloniaal denker

Wat doet hij? Analyseert hoe Westen de “ander” voorstelt

`

Belangrijk: Westen creëert beeld van de Oriënt

`

Theorie / evolutie:

  • Oriëntalisme → discours dat machtsverhoudingen legitimeert

  • Geen objectieve waarheid buiten discours

`

Stroming: Postkolonialisme