Hoofdstuk 11: België na 1950 - tussen breuk en compromis

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/180

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 4:05 PM on 5/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

181 Terms

1
New cards
Wat zijn de twee centrale thema's van België na 1950?
Breuk en compromis: traditionele breuklijnen bleven spanningen veroorzaken ondanks zorgvuldig opgebouwde compromissen
2
New cards
Wat is ontkerkelijking?
Het proces waarbij de bevolking zich steeds minder met de Kerk vereenzelvigt en religie terugdringt naar de privésfeer
3
New cards
Hoe sterk daalde het wekelijks kerkbezoek tussen 1962 en 1973?
Met een derde in tien jaar tijd
4
New cards
Waartoe beperkte het katholicisme zich aan het einde van de 20ste eeuw?
Tot grote overgangsrituelen: doop, communie, huwelijk en begrafenis
5
New cards
Wat was het Tweede Vaticaans Concilie?
Een kerkelijke vergadering (1962–1965) waarbij de Kerk zich aanpaste aan de moderne samenleving (aggiornamento)
6
New cards
Wie leidde het Tweede Vaticaans Concilie?
Paus Johannes XXIII
7
New cards
Wat betekent 'aggiornamento'?
Aanpassing van de Kerk aan de moderne samenleving
8
New cards
Welke concrete verandering voerde het Tweede Vaticaans Concilie in voor gewone gelovigen?
De priester sprak voortaan de volkstaal in plaats van het Latijn
9
New cards
Wat is verzuiling?
De organisatie van de samenleving in zuilen (blokken) langs levensbeschouwelijke lijnen, elk met eigen scholen, vakbonden, ziekenfondsen, enz.
10
New cards
Hoe was de katholieke zuil georganiseerd?
Concentrisch rond de Kerk en kerkelijke hiërarchie, via parochies en bisdommen een hecht netwerk van scholen en liefdadigheidsinstellingen
11
New cards
Welke organisaties behoorden tot de katholieke zuil?
O.a. ACW (werknemers), katholieke standorganisaties voor mannen/vrouwen/jongeren, en politiek de CVP
12
New cards
Wat was de rol van de CVP binnen de katholieke zuil?
De CVP fungeerde als overkoepelende partij van de katholieke zuil
13
New cards
Waarom stond de vrijzinnige zuil zwak?
Omdat ze verdeeld was over de socialistische en de liberale zuil, zonder eigen gemeenschappelijke organisaties
14
New cards
Wat is het Humanistisch Verbond?
Een organisatie van de vrijzinnige zuil die een niet-religieuze levensbeschouwing verdedigt
15
New cards
Wanneer werd de Unie van Vrijzinnige Verenigingen (UVV) opgericht?
In 1951
16
New cards
Wanneer werd het Centre d'Action Laïque (CAL) opgericht?
In 1993
17
New cards
Wat gebeurde er in 1974 met de islam in België?
De islam werd erkend als godsdienst
18
New cards
Hoe evolueerde de CVP na de ontkerkelijking?
De CVP profileerde zich meer onafhankelijk van de Kerk en trok ook niet-katholieken aan
19
New cards
Wat was het gevolg van ontkerkelijking voor de niet-katholieke zuil?
De niet-katholieke zuil werd zwakker doordat de tegenstelling tussen gelovigen en andersdenkenden vervaagde
20
New cards
Wat is AES (1948)?
Een beweging/organisatie voor vrouwen en brede bevolkingslagen, opgericht na de Tweede Wereldoorlog, die zich onafhankelijk van de Kerk opstelde
21
New cards
Wat toonden de kaarten over christelijk ziekenfonds en vrij gesubsidieerd onderwijs (~1996)?
Dat de katholieke zuil rond 2000 nog sterk aanwezig was: veel leden bij het christelijk ziekenfonds en hoog aandeel vrij gesubsidieerd onderwijs
22
New cards
Waartoe diende de verzuiling op politiek vlak?
Als weg tot het grijpen van de macht aan een einde van de 19de eeuw; de democratisering en het daartoe voorvloeien van goed georganiseerde kiezers te binden
23
New cards
Wat was de algemene tendens voor levensbeschouwing in België na 1950?
De godsdienst werd teruggedrongen tot de privésfeer, zoals de 19de-eeuwse liberalen hadden voorgestaan
24
New cards
Wat was de kern van de Schoolstrijd?
De strijd over ideologische controle van het onderwijs: katholieken wilden vrij onderwijs behouden, vrijzinnigen/liberalen wilden uitbreiding van het officieel (staats)onderwijs
25
New cards
Wanneer ontstond de Schoolstrijd opnieuw hevig?
In de 19de eeuw al, maar herleefde na de Tweede Wereldoorlog met hevige confrontaties in 1950–1958
26
New cards
Welke partijen stonden tegenover elkaar in de Schoolstrijd?
Katholieken (CVP) versus vrijzinnigen (liberalen en socialisten)
27
New cards
Wat wilden de vrijzinnigen op onderwijsvlak?
Dat de staat in ruil voor subsidie toezicht kreeg op het vrij onderwijs; uitbreiding van het officieel onderwijs
28
New cards
Wat wilden de katholieken op onderwijsvlak?
De vrije scholen volledig gesubsidieerd houden én de organisatorische vrijheid bewaren, zonder overheidsinmenging
29
New cards
Wat was het Schoolpact (1958)?
Een compromis tussen CVP, BSP en PVV over de financiering en organisatie van het onderwijs, waarmee de Schoolstrijd werd beëindigd
30
New cards
Welke drie partijen sloten het Schoolpact?
CVP, BSP en PVV (in 1958)
31
New cards
Wat regelde het Schoolpact concreet?
Gelijke subsidiëring van vrij en officieel onderwijs, vrije schoolkeuze voor ouders, en staatsneutraliteit tegenover levensbeschouwing
32
New cards
Wie was onderwijsminister tijdens de hevigste fase van de Schoolstrijd?
Leo Collard (BSP), wiens beleid leidde tot grote mobilisaties van katholieken
33
New cards
Wat was de historische overwinning van de CVP bij het Schoolpact?
De rijksscholen werden voortaan afhankelijk van het aantal leerlingen, en het vrij onderwijs kreeg gelijke subsidiëring
34
New cards
Wat is het Pluralistisch Gemeenschapsonderwijs?
Het officieel neutraal onderwijs dat leerlingen van alle levensbeschouwingen opvangt, opgericht als gevolg van het Schoolpact
35
New cards
Wat deed minister Frank Vandenbroucke (ARGO) rond 2008?
Hij hervormde de financiering van het basis- en secundair onderwijs en maakte de middelen deels afhankelijk van sociale kenmerken van de leerlingspopulatie
36
New cards
Wat is de slogan op het propagandaaffiche van de vrijzinnigen? (afbeelding: affiche "Alle mensen krijgen gelijke kansen")
De vrijzinnigen eisten gelijke onderwijskansen voor alle kinderen, ongeacht levensbeschouwing
37
New cards
Wat beeldt het spotprentje "Va-t-on nous f… la paix (scolaire)?" uit? (afbeelding: spotprent schoolstrijd)
De spanning en het conflict tussen de voor- en tegenstanders van de schoolvrede tijdens de Schoolstrijd
38
New cards
Wat is Mei '68?
Een internationale golf van studentenprotesten en sociale bewegingen in 1968, ook in België voelbaar
39
New cards
Wat waren de kenmerken van de protestbeweging van Mei '68?
Antikapitalisme, contestatie van de consumptiemaatschappij, seksuele bevrijding, feminisme en kritiek op de gevestigde orde
40
New cards
Welke invloed had Mei '68 op de levensbeschouwelijke breuklijn?
Het versterkte de ontkerkelijking en zette ethische debatten (abortus, euthanasie) op de agenda
41
New cards
Wat is het Cultuurpact?
Een akkoord dat de levensbeschouwelijke breuklijn in het Schoolpact doortrok naar de culturele sector: evenredige vertegenwoordiging van alle levensbeschouwingen in cultuurinstellingen
42
New cards
Wanneer werd het Cultuurpact gesloten?
Begin jaren 1970
43
New cards
Welke ethische conflicten bleven sluimeren na het Schoolpact?
Debatten over abortus, euthanasie en de essentie van het katholieke geloof, die de CVP intern verdeelden
44
New cards
<p>Wat was Provo? (afbeelding: foto met Provo-bord) </p>

Wat was Provo? (afbeelding: foto met Provo-bord)

Een anarchistische protestbeweging uit de jaren 1960 die provocerende acties voerde tegen de gevestigde maatschappij, actief in o.a. Nederland en België
45
New cards
Wat was de emancipatiegolf van de jaren 1960?
Een mentaliteitsverandering waarbij autonomie, gezagskritiek en nieuwe sociale waarden (tolerantie, individualisme) centraal kwamen te staan
46
New cards
Welke groepen waren het meest actief in de nieuwe sociale bewegingen van de jaren 1960?
Vooral jongeren, studenten en mensen uit de middenklasse
47
New cards
Wat kenmerkte de organisatievorm van de nieuwe sociale bewegingen?
Alternatieve, maatschappijkritische structuren: kleine comités, vrijwilligerswerk, directe participatie — geen traditionele partijen of vakbonden
48
New cards
Wat was het verschil tussen de nieuwe sociale bewegingen en klassieke organisaties?
Ze werkten buiten partijen en vakbonden, met informele netwerken en directe actie in plaats van vertegenwoordiging
49
New cards
Welke thema's kwamen op door de nieuwe sociale bewegingen in de jaren 1960?
Milieu, vrede, vrouwenemancipatie, voedingskwesties en nieuwe arbeidsmarktthema's
50
New cards
Wat is de Dolle Mina-beweging? (afbeelding: affiche Dolle Mina)
Een feministische actiegroep die in 1970 ontstond in België en Nederland, geïnspireerd door Mei '68, die streed voor vrouwenrechten via provocerende acties
51
New cards
Wat is feminisme?
Een sociale en politieke beweging die strijdt voor gelijke rechten en kansen voor vrouwen
52
New cards
Wat bedoelt men met de "tweede golf" van het feminisme?
De feministische beweging vanaf de jaren 1960, gericht op gelijke lonen, seksuele vrijheid, abortusrecht en emancipatie op de arbeidsmarkt
53
New cards
Wat was de kern van de abortusdiscussie in België?
De kloof tussen de wettelijke strafbaarstelling en de wijdverspreide praktijk; abortus was verboden maar werd clandestien uitgevoerd
54
New cards
Wanneer werd abortus wettelijk geregeld in België?
In 1990, na een parlementair initiatief van liberalen en socialisten
55
New cards
Wat deed Koning Boudewijn bij de abortuswet (1990)?
Hij weigerde de wet te ondertekenen om gewetensbezwaren en vroeg tijdelijk onbekwaam verklaard te worden
56
New cards
Wat is de euthanasiewet en wanneer werd ze goedgekeurd?
Een wet die euthanasie onder strikte voorwaarden toelaat, goedgekeurd in 2002
57
New cards
Welke partijen steunden en welke verzetten zich tegen de euthanasiewet?
Vrijzinnigen (liberalen, socialisten, groenen) steunden ze; christendemocraten (CVP) waren tegen
58
New cards
Wat is het "Geen abortus"-affiche een voorbeeld van? (afbeelding: affiche "een dorp zonder kinderen — geen abortus")
Katholiek-conservatieve propagandategen de legalisering van abortus, gebruikt door tegenstanders van de wet
59
New cards
Wat was het Sociaal Pact van 1944?
Een akkoord tussen werkgevers en werknemers over sociale zekerheid, overleg en arbeidsvrede als basis voor de naoorlogse welvaartstaat
60
New cards
Wat regelde de wet van 1948 op de organisatie van de economie?
De oprichting van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) en de paritaire comités voor overleg tussen werkgevers en vakbonden
61
New cards
Wat is de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB)?
Een overlegorgaan voor werkgevers en vakbonden dat advies geeft over economisch beleid (opgericht 1948, afgeschaft 1988)
62
New cards
Wat was het Marshallplan en welk effect had het op België?
Amerikaanse economische steun na WOII die de Belgische economie in een stroomversnelling bracht dankzij goedkoop krediet en investeringen
63
New cards
In welke vier fasen verliep de Belgische economische ontwikkeling na 1950?
Expansie (1950–1960), hoogconjunctuur, economische crisis, en herstel vanaf 1995
64
New cards
<p>Wat toont de tabel met indexcijfers van industriële productie 1954–1960? (afbeelding: tabel West-Duitsland, Frankrijk, Italië…) </p>

Wat toont de tabel met indexcijfers van industriële productie 1954–1960? (afbeelding: tabel West-Duitsland, Frankrijk, Italië…)

Dat België duidelijk trager groeide dan buurlanden zoals West-Duitsland, Frankrijk en Italië in de jaren 1950–1960
65
New cards
Wat is de Keynesiaanse politiek?
Een economisch beleid waarbij de overheid de economie stimuleert via investeringen en overheidsuitgaven, vooral in crisistijden
66
New cards
Wanneer kende België een economische crisis en wanneer herstel?
Crisis vanaf 1973 (oliecrisis), dieptepunt begin jaren 1980, herstel na 1995
67
New cards
Wat is de Nationale Arbeidsraad (NAR)?
Het sociaal overlegorgaan op nationaal niveau tussen werkgevers en vakbonden, opgericht samen met de CRB in 1948
68
New cards
Hoe evolueerde de sociale zekerheid na 1950?
Het toepassingsveld werd uitgebreid (ook zelfstandigen), vergoedingen werden procentueel in plaats van forfaitair, en werknemers kregen meer rechten en betere arbeidsvoorwaarden
69
New cards
Wat is het 'fordistisch compromis'?
De samenwerking tussen werkgevers en vakbonden waarbij economische groei extra koopkracht en werktijdvermindering opleverde, wat op zijn beurt nieuwe groei uitlokte
70
New cards
Naar wie is het fordistisch compromis vernoemd?
Naar het Amerikaanse bedrijf Ford, waar dit model al rond de Eerste Wereldoorlog werd toegepast
71
New cards
Wat kregen werkgevers in ruil voor meer sociale lasten?
Grotere productiviteit, voorspelbaarheid en sociale vrede
72
New cards
Wat is een 'wilde staking'?
Een niet-aangekondigde staking door de achterban van een vakbond, buiten de officiële onderhandelingen om
73
New cards
Wat deed het Bureau voor Economische Programmatie (later Planbureau) vanaf 1959?
Prognoses opstellen en voorstellen formuleren over de toekomstige economische evolutie van België
74
New cards
Wat kenmerkte de economische expansie van België in 1960–1973?
Spectaculaire groei: lonen stegen met 4 à 5% per jaar, productiviteit groeide sterk, België behoorde tot de hoogste levensstandaarden in Europa
75
New cards
Wat is het fordisme als economisch model?
Een productiesysteem waarbij massaproductie via lopende band en goed betaalde arbeiders zorgt voor massaconsumptie en economische groei
76
New cards
Wat was het probleem van de Belgische economie tijdens de hoogconjunctuur?
De overheid kon het beleid niet afstemmen op de economische vernieuwing: oude sectoren (mijnen, havens, staalfabrieken) bleven gesteund terwijl de modernisering achterbleef
77
New cards
Wat was de staking van 1960–1961 in België?
Een grote stakingsgolf, vooral in Wallonië en Luik, als reactie op het overheidsbeleid en de economische ongelijkheid; leidde ook tot de oprichting van de Mouvement Populaire Wallon
78
New cards
Welke rol speelde de overheid in de Keynesiaanse economie van 1960–1973?
Een actieve, bemiddelende rol: ze onderhandelde met werkgevers en vakbonden, stuurde via collectieve arbeidsovereenkomsten en investeerde in infrastructuur en openbare diensten
79
New cards
Wat zijn de expansiewetten?
Wetten waarmee de Belgische regering de economie probeerde te stimuleren, gericht op de vestiging van buitenlandse bedrijven, vooral in Vlaanderen
80
New cards
Wat veroorzaakte de economische crisis van 1973?
De oliecrisis: OPEC verviervoudigde de olieprijs, wat transport- en productiekosten deed exploderen en een half miljoen werklozen veroorzaakte
81
New cards
Wat is crispolitiek (1973–1992)?
Het bezuinigingsbeleid waarbij de Belgische overheid probeerde de snel groeiende staatsschuld te beheersen door in te grijpen in overheidsuitgaven en de economische structuur
82
New cards
Wat was het 'wafelijzerpolitiek'-verwijt in de crisisperiode?
De kritiek dat de federale overheid investeringen gelijk verdeelde over Vlaanderen en Wallonië om politieke spanningen te vermijden, ongeacht economische nood
83
New cards
Wat is de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel?
Een overheidsinstelling die de integratie van de arbeidersbeweging in het economisch beleid en de internationale handelspositie van België ondersteunde
84
New cards
<p>Wat toont de foto van 3 februari 1966 in de mijnen? (afbeelding: foto mijnwerkers) </p>

Wat toont de foto van 3 februari 1966 in de mijnen? (afbeelding: foto mijnwerkers)

Mijnwerkers die in staking gingen na de aankondiging van de sluiting van de laatste mijnen; symbool van het einde van de traditionele zware industrie in België
85
New cards
<p>Wat tonen de twee affiches van Vlaamse Blok en Agalev? (afbeelding: affiche "Uit zelfverdediging" en "Stem voor Agalev") </p>

Wat tonen de twee affiches van Vlaamse Blok en Agalev? (afbeelding: affiche "Uit zelfverdediging" en "Stem voor Agalev")

Twee tegengestelde ideologische visies op de samenleving die ontstonden als gevolg van de economische crisis en maatschappelijke spanningen van de jaren 1970–1980
86
New cards
Wat waren de BTK en DAC in de crisisperiode?
Bijzonder Tijdelijk Kader (BTK) en Derde Arbeidscircuits (DAC): overheidsmaatregelen om werklozen tijdelijk tewerk te stellen via gesubsidieerde jobs
87
New cards
Wat was het neoliberale beleid dat vanaf de jaren 1980 opkwam?
Een beleid gericht op besparingen, privatisering, deregulering en vermindering van de overheidsinmenging in de economie, als reactie op het Keynesiaanse model
88
New cards
Wat is de kern van het neoliberalisme?
Minder staat, meer markt: sociale bescherming afbouwen, publieke bedrijven privatiseren en lonen flexibeler maken
89
New cards
Wie was Guy Verhofstadt en welke rol speelde hij in de jaren 1980?
Liberaal politicus en minister van Begroting die het neoliberale beleid verdedigde en bekend stond als "Baby Thatcher"
90
New cards
Wat toont het PVV-affiche "Nú of nooit! Minder centen voor de staat, meer centen voor u"? (afbeelding: PVV-affiche)
Neoliberale propaganda van de liberale partij PVV die pleitte voor lagere belastingen en minder overheid, kenmerkend voor het politieke klimaat van de jaren 1980
91
New cards
Wat was de periode 1992–2000 economisch gekenmerkt door?
Een zoektocht naar een nieuwe synthese: privatisering, Europese integratie, schuldafbouw en aanpassing aan de globale economie
92
New cards
Wat was het Verdrag van Maastricht (1992) en welk effect had het op België?
Een EU-verdrag dat strenge normen oplegde voor staatsschuld en begrotingstekort, wat België dwong tot drastische besparingen
93
New cards
Welke openbare bedrijven werden geprivatiseerd of geliberaliseerd in de jaren 1990?
O.a. Sabena, de Regie voor Maritiem Transport, postbedrijf, en telecomsector (volgen van Europese richtlijnen)
94
New cards
Wat is de sociale zekerheid als "automatische stabilisator"?
Het mechanisme waarbij uitkeringen automatisch stijgen in crisistijd, waardoor koopkracht en vraag op peil blijven
95
New cards
Wat is het centrale probleem van de sociale zekerheid vanaf de jaren 1980?
Financieel tekort door stijgende uitgaven (vergrijzing, gezondheidszorg) terwijl inkomsten dalen door werkloosheid en loonmatiging
96
New cards
Wat is de communautaire breuklijn?
De spanning tussen Nederlandstaligen (Vlamingen) en Franstaligen (Walen en Brusselaars) over taal, bevoegdheden en financiering binnen de Belgische staat
97
New cards
Wat zijn de belangrijkste actoren in het communautaire conflict?
De Vlaamse Beweging (en Brussel als twistpunt) en de Waalse Beweging als tegenpool
98
New cards
Wat is de Vlaamse Beweging (VB — historisch)?
Een politieke en culturele beweging die opkwam voor de rechten van Nederlandstaligen in België, met wortels in de 19de eeuw
99
New cards
Hoe evolueerde de Vlaamse Beweging tijdens de Tweede Wereldoorlog?
Een deel van de beweging collaboreerde met de Duitsers, wat na de oorlog leidde tot repressie en een slechte reputatie
100
New cards
Wat was de Volksunie?
Een Vlaamse nationalistische partij opgericht in 1954 die opkwam voor Vlaamse autonomie en taalwetten; groeide uit tot een serieuze electorale kracht in de jaren 1960