1/42
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Waar kun je de stof over: Indeling zenuwstelsel (neuronen, gliacellen, CZS, PZS, pathologie) vinden?
De stof komt uit de boeken Junqueia’s Basic Histologie 17th Edition Ch 9 en Pathologic Basis of Diseas, Robbins and Cotran, 11th edition Chapter 28.
Wanneer spreek je van een zenuwimpuls en wat doet het?
Potentiaalverandering in een neuron kan zich langs de membraan over het gehele neuron uitbreiden. Dit vormt een zenuwimpuls waarmee informatie wordt doorgegeven aan neuronen, spieren, klieren.
Het zenuwstelsel kan worden ingedeeld in CZS en PZS, wat doet het CZS en wat doet het PZS?
Centraal zenuwstelsel: hersenen (cerebrum en cerebellum) en ruggenmerg. Neuronen worden ondersteund door gliacellen(ondersteunen, beschermen, isoleren neuronen). CZS i scompleet bedekt door bindweefsel, de meningen(hersenvliezen). Witte stof: gemyelinseerde axonen en oligodendrocyten. Grijze stof; cellichamen neuronen, dendrieten, ogemyeliniseerde axonen en synapsen.
Perifeer zenuwstelsel: Zenuwen: Zenuwuitlopers en ganglia en zenuwuiteinden worden beschermd en gevoed door omgeven bindweefsel.
Hoe noemt men geheel aan gliacellen
neuroglia
Waaruit ontwikkelt het ZS zich?
uit het ectoderm (3e week)
neurale plaat (1e stap)
Neurale buis (door vouwing zijkanten neurale plaat)
Neurale buis—>CZS
Cellen maken los van laterale zijde neurale buis—>neurale crest
Neurale crest—>later PZS
Waarop regeren neuronen?
Stimuli uit omgeving, dit door ionen gradiënt over plasmamembraan te wijzigen.
Zijn neuronen in staat om zich te delen?
Als ze volwassen zijn dan niet, het zijn post mitotische cellen.
Uit welke 3 belangrijke onderdelen bestaan neuronen?
Perikaryon, dendrieten, axonen
Wat is het perikaryon?
Het cellichaam of soma, bevat in het midden de kern van het neuron. Het zorgt voor stofwisseling van cel en is gevoelig voor prikkels. Perikaryon kent meerdere dendrieten. Perikaryon kan één enkele axon(vaak).
Dendrieten
Vertakte uitlopers neuron, dendrieten vangen in meeste gevallen stimuli op en geleiden deze naar het perikaryon.
Axonen
lange uitlopers die impulsen van het perikaryon naar andere cellen leiden. Uiteinde axon is vertakt. De overdracht van de impulsen is een verbreding van het axon, de synaps.
Noem de kenmerken van multipolaire neuronen, bipolaire neuronen, pseudo unipolaire neuronen, anaxonisch neuronen.

Weet hoe multipolair neuron, bipolair neuron, pseudounipolair neuron en unipolair neuron eruitzien.

Wat is het neurale cytoskelet?
Bevat neurofilamenten(intermediar), neurotubuli(lang en reiken tot einde axon), actinefilamenten(microfillamenten vooral voorkomned in axonen)—>axonen, dendrieten en perikaryon bevatten het neurale cytoskelet.
wat is de functie van het neurale cytokelet?
Geeft ZS stevigheid, neurotubuli hebben transportfunctie eiwitten(neurotransmitters)
Wat is axonaal transport/axoplamisch transport?
cellulair proces. Functie; verplaatsing stoffen van en naar cellichaam via axoplasma.
Verschil retrograde en anterograde transport?
Terugstroming van membraan-fragmenten en eiwitresten naar perikaryon toe, dyneïne voor transport lege vesikels: reterograde transport.
Beweging van eiwitten, glycoproteïnen en andere macromoleculen van het perikaryon af via axonen naar uiteinden: anterograde transport
Anterograad transport: trage axonale straming en snelle axonale stroming
Traag: eiwitten, bestanddelen voor microtubuli, actine, neurofillamenten.
Snel: 20-40mm per dag voor celorganen, vesikels met neurotransmitters, neuropeptiden, secretie eiwit. Kinesine bewertstelligt antergrade transport.
Omzetting van El signaal presynaptische cel naar postsynaptische cel onder invloed van neurotransmitters. Wat voor effect kunnen deze neurotransmitters hebben?
inhiberend of exhiberend
Wat zijn de verschillende soorten synapsen:
Axosomatisch (tussen axon en perikaryon, axodendritisch(tussen axon en dendriet), axoaxonisch (tussen 2 axonon, synaps tussen axon en effectorcel(klier, spiercel)

Functie gliacel?
ligt als bindweefsel om neuronen.
Ontwikkelen uit neurale plaat, blijven functie delen behouden.
hoe noemt met geheel aan gliacellen en celuitlopers van neuronen?
Neuropil
Wat zijn de belangrijkste functies en typen gliacellen?

Cerebrum
Grote hersenen.
Schors: cortex cerebri, 6 lagen met functie integratie sensorische stimuli en initiatie motorische functies.
Cerebellum
Kleine hersenen, schors van cerebellum: cortex cerbelli coordineert de activiteit spieren door hele lichaam.
Cortex cerebelli bestaat uit moleculaire laag(dik, neuropil en verspreide perikarya), centrale laag(Purkinjecellen met 1 axon, maar honderd dendrieten), granulaire laag(dichte opeenhoping kleinere neuronen)
Ruggenmerg
grijze stof ligt centraal met daarin canalis centralis. Canalis centralis bevat cerbrospinale vloeistof en bekleed met ependymcellen.
In grijze stof: cellichamen grote snesorische neuronen, schakelneuronen, grote motorische neuronen.
In perifere witte stof: uitlopers van sensorisch en motorische neuronen en ganglia.
Meningen (CZS)
Tussen bot en neuronen zitten 3 meningen(hersenvliezen)
Dura mater, arachnoides, pia mater.
Wat is de functie van dura mater?
harde hersenvlies. verbonden met schedelbeenderen. In ruggenmerg niet verbonden wervelkolom want hier bevindt zich de epidurale ruimte(kleine venen, losmazig bindweefsel, vetweefsel)

Arachnoides
Spinnenwebvlies, laag bindweefsel, laag trabeculae(fijnmazig botstructuur, met daaromheen subarachnoïdale ruimte gevul met liquor cerebrospinalis)
Pia mater
zachte hersenvlies, ligt strak om hersenstructuren heen en houdt ze samen. Rijk aan bloedvaten en dicht tegen zenuwweefsel aan, met laag astrocyten ertussen. Pia mater vormt de scheiding tussen CZS en cerebrospinale vloeistof.
Wat doet de bloed hersenbarriere? (CZS)
De bloed hersenbarriere maakt een strakke regulatie van het transport tussen de circulatie en het hersenweefsel mogelijk en beschermt zo de neuronen en gliacellen tegen toxines en exogene stoffen.
Structuren bhb: endotheelcellen verbonden door tight junctions, buitenkant perivasculaire astrocyten.
Plexus choroideus
onderdeel hersenen, hoog gevasculariseerd weefsel. In direct contact pia mater. Fucntie: verwijderen wat uit bloed om vrij te geven als cerebrospinale vloeistof(liquor, helder met Na, K, Cl)
Afferente zenuwen
aanvoerend, vanuit lichaam naar CZS
Efferent
Effect, dus er moet een effect zijn van het lichaam. Van CZS naar lichaam.
Endoneurium(PZS)
omgeeft afzonderlijke axonen, binnenste laag
Perineurium (PZS)
omgeeft bundels van axonen en schwann cellen(middelste laag)
epineurium(PZS)
omgeeft volledige zenuw(buitenste laag)
Ganglion(zenuwknoop) PZS
Groep neuronen omgeven door satellietcellen.
Sensorische ganglia: afferent
Craniale ganglia: hersenzenuwen
Spinale ganglia: zenuwen dorsale wortels ruggenmerg
Autonome ganglia: gladde spiercellen(hartslag, klieren—>homeostase
preganglionaire zenuw: vanuit CZS
Postganglionaire zenuw: naar effectorcel
Zijn de meeste zenuwen in lichaam afferent of efferent?
Meeste zijn gemengd, dus afferent en afferent.
Proteïnopathie (CZS)
Veroorzaak neuronaal letsel. Verkeerd gevouwen eiwitten die zich ophopen in de hersenen, degeneratieve aandoening van de hersenen.
Onomkeerbare hypoxie/ischemie
Neuronaal letsel CZS
12-24 uur na incident rode neuronen: kriming van cellichaam, verwijding nucleus, condensatie chromatine in celkern, verlies nissl substantie.
neurale degeneratie van synaps
Neurale degeneratie van axon
Ophoping van vetten, koolhydraten in cytoplasma
Gliose
Gliose
belangrijke indicator aanwezigheid neuronaal letsel aan CZS. Non speciefieke verandering van gliacellen als reactie op schade.
Algemeen neuronaal letsel
celdood door appoptose necrose
astrocyten vertonen morfologische veranderingen waaronder hypertrofie cytoplasma en ophoping tussenliggende filament proteinen GFAP en hyperplasie
Microglia proliferen en hopen zich op
Schade of apoptose oligodendrocyten is een kenmerk van verworven demyelinisatie en leukodystofieën.