Indeling zenuwstelsel (neuronen, gliacellen, CZS, PZS, pathologie)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/42

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:52 PM on 6/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

43 Terms

1
New cards

Waar kun je de stof over: Indeling zenuwstelsel (neuronen, gliacellen, CZS, PZS, pathologie) vinden?

De stof komt uit de boeken Junqueia’s Basic Histologie 17th Edition Ch 9 en Pathologic Basis of Diseas, Robbins and Cotran, 11th edition Chapter 28.

2
New cards

Wanneer spreek je van een zenuwimpuls en wat doet het?

Potentiaalverandering in een neuron kan zich langs de membraan over het gehele neuron uitbreiden. Dit vormt een zenuwimpuls waarmee informatie wordt doorgegeven aan neuronen, spieren, klieren.

3
New cards

Het zenuwstelsel kan worden ingedeeld in CZS en PZS, wat doet het CZS en wat doet het PZS?

Centraal zenuwstelsel: hersenen (cerebrum en cerebellum) en ruggenmerg. Neuronen worden ondersteund door gliacellen(ondersteunen, beschermen, isoleren neuronen). CZS i scompleet bedekt door bindweefsel, de meningen(hersenvliezen). Witte stof: gemyelinseerde axonen en oligodendrocyten. Grijze stof; cellichamen neuronen, dendrieten, ogemyeliniseerde axonen en synapsen.

Perifeer zenuwstelsel: Zenuwen: Zenuwuitlopers en ganglia en zenuwuiteinden worden beschermd en gevoed door omgeven bindweefsel.

4
New cards

Hoe noemt men geheel aan gliacellen

neuroglia

5
New cards

Waaruit ontwikkelt het ZS zich?

  • uit het ectoderm (3e week)

  • neurale plaat (1e stap)

  • Neurale buis (door vouwing zijkanten neurale plaat)

  • Neurale buis—>CZS

  • Cellen maken los van laterale zijde neurale buis—>neurale crest

  • Neurale crest—>later PZS

6
New cards

Waarop regeren neuronen?

Stimuli uit omgeving, dit door ionen gradiënt over plasmamembraan te wijzigen.

7
New cards

Zijn neuronen in staat om zich te delen?

Als ze volwassen zijn dan niet, het zijn post mitotische cellen.

8
New cards

Uit welke 3 belangrijke onderdelen bestaan neuronen?

Perikaryon, dendrieten, axonen

9
New cards

Wat is het perikaryon?

Het cellichaam of soma, bevat in het midden de kern van het neuron. Het zorgt voor stofwisseling van cel en is gevoelig voor prikkels. Perikaryon kent meerdere dendrieten. Perikaryon kan één enkele axon(vaak).

10
New cards

Dendrieten

Vertakte uitlopers neuron, dendrieten vangen in meeste gevallen stimuli op en geleiden deze naar het perikaryon.

11
New cards

Axonen

lange uitlopers die impulsen van het perikaryon naar andere cellen leiden. Uiteinde axon is vertakt. De overdracht van de impulsen is een verbreding van het axon, de synaps.

12
New cards

Noem de kenmerken van multipolaire neuronen, bipolaire neuronen, pseudo unipolaire neuronen, anaxonisch neuronen.

knowt flashcard image
13
New cards

Weet hoe multipolair neuron, bipolair neuron, pseudounipolair neuron en unipolair neuron eruitzien.

knowt flashcard image
14
New cards

Wat is het neurale cytoskelet?

Bevat neurofilamenten(intermediar), neurotubuli(lang en reiken tot einde axon), actinefilamenten(microfillamenten vooral voorkomned in axonen)—>axonen, dendrieten en perikaryon bevatten het neurale cytoskelet.

15
New cards

wat is de functie van het neurale cytokelet?

Geeft ZS stevigheid, neurotubuli hebben transportfunctie eiwitten(neurotransmitters)

16
New cards

Wat is axonaal transport/axoplamisch transport?

cellulair proces. Functie; verplaatsing stoffen van en naar cellichaam via axoplasma.

17
New cards

Verschil retrograde en anterograde transport?

Terugstroming van membraan-fragmenten en eiwitresten naar perikaryon toe, dyneïne voor transport lege vesikels: reterograde transport.

Beweging van eiwitten, glycoproteïnen en andere macromoleculen van het perikaryon af via axonen naar uiteinden: anterograde transport

18
New cards

Anterograad transport: trage axonale straming en snelle axonale stroming

Traag: eiwitten, bestanddelen voor microtubuli, actine, neurofillamenten.

Snel: 20-40mm per dag voor celorganen, vesikels met neurotransmitters, neuropeptiden, secretie eiwit. Kinesine bewertstelligt antergrade transport.

19
New cards

Omzetting van El signaal presynaptische cel naar postsynaptische cel onder invloed van neurotransmitters. Wat voor effect kunnen deze neurotransmitters hebben?

inhiberend of exhiberend

20
New cards

Wat zijn de verschillende soorten synapsen:

Axosomatisch (tussen axon en perikaryon, axodendritisch(tussen axon en dendriet), axoaxonisch (tussen 2 axonon, synaps tussen axon en effectorcel(klier, spiercel)

<p>Axosomatisch (tussen axon en perikaryon, axodendritisch(tussen axon en dendriet), axoaxonisch (tussen 2 axonon, synaps tussen axon en effectorcel(klier, spiercel)</p>
21
New cards

Functie gliacel?

ligt als bindweefsel om neuronen.

Ontwikkelen uit neurale plaat, blijven functie delen behouden.

22
New cards

hoe noemt met geheel aan gliacellen en celuitlopers van neuronen?

Neuropil

23
New cards

Wat zijn de belangrijkste functies en typen gliacellen?

knowt flashcard image
24
New cards

Cerebrum

Grote hersenen.

  • Schors: cortex cerebri, 6 lagen met functie integratie sensorische stimuli en initiatie motorische functies.

25
New cards

Cerebellum

Kleine hersenen, schors van cerebellum: cortex cerbelli coordineert de activiteit spieren door hele lichaam.

  • Cortex cerebelli bestaat uit moleculaire laag(dik, neuropil en verspreide perikarya), centrale laag(Purkinjecellen met 1 axon, maar honderd dendrieten), granulaire laag(dichte opeenhoping kleinere neuronen)

26
New cards

Ruggenmerg

grijze stof ligt centraal met daarin canalis centralis. Canalis centralis bevat cerbrospinale vloeistof en bekleed met ependymcellen.

In grijze stof: cellichamen grote snesorische neuronen, schakelneuronen, grote motorische neuronen.

In perifere witte stof: uitlopers van sensorisch en motorische neuronen en ganglia.

27
New cards

Meningen (CZS)

Tussen bot en neuronen zitten 3 meningen(hersenvliezen)

Dura mater, arachnoides, pia mater.

28
New cards

Wat is de functie van dura mater?

harde hersenvlies. verbonden met schedelbeenderen. In ruggenmerg niet verbonden wervelkolom want hier bevindt zich de epidurale ruimte(kleine venen, losmazig bindweefsel, vetweefsel)

<p>harde hersenvlies. verbonden met schedelbeenderen. In ruggenmerg niet verbonden wervelkolom want hier bevindt zich de epidurale ruimte(kleine venen, losmazig bindweefsel, vetweefsel)</p>
29
New cards

Arachnoides

Spinnenwebvlies, laag bindweefsel, laag trabeculae(fijnmazig botstructuur, met daaromheen subarachnoïdale ruimte gevul met liquor cerebrospinalis)

30
New cards

Pia mater

zachte hersenvlies, ligt strak om hersenstructuren heen en houdt ze samen. Rijk aan bloedvaten en dicht tegen zenuwweefsel aan, met laag astrocyten ertussen. Pia mater vormt de scheiding tussen CZS en cerebrospinale vloeistof.

31
New cards

Wat doet de bloed hersenbarriere? (CZS)

De bloed hersenbarriere maakt een strakke regulatie van het transport tussen de circulatie en het hersenweefsel mogelijk en beschermt zo de neuronen en gliacellen tegen toxines en exogene stoffen.

Structuren bhb: endotheelcellen verbonden door tight junctions, buitenkant perivasculaire astrocyten.

32
New cards

Plexus choroideus

onderdeel hersenen, hoog gevasculariseerd weefsel. In direct contact pia mater. Fucntie: verwijderen wat uit bloed om vrij te geven als cerebrospinale vloeistof(liquor, helder met Na, K, Cl)

33
New cards

Afferente zenuwen

aanvoerend, vanuit lichaam naar CZS

34
New cards

Efferent

Effect, dus er moet een effect zijn van het lichaam. Van CZS naar lichaam.

35
New cards

Endoneurium(PZS)

omgeeft afzonderlijke axonen, binnenste laag

36
New cards

Perineurium (PZS)

omgeeft bundels van axonen en schwann cellen(middelste laag)

37
New cards

epineurium(PZS)

omgeeft volledige zenuw(buitenste laag)

38
New cards

Ganglion(zenuwknoop) PZS

Groep neuronen omgeven door satellietcellen.

  • Sensorische ganglia: afferent

  • Craniale ganglia: hersenzenuwen

  • Spinale ganglia: zenuwen dorsale wortels ruggenmerg

  • Autonome ganglia: gladde spiercellen(hartslag, klieren—>homeostase

  • preganglionaire zenuw: vanuit CZS

  • Postganglionaire zenuw: naar effectorcel

39
New cards

Zijn de meeste zenuwen in lichaam afferent of efferent?

Meeste zijn gemengd, dus afferent en afferent.

40
New cards

Proteïnopathie (CZS)

Veroorzaak neuronaal letsel. Verkeerd gevouwen eiwitten die zich ophopen in de hersenen, degeneratieve aandoening van de hersenen.

41
New cards

Onomkeerbare hypoxie/ischemie

  • Neuronaal letsel CZS

  • 12-24 uur na incident rode neuronen: kriming van cellichaam, verwijding nucleus, condensatie chromatine in celkern, verlies nissl substantie.

  • neurale degeneratie van synaps

  • Neurale degeneratie van axon

  • Ophoping van vetten, koolhydraten in cytoplasma

  • Gliose

42
New cards

Gliose

belangrijke indicator aanwezigheid neuronaal letsel aan CZS. Non speciefieke verandering van gliacellen als reactie op schade.

43
New cards

Algemeen neuronaal letsel

  • celdood door appoptose necrose

  • astrocyten vertonen morfologische veranderingen waaronder hypertrofie cytoplasma en ophoping tussenliggende filament proteinen GFAP en hyperplasie

  • Microglia proliferen en hopen zich op

  • Schade of apoptose oligodendrocyten is een kenmerk van verworven demyelinisatie en leukodystofieën.