1/123
Deze flashcardset bevat een uitgebreid overzicht van historische begrippen en definities behorend bij de tijdvakken 5 tot en met 10 (1500 na Chr. tot heden).
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Beeldenstorm
De vernieling op grote schaal van beelden en plunderingen van katholieke kerken en kloosters door de Calvinisten in de Nederlanden in 1566.
Calvinisten
Volgelingen van Calvijn.
Centralisatiepolitiek
Politiek waarbij wordt geprobeerd om zoveel mogelijk vanuit één gebied te besturen.
Humanisme
Een levensbeschouwing die de menselijke waardigheid, de vrijheid en het individu centraal stelt.
Kolonisatie
Het verschijnsel dat een land een ander land in bezit neemt en dit land dan als deel van zichzelf (als een kolonie) gaat beschouwen.
Lutheranen
Volgelingen van Luther.
Ontdekkingsreizen
Reizen waarmee onbekende gebieden worden verkend.
Plakkaat van Verlatinghe
Plakkaat waarmee een aantal gewesten van de Nederlanden in 1581 zich onafhankelijk verklaarden en Filips II werd afgezet als hun heerser.
Protestants
Stroming in het christelijk geloof die is ontstaan na een breuk met de rooms-katholieke kerk.
Reformatie
Kerkhervorming die tot doel had om de misstanden binnen de rooms-katholieke kerk op te lossen en die de grondslag vormde voor het protestantisme.
Renaissance
Periode in de 15 en 16e eeuw die wordt gekenmerkt door een vernieuwde levensstijl en een heropleving van kunst en wetenschap, geïnspireerd op de klassieke oudheid.
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
De naam die de zeven Nederlandse gewesten zichzelf in 1588 gaven nadat ze zich hadden losgemaakt van Spanje en geen koning meer hadden.
Rooms-katholiek
Het deel van het christendom dat gehoorzaam is aan de paus in Rome.
Unie van Utrecht
Verdrag dat is gesloten in 1579 tussen de noordelijke gewesten, waarbij werd besloten om de krachten te bundelen in de strijd tegen Spanje.
Vrede van Münster
Een verdrag uit 1648 dat een einde maakte aan de Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de opstandelingen in de Republiek.
Wetenschappelijk denken
Manier van denken waarbij nieuwe kennis voortkomt uit studie en onderzoek.
Absolute vorst
Vorst die met absolute macht regeert.
Droit divin
Het goddelijk recht waarop de koningen van de 17e eeuw zich beriepen om hun koningschap te rechtvaardigen.
East India Company (EIC)
Engelse handelsonderneming, die gold als de grootste concurrent van de VOC.
Edict van Nantes
Edict dat in 1598 godsdienstvrijheid garandeerde voor de Franse hugenoten.
Empirisme
Filosofische stroming waarin wordt gesteld dat kennis uit de ervaring voortkomt en het beginpunt van kennis de zintuiglijke waarneming is.
Gewestelijke Staten
Het bestuur van een gewest.
Gouden Eeuw
Periode in de 17e eeuw dat het erg goed ging met de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Mercantilisme
Economische politiek waarbij de staat de handel en nijverheid bevordert om zoveel mogelijk geld in de schatkist te krijgen.
Raadspensionaris
Belangrijkste ambtenaar in dienst van de Staten van Holland.
Rationalisme
Filosofische denkrichting die stelt dat alleen het gebruik van het menselijk verstand tot zinnige kennis kan leiden.
Regenten
De bestuurselite in de Nederlandse Republiek.
Stadhouder
De opperbevelhebber van het leger, in dienst van de Staten-Generaal.
Staten-Generaal
Naam voor het Nederlandse parlement.
Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC)
Handelsonderneming die in 1602 is opgericht en van de Staten-Generaal het monopolie kreeg voor het drijven van handel ten oosten van de Kaap de Coede Hoop.
Wereldeconomie
Een economie die zich over de hele wereld uitstrekt doordat landen van de hele wereld met elkaar handelen.
West-Indische Compagnie (WIC)
Handelsonderneming die in 1621 is opgericht en zich richtte op de handel ten westen van de Kaap de Goede Hoop.
Wetenschappelijke revolutie
Verzamelbegrip voor de wetenschappelijke ontdekkingen die in de 17e en 18e eeuw werden gedaan, die zorgden voor een nieuw wereldbeeld en een nieuwe visie op de natuur.
Abolitionisme
Het streven naar de afschaffing van de slavernij.
Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog
Oorlog in 1775-1783 tussen Engeland en de koloniën die later de Verenigde Staten zouden vormen, die eindigde in de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten.
Ancien régime
De benaming voor het bestuur van Frankrijk door middel van absolute macht.
Boston Tea Party
Protestactie waarbij Amerikaanse kolonisten in 1773 in Boston thee vanaf de Britse schepen in het water gooiden.
Bourgeoisie
De welgestelde burgerij.
Franse Revolutie
Periode van grote veranderingen in Frankrijk (begonnen in 1789), waarbij de monarchie werd afgeschaft.
Grondwet
Wet waarin is vastgelegd wat de rechten en plichten van burgers zijn en hoe het bestuur is geregeld.
Restauratie
Een periode na de ondergang van Napoleon Bonaparte in 1815, waarbij veel dingen die de Verlichting had bereikt, werden teruggedraaid.
Slag bij Waterloo
Slag in 1815 bij de plaats Waterloo, waarbij Napoleon werd verslagen.
Verlicht absolutisme
Absolutisme waarbij de vorst zich niet meer beriep op het goddelijk recht op de troon, maar op zijn nut voor het volk.
Verlichting
Periode in de 17e en 18e eeuw waarbij rationeel denken centraal stond en mensen hun kennis wilden vergroten door hun verstand te gebruiken.
Afzetgebied
Gebied waar goederen worden verkocht.
Algemeen kiesrecht
Het recht van alle volwassen burgers om te stemmen.
Arbeidswet
Wet die de belangen van werknemers beschermt.
Confessionalisme
Een stroming die ernaar streeft om godsdienstige overtuigingen binnen de politiek ten uitvoer te brengen.
Constitutionele monarchie
Monarchie waarbij de macht van de vorst is vastgelegd in de grondwet.
Emancipatie
Het streven naar gelijke rechten door en voor een bepaalde groep mensen die zijn achtergesteld.
Feminisme
Beweging die ernaar streeft dat vrouwen dezelfde rechten en mogelijkheden krijgen als mannen.
Grondstof
Een ruw materiaal dat nog moet worden bewerkt om er een product van te maken.
Industriële revolutie
De grote verandering van de samenleving waarbij men overging van het handmatig naar het machinaal produceren van goederen.
Industriële samenleving
Een samenleving waarbij de meeste producten worden geproduceerd in fabrieken.
Kinderwetje van Van Houten
Wet die in 1874 is aangenomen en een einde moest maken aan kinderarbeid in fabrieken.
Liberalisme
Een politieke ideologie die een grote vrijheid voor individuele mensen voorstaat en wil dat de overheid zich met weinig zaken bemoeit.
Modern imperialisme
Het streven naar machtsuitbreiding van Europese landen in de 19e eeuw door andere gebieden in de wereld te veroveren en te besturen.
Monarchie
Land met een koning of koningin.
Nationalisme
Een stroming gebaseerd op het idee dat mensen trouw zijn aan de eigen staat, natie of volk.
Ontzuiling
Het uiteenvallen van verzuiling in een samenleving.
Pacificatie van 1917
Afspraak tussen de socialisten en confessionelen waarmee het algemeen kiesrecht voor alle mannen werd ingevoerd.
Parlement
Door de bevolking gekozen vertegenwoordigers die met de regering een staat besturen.
Schoolstrijd
Politieke strijd in de 19e en 20e eeuw over de financiële gelijkstelling van het openbaar onderwijs en het bijzonder onderwijs.
Sociale kwestie
De discussie omtrent de slechte leef- en werkomstandigheden van de arbeiders in de 19e eeuw in de steden.
Socialisme
Een maatschappelijk systeem dat is gebaseerd op gelijkheid, sociale rechtvaardigheid en solidariteit, met een eerlijke verdeling van macht en goederen en een sterke rol van de staat.
Stoommachine
Machine die door stoom wordt aangedreven.
Vakbond
Een belangenorganisatie van werknemers.
Verzuiling
Een samenleving met aparte, nauwelijks samenwerkende groepen.
Appeasementpolitiek
Politiek van Engeland en Frankrijk in de jaren '30, met als doel om de vrede in Europa te bewaren.
Atoombom
Krachtige bom die veel schade veroorzaakt door de splitsing van atomen.
Beurskrach van 1929
Een plotselinge sterke daling van de aandelenkoersen in de Verenigde Staten in 1929, die resulteerde in een economische crisis, ook in Europa.
Blitzkrieg
Zeer snelle (bliksem)oorlog.
Bund Deutscher Mädel
Duitse nazi-organisatie voor meisjes.
Censuur
Toezicht op de vrijheid van meningsuiting, door middel van controle op voor publicatie bestemde artikelen, films en boeken.
Centralen
Bondgenootschap tussen de centraal gelegen landen in Europa, namelijk Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Turkse Rijk.
Concentratiekampen
Afgesloten kampen waar politieke tegenstanders of anderszins ongewenste personen gevangen werden gehouden.
Discriminatie
Situatie waarbij personen wegens hun geslacht, ras, godsdienst of levensovertuiging anders worden behandeld.
Eerste Wereldoorlog
Een hevige oorlog tussen 1914 en 1918, tussen enerzijds de Centralen en anderzijds de Triple Entente.
Fascisme
Politieke stroming die een autoritaire, nationalistische en totalitaire staatsvorm aanhangt.
Gaskamers
Kamers waarin door middel van een dodelijk gas mensen om het leven worden gebracht.
Genocide
Moord op een heel volk of ras.
Hitlerjugend
Duitse nazi-organisatie voor jongens.
Holocaust
De systematische vervolging en uitroeiing van Joden door de nazi's.
Hongerwinter
Benaming voor de winter van 1944-1945 in Nederland, die werd gekenmerkt door een groot tekort aan voedsel.
Indoctrineren
Het systematisch beïnvloeden van mensen met het doel om bepaalde ideeën kritiekloos te laten aanvaarden.
Interbellum
De periode tussen de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog (1918-1939).
Kristallnacht
De nacht van 9 op 10 november 1938, waarin georganiseerde acties werden uitgevoerd tegen Joodse winkels en synagogen in Duitsland.
Loopgravenoorlog
Oorlog waarbij beide partijen zich hebben ingegraven in loopgraven.
Massaorganisatie
Een massale vereniging, waarbij het belang van het individu ondergeschikt is aan het groepsbelang.
Massevernietigingswapens
Wapens die zijn bedoeld om in één keer grote aantallen mensen te doden.
Militarisme
De verheerlijking van alles wat met het leger en oorlog te maken heeft.
Nationaalsocialisme
Politieke ideologie waarbij racisme wordt gecombineerd met een extreme vaderlandsliefde en de verheerlijking van geweld.
New Deal
Amerikaans programma van president Roosevelt met hervormingen om de economie van de Verenigde Staten in de jaren '30 van de 20e eeuw te herstellen na de Grote Depressie.
Propaganda
Extreme reclame voor politieke ideeën.
Rassenwetten van Neurenberg
Een aantal wetten die werden ingevoerd in 1935, gericht op het ontnemen van rechten van Joden.
Russische revolutie
Volksopstand in Rusland in 1917 waarbij de communisten onder leiding van Lenin de macht overnamen van de tsaar.
Slag om Stalingrad
Slag tussen Duitse en Russische soldaten bij de Russische stad Stalingrad in 1942-1943, die werd gewonnen door de Russen en daardoor ook wel wordt gezien als een keerpunt in de Tweede Wereldoorlog.
Totale oorlog
Een oorlog waarbij niet alleen soldaten, maar de hele maatschappij is betrokken.
Triple Entente
Bondgenootschap tussen Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland.
Tweede Wereldoorlog
Grote oorlog van 1939-1945 tussen de as-mogendheden en de geallieerden.