Hoofdstuk 2: Invulling en betekenis van activering

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/10

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:51 PM on 4/8/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

11 Terms

1
New cards

Definitie activering

De basisomschrijving van activering is het: stimuleren, verplichten of mogelijk maken van participatie aan de samenleving. Hoewel de term internationaal ingeburgerd is, blijft de inhoudelijk invulling ervan problematisch omdat er verschillende strekkingen bestaan. Voor sociaal werkers is activering idealiter een trampoline model dat mensen toelaat engagement op te nemen zondere meteen met uitsluiting bedreigd te worden als het niet lukt.

2
New cards

Definitie Activering

Het eng discours (Arbeidsmarktgericht)

  • Focus: Activering wordt hier verengt tot louter arbeidsmarktparticipatie

  • Visie: Men zien een (duurzame) job als de enige echte hefboom om uit armoede te geraken en volwaardig aan de maatschappij deel te nemen

  • Karakter: Dit discours werkt vaak sanctionerend en legt de verantwoordelijkheid bij het individu om drempel (zoals taalachterstand of gebrek aan diploma) weg te werken.

3
New cards

Definitie Activering

Het breed discours (maatschappelijk/sociaal)

  • Focus De nadruk ligt op de algemeen integratie in de maatschappij op alle levensdomeinen (wonen, onderwijs, zorg, cultuur, vrije tijd)

  • Visie: Men hanteert een holistisch mensbeeld; betaald werk is niet voor iedereen de ‘heilige graal’ of het noodzakelijk einddoel.

  • Individueel traject: Men kijkt naar wat een persoon kan (draagkracht) in plaats van enkel naar wat de markt eist, waarbij het onderscheid tussen “niet willen” en “niet

4
New cards

De drie vormen van activering

  • Arbeidsmarktactivering: Dit is direct gericht op economische participatie via bemiddeling, scholing en toeleiding naar werk. Het staat centraal in het activerende arbeidsmarktbeleid.

  • Sociale activering: Het doel is het doorbreken van sociaal isolement via de maatschappelijk zinvolle activiteiten zoals vrijwilligerswerk of ontmoeting. Dit heeft een indirecte relatie met de arbeidsmarkt; het kan een opstap zijn, maar is ook een doel op zich

  • Maatschappelijk herstel: Een vorm van sociale activering voor mensen die zeer ver van de arbeidsmarkt staan door fysieke of mentale gezondheidsproblemen. De focus ligt op zorg en hulpverlening zodat mensen zich staande kunnen houden, met weinig tot geen focus op werk.

5
New cards

Activering als recht en/of plicht: normatieve uitgangspunten

  • activering als emancipatie

  • activering als disciplinering

  • activering als actief burgerschap

6
New cards

Activering als recht en /of plicht: normatieve uitgangspunten

activering als. emancipatie

  • Kern: Activering is het realiseren van de sociale grondrechten van elk individu.

  • Visie: De re-integratie van sociaal uitgeslotenen staat centraal, met aandacht voor culturele en politieke ontwikkeling.

  • Basis: Men beroept zich op Artikel 23 van de Belgische Grondwet (recht op een menswaardig leven) en internationale verdragen.

7
New cards

Activering als recht en/of plicht: normatieve uitgangspunten

activering als disciplinering

  • Kern: Ook wel de workfare-benadering genoemd: werk komt vóór sociale bescherming.

  • Voorwaardelijkheid: Rechten zijn niet universeel, maar afhankelijk van je eigen inspanningen (zoals solliciteren).

  • De 'stok': Men gebruikt activering als een stok om mensen te dwingen zich aan te passen.

  • Moraliserend: Men maakt een onderscheid tussen de 'deserving poor' (die niet kúnnen werken) en de 'undeserving poor' (die niet willen werken en 'berekenend' voor een uitkering kiezen).

  • In 2023 kreeg 1 op de 4 werkzoekenden een sanctie of verwittiging van de VDAB, wat de controlebevoegdheid van deze visie illustreert.

8
New cards

Activering als recht en / of plicht : normatieve uitgangspunten

Activering als actief burgerschap

  • Kern: De 'derde weg' waarbij rechten en plichten gelden voor iedereen, zowel kwetsbaren als niet-kwetsbaren.

  • Visie: Burgers worden gestimuleerd om zelf initiatieven te nemen voor de leefbaarheid van hun omgeving.

  • Succesfactoren: Voor participatie zijn drie zaken nodig: Capaciteit (kunnen), Motivatie (willen) en Mogen (je uitgenodigd voelen).

9
New cards

Het maatschappelijk discours en de positie van sociaal werk

Sociaal werk als sociale constructie (de constructie)

Sociaal werk is geen vaststaand gegeven, maar een sociale constructie: het is een product van hoe we in een specifieke tijd sociale problemen definiëren en aanpakken. In de actieve welvaartsstaat is de balans tussen economische en sociale noden verschoven:

  • Individualisering van risico: Waar werkloosheid vroeger een collectief sociaal risico was, wordt het nu vaker gezien als een persoonlijke verantwoordelijkheid. Dit vermindert de bereidheid tot solidariteit met degenen die "hun kansen niet grijpen".

  • Preventie ipv Curatie: De focus ligt niet meer op het bieden van een uitkering als het misgaat (curatief), maar op het voorkomen dat men een uitkering nodig heeft door in te zetten op menselijk kapitaal (preventief).

10
New cards

Het maatschappelijk discours en de positie van sociaal werk

Sociaal werk als sociale constructie

het dominante activering discours

In landen als België is het huidige discours vooral marktgericht en responsabiliserend. Het kenmerkt zich door:

  1. Individualisering: Burgers moeten zelf hun armoede bestrijden.

  2. Werk als maatstaf: Arbeidsparticipatie is de enige norm voor succes; wie niet werkt wordt gestigmatiseerd als 'inactief'.

  3. Instrumentalisme: Activering wordt gezien als een investering in menselijk kapitaal om de kosten van de sociale zekerheid te beheersen.

11
New cards

Het maatschappelijk discours en de positie van sociaal werk

spanningsvelden voor het sociaal werk

Sociaal werkers ervaren in deze context drie grote spanningsvelden:

  1. Disciplineren of Emanciperen? Beleid eist vaak dat de sociaal werker optreedt als controleur van voorwaarden (disciplineren). Dit botst met de professionele kernwaarde van empowerment en sociale rechtvaardigheid(emanciperen). Sociaal werkers moeten hier zoeken naar discretionaire ruimte of een signaalfunctie opnemen tegen onmenselijke praktijken.

  2. Individueel of Maatschappelijk schuldmodel? Het dominante discours legt de schuld bij het individu. Sociaal werk hanteert echter een en/en-benadering: oog hebben voor zowel de eigen kracht van de cliënt als de structurele uitsluitingsmechanismen (zoals discriminatie of gebrek aan kinderopvang).

  3. Enge of Brede invulling van integratie? Beleid focust vaak enkel op de arbeidsmarkt (eng). Sociaal werk pleit voor een brede visie waarbij participatie op alle levensdomeinen (wonen, cultuur, zorg) evenwaardig is aan betaald werk.