Dynamiek en evenwicht | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/30

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:40 PM on 4/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

31 Terms

1
New cards

Wat is de definitie van een ecosysteem?

Een gebied waarin organismen (biotische factoren) en hun fysieke omgeving (abiotische factoren) met elkaar in wisselwerking staan.

2
New cards

Wat is het verschil tussen een habitat en een niche?

Een habitat is de fysieke leefplek van een soort. Een niche is de ecologische 'functie' of rol van die soort in het ecosysteem (bv. wat hij eet, wanneer hij actief is).

3
New cards

Wat is een levensgemeenschap?

De verzameling van alle verschillende soorten (populaties) die samen in een bepaald gebied of ecosysteem leven.

4
New cards

Wat is 'soortensamenstelling' en wat bepaalt het?

Het aantal en de variëteit van soorten in een ecosysteem. Dit bepaalt de biodiversiteit.

5
New cards

Wat is een populatie?

Een groep individuen van dezelfde soort die in hetzelfde gebied leven en zich onderling kunnen voortplanten.

6
New cards

Wat is 'draagkracht' in de ecologie?

Het maximale aantal individuen van een soort dat een gebied op de lange termijn kan onderhouden, gegeven de beschikbare voedsel, ruimte en andere hulpbronnen.

7
New cards

Wat is 'biologisch evenwicht' in een populatie?

De situatie waarbij de populatiegrootte schommelt rond de draagkracht, door een dynamisch evenwicht tussen geboorte, sterfte, immigratie en emigratie.

8
New cards

Wat zijn biotische factoren? Geef drie voorbeelden.

De levende componenten van een ecosysteem die andere organismen beïnvloeden. Voorbeelden: prooidieren, concurrenten, ziekteverwekkers, predatoren.

9
New cards

Wat zijn abiotische factoren? Geef drie voorbeelden.

De niet-levende, fysieke en chemische componenten van een ecosysteem. Voorbeelden: temperatuur, lichtintensiteit, vochtigheid, pH, zuurstofgehalte, bodemtype.

10
New cards

Wat is een indicatorsoort en waarom is die nuttig?

Een soort die zeer gevoelig reageert op veranderingen in specifieke abiotische factoren. Zijn aan- of afwezigheid geeft snel inzicht in de gezondheid van het ecosysteem (bv. korstmossen voor luchtkwaliteit).

11
New cards

Hoe bepalen biotische en abiotische factoren of een soort ergens kan leven?

Een soort kan alleen leven waar alle abiotische factoren binnen zijn tolerantiebereik vallen EN waar hij kan concurreren met andere (biotische) soorten.

12
New cards

Welke drie biotische factoren beïnvloeden de populatiedynamiek het meest?

1. Geboortecijfer (natality). 2. Sterftecijfer (mortality). 3. Migratie (immigratie en emigratie).

13
New cards

Wat is een 'microklimaat'?

Het lokale klimaat op kleine schaal, dat kan verschillen van het algemene klimaat door abiotische factoren zoals beschutting, hoogte of vochtigheid.

14
New cards

Wat is het 'tolerantiebereik' van een soort voor een abiotische factor?

Het gebied tussen de minimale en maximale waarde van een factor (bv. temperatuur) waarin een soort kan overleven.

15
New cards

Wat is het 'optimum' binnen een tolerantiebereik?

De ideale, meest gunstige waarde van een abiotische factor waarbij een soort het best gedijt (snelste groei, meeste nakomelingen).

16
New cards

Wat is de eilandtheorie (van MacArthur en Wilson)?

Een theorie die stelt: de biodiversiteit op een eiland wordt bepaald door het evenwicht tussen immigratie van nieuwe soorten en uitsterving van bestaande soorten, beïnvloed door de grootte van het eiland en de afstand tot het vasteland.

17
New cards

Hoe is de eilandtheorie ook toepasbaar op 'habitateilanden'?

Verkleinde en geïsoleerde natuurgebieden (zoals een bos in een zee van landbouwgrond) gedragen zich als eilanden: kleinere/verder gelegen gebieden hebben minder soorten.

18
New cards

Wat is intraspecifieke concurrentie?

Concurrentie tussen individuen van dezelfde soort, om dezelfde beperkte hulpbronnen (voedsel, partners, nestplaatsen).

19
New cards

Wat is interspecifieke concurrentie?

Concurrentie tussen individuen van verschillende soorten, vaak omdat ze een (deel van) dezelfde niche bezetten en dezelfde hulpbron nodig hebben.

20
New cards

Wat is het gevolg van intense interspecifieke concurrentie?

Vaak zal de ene soort de andere verdringen (competitieve exclusie), of soorten specialiseren zich om de concurrentie te verminderen (niche-differentiatie).

21
New cards

Hoe beïnvloedt concurrentie de evolutie van soorten?

Het is een drijvende kracht voor natuurlijke selectie: individuen die beter zijn in het verkrijgen van hulpbronnen overleven en planten zich vaker voort, waardoor de soort zich aanpast.

22
New cards

Wat is een exoot (invasieve soort)?

Een soort die door menselijk handelen buiten zijn natuurlijke verspreidingsgebied is terechtgekomen.

23
New cards

Waarom kunnen exoten zo schadelijk zijn voor een ecosysteem?

Ze hebben vaak geen natuurlijke vijanden, ziekteverwekkers of concurrenten in het nieuwe gebied, waardoor hun populatie explodeert en ze inheemse soorten verdringen.

24
New cards

Wat is een voorbeeld van negatieve menselijke invloed op ecosystemen?

Het opzettelijk of per ongeluk introduceren van exoten (bijv. de nerts, Japanse duizendknoop).

25
New cards

Wat is een voorbeeld van positieve menselijke invloed (natuurbeheer)?

Actief beheren van gebieden door exoten te verwijderen, habitats te herstellen, ecoducten aan te leggen of beschermde zones in te stellen.

26
New cards

Waarom is inzicht in concurrentie, tolerantie en menselijke invloed belangrijk voor natuurbeheer?

Omdat we zo gerichte maatregelen kunnen nemen om biodiversiteit te behouden, zoals het creëren van geschikte abiotische omstandigheden of het beheersen van concurrentiekrachtige exoten.

27
New cards

Wat is het uiteindelijke doel van duurzaam natuurbeheer?

Het behouden en herstellen van de veerkracht van ecosystemen, zodat ze veranderingen (zoals klimaatverandering) kunnen opvangen en hun biodiversiteit en functies behouden.

28
New cards

Hoe zou je deze examenvraag beantwoorden: "Leg uit hoe concurrentie invloed heeft op de dynamiek van een ecosysteem"?

Concurrentie (zowel intra- als interspecifiek) bepaalt welke individuen en soorten toegang hebben tot beperkte hulpbronnen. Dit beïnvloedt de groei, overleving en reproductie van populaties. Het leidt tot schommelingen in populatiegroottes, verdringing van soorten of specialisatie. Dit alles zorgt voor een constante dynamiek en uiteindelijk een nieuw evenwicht in de soortensamenstelling van het ecosysteem.

29
New cards

Leg uit: Waarom kan een kleine, geïsoleerde populatie kwetsbaarder zijn voor uitsterven?

Volgens de eilandtheorie is het uitstervingspercentage hoger in kleine populaties (door toeval, inteelt, ziekte). Als het gebied ook geïsoleerd is, is immigratie (aanvulling) moeilijk. Dit vermindert de biodiversiteit en veerkracht.

30
New cards

Wat is de relatie tussen de niche van een soort en concurrentie?

Twee soorten kunnen niet permanent dezelfde niche bezetten in hetzelfde gebied (competitieve exclusie). Om concurrentie te vermijden, zullen soorten hun niche verschillend maken (niche-differentiatie).

31
New cards

Hoe kunnen abiotische factoren een 'beperkende factor' zijn?

Als één abiotische factor (bv. water, zuurstof) buiten het tolerantiebereik valt, wordt dit de beperkende factor die de groei of verspreiding van een soort bepaalt, ook als alle andere factoren ideaal zijn.