1/104
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
gaan zitten
s'asseoir
moeten
devoir
ontroeren
émouvoir
bevorderen
promouvoir
moeten (onpers.)
falloir
regenen
pleuvoir
kunnen
pouvoir
weten
savoir
waard zijn
valoir
zien
voir
terugzien
revoir
voorzien
prévoir
willen
vouloir
slaan
battre
omhakken
abattre
bestrijden
combattre
debatteren
débattre
vechten
se battre
drinken
boire
besluiten
conclure
uitsluiten
exclure
insluiten
inclure
besturen
conduire
bouwen
construire
koken/bakken
cuire
afleiden
déduire
vernietigen
détruire
onderwijzen
instruire
introduceren
introduire
produceren
produire
reproduceren
reproduire
verleiden
séduire
vertalen
traduire
schaden
nuire
kennen
connaître
verschijnen
apparaître
verdwijnen
disparaître
herkennen
reconnaître
naaien
coudre
vrezen
craindre
verplichten
contraindre
beklagen
plaindre
klagen
se plaindre
samenbrengen
joindre
bereiken
atteindre
uitzetten
éteindre
veinzen
feindre
schilderen
peindre
geloven
croire
groeien
croître
doen toenemen
accroître
afnemen
décroître
zeggen
dire
opnieuw zeggen
redire
tegenspreken
contredire
verbieden
interdire
kwaadspreken
médire
voorspellen
prédire
vervloeken
maudire
schrijven
écrire
beschrijven
décrire
inschrijven
inscrire
voorschrijven
prescrire
doen
faire
opnieuw doen
refaire
tevredenstellen
satisfaire
lezen
lire
verkiezen
élire
herlezen
relire
plaatsen
mettre
toegeven
admettre
begaan
commettre
weglaten
omettre
toestaan
permettre
beloven
promettre
overbrengen
transmettre
malen
moudre
geboren worden
naître
bevallen
plaire
tegenstaan
déplaire
nemen
prendre
leren
apprendre
begrijpen
comprendre
ondernemen
entreprendre
verrassen
surprendre
oplossen
résoudre
oplossen (chemie)
dissoudre
lachen
rire
glimlachen
sourire
breken
rompre
omkopen
corrompre
onderbreken
interrompre
volstaan
suffire
volgen
suivre
achtervolgen
poursuivre
zwijgen
se taire
verzwijgen
taire
melken
traire
vermaken
distraire
aftrekken
soustraire