1/66
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Amerika: Livingston on Napoleon
Minister to France 1801-1804
Bonaparte X much different from monarchs: luxury + splendour
Napoleon = popular due to victories + peace w EN
Still internal revolutions
Amerika: Monroe on Napoleon
Later, helps Livingston w Louisiana Purchase
Minister to France 1794-1796
New consular government lacks democracy
Napoleon’s only rivals = other military leaders
Military dictatorship
Amerika: Irving on Napoleon
Napoleon revoked many rights which liberal revolution had fought for
Splendour, luxury etc. of monarchy had been surpassed!
Amerika: Crawford on Napoleon
“Rulers were everything and the people were nothing”
Amerika: Peale on Napoleon
Natural abilities but outweighed by - moral character, impatience,...
Education -
Taxes +
Government X efficient
X unify France
How hold on French?
Bloody chaos before Napoleon
Success in battle
Amerika: Press + Public opinion
X free exercise of public opinion
Am Constitution: freedom of press in 1st Amendment
- newspapers, censor (named by government)
“Contained nothing”
Americans counted on old newspapers sent/brought over from Am (often intercepted)
Ban on postal circulation of letters written in English
Use of rumours for news
FR: X info ab government motions
Amerika: Theatre
Because of press, pol commentary => theatre, songs, political puns
Theatre:
! outlet pub opinion
Later under control of authorities
Every performance => ‘violent troubles’, e.g. fights
Allusions to public affairs => uproar
Decree of 27 October, 1800: police = right to interrupt theatrical performances at slightest sign of tumult, all new plays to be cleared by interior ministry + police
BUT still happened (e.g. applause/booing)
Also manifestations in favour of Napoleon
Royal -> Imperial symbolism
Songs ab him/victories
‘Vive l’Empereur!’
Political puns:
Wordplay
European vassal-states = in hands of Napoleon’s relatives
Amerika: Napoleon’s positieve eigenschappen
Uniform and regular administration of justice
Code Civil and impartial administration (X feudal system)
Respect for property
Respect for social distinctions
Restored law and order (after chaos) – effective police
Amerika: Conc
1 foot in 18th, other in 19th century (shifting mentality + politics)
American values of civil equality and property rights determine praise for the Napoleonic Code and the restitution of a respect for property
Censorship free speech + press
Man of Ancien Régime and modernity
Negative vs positive characteristics
Lens and benchmark: American exceptionalism
American governance and revolution idealized: model character for world
Duitsland: Lange 19e E
1 Politieke en culturele rol van Duitsland
(! Buur v BEL -> + invloed op buurlanden; bron v inspo v SU/angst vr
anderen)
2 Fascinatie voor het verschil: The Past is a Foreign Country
(Staat v vandaag bestond X)
3 Aanloop naar de 20ste eeuw
(Voorgeschiedenis WO I + II)
Duitsland: Vooravond Franse Revolutie
X nationale eenheidsstaat
Lappendeken =/= staten + vorstendommen (>350 einde 18e E) => HRR
Monarch aan top; formeel onder Keizer maar autonomie
2!!: Pruisen + Oostenrijk
Feodale macht v ME -> FR Rev
-> veel wachtten op grote revolutie -> staat zoals in =/= W-EU landen (intellectuelen)
1789: Franse Revolutie
→ verlichting, vrijheid, politieke emancipatie,...
1792: Kannonade van Valmy
→ hoopvolle enthousiasme (Goethe-generatie)
Duitsland onder Napoleon
Bekoeling enthousiasme voor Franse Revolutie (- bereidheid)
⇒ Idealen X ‘zachtzinnig’ verspreid (gewelddadig + autoritair, bezetting)
+ oorlogen v Nap tegen EU
Berlijn binnenvallen + opdringen idealen
⇒ – pro-Napoleon
Napoleon roept zich uit tot keizer (k maar 1 zijn)
⇒ HRR X betekenis meer; keizer m abdiceren
Duitsland: Einde HRR
1806: Einde van het Heilig Roomse Rijk
W-DUI landen ⇒ annexeert tot FR keizerrijk
Mid-DUI ⇒ samen → Rijnbond (pro-FR sattelietstaten)
Pruisen + Oostenrijk ⇒ verslagen + gedwongen onder Napoleon
Duitsland: hervormingen in Pruisen
Besef dat enkel overleven als zelf nadenken over hervormingen
! Onderwijs
Gebroeders Humboldt: land zelf moderniseren
! Boeren vrijmaken (feodaliteit: gebonden aan grond + adel tot 19e E)
Erkennen v burgerrechten; Joden emanciperen;..
⇒ Pruisen weerbaar maken tot FR
Duitsland: Anti-Napoleontische bevrijdingsoorlogen
(1813-15)
Napoleon: troepen → RUS
→ nederlaag FR, terugtrekking
→ EU landen bundelen krachten: veldslag bij Leipzig
→ nederlaag FR
= begin v einde Napoleon
Verbannen → Elba (100 dagen)
→ stadsgreep
→ slag bij Waterloo: definitieve nederlaag
Duitsland: Gevolgen van Napoleontische expansie op Duitsland
Lange schaduwen van de revolutie
Schiller: principes v verlichting/FR Rev X geslaagd → ! vrije mensen worden; innerlijke bevrijding)
Duitse collectieve identiteit
Drang naar verinnerlijking:
Idealisme (zelf als uitgangspunt -> werkelijkheid begrijpen)
Romantiek (nadruk op eig belevingswereld)
Biedermeier
Oorsprong: hoe omgaan m erfenis Fr Rev (goede idealen, maar ⇒ oorlog)
Reactie: nostalgie voor VOOR de Fr Rev (vernieuwing ⇒ oorlog + bloedvergieten)
Bildungsbürgertum
Vorming, opvoeding = hoogst te bereiken ideaal in leven (> macht + rijkdom)
⇔ andere EU landen: < financiële macht
Duitsland als Kulturnation > Staatsnation
Herder
X eenheidsstaat (kleine vorstendommen komen terug na Napoleon) op POLITIEK vlak
Wel gemeenschappelijke CULTUUR
‘Duits’ door gedeelde cultuur, taal, erfenis
Duitsland: Congres van Wenen
(1815)
Overwinnaars op Napoleon samen in Wenen → EU kaart hertekenen
⇒ oude politieke + geopolitieke verhoudingen herstellen: vorstelijk absolutisme,... (-
volkssouvereiniteit)
X helemaal succesvol
→ Duitse Bond
= Einde Franse Revolutie
Duitsland: Duitse Bond
(1815–1866)
Federatie v =/= staten, maar efficiënter:
Confederatie v 35 staten
Duitsland: Restauratie tijdens Vormärz
(1815-1848)
3 grote monarchieën: Pruisen, Oostenrijk + Rusland
= vtw 3 grote christelijke tradities
(protestant, katholiek, Russisch orthodox)
⇒ waarden in stand houden binnen rijken
→ + macht gegeven
K ingrijpen bij opstanden
Liberale idealen → praktijk
= Krachten van voorbehoud
Duitsland: Krachten van verandering
Vooral jonge generaties
→ w moderne staat nr vb verlichte principes + FR
Liberalisme: overheid → vrije ontwikkeling, politieke vrijheid,...
= + efficiënt (⇔ oude tradities + regels)
Nationalisme: w X verbrokkeling, w souvereine eenheidsstaat zoals FR, EN, NL,...
Duitsland: Repressie
'Demagogenvervolging’
Studentenverenigingen in 1920’s
→ kleine opstanden
⇒ vervolginng
Elite: ‘progressieven = demagogen, onrustzaaiers’
⇒ repressie + censuur
Duitsland: Zollverein
(1834)
! stap → modernisering
Olv Friedrich List
Verbrokkeling = X efficiënt, ouderwets (=/= munten, tollen)
Economische eenheid in DUI
Duitsland: Sociale + economische crisis
(1840’s)
Misoogsten, te snelle industrialisering
⇒ - arbeid, handarbeiders k X concurreren
Hongersnood, verarming
Eu, X enkel DUI
Begin ‘40 → Nieuwe wereld (VS)
= ontwrichting, ook pol
⇒ Nieuwe revolutionaire uitbarsting
Duitsland: Maartevolutie → gevolgen
(1848)
Gevolgen → heel EU
→ DUI: heel accuut
1 Hoe moderne staat maken?
2 Nationale probleem: hoe verenigen?
3 Sociale onrust v ‘40
Duitsland: Eengemaakte republiek?
Revolutionaire beweging + macht
→ elites moeten toegeven
⇒ 1 groot volksvergadering in parlement ('professoren parlement': eindeloze
debatten)
1 Moest DUI een republiek worden?
OF monarchie?
2 Moest DUI naar Franse vb v gecentraliseerde eenheidsstaat?
OF mate v federalisme?
3 Moet Oostenrijk deel zijn?
→ HB wereldrijk: + =/= volkeren = - eenheid
Duitsland: Revolutie mislukt
(1849)
Compromis: Grondwet vr nieuw DUI, onder koning
Koning Pruisen gevraagd, maar + conservatief
→ afgewezen (w X omleggen aan GW of volkssoevereiniteit: koning = vtw goddelijke orde)
= Begin einde v Duitse Rep
X echte oplossing
+ toegevingen
Executie Robert Bluhm = symboliscche einde
Duitsland: Idealisme → Realpolitiek
Revolutie 2x verworpen
1 FR dr geweld
2 DUI dr X oplossing
Bleef dromen v betere toekomst
⇒ ideologie =/=
→ neerleggen bij realiteit (Realpolitik), rekening m mogelijk > wenselijk
= dominant na 1849
Duitsland: Otto von Bismarck
(1815-1898)
De Ijzeren Kanselier
Diplomaat / Politicus / Staatsman / Realpolitiker
DUI m sterke, gecentraliseerde eenheidsstaat zijn
Rekening m realiteit
Conservatief, christelijke waarden moeten staat sturen
→ Realistisch (klok X terugdraaien, accepteren)
X zachtzinnige manier
Duitsland: Op weg naar Duitse eenmaking
Oorlog = middel om geesten te doen rijpen + duitsers te doen overtuigen; externe vijand ⇒ smw
⇒ DUI mentaal voorbereiden op eenmaking
1 DuitseDeense oorlog (1864)
2 vorstendommen in N-DUI bestuurd dr Deense koning
⇒ ‘bevrijding’
⇒ 2 2 gebieden gemeenschappelijk bestuurd dr Oostenrijk + Pruisen
2 Duitse Bruderkrieg (1866)
→ Oostenrijkers uitsluiten (w etnisch homogene staat; Oostenrijk = =/= volk +
religies)
Verslaat Oostenrijk militair m pol doel: op termijn wss terug nodig hebben ⇒ X harde neerslag
3 Frans-Duitse oorlog (1870-1871)
FR = grote vrijand v heel DUI
OvB lokt oorlog uit → FR verklaart oorlog
→ FR nederlaag
⇒ keizer gevangen, m abdiceren
Duitsland: Duitse Keizerrijk
1871: Duitse Keizerrijk
Eenmaking, in Versaille
Beweging v bovenaf: vorsten overtuigd ipv volk
Doelen v nationalisten + liberalen gerealiseerd, maar op autoritaire manier
Duitsland: Gründerjahre
(1871-1873)
Eerste jaren = goed
Industriele expansie
Herstelbetalingen v FR
+ annexatie delen FR gebied
⇒ EU grootmacht
Duitsland: Vaterlandslose Gesellen
= Interne krachten d OVB X vertrouwt
Socialisten: Wetgeving → onderdrukking, censuur
Katholieken: Kulturkampf; onderworpen aan nationale wetgeving
Sociale wetgeving → arbeiders uit invloedssfeer v socialisme
Duitsland: Duitse Rijke is saturiert…
Buitenlandse politiek: tevreden met grenzen
EU overtuigen d X meer te vrezen v DUI
OvB ⇒ Soort internationale diplomaat
Duitsland: Mythevorming
-Militarisme (repressief)
+Nationale held (einddoel gerealiseerd)
Duitsland: Driekeizerjaar
1888
Grijze → Wijze → ScheiBe
Italië: Italiaanse staten aan vooravond Franse Revolutie
Franse Revolutie => nieuw denken over natie, volk, identiteit,...
Voor: =/= vorstelijke gebieden (X eenheid), vb. Genuese Republiek, Republiek Venetië
Risorgimento: Uitkomst +- toevallig
Proces dr stedelijke elites beslist
Italië: Italiaanse veldtocht van 1796-97
1796: Napoleon steekt Alpen over
Vestigde de mythe van het militaire genie Napoleon
(was eigenlijk gwn afleidingsmanoeuvre)
Zijn campagne leidde tot de compromisvrede van Campo Formio (17.10.1797).
De Oostenrijkers verloren daarbij weliswaar grondgebied in Noord-Italië,
waar de Cisalpijnse Republiek, een vazalstaat van de Franse Republiek, werd opgericht en zij erkenden de Franse annexatie van de Zuidelijke Nederlanden.
Maar in ruil verkregen de Oostenrijkers de territoria van de voormalige Venetiaanse Republiek en van het prinsbisdom Salzburg.
Italië: De Italiaanse Zusterrepublieken en het Koninkrijk Italië
Naast de Cisalpijnse Republiek kwamen vervolgens ook elders in Italië zusterrepublieken tot stand.
De belangrijkste waren de Ligurische (= Genuese), de Partenopeïsche (= Napolitaanse) en de Romeinse Republiek.
Zij functioneerden alle als Franse buffer-/vazalstaten.
(geld -> parijs; idealen FR Rev werden daar verder verspreid)
In 1805 voegde Napoleon (die zichzelf intussen tot keizer had uitgeroepen) de Cisalpijnse en de Ligurische Republieken samen met de voormalige Venetiaanse gebieden die hij nu wel op de Oostenrijkers had veroverd.
Hij doopte dit nieuwe land om tot het koninkrijk Italië.
= in een personele unie verbonden met het Franse keizerrijk. Napoleon stond er dus aan het hoofd van.
Milaan = hoofdstad, gemodelleerd naar Parijs (triomfbogen, lange rechte laan)
Italie aan de vooravond van het Risorgimento
Na de nederlaag van Napoleon (1815) probeerden de grootmachten tijdens het Congres van Wenen zo veel als mogelijk de toestand van voor de Franse Revolutie te herstellen. Die poging mislukte, de geest was immers uit de fles.
= ‘de restauratie’ (e.g. Monarchieën)
‘Italië was slechts een geografisch begrip’ aldus de Oostenrijkse kanselier Klemens von Metternich. (X akkoord)
In Noord-Italië ontstonden twee grote blokken:
Sardinië Piëmont
Lombardisch-Venetiaanse koninkrijk. (dependance van de Oostenrijkse monarchie)
In Centraal- en Zuid-Italië domineerden
Kerkelijke Staat
Koninkrijk van de Beide Siciliën
Zeker in Noord en Centraal-Italië was onder invloed van de Franse Revolutie inmiddels een gezamenlijke politieke cultuur ontstaan.
=> Een of andere vorm van samengaan, kon nu voor het eerst worden ‘gedacht’. Dat denken gebeurde allereerst door leden van de noordelijke stedelijke intellectuele elites.
Aan het Risorgimento lag een sentiment van rouw en verlies om verloren grootsheid ten grondslag. Het was een bij uitstek romantisch proces dat vanuit een gerichtheid op het verleden een betere toekomst probeerde te denken.
Alessandro Manzoni (1785-1873): I promessi sposi (1827) (boek, gesitueerd in verleden, Spanjaarden als gr vijanden)
Santa Croce (kerk, ⇔ Pantheon in FR, + ref nr RR + stedelijke macht)
Giacomo Leopardi (ref nr stedelijkheid, roem, nu verloren)
Opera:
Een veel groter bereik nog dan proza, poëzie en beeldhouwkunst had in Italië de opera. In vrijwel iedere plaats van enig belang stond immers een theater en was een orkest actief.
In dit genre werd het sentiment van rouw om het verlies van eerdere grootsheid het sterkst gepopulariseerd;
cf. Het ‘Slavenkoor’ uit Nabucco (1846) van Giuseppe Verdi
(vgl IT volk m ‘gekozen’, Joodse volk -> verlangen nr vaderland, koor = stem volk)
Il Bacio (vrouw = rijke elite, man = jager, verlaat haar -> Risorgimento = opoffering, moede, guerillastrijd m Oostenrijkers)
Italië: Het Risorgimento
De leidende politieke groepen, ook in het koninkrijk Sardinië Piëmont, zaten aanvankelijk niet op een eventuele eenwording te wachten. Die dreigde immers hun positie aan te tasten.
Langdurig proces (1848-’61/70) dat aanvankelijk vooral tegen de stroom in door drie heel verschillende figuren gestalte werd gegeven = leidende figuren
Gieuseppe Mazzini
Charismatisch, pamfletten: IT moest dem rep worden, leiding dr beschaafde volkeren
=> eeuwige vrede
De Dromer
Giuseppe Garibaldi
Betrokken bij pogingen onrust zaaien -> verbannen -> Lat-Am -> opstanden; w democratische staat, gedragen dr aarden (invloed FR Rev)
De Doener
Camillo Benso
Edelman, veel tijd in FR + EN
De Real-Politicus (zocht nr bondgenoten, zag beperkingen)
Italië: Verloop Risorgimento
1848-’49: Revolutiegolf, kortstondige Romeinse en Venetiaanse Republieken; mislukking van de Cinque Giornate in Milaan, maar afkondiging van een grondwet (het Statuto) in Piemonte
Venetië
Olv Daniele Manin -> Venetiaanse Rep doen heropleven
Milaan
Barricades (cinque giornati) -> verslaan
Rome
Nieuwe paus -> verregaande democratisering -> verslaan dr FR troepen gestuurd dr Napoleon III
1859: Oostenrijk verliest bijna heel Lombardije aan Piemonte
-> grondwet, eenwording wordt vanuit Piemonte gestuurd
1860: Garibaldi leidt de ‘Expeditie van de Duizend’. Zijn troepen nemen op korte tijd het Koninkrijk van de Beide Siciliën in.
-> Garibaldi draagt dit over aan Victor-Emmanuel II.
-> =/= steden sluiten aan dr Referenda (vervalst?)
1866: Het nieuwe koninkrijk Italië verwerft ook de Veneto
1870: Italiaanse troepen nemen Rome in
= nieuwe hoofdstad eengemaakte IT
Verhouding kerk + staat: paus - terrein => strakker bestuur v bovenaf
1e vaticaanse concilie
-> dogma pauselijk ont…baarheid
(paus X wereldlijke vorst meer)
Italië: Uitkomst eenwording
De uitkomst van dit proces was eerder onverwacht.
Zij beantwoordde niet aan de voorstellingen die de protagonisten er zich vooraf van hadden gemaakt. De facto betekende zij een uitbreiding van het (liberale) koninkrijk Sardinië-Piëmont.
Grondwet Piemonte geldt vr hele IT
+ uitdagingen: =/= economie, munten, wegen, handel m EU staten,...
Fatta l’Italia, bisogna fare gli Italiani, apocrief toegeschreven aan Massimo d’Azeglio (1798-1866), vooraanstaand Piemontees politicus en opvolger van Cavour als Italiaans premier.
– Slaagden de Italiaanse politici in die opdracht?
Italië: Moeilijkheden
De kloof tussen de maatschappelijke elite en de volksmassa’s was in Italië buitengewoon breed en diep.
Felle tegenstand van de katholieke kerk, de verzoening tussen staat en kerk zou pas in 1929 zijn beslag krijgen (= Verdrag van Lateranen).
Zeker in relatief opzicht verarmde het zuiden tijdens de eerste halve eeuw van de Italiaanse eenheidsstaat verder ten opzichte van het noorden:
Brigantaggio (= de facto een burgeroorlog, steun paus) en massale emigratie (vooral naar Argentinië en de VS)
WOII: + Z-IT in loopgraven X.X omg analfabeet, - geschoold ->
kanonnenvoer, - beschermd ⇔ N-IT: artillerie
Italië: Balans van de liberale poging tot creatie van de Italiaanse eenheid
Weliswaar was de eenwording in formeel opzicht tot stand gebracht. Maar van de ‘waarden’ van het Risorgimento werd weinig gerealiseerd.
Italië werd geen Europese grootmacht,
Het koloniale avontuur mislukte goeddeels (overwinning van de Ethiopiërs op de Italianen bij Adwa, 1896; wel verovering van Libië in 1911).
Grote delen van de bevolking werden niet opgenomen in het narratief van de liberale staat.
Frankrijk: Lange schaduw van de Franse Revolutie
Aan het eind van de 18de eeuw hadden de Franse revolutionairen een poging ondernomen om alle voorgaande geschiedenis uit te wissen en nieuwe start te maken (Ancien Régime versus Nouveau Régime)
Traumatische breuk na FR Rev
Omgaan m geschiedenis/erfenis
E.g. Nieuwe jaartelling
Revolutionairen X geslaagd nieuwe wereld te beginnen
Die poging mislukte, maar tal van Fransen en bij uitbreiding overige Europeanen hebben bewust of onbewust nog heel erg lang gepoogd de resultaten van de Revolutie zo veel als mogelijk uit te wissen en terug te keren naar de samenleving van voor de Revolutie
=/= mensen (politici, staatsmannen) probeerden te doen alsof Franse Revolutie X gebeurd
cf. de Nederlandse calvinistische Anti Revolutionaire Partij, die omstreeks 1880 was opgericht door Abraham Kuyper en ongeveer een eeuw later opging in het CDA
→ willen reovlutie ongedaan maken, maar ook vrucht van de revolutie = paradox
Frankrijk zelf werd tussen 1815 en 1870-’71 gekenmerkt door voortdurende regimewisselingen: 1830, 1848, 1851 en 1870-’71
Pas met de komst van de Derde Republiek, die het zou uithouden tot juni 1940, trad enige stabiliteit in.
Toch wees aanvankelijk niets erop dat dit regime een lang leven beschoren zou zijn.
Na de val van het Tweede Keizerrijk in september 1870 was de (Derde) Republiek immers bedoeld geweest als een voorlopige oplossing in afwachting van de herinvoering van de monarchie.
Dat de Derde Republiek (i.h.b. haar politici), ondanks de grote uitdagingen waarvoor ze zich gesteld zag en enkele diepe crisissen erin slaagde een meerderheid van de Fransen aan zich te binden, mag een prestatie heten.
Zoals we zullen zien, is die Derde Republiek dan ook tot op de dag van vandaag aanwezig in de Franse fysieke en mentale publieke ruimte.
Frankrijk: Verloren oorlog + traumatische geboorte van de Derde Republiek
In de zomer van 1870 verleidde de Pruisische kanselier Otto von Bismarck de Franse keizer Napoleon III tot een oorlog.
Die oorlog liep al snel uit op een verpletterende nederlaag voor de Fransen in de slag bij Sedan (4 september 1870).
Het keizerrijk stuikte als vervolgens als een kaartenhuisje in elkaar en in Parijs werd een voorlopige regering geïnstalleerd.
Deze voorlopige regering zette aanvankelijk de oorlog voort. Tijdens de winter van 1870-’71 belegerden Duitse troepen Parijs, zonder de stad in te nemen. De ellende was er niet te overzien.
⇒ druk op regering
→ Maar eind januari sloot de voorlopige regering alsnog een wapenstilstand met Bismarck. Wel bleven Duitse bezettingstroepen in het land gelegerd. Onder deze druk accepteerde de regering later die lente het vernederende vredesverdrag van Frankfurt:
verlies van Elzas Lotharingen
betaling van een enorme oorlogsschatting.
= Trauma, X snel overwaaien; overtuigd v dag v revanche (revenge!)
De Parijzenaars, waarvan de meerderheid de oorlog wilde verder zetten, voelden zich verraden door de voorlopige regering
Frankrijk: De Commune
Bij de verkiezingen van 8 februari 1871 hadden de Parijzenaars vooral republikeinen, die de oorlog wensten verder te zetten naar het parlement gezonden. Dat werd echter gedomineerd door monarchisten van allerlei snit.
Bevreesd voor sociale onrusten verplaatste het nieuw gekozen parlement zich op 10 maart naar Versailles.
Vervolgens besloot de voorlopige regering de immer oproerige Parijzenaars te ontwapenen.
Daartoe stuurde zij onder het goedkeurend oog van de Pruisische bezettingsmacht, troepen naar Parijs. Maar die troepen raakten de stad niet in.
Op 26 maart organiseerden de Parijzenaars gemeenteraadsverkiezingen en riepen zij een revolutionair bewind uit.
Tal van welstellenden ontvluchtten vervolgens de stad.
De Parijse Communards beschouwden zich als de ware erfgenamen van de revolutionairen van 1789.
Zij voerden tal van sociale hervormingen door, proclameerden een strikte scheiding van kerk en staat en molesteerden priesters en religieuzen. Zij arresteerden bv. de aartsbisschop van Parijs om hem vervolgens in de eindfase van de Commune zelfs te executeren.
Na een fel beleg, trokken regeringstroepen, op bevel van eerste minister Adolphe Thiers op 21 mei de stad binnen. De communards (waaronder opvallend veel vrouwen) verdedigden de stad met hand en tand. Overal hadden zij barricades opgeworpen.
Pas op 28 mei vielen de laatste verzetshaarden bij het kerkhof van Père Lachaise, in het oosten van de stad.
Daar werden vele communards ook zonder vorm van proces terechtgesteld (Mur des Fédérés).
Tijdens de semaine sanglante vielen naar schatting tussen de 10.000 en de 20.000 doden. Bovendien werden meer dan 43.000 communards gearresteerd. De helft daarvan werd vervolgens maandenlang in kampen opgesloten. Velen werden veroordeeld tot lange gevangenisstraffen en naar Frans Guyana gezonden.
Materiële schade: Ook gingen tijdens de semaine sanglante tal van monumenten zoals het Palais des Tuileries en het middeleeuwse stadhuis van Parijs in vlammen op.
Frankrijk: De Sacré Coeur
In januari 1871, nog tijdens de Pruisische belegering van Parijs, hadden twee Parijse notabelen God beloofd een een nationaal heiligdom toegewijd aan het Heilig Hart te laten optrekken.
Na de nederlaag van de communards kwam daar het motief van boetedoening om hun wandaden bij.
De basiliek van de Sacré Coeur was dus bedoeld als een zoenoffer van Franse gelovigen voor de veronderstelde misdaden die de deelnemers aan de opeenvolgende revoluties tegenover God hadden begaan.
De keuze voor Montmartre was een symbolische:
Mons Martyrium (waar de vroeg-christelijke martelaren waren begraven), de heuvel was slechts in 1853 bij de gemeente Parijs gevoegd
Hoogste punt van Parijs en dus visuele dominantie over de stad
Plek waar de opstand van maart 1871 was begonnen
In 1889 besloot de regering van de Derde Republiek tegenover de Sacré Coeur de Eiffeltoren op te trekken. Hoewel deze Eiffeltoren veel lager, in het Seine-dal is gelegen, steekt de punt ervan toch boven de koepel van de basiliek uit. Daarmee gaf de regering ook een boodschap af: moderniteit won het van traditie
De eigenlijke bouwwerkzaamheden begonnen in 1875.
Pas in 1914 zou de kerk worden voltooid om in 1919, na afloop van de Eerste Wereldoorlog, te worden ingewijd.
De architect was Paul Abadie. Na diens overlijden in 1884 werd het werk verdergezet door diens leerling Lucien Magne.
Abadie had eerder naam gemaakt als restaurateur van middeleeuwse kerken in het zuidwesten van Frankrijk.
De kerk is opgetrokken in witte steen van Château-Landon. Deze steensoort is ook gebruikt voor de de Arc de Triomphe
De afmetingen van de kerk zijn enorm: 4 koepels, met in het midden een centrale lantaarn van meer dan 84 meter hoogte en een immense klokkentoren aan de achterzijde. Het gebouw doet de omgeving in het niets verzinken.
Deze monumentale architectuur is typisch voor de 2de helft van de 19de eeuw; vergelijk bv. met het Brusselse Justitiepaleis (architect Poelaert) of met het Vittoriano (architect Sacconi) in Rome.
De architectuur is eclectisch: zij doet neo-romaans aan en lijkt te verwijzen naar Byzantijnse en islamitische modellen.
De bouwkosten liepen op tot 46 miljoen toenmalige Franse frank. Dat geld werd middels collectes bij de gelovigen verzameld.
Frankrijk: De moderniteit wint
Tijdens de eerste jaren van het Derde Republiek hadden monarchisten de overhand in het parlement. Het land snakte naar stabiliteit.
Maar pretendent Hendrik V (van Bourbon) wees de troon af omdat de voorgestelde grondwet naar zijn smaak niet autocratisch genoeg was (w terugkeer naar Ancien Regime)
Pas in 1875 kreeg de Derde Republiek een voorlopige grondwet.
Nadat de republikeinen in 1879 voor het eerst een meerderheid in parlement behaalden, zou die een blijvend karakter krijgen.
Tijdens de daaropvolgende decennia bouwden zij de lekenstaat (état laïque) uit.
Het project van de Sacré Coeur werd nu steeds meer een symbool van een klerikaal en reactionair verleden, waaraan Frankrijk zich intussen had ontworsteld.
De republikeinse bestuurders namen tal van maatregelen:
het parlement zou voortaan opnieuw in Parijs en niet langer in Versailles zetelen
de Marseillaise werd het Franse volkslied
14 juli gold voortaan als nationale feestdag (bestorming Bastille)
Communards die nog vast zaten, kregen amnestie
Dit proces culmineerde in de viering van 100 jaar Revolutie en de bouw van de Eiffeltoren in 1889. Frankrijk leek eindelijk in het reine te zijn gekomen met zichzelf en met zijn revolutionaire verleden.
Eugen Weber (1925-2007)
Omstreeks de eeuwwisseling was de burgerlijke elite er eindelijk in geslaagd ook (grote delen van) ruraal Frankrijk voor haar republikeinse project te winnen.
Cf. het beroemde boek van Eugen Weber, Peasants into Frenchmen (1976).
Frankrijk: De Franse Derde Republiek
Dit proces kunnen we begrijpen als een succesvol voorbeeld van de creatie van de natie als een verbeelde gemeenschap (cf. Benedict Anderson, Imagined Communities, 1983).
De politici van de Derde Republiek beantwoordden in de praktijk Ernest Renans beroemde vraag uit 1882: Qu’est-ce c’est une nation?
La nation est un plébiscite de tous les jours
In Renans optiek bestond de natie dus uit een gemeenschap van mensen die dezelfde waarden deelden en niet uit de leden van een bepaalde etnische groep.
Meer maatregelen die de Franse natievorming hebben bevorderd:
Leerplicht en de uitrol van een netwerk van gratis openbaar onderwijs in de jaren 1880 door Jules Ferry. Dit netwerk concurreerde doelbewust met het aanbod van de kerk
X regionale talen
Verplichte militaire dienst
De oprichting van een ‘tweede’ koloniaal rijk in Noord-, West- en Centraal-Afrika en in Zuid-Oost Azië. Dat rijk had aldus de republikeinse propaganda een mission civilisatrice
Natievorming in de praktijk:
Le Tour de France par deux enfants door G. Bruno (pseudoniem van Augustine Fouillée-Tuillerie; 1877) wellicht het meest gedrukte schoolbook ooit
Sans famille (Alleen op de Wereld) van Hector Mallot (1878)
De Ronde van Frankrijk als wielerwedstrijd (1903)
= land beter leren kennen (hoe het eruitziet)
Straatbeeld: regelds over stadshuizen in FR stijlen
⇒ eenheid
De opeenvolgende regeringen van de Derde Republiek presenteerden Frankrijk dan ook steeds vaker als een gidsland:
democratisch (algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen)
meritocratisch, met een uitgebouwd netwerk van verplicht openbaar onderwijs
een strikte scheiding tussen staat en kerk (wet van 1905 na lange politieke strijd)
kampioen van de mensenrechten (bv. persvrijheid)
Tussen de jaren 1880 en de vooravond van WO I trokken dan ook tal van politieke ballingen van overal in Europa en Latijns-Amerika naar Frankrijk.
Parijs werd in deze periode het culturele centrum van de wereld. Pas na WO II moest Parijs die plaats aan New York afstaan.
Bovendien ging het Frankrijk tijdens de Belle Époque (ca. 1880- 1914) ook economisch voor de wind en floreerde de beurs. Frans kapitaal speelde een cruciale rol bij het creëren van infrastructuur in de rest van de wereld (Suezkanaal, 1869; Russische en Chinese spoorwegen enz.).
Tot aan de vooravond van WO I gold de Derde Republiek als een buitengewoon succesvol en stabiel regime. In de decennia tussen 1880 en 1914 werd de basis voor het hedendaagse Frankrijk gelegd
Frankrijk: Uitdagingen voor de Derde Republiek
Georges Boulanger (1837-1891):
Generaal uit FR leger
revanchisme (teg DUI)
+ aanhangers
Weerstand in 1887-’88 de verleiding een staatsgreep te plegen ⇒ ballingschap
Pleegde in 1891 op theatrale wijze zelfmoord in Brussel
De Dreyfus-affaire
Tijdens het laatste decennium van de 19de en het eerste van de 20ste werd het voortbestaan van de Derde Republiek nog één keer ernstig op de proef gesteld door een conservatieve tegenbeweging: l’Affaire Dreyfus.
Alfred Dreyfus (1859-1935)
een officier in het Franse leger.
Hij was van Joodse komaf en groeide op in de Elzas. Na 1871 had hij voor de Franse nationaliteit gekozen.
In 1894 werd hij er van beschuldigd Franse militaire geheimen aan Duitsland te hebben verkocht. Aanvankelijk werd hij veroordeeld.
De straf bestond uit publieke degradatie en levenslange gevangenschap op het Duivelseiland, voor de kust van Frans-Guyana.
Intellectuelen, waaronder de schrijver Émile Zola, zetten zich in voor een herziening van Dreyfus’ proces.
Op 13 januari 1898 publiceerde Zola een open brief in de linkse krant L’Aurore. Ook Zola werd nu aangeklaagd en veroordeeld, wegens smaad tegenover de legerleiding.
Toch hield de druk uit de publieke opinie aan en in 1899 kwam het tot een nieuw proces Dreyfus. Opnieuw werd de kapitein veroordeeld, maar nu tot een lichtere straf. De zaak bleef echter dooretteren.
Na aanhoudende protesten kreeg Dreyfus gratie en werd de ware schuldige gestraft.
In 1906 werd Dreyfus eindelijk gerehabiliteerd en nam hij opnieuw dienst in het leger
In de Affaire Dreyfus kwamen alle breuklijnen in de toenmalige Franse politiek en samenleving samen:
Stedelijk versus landelijk
Kosmopolitisch versus naar binnen gericht
Seculier versus katholiek (inclusief latent anti-semitisme)
Democratisch versus autoritair
De latente conservatieve onderstroom zou door de Action française van Charles Maurras worden verdergezet en tijdens de jaren 1930 en het Vichy-régime weer boven komen drijven.
Op de wat langere termijn leidde de Affaire Dreyfus tot:
Consolidatie van de Derde Republiek en versterking van haar democratische karakter
Waardering voor de rol die intellectuelen in een open samenleving spelen
Een stimulans voor het zionisme
Toch bleef de Derde Republiek met enkele grote uitdagingen kampen:
Revanchisme tegenover Duitsland
voortdurende zoektocht naar bondgenoten (pas na de eeuwwisseling, in 1904, Entente cordiale met het Verenigd Koninkrijk en in 1907 de Triple Entente waar ook Rusland zich bij aansloot.
Frankrijk werd een land met een buitengewoon gecentraliseerd bestuur: La France est une et indivisible.
Geen aandacht voor minderheidstalen.
Top-down bestuur
De staat erkende slechts individuele burgers. Zij wantrouwde het georganiseerde middenveld (wan ondermijnde gezag staat)
Een mannelijke, burgerlijke bestuurscultuur (= patriarchaal; later verlenen stemrecht aan vrouwen, pas na WOII)
China: Namen
Laat keizerlijke periode in China: Ming + Qing-dynastie
Qing dynastie =/= Chinese, Mantsjoes
Vandaag: 2 Chinese staten:
Volksrepubliek (Communistisch, incl. Taiwan)
Republic of China
Namen
‘Zhongguo’
Kort naam vr alle China’s; enkelvoud + meervoud: ‘de centrale staten’
Idee v eengemaakt China
Veel =/= betekenissen over de tijd
‘China’
2 staten, 1e gr eengemaakte dynastie (Qing)
Connectie:
Moderne term vr =/= termen/concepten
China lang gefragmenteerd; vaak gr eengemaakte staten bestuurd dr buitenlanders (e.g. Mongoolse Rijk; Mantsjoe Rijk)
Toen: naam v staat zelf ipv ‘China’
Mantsjoe: ‘warrior state’
Chinese: ‘grote puurheid’
China: De grote Qing als laatste keizerrijk
Machtigste mannen = Mantsjoes
Keizer = Mantsjoe, maar hoogste titel = Khan (= hoofd v alle Mantsjoes, Chinezen, Mongolen, Tibetanen + Oeigoeren,...)
Dus: China = maar kl deel Rijk
China: De Qing als veroveringsstaat
Moment d China overnemen, staat gevormd d in 19e E voor dilemma zorgt (gebouwd op verovering, valt stil einde 18e E; = basis ‘eeuw v vernedering’)
Voor de Qing: Ming dynastie
Chinese staat
Grote muur = grens
→ landbouw, hoofdstad etc. verdedigen tegen Mongolen
Taiwan X deel
Behalve muur, natuurlijke grenzen (Jungle, hooglanden, woestijn)
→ vroege 17e E: binnen grenzen
→ Maar Qing: gesticht buiten Grote muur
China: Nurhaci
Verenigt Jurchen + Mongoolse groepen (~multiculturele project)
Stamt v Mantsjoes
Bouwt macht uit; allianties m Mongoolse stammen + Chineze die migreert zij
Nieuw leger (8 banieren)
Trekken nr vlakte, staat stichten
Chinezen die landbouw doen
→ taxen → staat (financieel beleid)
Heel snel heel sterk; goed in nieuwe mensen aan zich te binden
Segregatie/apartheid
→ culturele grens tuss Mongolen ⇔ Mantsjoes ⇔ Chinezen
China: Hong Taiji
Staat kopieert veel v Chinezen (bestuur, paleis)
Leger uitgebreid (1 vr elk ‘cultuur’)
Staatsexamens
China: 1920s/30s
X Jurchen, maar Mantsjoe (ID gelinkt aan nieuwe succes)
Eig taal neergeschreven m Mongools schrift
1636: ‘Grote Qing’ uitgeroepen
= boodschap aan China; we gaan veroveren! (naam = homoniem in Chinees)
Korea binnenvallen (uit orbit China → Qing geforceerd, moet hun erkennen ipv Ming)
(wel X deel Chinese staat)
China: Dorgo/Shunzi
Alliantie m Chinese generaal die grote muur moet bewaken → poorten open ⇒ Mantsjoes → China
Inname Peking (hoofdstad)
Vlaggen v 8 banieren: families installeren rond paleis
Alle Chinezen → Ooststad (gedwongen)
(Rijken/Ming loyalisten vluchten → Taiwan)
Verovering v hele Ming gebied over 30j
China: De Qing verovert China
Verplichte vlecht vr Chineze mannen (of doodstraf)
3ledige sociale ladder + rechtspraak
Mantsjoes → Families → Anderen
Ming loyalisten
Einde 17e E: heel oude China in handen v Mantsjoes
Korea: erkennen Mantsjoe Khan als opperheerser (maar X deel Rijk)
1636: Oprichting Qing staat
1644: val Peking
Mantsjoes in minderheid in hun Rijk
18e E: zorgen vr gr gebiedsuitbreiding
Keizerlijke familie vlucht
Mantsjoe keizers zien zich als opperheersers over alle volkeren
Wel inspo v alle volkeren
‘Heersers hele wereld!’
→ universele intenties; =/= volkeren, =/= culturen
China: De Qing en Binnen-Azië
18e E: + expansie, + gebied
Mongoolse steppe, Tibetaans hoogland
Dunbevolkt
=/= culturen + talen
‘Great Game’ tuss RUS rijk, Mughal Empire, Safaviden,...
→ Controle Centraal-Azië + zijde routes die alle rijken connecteren
→ Qing grootste gebiedsuitbreiding v ze allemaal
Moeten dzjoengaren verslaan
(steden aan rand woestijn, = ! bij zijderoutes want enige plaatsen m water)
→ volledig v/d kaart geveegd
= Qing in Centraal-Azië; 1 vd grootste landrijken in wereldgeschiedenis
Qing: =/= grenzen, =/= culturen, afgescheiden
Direct bestuur
Militaire controle
Universele claam
Khan als ‘hoofd v hele wereld’
Veel gebieden autonoom maar erkennen macht v keizer; betalen tribuut naar hem
→ Overreach
⇒ Eeuw van vernedering
China: De Qing + kolonialisme?
Zeker imperialisme
Kolonialisme, vooor 19e E:
Garrisons gebouwd (leger huisvesten)
Mantsjoe elementen in administratie
19e E: slachtoffer imperialisme + kolonialisme uit Europa
China: start kolonialisme
Warrior state in problemen, X verder expansie, overreach
‘60: Mantsjoes in Burma, oorlog tegen keizerrijk
→ X.X dr malaria, mislukt
‘80 + 90: zelfde bij Vietnam
‘93: BRIT gezant → Peking (China w X vrije handel)
BRIT = + rijk, Industriële Revolutie
Reactie Khan: we hebben jullie X nodig
Reactie president vandaag: steeds idee d China op knieën gedwongen werd/vernederd dr EU machten (+ JAP + VS)
= Eeuw v vernedering
Tussen 1750 + 1950: economisch zeer goed; bevolking x3 !!
China: Problemen kolonialisme
Probleem 1: Verzwakt
Bevolking stijgt; landbouwgrond stijgt X (expansie X nr vruchtbare plaatsen)
⇒ conflict, sociale problematiek
Financiële problemen
⇒ X middelen vr hulpverlening, publieke werken (rivier overstroomt vaak), leger (families krijgen salaris v staat),...
(ontworpen vr ⅓ v bevolking)
⇒ levensstandaard daalt
Probleem 2: Westerse economische druk
Vraag nr Chinese producten, verhandeld in zilver
⇒ EIC betaalt m opium uit India idp
1842: Opiumoorlog
‘30s: X EIC maar superintendent doet verder m opiumhandel
Officieel verbod op opium in China (maar illegaal verder)
⇒ Silver drain
⇒ + druk op Qing staatsfinanciën
China: Crisissen kolonialisme
Crisis 1: Opiumoorlogen (1839-42)
1838: keizer stuurt officier → Canton → opium verbod opgelegd
→ dealers arresteren
→ stocks v BRIT aan Qing geven
→ mil beleg v handelaarsdistrict in Canton dr 8 banieren → opslagplaatsen vernietigen
BRIT strafexpeditie
→ havensteden blokkeren
→ onderhandeling onder dwang (gunboat diplomacy
Hong Kong ⇒ BRIT (kolonie)
→ Qing m betalen vr strafexpeditie, ballingschap (maar hebben X geld!)
Pub opinie in Londen :(
→ 2e vloot
→ vrijhandel gedwongen (verdrag v Nanjing)
1842: Verdrag van Nanjing
+ vernederend
Extraterritorialiteit: valt X onder Chinese rechtspraak
Most Favoured Nation (nieuwe verdrag m andere landen tellen ook vr BRIT als + voordelig)
Crisis 2: Taiping rebellie (1851-64)
Religiueze beweging
→ inspo dr missionariessen
= christelijk-geïnspireerd religieuze beweging
⇒ kleine staat, k strijd voeren
= uitdaging Qing v binnenin
Radical landhervorming
→ snel grote aanhang
Staatsrivaal
Verslaan leger, → econ hart in China
⇒ groeien uit, m steun EU
China: Naslepen kolonialisme
Nasleep 1: + oorlog + imperialisme
2e opium oorlog
2e + 3e vernederende verklaringen
RUS neemt delen territoriumm
Oorlog m JAP over Korea (+ BRIT + FR heel dichtbij)
⇒ China = speelbal vr EU + JAP + VS koloniale machten
Rol v België
Concessie in Tianjin, verdrag ‘voor eeuwigheid’
Tramnetwerk + stroom
1931: formeel teruggegeven
Opiumoorlogen ⇒ ‘scramble for China’
⇒ ~400 unequal treaties
⇒ =/= oorlogen
Nasleep 2: + rebellie + armoede
Z: Triaden (~mafia)
Nian rebellen
Dijken rivier breken
N: Boxer opstand (~rel beweging)
→ begin ~nationalisme
→ Peking binnentrekken in 1900, w ambassade bezetten
⇒ EU machtsvertoon
China: Antwoorden kolonialisme
Antwoord 1: Restauratie + hervorming
Pogingen: investeringen leger, moderne technologie, spoorwegen,...
Ambassades
v Westen leren
→ werkt X
Antwoord 2: Diep hervormen
Korte periode m DUI model: constitutionele monarchie
⇒ 1911: staatsgreep dr revolutionairen
⇒ Rep. China, val Keizerrijk