1/17
Vocabulary flashcards covering the coordination of the nervous and hormonal systems in humans and plants, based on the Theme 4 lecture notes.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Animale Zenuwstelsel (Animale ZS)
Functioneel deel van het zenuwstelsel dat onder invloed van de wil staat. Het coördineert alle bewuste gewaarwordingen en reacties hierop (dwarsgestreepte spieren).
Autonome Zenuwstelsel (Autonome ZS)
Functioneel deel van het zenuwstelsel dat niet onder invloed van de wil staat. Het coördineert alle onbewuste gewaarwordingen en reacties hierop (gladde spieren, hartspier, klieren en reflexen).
Reflex
Onbewuste en snelle reactie van spieren of klieren op een prikkel. Ze wordt gecoördineerd via het autonome zenuwstelsel.
Reflexboog (Reflex Arc)
Verkorte traject dat een zenuwimpuls aflegt (via het ruggenmerg of de hersenstam, niet via de hersenen), wat zorgt voor een kortere reactietijd..
Neurosecretie
De productie van neurohormonen, vooral in de hypothalamus, die de werking van de hypofyse activeren of remmen.
Sleutel-slotprincipe (Lock-and-key Principle)
Membraanreceptoren (op spieren, klieren of doelwitcellen) herkennen hormonen waardoor de ze deze organen of weefsels gaan activeren. Membraanreceptoren (op spieren, klieren of neuronen) herkennen neurotransmitters waardoor ze hun impuls kunnen doorgeven of een orgaan activeren.
Homeostase
Het stabiel houden van het interne milieu, ondanks veranderingen in het externe milieu waarin het organisme zich bevindt. Met behulp van feedbacksystemen wordt een bepaalde normwaarde van dit dynamisch evenwicht aangehouden
Hypofyse (Pituitary Gland)
Kleine bolvormige klier aan de onderkant van de hersenen, die talloze hormonen produceert met coördinerende functies op organen en andere endocriene klieren in het lichaam.
Eilandjes van Langerhans (Islets of Langerhans)
Endocriene cellen in de alvleesklier (pancreas) die hormonen (insuline en glucagon) produceren om de bloedsuikerspiegel stabiel te houden.
Insuline
Hormoon dat de bloedsuikerspiegel doet dalen, door glucose op te slaan in de lever en spieren (als glycogeen). Het wordt in de alvleesklier of kunstmatig gemaakt (als medicijn voor mensen met diabetes).
Glucagon
Hormoon dat de bloedsuikerspiegel doet stijgen, door de lever en spieren glucose te laten afgeven aan het bloed (glycogeen wordt weer omgezet in glucose). Het wordt in de alvleesklier aangemaakt.
Diabetes
Suikerziekte waarbij de homeostase van de bloedsuikerspiegel verstoord is. Er zijn drie varianten: type 1, type 2 en tijdens de zwangerschap. De behandeling bestaat uit insuline-injecties en/of aangepaste eet- en leefgewoonten.
Gibberelline
Een groeistimulerend plantenhormoon dat de algemene groei, bloei en zaadkieming reguleert, wat cruciaal is voor de ontwikkeling en voortplanting van planten.
Cytokinin (BA)
Een plantenhormoon dat breedtegroei bevordert, herstel stimuleert en veroudering tegenwerkt, wat belangrijk is voor planten om hun levenscyclus te maximaliseren.
Etheen (Ethylene)
Een plantenhormoon dat de groei remt en verantwoordelijk is voor bloei, rijping van fruit en het laten vallen van bladeren, wat belangrijk is voor de levenscyclus van de plant.
Abscisinezuur (ABA)
Een plantenhormoon dat de opening en sluiting van de huidmondjes regelt om de waterbalans te beheren en de zaaddormant te handhaven, wat overleving tijdens ongunstige omstandigheden bevordert.
Hypothalamus
Deel van de tussenhersenen dat onder andere aan neurosecretie doet. Deze neurohormonen activeren of remmen de hypofyse.
Hormoonstelsel
Stelsel dat bestaat uit endocriene klieren. Het coördineert (onbewust) reacties op een prikkel uit zijn interne of externe milieu. Hormonen zorgen hier voor de informatieoverdracht.