Les 2. Oorzaken van migratie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/18

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:15 PM on 4/23/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

19 Terms

1
New cards

Continua van migratie

Migratie is geen binair fenomeen maar valt op zes assen: intern internationaal | vrijwillig gedwongen | tijdelijk permanent | legaal clandestien | hooggeschoold laaggeschoold | rijk arm

2
New cards

Neoklassieke macro-theorie

Migratie vloeit voort uit geografische verschillen in vraag en aanbod van arbeid. Arbeid stroomt van regio's met lage lonen naar regio's met hoge lonen, totdat er internationaal loonnevenwicht ontstaat.

  • Arbeidsmarkt = centrale verklarende factor

  • Beleidsimplicatie: vermindering van loonverschillen zou migratie doen afnemen

3
New cards

Neoklassieke micro-theorie

Rationele individuen maximaliseren hun nut via een kosten-batenanalyse. Ze migreren als de verwachte netto-opbrengst positief is (rekening houdend met hun human capital), en kiezen het land met de hoogste verwachte baten.

  • Migratie = investering in menselijk kapitaal

  • Verschil met macro: focus op het individu, niet op aggregate loonstromen

4
New cards

New Economics of Migration (NELM)

Migratiebeslissingen worden genomen door het huishouden (of bredere familie), niet door het individu. Doel is risicospreiding via meerdere inkomensbronnen, als reactie op het ontbreken van krediet- en verzekeringsmarkten.

  • Relatieve inkomenspositie (t.o.v. buren) telt mee, niet enkel absolute lonen

  • Kritiek: focus op huishouden kan conflicten binnen het gezin maskeren

5
New cards

Duale arbeidsmarkttheorie (Piore)

Moderne geïndustrialiseerde economieën hebben een structurele en permanente behoefte aan goedkope arbeid. De arbeidsmarkt is gesegmenteerd in een primaire sector (stabiel, kapitaalsintensief) en een secundaire sector (ongeschoold, flexibel). Migranten vullen de secundaire sector in.

  • Demografische trigger: wegvallen van vrouwen en jongeren uit laagstatusjobs

  • Migranten hebben een ander referentiekader: loon is hoog t.o.v. thuisland + tijdelijk perspectief

6
New cards

Wereldsysteemtheorie (Wallerstein, jaren '70–'80)

Historisch-structurele theorie: kernlanden dringen perifere regio's in een kapitalistische logica, wat lokale economieën ontwricht (land, fabrieken, grondstoffen) en interne én internationale migratie op gang brengt.

  • Materiële én ideologische linken spelen een rol

  • Bijkomend effect: inmenging van kernlanden om investeringen te beschermen → conflict → vluchtelingenstromen

  • Kritiek: inzicht in richting van migratie blijft ambigu

7
New cards

Sociale netwerk theorie

Migratienetwerken (familie, vrienden, gemeenschap in het bestemmingsland) vormen sociaal kapitaal dat de verwachte kosten verlaagt en de verwachte opbrengsten verhoogt. Eens een drempel bereikt, heeft migratie een intern momentum: kettingmigratie.

  • Moderne variant: sociale media fungeren als digitaal netwerk (bv. TikTok over de Darién Gap)

8
New cards

Institutionele theorie

Het onevenwicht tussen vraag en aanbod, grenscontroles en migratiebeleid creëren een niche voor instituties: enerzijds zwarte-marktorganisaties (smokkelaars), anderzijds humanitaire organisaties (NGO's).

  • Gebruik van smokkelaars neemt sterk toe naarmate migranten verder van hun thuisland komen

9
New cards

Theorie van cumulatieve causatie (Massey)

Eerdere migratie verandert de sociale en economische context zodanig dat verdere migratie waarschijnlijker wordt. Mechanismen:

  • Groeiende sociale netwerken in het bestemmingsland

  • Toenemende ongelijkheid in het herkomstland

  • Landverwerving in het herkomstland

  • Ontstaan van een migratiecultuur

  • Institutionalisering (smokkelaars, rekruteringsbureaus)

10
New cards

Functionalistisch paradigma

Migratie = rationele optimalisatiestrategie via kosten-batenberekening. Leidt inherent tot evenwicht. Voorbeelden: neoklassieke theorieën, NELM, netwerktheorieën Problemen: te statisch en reductionistisch, verklaart geen geografische ongelijkheden, migratie creëert nieuwe ongelijkheden (dus geen evenwicht)

11
New cards

Historisch-structureel paradigma

Migratie = uitkomst van structurele machtsongelijkheden die op zijn beurt ongelijkheden (re)produceert. Voorbeelden: duale arbeidsmarkttheorie, wereldsysteemtheorie Problemen: weinig ruimte voor human agency, migranten worden als passieve slachtoffers voorgesteld

12
New cards

Agency vs. structure

  • Agency: de (beperkte maar reële) mogelijkheid van mensen om onafhankelijk keuzes te maken en structuren aan te passen

  • Structure: factoren en instituties die ongelijkheden bestendigen en de keuzes van mensen limiteren

  • Zowel functionalistische als historisch-structurele theorieën slagen er niet in beide adequaat te combineren

  • De dichotomie 'vrijwillig' vs. 'gedwongen' migratie is een valse dichotomie: migratie ligt op een continuüm

13
New cards

Het Aspirations-Capabilities Framework

Migratie = altijd een functie van aspiraties én capabilities, binnen een gepercipieerde geografische opportuniteitsstructuur.

14
New cards

Aspiraties

Wil om te migreren:

  • Instrumentele aspiraties: inkomen, veiligheid

  • Intrinsieke aspiraties: vrijheid, avontuur, zelfontplooiing

  • Meer capabilities → hogere aspiraties (bv. onderwijs verhoogt kennis over buitenland)

15
New cards

Capabilities

Vermogen om te migreren:

  • Positieve vrijheid ('freedom to'): reële middelen zoals inkomen, opleiding, sociale netwerken, juridische rechten, visum

  • Negatieve vrijheid ('freedom from'): afwezigheid van externe beperkingen zoals grenscontroles

16
New cards

Soft deportation

Indirecte administratieve, sociale of economische druk waardoor mensen schijnbaar 'vrijwillig' vertrekken.

17
New cards

Bijkomende kritieken op bestaande theorieën

  • Te weinig aandacht voor herkomstgebieden ('receiving country bias')

  • Methodologisch nationalisme: de natiestaat als vanzelfsprekende analyse-eenheid, waardoor transnationale processen worden onderschat

  • Internationale en interne migratie worden ten onrechte als aparte fenomenen bestudeerd

  • Weinig aandacht voor vluchtelingen

  • Problematisch onderscheid tussen vrijwillige en gedwongen migratie

18
New cards
19
New cards