ZINSLEER: Werkwoordsklassen & Valentie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/7

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:30 AM on 6/10/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

8 Terms

1
New cards

Wat is een transitief werkwoord volgens de zinsleer? (+ voorbeeld

Werkwoorden die in het werkwoordelijk gezegde de aanwezigheid van een lijdend voorwerp vereisen.

"De dijken doorsnijden het landschap.

2
New cards

Wat is een intransitief werkwoord? (+ voorbeelden

Werkwoorden die niet (of slechts onder bijzondere omstandigheden) met een lijdend voorwerp kunnen optreden.

"Jan komt." of "Het sneeuwt."

3
New cards

Wat is een pseudo-transitief werkwoord? (+ voorbeelden)

Werkwoorden waarbij een lijdend voorwerp kan voorkomen, maar waarbij dit niet vereist is.

"Hij at (een koek)." of "Heidi leest (de krant)."

4
New cards

Wat betekent syntactische valentie van een werkwoord?

De mogelijkheid of de capaciteit van een werkwoord om zich met een specifiek aantal verplichte zinsdelen ("moet-deeltjes" of argumenten) te verbinden

BV: Lisa geeft haar broer een cadeau

Hier heeft het werkwoord geven drie verplichte delen nodig

  1. Wie geeft? → Lisa (onderwerp)

  2. Wat wordt gegeven? → een cadeau (lijdend voorwerp)

  3. Aan wie wordt het gegeven? → haar broer (meewerkend voorwerp)

👉 Het werkwoord geven heeft dus een valentie van 3.

5
New cards

Wat is Nulvalentie (nulplaatsing)? (+ voorbeeld)

Werkwoorden (vaak onpersoonlijk over het weer) die buiten een loos onderwerp 'het' geen enkele andere aanvulling eisen (1).

* Voorbeeld: "Het sneeuwt."

6
New cards

Wat is Monovalentie (éénplaatsing)? (+ voorbeeld)

Werkwoorden die naast het werkwoord slechts één element (het onderwerp) eisen (1).

* Voorbeeld: "Maaike springt." (1)

7
New cards

Welke 5 combinaties vallen onder Bivalentie (tweeplaatsing)?

Het werkwoord eist een onderwerp PLUS één van de volgende verplichte argumenten:

1. Lijdend voorwerp

2. Voorzetselvoorwerp

3. Plaatsobject

4. Richtingsobject

5. Maatobject

8
New cards

Welke 3 patronen van Trivalentie (drieplaatsing) worden in de slides genoemd?

Het werkwoord eist een onderwerp PLUS:

1. Lijdend voorwerp (LV) + Meewerkend voorwerp (MV)

2. Lijdend voorwerp (LV) + Voorzetselvoorwerp (VZV)

3. Lijdend voorwerp (LV) + Plaatsobject