heilueg teksten ! echte

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/100

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:13 PM on 6/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

101 Terms

1
New cards

Tekst

Een betekenisvolle taaluiting die loskomt van de oorspornkelijke context en auteruren krijgt semanticsche autonomie , wat lijdt tot een nieuw begrip door de lezer. (ricoeur / hermeneutiek)

2
New cards

Taalgebruik / taaluiting

waar uit spraak/taal betekeniis geeft taal is dus uiting en intepetatie, wat een mogelijke wereld creert of letterlijk is

3
New cards

Speech act

taal handeling die lijdt tot taal die iets veroorzaakt van een actie + betekenis.
gaat in 4 fases; locutonair, illoctunoiair, interlocutonair, perloloctutionair

4
New cards

Locutionair

De letterlijke uitspraak (wat er gezegd wordt)

5
New cards

Illocutionair

De intentie van de uitspraak (wat de spreker doet met taal)

6
New cards

Interlocutionair

De interactie tussen spreker en ontvanger in communicatiecontext

7
New cards

Perlocutionair

Het effect van taal op de ontvanger (Austin)

8
New cards

Hermeneutiek

Theorie van interpretatie van teksten binnen context, traditie en lezer (Gadamer/Ottenheijm)

9
New cards

Exegese

Systematische tekstuitleg, vaak religieus en historisch

10
New cards

11
New cards

Distantiatie

is het fenomeen waar de lezer en auteru zo’n afstand hebben dat je niet meer kan controleren van intetentie, daardoor meoten lezer zelf betekenis geven

12
New cards

Hermeneutische cirkel

Betekenis ontstaat tussen delen en geheel van de tekst (Gadamer)

13
New cards

Wereld voor de tekst

de gerepresenteerde werkelijkheid in de tekst zelf, de wereld die opent, die wor dgemaakt

14
New cards

Wereld achter de tekst

contetx vand e schrihver =Sociale, culturele en historische context van ontstaan

15
New cards

Hermeneutische boog

3 bewegingen =

  1. globaal begrip → voorlopige idee + gissen (raden gebaseerd op eigen contetx) ,

  2. analitysiche verklaren = verkalren

  3. diepere beteknis zoeken - begrijpen

  4. toe eigening = zelf maken van de tekst
    ricoer

16
New cards

Interpretatie

Het toekennen van betekenis binnen context en traditie

17
New cards

Verklaren

analystische technische bekijke tekst,

18
New cards

Begrijpen

Zin en betekenis reconstrueren vanuit context (Verstehen – Dilthey)

19
New cards

Gebeuren

het moment waarop betekeni s ontstaat in de ontmoeting tussen tekst, lezer en context (lees- of performance-actie)-

20
New cards

Betekenis

Geen vaste eigenschap, maar resultaat van interpretatieprocessen

21
New cards

22
New cards

toe- eigening

De tekst betekenis geven in de eigen leefwereld (Ricœur)

23
New cards

Gissen

Voorlopige interpretatie zonder verificatie

24
New cards

Toetsen

Interpretatie controleren aan tekst, context en traditie

25
New cards

Canon

Gezaghebbende verzameling religieuze teksten, die leiden tot status. in sheppard zijn er: 1. de norm , de mondelinge traditie en 2 ; de echte lijst van boeken

26
New cards

Canoniciteit

Status van een tekst als normatief en gezaghebbend
dialectisch prcoess = steeds nieuwe normatieve kracht canon 1 + behofte van groep okm gtenzen te zetten -caon 2 .

27
New cards

Plausibiliteit

Mate waarin interpretatie past binnen tekstuele en historische context

28
New cards

Wirkungsgeschichte

Geschiedenis van interpretatie en effect van teksten (Gadamer)

hoe mensen de tekst door de eeuwen heen gelezen, gebruikt en hergeïnterpreteerd hebben

29
New cards

Historiciteit

Vraag naar historische werkelijkheid achter de tekst

30
New cards

Historicisme

Betekenis van tekst volledig verklaren vanuit historische context (19e eeuw)

31
New cards

Emic

Binnenperspectief van de traditie zelf

32
New cards

Etic

Wetenschappelijk buitenperspectief

33
New cards

Allegorie

Interpretatie waarbij tekstfiguren symbool staan voor hogere betekenis

34
New cards

Typologie

Oudtestamentische figuren als voorafbeelding van latere vervulling in NT

35
New cards

Midrasj

Joodse interpretatietraditie die tekst uitbreidt en actualiseert

36
New cards

Pardes

Vier niveaus van interpretatie
peshat = letterlijk
remez = verbanden
derash symbolische btelenis
sod= diepere mystieke laag

37
New cards

Viervoudige schriftzin

Christelijke methode: letterlijk, allegorisch, moreel, anagogisch

38
New cards

Tafsir

utileg koran
tafsir bi’l-ma - thur = uitleg op basis van overlevringen, wat zeide de metgezellen

tafsir bi’lay = uutleg met redenerne

39
New cards

40
New cards

Fundamentalistisch

Moderne lezing die tekst als letterlijk en tijdloos waar beschouwt

41
New cards

Synchroon

Tekst analyseren zoals hij nu bestaat (structuur)

42
New cards

Diachroon

Tekst analyseren in historische ontwikkeling

43
New cards

44
New cards

Historisch

45
New cards

historisch - kritisch methode

Methode die tekst verklaart via bronnen, redactie en context

46
New cards

documententen hypothese.

Oorspronkelijke lagen achter de eindtekst pentauch in joodse traditie(Jahwid /Eloist/Deuteornoomie /Priester )

47
New cards

48
New cards

Redactie

Bewerking en samenstelling van tradities tot eindtekst

49
New cards

Redactiekritiek

Analyse van theologie en keuzes van redactor (R)

50
New cards

Vormkritiek

Analyse van vaste vertelvormen (Gattung, Gunkel)

Welke vorm heeft een stukje tekst?
→ bv. parabel, roepingsverhaal, mythe, profetie.

51
New cards

Tekstkritiek

Reconstructie van oorspronkelijke tekst via manuscripten

Welke woorden zijn oorspronkelijk?

52
New cards

Social memory

Collectief geheugen van religieuze gemeenschappen

53
New cards

Auteursintentie

Historisch bedoelde betekenis van auteur (kritisch model)

54
New cards

Oraliteit

Mondelinge overdracht vóór schriftelijke fixatie

55
New cards

Narratologie

Analyse van hoe verhalen zijn opgebouwd

56
New cards

Auteur

Historische schrijver van de tekst

57
New cards

Verteller

Narratieve stem binnen de tekst

58
New cards

Narratief

Verhaalstructuur met begin, midden, einde

59
New cards

Round characters

Complexe, psychologisch gelaagde personages

60
New cards

Flat characters

Eendimensionale personages met vaste rol

61
New cards

Impliciete auteur

Auteur zoals geintepeteerd uit tekststructuur door lezer

62
New cards

Impliciete lezer

perfecte Lezer waarvoor de tekst ontworpen is

63
New cards

Plot

Logische ordening van gebeurtenissen

64
New cards

Focalisatie

Perspectief van waaruit gebeurtenissen worden gezien

  • Intern = binnen een personage

  • Extern = buiten alles

  • Zero = alles zien (alwetend)

65
New cards

Setting in place

Ruimtelijke context van verhaal

66
New cards

Setting in time

Tijdelijke context van verhaal

67
New cards

Gevarieerde herhaling

Herhaling met betekenisverschil (Bijbelse stijl)

68
New cards

Rol

Functionele positie van personage in narratief

69
New cards

Codex

hele oude Boekvorm van tekst (vs rol/scroll)

70
New cards

Letterlijk

Directe betekenis van woorden

71
New cards

Woordveld

Semantisch netwerk van verwante woorden

72
New cards

Homoniem

Zelfde woord, verschillende betekenis

73
New cards

Synoniem

Verschillende vorm, gelijke betekenis

74
New cards

Equivalent

Betekenisovereenkomst in vertaling

75
New cards

Kolometrisch

Tekstindeling in betekenisregels (bijbelvertaling)

regels opbrekene om rijm structuur te maken

76
New cards

Dynamisch equivalent

Betekenisgerichte vertaling (Nida)

77
New cards

Concordant

betekent dat je een woord in de brontekst zo letterlijk mogelijk steeds hetzelfde vertaalt met hetzelfde woord in de doeltaal.

78
New cards

79
New cards

80
New cards

Letterparafrase

Vrije maar inhoudsgetrouwe weergave

81
New cards

Brontekstgetrouw

Zo dicht mogelijk bij originele tekst blijven

82
New cards

Doeltaalgericht

Vertaling aangepast aan doelcultuur

83
New cards

Kopjes

Structurerende tekstlabels

84
New cards

Verzen

Genummerde tekstregels

85
New cards

Hoofdstukken

Grote structurele teksteenheden

86
New cards

Embodied performance

Tekst krijgt betekenis via lichamelijke uitvoering (Ottenheijm/performance theory)

87
New cards

Performance

Uitvoering van tekst in context (ritueel/recitatie)

88
New cards

Performancekritiek

Analyse van tekst als gebeurtenis, niet alleen als tekst

89
New cards

social memory

Collectief geheugen

90
New cards

Paradigma

Wetenschappelijk denkkader (Kuhn)

91
New cards

Genre

Vaste tekstcategorie met conventies (Gunkel)

92
New cards

Mythe

Verhaal dat kosmische orde verklaart (Lévi

93
New cards

94
New cards

Legende

Verhaal met historische kern en religieuze uitwerking

95
New cards

Metafoor

Beeldspraak met overdracht van betekenis

96
New cards

Metonymia

Betekenisoverdracht via associatie (deel voor geheel)

97
New cards

Symbool

Teken met diepere, vaak religieuze betekenis

98
New cards

Folklore

Volksverhalen en culturele overlevering

99
New cards

Citaat

Letterlijke overname van tekst

100
New cards

Parafrase

Weergave in eigen woorden