Alle theorie in NL

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/141

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:17 PM on 5/30/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

142 Terms

1
New cards

Risk = probability × severity

Risico is niet alleen de kans dat iets gebeurt, maar ook hoe erg de gevolgen zijn. Een 1% kans op hoofdpijn is niet hetzelfde als een 1% kans op een nucleaire ramp.

2
New cards

Controllability

Een van de twee dimensies van risicoperceptie (Slovic). Kunnen we het risico beheersen of voorkomen? Onbeheersbare risico's voelen dreigender, ook al is de kans klein.

3
New cards

Knowability

Een van de twee dimensies van risicoperceptie (Slovic). Begrijpen we hoe het risico werkt? Onbekende risico's worden als gevaarlijker ervaren dan bekende.

4
New cards

Actual risk vs. perceived risk

Statistisch risico (objectief) en gevoeld risico (subjectief) lopen sterk uiteen. Mensen vrezen terrorisme meer dan hart- en vaatziekten, terwijl die laatste veel meer slachtoffers maken.

5
New cards

Hazard vs. risk

Een hazard heeft de potentie om schade te veroorzaken. Risico ontstaat pas bij blootstelling of actie. Schema: Hazard → Action/exposure → Risk.

6
New cards

Aleatory uncertainty

Onzekerheid door natuurlijke willekeur — niet weg te nemen. Voorbeeld: de exacte uitkomst van een muntworp blijft altijd onzeker.

7
New cards

Epistemic uncertainty

Onzekerheid door ontbrekende kennis — wel te verminderen door onderzoek. Voorbeeld: langetermijneffecten van een nieuw medicijn zijn nog onbekend maar kunnen worden onderzocht.

8
New cards

Risk Society

Theorie van Beck & Giddens. Samenleving verschoven van welvaart produceren naar risico managen. Nieuwe risico's zijn globaal, onzichtbaar en moeilijk omkeerbaar.

9
New cards

Industrial modernity vs. reflexive modernity

1e tijdperk: focus op welvaart, risico's lokaal en zichtbaar. 2e tijdperk: focus op veiligheid, risico's globaal en onzichtbaar.

10
New cards

VUCA world

Volatility (snelle verandering), Uncertainty (onvoorspelbaar), Complexity (veel factoren), Ambiguity (onduidelijke betekenis). Verklaart waarom moderne risico's moeilijker te begrijpen zijn.

11
New cards

Laswell model

Who → says what → in what form → to whom → with what effect? Model voor risico-communicatieproces van zender naar ontvanger.

12
New cards

6 parameters Ekberg

1) Omnipresence, 2) Different understandings, 3) Contested definitions, 4) Reflexivity, 5) Trust shift, 6) Politics of risk.

13
New cards

Omnipresence of risk (Ekberg parameter 1)

Risico's zijn constant aanwezig en zichtbaar via media. We worden dagelijks blootgesteld aan berichten over terrorisme, klimaat en AI. Het gevoel dat risico's overal zijn.

14
New cards

Different understandings of risk (Ekberg parameter 2)

Ideeën over risico veranderden door de tijd. Vroeger: vertrouwen in wetenschap. Nu: risico is ook subjectief en sociaal bepaald. Onderscheid: natural vs. technological, actual vs. perceived, visible vs. invisible risk.

15
New cards

Proliferation of contested risk definitions (Ekberg parameter 3)

Er is geen eenduidige definitie van risico. Begrippen als hazard, danger, crisis en disaster overlappen en worden anders geïnterpreteerd. Dit maakt communicatie moeilijker.

16
New cards

Reflexive orientation to risk (Ekberg parameter 4)

Samenleving monitort en past risico's continu aan op basis van nieuwe kennis. Voorbeeld: gezondheidsrichtlijnen veranderden voortdurend tijdens COVID-19.

17
New cards

Risk and trust (Ekberg parameter 5)

Persoonlijk vertrouwen verschoven naar systeemvertrouwen. We vertrouwen wetenschappers en overheden omdat we niet alles zelf kunnen verifiëren. Paradox: meer afhankelijkheid van experts kan ook angst en twijfel creëren.

18
New cards

Politics of risk (Ekberg parameter 6)

Risicobeheer is onderdeel geworden van politiek en beleid. Verschuiving van klassenpolitiek naar levenspolitiek: focus op kwaliteit van leven, gezondheid en veiligheid.

19
New cards

Loss aversion

Verlies voelt ~2x zwaarder dan even grote winst. Kern van Prospect Theory (Tversky & Kahneman, 1986).

20
New cards

Risk aversion in gains

Bij winstsituaties kiezen mensen liever voor zekerheid dan een grotere maar onzekere winst. Voorbeeld: zeker €1000 boven 50% kans op €2500.

21
New cards

Risk seeking in losses

Bij verliessituaties nemen mensen meer risico om verlies te vermijden. Voorbeeld: liever 50% kans op geen verlies dan zeker €1000 verliezen.

22
New cards

Value curve (Prospect Theory)

Gain side = concaaf (risk aversion). Loss side = convex (risk seeking). Referentiepunt zit in het midden.

23
New cards

Framing effects

Dezelfde informatie anders presenteren leidt tot andere beslissingen. Gain frame voor preventiegedrag, loss frame voor detectiegedrag.

24
New cards

Gain frame vs. loss frame

Gain frame werkt beter voor preventie (vaccinatie, zonnebrandcrème). Loss frame werkt beter voor detectie (kankerscreening). COVID gebruikte veel loss framing.

25
New cards

System 1 (Dual Process Theory)

Snel, automatisch, intuïtief, emotioneel, onbewust, weinig moeite. Voorbeeld: direct remmen als een auto voor je stopt.

26
New cards

System 2 (Dual Process Theory)

Langzaam, bewust, analytisch, logisch, vraagt inspanning. Voorbeeld: kansen berekenen bij medische beslissing.

27
New cards

Attribute substitution

System 1 vervangt een moeilijke vraag door een makkelijkere. "Hoe gevaarlijk is vliegen?" wordt onbewust vervangen door "voelt vliegen eng?"

28
New cards

Kritiek Dual Process Theory

1) Geen twee echte hersensystemen. 2) Ook System 2 maakt fouten (confirmation bias). 3) Risicogedrag kan ook uit bewuste analyse komen.

29
New cards

Verbatim representation (FTT)

Exacte details van informatie: getallen, percentages. Verbatim-denkers focussen op "0,08%" en concluderen: de kans is verwaarloosbaar.

30
New cards

Gist representation (FTT)

Vereenvoudigde kernbetekenis. Gist-denkers denken: "het is maar één keer nodig." Leidt vaker tot veiliger gedrag dan verbatim-denken.

31
New cards

Route 1 naar risicogedrag (FTT)

Impulsiviteit en emotie — handelen zonder nadenken. Vergelijkbaar met System 1.

32
New cards

Route 2 naar risicogedrag (FTT)

Te sterk leunen op exacte getallen (verbatim) in plaats van betekenis. Iemand hoort "0,08% kans" en denkt: het maakt niet uit.

33
New cards

FTT vs. Dual Process Theory

Overlap: beide zien intuïtie als snel. Verschil: FTT zegt dat snelle intuïtie niet altijd emotioneel of irrationeel is. Ervaren arts herkent snel op basis van gist, niet impuls.

34
New cards

Asian Disease Problem

600 mensen lopen risico. Gain frame (200 gered) → mensen kiezen zekerheid. Loss frame (400 sterven) → mensen kiezen gok. Mathematisch identiek maar gist-interpretatie verschilt.

35
New cards

Psychological distance (CLT)

Hoe ver een gebeurtenis zich aanvoelt bepaalt hoe abstract of concreet je erover denkt. Vier dimensies: temporeel, ruimtelijk, sociaal, hypothetisch.

36
New cards

Low construal level (CLT)

Kleine psychologische afstand → concreet, gedetailleerd, "how"-denken → hoger risicogevoel.

37
New cards

High construal level (CLT)

Grote psychologische afstand → abstract, simpel, "why"-denken → lager risicogevoel.

38
New cards

Kritiek CLT (Valkengoed 2023)

Klimaatverandering wordt al als dichtbij ervaren. Psychologische afstand verkleinen leidt niet automatisch tot meer actie.

39
New cards

Affect heuristic

Gevoel als shortcut voor risicobeoordeling. Positief gevoel = lager risico + meer voordelen. Negatief gevoel = hoger risico + minder voordelen.

40
New cards

Integral affect

Emotie direct gekoppeld aan het risico zelf. Voorbeeld: angst voor kanker beïnvloedt hoe je het kankerrisico inschat.

41
New cards

Incidental affect

Emotie van een niet-gerelateerde bron die toch het risico-oordeel beïnvloedt. Voorbeeld: slecht humeur maakt klimaatrisico's ernstiger lijken.

42
New cards

Affect as information

Gevoel wordt gebruikt als bewijs: "ik voel onrust, dus het moet gevaarlijk zijn."

43
New cards

Affect as spotlight

Affect stuurt aandacht naar specifieke informatie die aansluit bij het gevoel.

44
New cards

Affect as motivator

Affect stimuleert actie. Grafische waarschuwingen op sigaretten verhogen stopmotivatie.

45
New cards

Frequencies vs. percentages (affect)

"10 van de 100" roept sterker affect op dan "10%". Frequenties creëren concretere mentale beelden.

46
New cards

Appraisal-Tendency Framework (ATF)

Niet alle negatieve emoties hebben hetzelfde effect. Angst en woede zijn allebei negatief maar leiden tot andere risicooordeelen.

47
New cards

Cognitive appraisal / cognitive fingerprint

Elke emotie heeft een eigen patroon van beoordelingsdimensies: pleasantness, certainty, control, effort, attention, agency.

48
New cards

Representativeness heuristic

Kans inschatten op basis van gelijkenis met een prototype. Leidt tot conjunction fallacy en base-rate neglect.

49
New cards

Conjunction fallacy

A+B lijkt waarschijnlijker dan alleen A. Linda-probleem: "bankmedewerker én feminist" lijkt waarschijnlijker dan "bankmedewerker" — statistisch onmogelijk.

50
New cards

Base-rate neglect

Mensen negeren algemene statistieken en focussen op beschrijvingen. Jack klinkt als ingenieur, maar 70 van de 100 zijn advocaat — mensen negeren die verhouding.

51
New cards

Availability heuristic

Hoe makkelijker iets in gedachten komt, hoe risicovoller het voelt. Zeldzame dramatische events worden overschat.

52
New cards

Causal actors

Actoren die het risico veroorzaken of vergroten.

53
New cards

Managing actors

Actoren die het risico proberen te beheersen of verkleinen.

54
New cards

Affected actors

Actoren die de gevolgen ondervinden.

55
New cards

Issue arena

De ruimte waar stakeholders strijden om de publieke definitie van een risico. Niet alle actoren hebben gelijke macht.

56
New cards

Risk frames (Entman, 1993)

Vier elementen: 1) Problem definition, 2) Causal interpretation, 3) Moral evaluation, 4) Treatment recommendation. Zelfde risico, andere framing = andere discussie.

57
New cards

Problem definition

Eerste frame-element: wat is het probleem eigenlijk? Voorbeeld: fietshelm — gezondheidsactor zegt hoofdletsels, fietsersbond zegt onveilige infrastructuur.

58
New cards

Causal interpretation

Tweede frame-element: wat heeft het veroorzaakt? Wie de oorzaak definieert, bepaalt ook wie de schuld krijgt.

59
New cards

Moral evaluation

Derde frame-element: wie heeft gefaald, wie is verantwoordelijk?

60
New cards

Treatment recommendation

Vierde frame-element: wat moet er gebeuren? Volgt logisch uit probleemdefiniëring en oorzaakinterpretatie.

61
New cards

SARF

Social Amplification of Risk Framework. Risico's reizen door stations en worden vergroot (amplificatie) of verkleind (attenuatie). Geen strikte theorie — beschrijft processen maar voorspelt niet wanneer.

62
New cards

Amplification (SARF)

Het risico lijkt groter of dreigender dan het objectief is. Voorbeeld: zeldzame bijwerking vaccin wordt door sociale media zo groot gemaakt dat mensen stoppen met vaccineren.

63
New cards

Attenuation (SARF)

Het risico lijkt kleiner of minder urgent dan het objectief is.

64
New cards

Amplification stations (SARF)

Tussenpersonen waardoor risicosignaal reist en verandert: journalisten, wetenschappers, sociale media, individuen.

65
New cards

Ripple effect (SARF)

Amplificatie breidt zich uit als golven. Secundaire gevolgen (verlies vertrouwen, beleidswijziging) kunnen groter zijn dan het primaire risico.

66
New cards

Resonance (SARF)

Risico krijgt meer aandacht als het aansluit bij bestaande waarden en belangen.

67
New cards

Gatekeeping

Redacteuren bepalen wat nieuws wordt. Beïnvloed door eigendomsstructuren en institutionele belangen.

68
New cards

News values

Criteria voor nieuwsselectie: conflict, nieuwheid, negativiteit, dramatiek. Zeldzaam + dramatisch = hoge nieuwswaarde.

69
New cards

Prosumer

Publiek is zowel producent als consument van informatie op sociale media.

70
New cards

Echo chambers

Gebruikers komen steeds dezelfde opvattingen tegen omdat algoritmen content tonen die aansluit bij bestaande overtuigingen.

71
New cards

Filter bubbles

Algoritmen personaliseren content op basis van eerder gedrag. Minder variatie in informatie.

72
New cards

Algorithms as invisible amplifiers

Algoritmen belonen engagement en emotie, niet nauwkeurigheid. Controversiële risicoberichten verspreiden zich sneller dan accurate informatie.

73
New cards

Platform affordances

Elk platform heeft eigen kenmerken: persistence, visibility, multimodality, anonymity. Verschillende affordances = verschillende vormen van risico-communicatie.

74
New cards

EPPM — threat

Hoe gevaarlijk is het risico en raakt het mij? Bestaat uit severity (ernst) en susceptibility (kwetsbaarheid).

75
New cards

EPPM — efficacy

Kan er iets aan gedaan worden? Bestaat uit response efficacy (werkt de actie?) en self-efficacy (kan ík het uitvoeren?).

76
New cards

EPPM — hoge dreiging + hoge efficacy

Optimale combinatie: mensen nemen beschermend gedrag aan.

77
New cards

EPPM — hoge dreiging + lage efficacy

Fear control: mensen raken angstig maar voelen zich machteloos. Reactie: vermijding en ontkenning.

78
New cards

MASRisG — responsible concern frame

Hoog risico + hoge efficacy. AI is gevaarlijk maar beheersbaar mits goede regulering.

79
New cards

MASRisG — doom/fear frame

Hoog risico + lage efficacy. AI is gevaarlijk en oncontroleerbaar.

80
New cards

MASRisG — meh/informational frame

Laag risico + geen duidelijke positie. Neutraal en informatief.

81
New cards

MASRisG — tech optimism frame

Laag risico + voordelen centraal. AI als innovatie en oplossing.

82
New cards

Stochastic parrot critique

AI produceert overtuigende tekst zonder de betekenis echt te begrijpen. Kan zelfverzekerd klinken terwijl informatie onjuist is.

83
New cards

Relative risk

Proportionele verandering tussen twee groepen. Klinkt dramatisch maar mist context over beginrisico. Pil-scare: "100% toename" = van 1 naar 2 op 7000.

84
New cards

Absolute risk

Werkelijke numerieke verandering. Geeft realistischer beeld dan relatief risico.

85
New cards

Natural frequencies

"7 van de 100" in plaats van "7%". Maakt Bayesiaans redeneren makkelijker. Mammografie: artsen schatten 90%, correct is ~10%.

86
New cards

Reference class ambiguity

Bij een percentage is onduidelijk waarop het betrekking heeft. "30% kans op regen" kan drie verschillende dingen betekenen.

87
New cards

Consistent denominators

Gebruik bij vergelijkingen altijd dezelfde noemer. Slecht: "1 op 20" én "4 op 5". Goed: "5 op 100" én "80 op 100".

88
New cards

Frequentist view

Kans gebaseerd op historische observaties.

89
New cards

Physical design view

Kans ingebouwd in het systeem zelf. Voorbeeld: dobbelsteen heeft altijd 1/6 kans per zijde.

90
New cards

Degree-of-belief view

Kans als subjectief oordeel op basis van kennis en ervaring.

91
New cards

Verbal probability labels

Woorden zoals "likely" worden zeer verschillend geïnterpreteerd. Grote variabiliteit — ook bij statistici (Willems et al., 2020).

92
New cards

Prosody (Vromans et al., 2024)

Toon beïnvloedt kansinterpretatie. Stijgende intonatie trekt schattingen naar het midden.

93
New cards

Mammography example

Prevalentie 1%, sensitiviteit 90%, vals-positief 9%. Van 1000 vrouwen: 9 echte positieven + 89 vals-positieven = 9/98 ≈ 10%. Niet 90%. Toont kracht van natural frequencies.

94
New cards

Lead-time bias

Vroegere detectie lijkt overleving te verbeteren zonder dat het leven werkelijk verlengd wordt. De klok begint alleen eerder te tikken.

95
New cards

Overdiagnosis bias

Screening detecteert aandoeningen die nooit schadelijk waren geworden. Overlevingscijfers stijgen maar werkelijke sterfte daalt niet.

96
New cards

Evaluability Theory (Hsee & Zhang, 2010)

Mensen wegen makkelijk te evalueren informatie zwaarder. Een getal zonder context is betekenisloos — referentiepunt is nodig.

97
New cards

Reference point / comparison standard

Vergelijkingspunt dat informatie evalueerbaar maakt. "Jouw risico is 6%, gemiddelde is 3%" — nu is het hoog.

98
New cards

Anchoring

Mensen ankeren hun persoonlijk risico aan het populatiegemiddelde. Hoger gemiddelde → eigen risico voelt hoger.

99
New cards

Numbers vs. narratives

Getallen steunen beslissingen. Verhalen geven emotioneel begrip. Combinatie is meest effectief.

100
New cards

Icon arrays

Visuele weergave waarbij icoontjes individuen vertegenwoordigen. Beste format voor proporties en kansen. Reduceert denominator neglect.