kernbegrippen literatuur/boek | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/36

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:43 AM on 5/10/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

37 Terms

1
New cards

Cross-sectional design

een onderzoeksopzet waarbij data op één moment in de tijd worden verzameld.

2
New cards

Sampling bias

een systematische vertekening in de steekproef waardoor deze niet representatief is voor de populatie.

3
New cards

Construct validity

de mate waarin een meting daadwerkelijk het theoretische construct meet dat men beoogt te meten.

4
New cards

Convergent validity

de mate waarin een meting sterk samenhangt met andere metingen van hetzelfde construct.

5
New cards

Discriminant validity

de mate waarin een meting niet sterk samenhangt met metingen van andere, niet-gerelateerde constructen.

6
New cards

Face validity

de mate waarin een meting op het eerste gezicht logisch lijkt te meten wat het moet meten.

7
New cards

Bivariate correlatie

een statistische analyse die de relatie tussen twee variabelen onderzoekt zonder manipulatie.

8
New cards

Covariantie

de voorwaarde dat twee variabelen samen variëren.

9
New cards

Temporal precedence

de voorwaarde dat de oorzaak in de tijd voorafgaat aan het gevolg.

10
New cards

External validity

de mate waarin onderzoeksresultaten generaliseerbaar zijn naar andere populaties of situaties.

11
New cards

Multiple regression

een statistische techniek waarbij het effect van meerdere onafhankelijke variabelen tegelijk op één afhankelijke variabele wordt onderzocht.

12
New cards

Third variable problem

het probleem dat een ogenschijnlijke relatie tussen twee variabelen veroorzaakt kan worden door een derde variabele.

13
New cards

Confounding variable

een variabele die systematisch samenhangt met zowel de onafhankelijke als de afhankelijke variabele en daardoor de interpretatie van causaliteit verstoort.

14
New cards

Obscuring variable

een variabele die een bestaand effect verzwakt of maskeert waardoor het minder zichtbaar wordt.

15
New cards

R2

de proportie verklaarde variantie in de afhankelijke variabele door het regressiemodel.

16
New cards

Onafhankelijke variabele

de variabele die door de onderzoeker wordt gemanipuleerd.

17
New cards

Afhankelijke variabele

de variabele die wordt gemeten als uitkomst van de manipulatie.

18
New cards

Independent groups design

een experimenteel design waarbij verschillende deelnemers in verschillende condities worden geplaatst.

19
New cards

Repeated measures design

een experimenteel design waarbij dezelfde deelnemers meerdere condities doorlopen.

20
New cards

Factorial design

een experimenteel design met twee of meer onafhankelijke variabelen.

21
New cards

Main effect

het afzonderlijke effect van één onafhankelijke variabele op de afhankelijke variabele.

22
New cards

Interaction effect

een effect waarbij de invloed van de ene onafhankelijke variabele afhankelijk is van het niveau van een andere onafhankelijke variabele.

23
New cards

Quasi-experiment

een onderzoeksdesign dat lijkt op een experiment maar geen volledige random assignment bevat.

24
New cards

Nonequivalent groups design

een quasi-experimenteel design waarbij bestaande groepen met elkaar worden vergeleken.

25
New cards

Interrupted time-series design

een design waarbij meerdere metingen over tijd worden gedaan om het effect van een interventie te analyseren.

26
New cards

Probe

een doorvraagtechniek om verdieping in antwoorden te stimuleren.

27
New cards

Prompt

een aanvullende vraag of aanwijzing om een nieuw relevant onderwerp te introduceren.

28
New cards

Schijnbare consensus

een situatie in een focusgroep waarbij deelnemers ogenschijnlijk overeenstemming tonen maar afwijkende meningen onderdrukt blijven.

29
New cards

Axial coding

de fase waarin relaties tussen categorieën worden geanalyseerd en gestructureerd.

30
New cards

Selective coding

de fase waarin een kerncategorie wordt geïdentificeerd en een theoretisch model wordt opgebouwd.

31
New cards

Inductie

redeneren van specifieke observaties naar algemene theorie.

32
New cards

Deductie

redeneren van algemene theorie naar specifieke hypothesen.

33
New cards

Abductie

een iteratief proces waarbij voorlopige verklaringen worden ontwikkeld en bijgesteld op basis van data.

34
New cards

Credibility

de mate waarin kwalitatieve bevindingen geloofwaardig zijn.

35
New cards

Transferability

de mate waarin kwalitatieve bevindingen toepasbaar zijn in andere contexten.

36
New cards

Dependability

de mate waarin het onderzoeksproces consistent en controleerbaar is.

37
New cards

Confirmability

de mate waarin resultaten voortkomen uit data en niet uit persoonlijke voorkeuren van de onderzoeker.