Alles slides

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/221

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 4:47 PM on 6/1/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

222 Terms

1
New cards

Hallin & Mancini (2004)

Onderzoekers die een model ontwikkelden om mediasystemen te vergelijken op basis van vier dimensies: mediamarkt, politiek parallellisme, journalistiek professionalisme en overheidsinterventie.

2
New cards

Media markt (dimensie)

Een van de vier dimensies van Hallin & Mancini die zich vooral richt op de ontwikkeling van de persmarkt.

3
New cards

Political parallelism

De mate waarin het mediasysteem de politieke verdeeldheid in de samenleving weerspiegelt en de historische banden tussen media-organisaties en politieke organisaties.

4
New cards

Journalistiek professionalisme

Een dimensie die kijkt naar zaken als journalistieke autonomie, beroepsnormen en het ideaal van publieke dienstverlening.

5
New cards

Overheidsinterventie (dimensie)

De mate waarin de staat invloed uitoefent op het mediasysteem en de regels die hiervoor gelden.

6
New cards

Liberal Model

Model aangetroffen in de VS, UK, Canada en Ierland; gekenmerkt door vroege commerciële media, sterke professionalisering, weinig overheidsinterventie en laag politiek parallellisme.

7
New cards

Democratic Corporatist Model

Model aangetroffen in België, Nederland, Duitsland en Zweden; gekenmerkt door een sterke krantenmarkt, staatsinmenging gecombineerd met autonomie en professionalisme.

8
New cards

Polarized Pluralist Model

Model aangetroffen in Zuid-Europese landen (Spanje, Griekenland, Frankrijk, Italië); gekenmerkt door een zwakke krantenmarkt, sterke politieke kleur, veel overheidsinmenging en weinig professionalisering.

9
New cards

Evolutie van de VS (naar polarized model)

De verschuiving in het Amerikaanse mediasysteem van een liberaal model met intern pluralisme naar een model met kenmerken van extern pluralisme.

10
New cards

Most similar countries research

Een comparatieve onderzoeksmethode waarbij landen die op veel vlakken op elkaar lijken (zoals België en Nederland) met elkaar worden vergeleken.

11
New cards

FIMI

Foreign Information Manipulation and Interference; een framework om de veerkracht en kwetsbaarheid van landen voor buitenlandse desinformatie (zoals uit Rusland) te meten.

12
New cards

Resilience Index

Een index die landen rangschikt op basis van hun weerbaarheid tegen informatie-manipulatie, waarbij landen als Noorwegen (82,11) en Finland (81,08) de hoogste scores behalen.

13
New cards

Pillar 1: Target Country Resilience

Een dimensie van het FIMI-raamwerk die de veerkracht van een land meet op drie niveaus: societaal (macro), politieke informatie-omgeving (meso) en individueel (micro).

14
New cards

Intern pluralisme

Een situatie binnen een mediasysteem waarbij diverse politieke invalshoeken binnen eenzelfde medium worden weergegeven.

15
New cards

Extern pluralisme

Een situatie waarbij de diversiteit van politieke opinies tot uiting komt door de aanwezigheid van verschillende media met elk hun eigen politieke kleur.

16
New cards

4de fase van Mediatisering

De fase waarin politieke actoren en processen zich aanpassen aan de media en haar specifieke logica.

17
New cards

Politieke Agenda-setting

Het centrale idee dat de media (mede) bepalen welke onderwerpen op de politieke agenda komen te staan.

18
New cards

Publieke Agenda-setting

Het vermogen van de pers om succesvol te zijn in het vertellen aan mensen waar ze over moeten nadenken, in plaats van wat ze moeten denken (Cohen, 1963).

19
New cards

Media Reflexivity

Ook wel zelf-mediatisering genoemd; het proces waarbij politici media-impact in rekening brengen bij het bespreken van beleid.

20
New cards

Anticipatory news media effect

Het verschijnsel waarbij politici anticiperen op de reactie van de media voordat een initiatief wordt gelanceerd.

21
New cards

PMP-cycle (Wolfsfeld)

Politics → Media → Politics; de cyclus die suggereert dat politiek vaak de aanleiding is voor mediaberichtgeving en niet andersom.

22
New cards

Framing

Het definiëren van een onderwerp op een specifieke manier, zoals het inkaderen van politieke vergoedingen als 'graaicultuur'.

23
New cards

Window of opportunity (Kingdon)

Momenten van hoge media-aandacht die politici strategisch gebruiken om bestaande plannen door te duwen.

24
New cards

Surfing the news waves

De strategie van politici om te reageren op onderwerpen die al in de media zijn om zo hun eigen kans op aandacht te vergroten.

25
New cards

Symbolische resultaten

Snelle reacties van politici op media-aandacht die geen substantiële beleidswijziging inhouden.

26
New cards

Substantiële resultaten

Trage maar wezenlijke veranderingen in beleid of wetgeving als reactie op media-aandacht.

27
New cards

Contingency of media power

Het concept dat de macht van de media variërend is en afhangt van tijd, land, type politicus en type onderwerp.

28
New cards

Mediatisering (4de fase)

De fase waarin politieke actoren, instellingen (partijen, parlement, regering) en processen zich aanpassen aan de media en haar logica.

29
New cards

Dimensie 1 van mediatisering

Media zijn de belangrijkste bron van informatie.

30
New cards

Dimensie 2 van mediatisering

Media zijn politiek onafhankelijk.

31
New cards

Dimensie 3 van mediatisering

Media bepalen zelf hun format en inhoud (independent).

32
New cards

Dimensie 4 van mediatisering

Politieke actoren en processen passen zich aan de media en haar logica aan.

33
New cards

Publieke agenda-setting

Het vermogen van de pers om te bepalen waar mensen over nadenken ("what to think about") in plaats van wat ze moeten denken, zoals beschreven door Cohen (1963).

34
New cards

Politieke agenda-setting

Het centrale idee dat media mee de agenda van de politiek bepalen, waarbij aandacht een voorwaarde is voor beleid.

35
New cards

PMP-cycle

Een concept van Wolfsfeld dat de volgorde Politics -> Media -> Politics beschrijft, suggererend dat media niet altijd de 'echte' agenda-setters zijn.

36
New cards

Media reflexivity

Een tekortkoming in objectieve studies waarbij politici de media reflexief in rekening nemen bij hun besluitvorming.

37
New cards

Anticipatory news media effect

Het effect waarbij beleid nooit wordt besproken zonder de media-impact te overwegen, waardoor de media eerder als factor dan als initiator (agenda-setter) optreedt.

38
New cards

Framing

Het definiëren van een issue op een specifieke manier, zoals aangetoond in de studie van Baumgartner et al. (2009) over de doodstraf in Amerika.

39
New cards

Window of opportunity

Een concept van Kingdon (1995) waarbij politici momenten van hoge media-aandacht strategisch gebruiken om bestaande plannen door te duwen.

40
New cards

Surfing the news waves

De strategie waarbij politici reageren op onderwerpen die al in de media zijn om de kans te vergroten zelf media-aandacht te krijgen (Van Santen et al., 2013).

41
New cards

Graaicultuur

Een specifiek politiek frame, onder meer gebruikt door de PVDA, om de privileges en extra pensioenen van parlementsleden aan de kaak te stellen.

42
New cards

Hoge politieke agenda's

Agenda-items die betrekking hebben op definitieve besluitvorming, zoals het budget en aangenomen wetten.

43
New cards

Intermediaire politieke agenda's

Politieke agenda's die zich bevinden tussen publieke opinie en wetgeving, zoals parlementaire vragen en debatten.

44
New cards

Lage politieke agenda's

De basis van de politieke intenties, zoals partijprogramma's en het regeringsakkoord.

45
New cards

Maatschappelijke agenda's

Agenda's gevormd door het maatschappelijk middenveld (civil society) en de publieke opinie.

46
New cards

Symbolische vs. Substantiële agenda-setting

Het onderscheid tussen media-invloed die enkel leidt tot retoriek (symbolisch) versus invloed die leidt tot daadwerkelijke beleidswijziging (substantieel).

47
New cards

The Contingency of Media Power

De theorie van Walgrave en Van Aelst die stelt dat media-invloed afhankelijk is van tijd, land, type politicus en het specifieke beleidskader.

48
New cards

Mediering (Mediated politics)

Een situatie waarin de media de voornaamste bron van informatie zijn voor de burger over politiek.

49
New cards

Mediatisering (Mediatized politics)

Het proces waarbij de media de politiek volgens hun eigen logica vormgeven en politieke actoren zich aan deze logica aanpassen.

50
New cards

Dimensie 1 van mediatisering

De media vormen de belangrijkste bron van informatie voor burgers.

51
New cards

Dimensie 2 van mediatisering

Media zijn in deze fase politiek onafhankelijk van institutionele politieke controle.

52
New cards

Dimensie 3 van mediatisering

Media bepalen autonoom hun eigen format en inhoud (overgang van politieke logica naar medialogica).

53
New cards

Dimensie 4 van mediatisering

Politieke actoren en processen passen hun gedrag aan de media-instellingen en hun logica aan (adaptatie).

54
New cards

Media logica

Een logica waarbij de media-inhoud en format bepaald worden door journalistieke en commerciële normen in plaats van politieke belangen.

55
New cards

Politieke logica

Een logica waarbij mediaberichtgeving voornamelijk wordt gestuurd door politieke instituties en partijgebonden belangen.

56
New cards

Soundbite

Een kort sprekend fragment van een politicus in het nieuws; de duur is in de VS gekrompen van 4343 seconden in 19681968 naar ongeveer 88 seconden vandaag.

57
New cards

Normalisatie (Normalization)

De theorie dat de ongelijke machtsverdeling uit de traditionele media zich doorzet op digitale media dankzij meer personeel en bestaande bekendheid.

58
New cards

Equalisatie (Equalization)

De gedachte dat digitale media een gelijk speelveld creëren omdat er geen gatekeepers zijn en de kosten voor publicatie laag zijn.

59
New cards

Work horse

Een politicus die zich vooral richt op inhoudelijk parlementair werk, zoals wetgeving en commissiewerk.

60
New cards

Show horse

Een politicus die zijn gedrag sterk aanpast aan de medialogica en veel investeert in contacten met journalisten.

61
New cards

Wolfsfeld & Shaefer (2008)

Zij identificeerden drie factoren voor media-aandacht: political standing (macht), issue competence en charisma.

62
New cards

Gatekeepers

Journalisten of redacteuren die selecteren welke informatie het publiek bereikt; zij spelen in digitale media een minder dominante rol.

63
New cards

Kritiek op de regering

Uit onderzoek naar dossiers zoals kernuitstap en Covid-19 blijkt dat 86%86\% van de kritiek op politieke actoren gericht is aan de regering.

64
New cards

Partijdige logica (19451945 - 19701970)

Een periode in de relatie tussen pers en politiek gekenmerkt door formele banden en een uitgesproken partijvoorkeur.

65
New cards

Belgische Soundbite

Politici hebben in België gemiddeld slechts 2222 seconden spreektijd in een nieuwsitem, vaak verdeeld over 2×112 \times 11 seconden.

66
New cards

Politieke kennis (Delli Karpini & Keeter)

Bestaat uit drie dimensies: 1. De regels van het spel (meest stabiel), 2. De hoofdrolspelers, en 3. De inhoud.

67
New cards

Participatieve democratie

Een democratisch ideaal waarbij politieke kennis noodzakelijk is om een 'goede' burger te zijn en waarbij de stemkeuze gebaseerd moet zijn op informatie.

68
New cards

Elitedemocratie

Een visie waarin het verwerven van informatie als irrationeel wordt gezien omdat het tijd en moeite kost en de individuele stem weinig verschil maakt.

69
New cards

Beeldvorming 'updaten' (On-line processing)

Een proces waarbij burgers permanent nieuwe informatie toevoegen aan hun perceptie van een politicus, waarbij de feiten zelf vergeten kunnen worden maar de invloed op de perceptie blijft.

70
New cards

Heuristics

Mentale shortcuts die mensen gebruiken om informatie te filteren of als vervanging wanneer andere informatie ontbreekt.

71
New cards

Schema

Een geheel van heuristics dat helpt om meer kennis op te slaan, maar dat ook kan leiden tot vertekening of bias.

72
New cards

Knowledge gap

De kloof in politieke kennis tussen burgers, waarbij onderwijs de sterkst verklarende variabele (Ability) is.

73
New cards

Uninformed

Een toestand gekenmerkt door een gebrek aan kennis.

74
New cards

Misinformed

Het als waar beschouwen van foute, misleidende of niet-bewezen informatie.

75
New cards

Misinformation

Informatie die feitelijk onjuist is, maar niet met de intentie is gecreëerd om schade aan te richten.

76
New cards

Disinformation

Informatie die bewust onjuist is en gecreëerd is om schade aan te richten aan een persoon, sociale groep, organisatie of land.

77
New cards

Malinformation

Informatie die gebaseerd is op realiteit (zoals lekken), maar gebruikt wordt om schade aan te richten.

78
New cards

Leugen

Een bewering waarvan de spreker of schrijver weet dat deze in strijd is met de waarheid, met de intentie om te misleiden.

79
New cards

Truthiness

Een kwaliteit waarbij een bewering als waar wordt beschouwd omdat het intuïtief goed voelt ('from the gut'), zonder rekening te houden met bewijs, logica of feiten.

80
New cards

Post-truth

De situatie waarin emotie (EMO) belangrijker wordt gevonden dan rationele argumenten (RATIO) of feiten.

81
New cards

deCheckers

Een samenwerkingsverband tussen journalisten van verschillende nieuwsmedia, het middenveld en vrijwilligers om desinformatie op te sporen en de samenleving weerbaar te maken.

82
New cards

Desinformatie

Situatie waarin mensen opzettelijk valse of misleidende informatie maken en delen met een bepaald doel, zoals geldgewin of politiek gewin.

83
New cards

Misinformatie

Situatie waarin mensen onjuiste of misleidende informatie delen zonder dat ze weten dat de informatie foutief is.

84
New cards

Satire

Een vorm van informatie die als grap is bedoeld en niet de intentie heeft om te schaden, maar die door anderen voor 'echt' kan worden aangezien en gedeeld.

85
New cards

Valse connectie

Wanneer titels, visuals of bijschriften de feitelijke inhoud van een bericht niet ondersteunen, vaak gebruikt als clickbait.

86
New cards

Misleidende context

Het misleidend gebruik van informatie om een specifiek voorval of individu in een bepaald daglicht te stellen (framen).

87
New cards

Verkeerde context

Wanneer echte inhoud of beelden worden gedeeld met onjuiste contextuele informatie, zoals oude beelden die als nieuw worden gepresenteerd.

88
New cards

Bedrieglijke inhoud

Inhoud waarbij betrouwbare bronnen of bekende nieuwsmerken worden geïmiteerd om de geloofwaardigheid van desinformatie te vergroten.

89
New cards

Gemanipuleerde inhoud

Wanneer echte inhoud of afbeeldingen zijn bewerkt of aangepast (bijvoorbeeld met Photoshop of AI) om de kijker te misleiden.

90
New cards

Gefabriceerde inhoud

Inhoud die volledig is verzonnen en uit het niets is ontworpen met de intentie om schade aan te richten of mensen te misleiden.

91
New cards

Deepfake

Een nepvideo of audiofragment gemaakt met behulp van artificiële intelligentie (AI) om iemand iets te laten zeggen of doen wat in werkelijkheid niet is gebeurd.

92
New cards

HALT-methode

Een stappenplan om informatie te controleren: Ho (Stop), Analyseer de bron, Lokaliseer betere berichtgeving, en Traceer de oorsprong.

93
New cards

InVID / WeVerify

Gratis verificatietools voor beeldanalyse en het opdelen van video's in keyframes voor omgekeerd zoeken naar afbeeldingen.

94
New cards

Omgekeerd zoeken met een afbeelding

Een techniek waarbij je een screenshot of foto uploadt (bijvoorbeeld in Google Lens) om te achterhalen waar een beeld oorspronkelijk vandaan komt.

95
New cards

MIT-studie (Vosoughi et al., 2018)

Onderzoek dat aantoont dat nepnieuws 70%70\% meer kans heeft om gedeeld te worden dan echt nieuws.

96
New cards

Bruce Bimber

Een politicoloog die de Verenigde Staten beschrijft als een 'electoral outlier' in plaats van een modelgeval voor online campagnes.

97
New cards

Negative campaigning

Een campagnestijl gericht op het aanvallen van de tegenstander; sinds 2008 is meer dan 70%70\% van de Amerikaanse presidentiële advertenties negatief.

98
New cards

Voter Mobilization

Het proces van kiezers betrekken bij de politiek of een specifieke kandidaat door hen aan te sporen tot actie of lidmaatschap.

99
New cards

Obama Campagne 2008

Een campagne gekenmerkt door een combinatie van 'social-movement-like-enthusiasm' en een strakke organisatie, waarbij online een integraal onderdeel werd.

100
New cards

Data analyse 2.02.0

De geavanceerde statistische aanpak in de Obama-campagne van 2012 die het buikgevoel van experts verving door microtargeting en verfijnde data.