1/221
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Hallin & Mancini (2004)
Onderzoekers die een model ontwikkelden om mediasystemen te vergelijken op basis van vier dimensies: mediamarkt, politiek parallellisme, journalistiek professionalisme en overheidsinterventie.
Media markt (dimensie)
Een van de vier dimensies van Hallin & Mancini die zich vooral richt op de ontwikkeling van de persmarkt.
Political parallelism
De mate waarin het mediasysteem de politieke verdeeldheid in de samenleving weerspiegelt en de historische banden tussen media-organisaties en politieke organisaties.
Journalistiek professionalisme
Een dimensie die kijkt naar zaken als journalistieke autonomie, beroepsnormen en het ideaal van publieke dienstverlening.
Overheidsinterventie (dimensie)
De mate waarin de staat invloed uitoefent op het mediasysteem en de regels die hiervoor gelden.
Liberal Model
Model aangetroffen in de VS, UK, Canada en Ierland; gekenmerkt door vroege commerciële media, sterke professionalisering, weinig overheidsinterventie en laag politiek parallellisme.
Democratic Corporatist Model
Model aangetroffen in België, Nederland, Duitsland en Zweden; gekenmerkt door een sterke krantenmarkt, staatsinmenging gecombineerd met autonomie en professionalisme.
Polarized Pluralist Model
Model aangetroffen in Zuid-Europese landen (Spanje, Griekenland, Frankrijk, Italië); gekenmerkt door een zwakke krantenmarkt, sterke politieke kleur, veel overheidsinmenging en weinig professionalisering.
Evolutie van de VS (naar polarized model)
De verschuiving in het Amerikaanse mediasysteem van een liberaal model met intern pluralisme naar een model met kenmerken van extern pluralisme.
Most similar countries research
Een comparatieve onderzoeksmethode waarbij landen die op veel vlakken op elkaar lijken (zoals België en Nederland) met elkaar worden vergeleken.
FIMI
Foreign Information Manipulation and Interference; een framework om de veerkracht en kwetsbaarheid van landen voor buitenlandse desinformatie (zoals uit Rusland) te meten.
Resilience Index
Een index die landen rangschikt op basis van hun weerbaarheid tegen informatie-manipulatie, waarbij landen als Noorwegen (82,11) en Finland (81,08) de hoogste scores behalen.
Pillar 1: Target Country Resilience
Een dimensie van het FIMI-raamwerk die de veerkracht van een land meet op drie niveaus: societaal (macro), politieke informatie-omgeving (meso) en individueel (micro).
Intern pluralisme
Een situatie binnen een mediasysteem waarbij diverse politieke invalshoeken binnen eenzelfde medium worden weergegeven.
Extern pluralisme
Een situatie waarbij de diversiteit van politieke opinies tot uiting komt door de aanwezigheid van verschillende media met elk hun eigen politieke kleur.
4de fase van Mediatisering
De fase waarin politieke actoren en processen zich aanpassen aan de media en haar specifieke logica.
Politieke Agenda-setting
Het centrale idee dat de media (mede) bepalen welke onderwerpen op de politieke agenda komen te staan.
Publieke Agenda-setting
Het vermogen van de pers om succesvol te zijn in het vertellen aan mensen waar ze over moeten nadenken, in plaats van wat ze moeten denken (Cohen, 1963).
Media Reflexivity
Ook wel zelf-mediatisering genoemd; het proces waarbij politici media-impact in rekening brengen bij het bespreken van beleid.
Anticipatory news media effect
Het verschijnsel waarbij politici anticiperen op de reactie van de media voordat een initiatief wordt gelanceerd.
PMP-cycle (Wolfsfeld)
Politics → Media → Politics; de cyclus die suggereert dat politiek vaak de aanleiding is voor mediaberichtgeving en niet andersom.
Framing
Het definiëren van een onderwerp op een specifieke manier, zoals het inkaderen van politieke vergoedingen als 'graaicultuur'.
Window of opportunity (Kingdon)
Momenten van hoge media-aandacht die politici strategisch gebruiken om bestaande plannen door te duwen.
Surfing the news waves
De strategie van politici om te reageren op onderwerpen die al in de media zijn om zo hun eigen kans op aandacht te vergroten.
Symbolische resultaten
Snelle reacties van politici op media-aandacht die geen substantiële beleidswijziging inhouden.
Substantiële resultaten
Trage maar wezenlijke veranderingen in beleid of wetgeving als reactie op media-aandacht.
Contingency of media power
Het concept dat de macht van de media variërend is en afhangt van tijd, land, type politicus en type onderwerp.
Mediatisering (4de fase)
De fase waarin politieke actoren, instellingen (partijen, parlement, regering) en processen zich aanpassen aan de media en haar logica.
Dimensie 1 van mediatisering
Media zijn de belangrijkste bron van informatie.
Dimensie 2 van mediatisering
Media zijn politiek onafhankelijk.
Dimensie 3 van mediatisering
Media bepalen zelf hun format en inhoud (independent).
Dimensie 4 van mediatisering
Politieke actoren en processen passen zich aan de media en haar logica aan.
Publieke agenda-setting
Het vermogen van de pers om te bepalen waar mensen over nadenken ("what to think about") in plaats van wat ze moeten denken, zoals beschreven door Cohen (1963).
Politieke agenda-setting
Het centrale idee dat media mee de agenda van de politiek bepalen, waarbij aandacht een voorwaarde is voor beleid.
PMP-cycle
Een concept van Wolfsfeld dat de volgorde Politics -> Media -> Politics beschrijft, suggererend dat media niet altijd de 'echte' agenda-setters zijn.
Media reflexivity
Een tekortkoming in objectieve studies waarbij politici de media reflexief in rekening nemen bij hun besluitvorming.
Anticipatory news media effect
Het effect waarbij beleid nooit wordt besproken zonder de media-impact te overwegen, waardoor de media eerder als factor dan als initiator (agenda-setter) optreedt.
Framing
Het definiëren van een issue op een specifieke manier, zoals aangetoond in de studie van Baumgartner et al. (2009) over de doodstraf in Amerika.
Window of opportunity
Een concept van Kingdon (1995) waarbij politici momenten van hoge media-aandacht strategisch gebruiken om bestaande plannen door te duwen.
Surfing the news waves
De strategie waarbij politici reageren op onderwerpen die al in de media zijn om de kans te vergroten zelf media-aandacht te krijgen (Van Santen et al., 2013).
Graaicultuur
Een specifiek politiek frame, onder meer gebruikt door de PVDA, om de privileges en extra pensioenen van parlementsleden aan de kaak te stellen.
Hoge politieke agenda's
Agenda-items die betrekking hebben op definitieve besluitvorming, zoals het budget en aangenomen wetten.
Intermediaire politieke agenda's
Politieke agenda's die zich bevinden tussen publieke opinie en wetgeving, zoals parlementaire vragen en debatten.
Lage politieke agenda's
De basis van de politieke intenties, zoals partijprogramma's en het regeringsakkoord.
Maatschappelijke agenda's
Agenda's gevormd door het maatschappelijk middenveld (civil society) en de publieke opinie.
Symbolische vs. Substantiële agenda-setting
Het onderscheid tussen media-invloed die enkel leidt tot retoriek (symbolisch) versus invloed die leidt tot daadwerkelijke beleidswijziging (substantieel).
The Contingency of Media Power
De theorie van Walgrave en Van Aelst die stelt dat media-invloed afhankelijk is van tijd, land, type politicus en het specifieke beleidskader.
Mediering (Mediated politics)
Een situatie waarin de media de voornaamste bron van informatie zijn voor de burger over politiek.
Mediatisering (Mediatized politics)
Het proces waarbij de media de politiek volgens hun eigen logica vormgeven en politieke actoren zich aan deze logica aanpassen.
Dimensie 1 van mediatisering
De media vormen de belangrijkste bron van informatie voor burgers.
Dimensie 2 van mediatisering
Media zijn in deze fase politiek onafhankelijk van institutionele politieke controle.
Dimensie 3 van mediatisering
Media bepalen autonoom hun eigen format en inhoud (overgang van politieke logica naar medialogica).
Dimensie 4 van mediatisering
Politieke actoren en processen passen hun gedrag aan de media-instellingen en hun logica aan (adaptatie).
Media logica
Een logica waarbij de media-inhoud en format bepaald worden door journalistieke en commerciële normen in plaats van politieke belangen.
Politieke logica
Een logica waarbij mediaberichtgeving voornamelijk wordt gestuurd door politieke instituties en partijgebonden belangen.
Soundbite
Een kort sprekend fragment van een politicus in het nieuws; de duur is in de VS gekrompen van 43 seconden in 1968 naar ongeveer 8 seconden vandaag.
Normalisatie (Normalization)
De theorie dat de ongelijke machtsverdeling uit de traditionele media zich doorzet op digitale media dankzij meer personeel en bestaande bekendheid.
Equalisatie (Equalization)
De gedachte dat digitale media een gelijk speelveld creëren omdat er geen gatekeepers zijn en de kosten voor publicatie laag zijn.
Work horse
Een politicus die zich vooral richt op inhoudelijk parlementair werk, zoals wetgeving en commissiewerk.
Show horse
Een politicus die zijn gedrag sterk aanpast aan de medialogica en veel investeert in contacten met journalisten.
Wolfsfeld & Shaefer (2008)
Zij identificeerden drie factoren voor media-aandacht: political standing (macht), issue competence en charisma.
Gatekeepers
Journalisten of redacteuren die selecteren welke informatie het publiek bereikt; zij spelen in digitale media een minder dominante rol.
Kritiek op de regering
Uit onderzoek naar dossiers zoals kernuitstap en Covid-19 blijkt dat 86% van de kritiek op politieke actoren gericht is aan de regering.
Partijdige logica (1945 - 1970)
Een periode in de relatie tussen pers en politiek gekenmerkt door formele banden en een uitgesproken partijvoorkeur.
Belgische Soundbite
Politici hebben in België gemiddeld slechts 22 seconden spreektijd in een nieuwsitem, vaak verdeeld over 2×11 seconden.
Politieke kennis (Delli Karpini & Keeter)
Bestaat uit drie dimensies: 1. De regels van het spel (meest stabiel), 2. De hoofdrolspelers, en 3. De inhoud.
Participatieve democratie
Een democratisch ideaal waarbij politieke kennis noodzakelijk is om een 'goede' burger te zijn en waarbij de stemkeuze gebaseerd moet zijn op informatie.
Elitedemocratie
Een visie waarin het verwerven van informatie als irrationeel wordt gezien omdat het tijd en moeite kost en de individuele stem weinig verschil maakt.
Beeldvorming 'updaten' (On-line processing)
Een proces waarbij burgers permanent nieuwe informatie toevoegen aan hun perceptie van een politicus, waarbij de feiten zelf vergeten kunnen worden maar de invloed op de perceptie blijft.
Heuristics
Mentale shortcuts die mensen gebruiken om informatie te filteren of als vervanging wanneer andere informatie ontbreekt.
Schema
Een geheel van heuristics dat helpt om meer kennis op te slaan, maar dat ook kan leiden tot vertekening of bias.
Knowledge gap
De kloof in politieke kennis tussen burgers, waarbij onderwijs de sterkst verklarende variabele (Ability) is.
Uninformed
Een toestand gekenmerkt door een gebrek aan kennis.
Misinformed
Het als waar beschouwen van foute, misleidende of niet-bewezen informatie.
Misinformation
Informatie die feitelijk onjuist is, maar niet met de intentie is gecreëerd om schade aan te richten.
Disinformation
Informatie die bewust onjuist is en gecreëerd is om schade aan te richten aan een persoon, sociale groep, organisatie of land.
Malinformation
Informatie die gebaseerd is op realiteit (zoals lekken), maar gebruikt wordt om schade aan te richten.
Leugen
Een bewering waarvan de spreker of schrijver weet dat deze in strijd is met de waarheid, met de intentie om te misleiden.
Truthiness
Een kwaliteit waarbij een bewering als waar wordt beschouwd omdat het intuïtief goed voelt ('from the gut'), zonder rekening te houden met bewijs, logica of feiten.
Post-truth
De situatie waarin emotie (EMO) belangrijker wordt gevonden dan rationele argumenten (RATIO) of feiten.
deCheckers
Een samenwerkingsverband tussen journalisten van verschillende nieuwsmedia, het middenveld en vrijwilligers om desinformatie op te sporen en de samenleving weerbaar te maken.
Desinformatie
Situatie waarin mensen opzettelijk valse of misleidende informatie maken en delen met een bepaald doel, zoals geldgewin of politiek gewin.
Misinformatie
Situatie waarin mensen onjuiste of misleidende informatie delen zonder dat ze weten dat de informatie foutief is.
Satire
Een vorm van informatie die als grap is bedoeld en niet de intentie heeft om te schaden, maar die door anderen voor 'echt' kan worden aangezien en gedeeld.
Valse connectie
Wanneer titels, visuals of bijschriften de feitelijke inhoud van een bericht niet ondersteunen, vaak gebruikt als clickbait.
Misleidende context
Het misleidend gebruik van informatie om een specifiek voorval of individu in een bepaald daglicht te stellen (framen).
Verkeerde context
Wanneer echte inhoud of beelden worden gedeeld met onjuiste contextuele informatie, zoals oude beelden die als nieuw worden gepresenteerd.
Bedrieglijke inhoud
Inhoud waarbij betrouwbare bronnen of bekende nieuwsmerken worden geïmiteerd om de geloofwaardigheid van desinformatie te vergroten.
Gemanipuleerde inhoud
Wanneer echte inhoud of afbeeldingen zijn bewerkt of aangepast (bijvoorbeeld met Photoshop of AI) om de kijker te misleiden.
Gefabriceerde inhoud
Inhoud die volledig is verzonnen en uit het niets is ontworpen met de intentie om schade aan te richten of mensen te misleiden.
Deepfake
Een nepvideo of audiofragment gemaakt met behulp van artificiële intelligentie (AI) om iemand iets te laten zeggen of doen wat in werkelijkheid niet is gebeurd.
HALT-methode
Een stappenplan om informatie te controleren: Ho (Stop), Analyseer de bron, Lokaliseer betere berichtgeving, en Traceer de oorsprong.
InVID / WeVerify
Gratis verificatietools voor beeldanalyse en het opdelen van video's in keyframes voor omgekeerd zoeken naar afbeeldingen.
Omgekeerd zoeken met een afbeelding
Een techniek waarbij je een screenshot of foto uploadt (bijvoorbeeld in Google Lens) om te achterhalen waar een beeld oorspronkelijk vandaan komt.
MIT-studie (Vosoughi et al., 2018)
Onderzoek dat aantoont dat nepnieuws 70% meer kans heeft om gedeeld te worden dan echt nieuws.
Bruce Bimber
Een politicoloog die de Verenigde Staten beschrijft als een 'electoral outlier' in plaats van een modelgeval voor online campagnes.
Negative campaigning
Een campagnestijl gericht op het aanvallen van de tegenstander; sinds 2008 is meer dan 70% van de Amerikaanse presidentiële advertenties negatief.
Voter Mobilization
Het proces van kiezers betrekken bij de politiek of een specifieke kandidaat door hen aan te sporen tot actie of lidmaatschap.
Obama Campagne 2008
Een campagne gekenmerkt door een combinatie van 'social-movement-like-enthusiasm' en een strakke organisatie, waarbij online een integraal onderdeel werd.
Data analyse 2.0
De geavanceerde statistische aanpak in de Obama-campagne van 2012 die het buikgevoel van experts verving door microtargeting en verfijnde data.