1/37
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat bestudeert farmacokinetiek?
De veranderingen van de concentratie van een geneesmiddel in het lichaam in functie van de tijd; door absorptie, distributie en secretie van farmaca
Hoe beweegt een geneesmiddel doorheen het lichaam?
Dosis → plasmaconcentratie → weefselconcentratie → effect.
Leidt dezelfde dosis bij verschillende patiënten tot dezelfde plasmaconcentratie?
Nee, Door de interpatient variabiliteit in farmacokinetiek kan dezelfde dosis leiden tot een verschillende plasmaconcentratie en effect
Waar gebeuren absorptie, distributie en eliminatie?
Absoptie: Maagdarmkanaal → Bloedbaan
Distributie: Plasma → Plaats van werking
Eliminatie: lever + nieren (geneesmiddel moet over membranen passeren)
Welke routes kan een geneesmiddel volgen om biologische membranen te passeren?
Paracellulair (tussen cellen) of transcellulair transport (doorheen cellen)
Welke typen transport vallen onder transcellulair transport?
Passief transport en carrier-gemedieerd transport.
Hoeveel transport gebeurt er via paracellulair transport doorheen de darmen?
Beperkt , want de poriën tussen de enterocyten zijn klein en ze vormen een klein oppervlak van de darm dat dient voor transport
Hoeveel transport gebeurt er via paracellulair transport doorheen de capillairen?
Meer + grotere geneesmiddelen kunnen passeren, omdat ze grotere poriën hebben (glomerulaire filtratie)
Wat is de belangrijkste vorm van transport van geneesmiddelen door membranen?
Passieve niet-ionische diffusie (transcellulair doorheen PPL dubbellaag)
Hoe gebeurt passieve niet-ionische diffusie van een geneesmiddel?
Het geneesmiddel lost min of meer op met het membraan en diffundeert naar de zijde met de laagste concentratie
Wat betekent een hoge P-waarde (vet-waterpartitiecoëfficiënt) voor een geneesmiddel?
Het is meer lipofiel.
Wat betekent een P-waarde = 1?
Gelijke verdeling over waterige en lipofiele fase
Wat is de belangrijkste fysicochemische eigenschap voor de diffusiesnelheid van een geneesmiddel?
vetoplosbaarheid; diffusiviteit (mobiliteit van een stof) verschilt weinig
Welke factoren verhogen de absorptiesnelheid via diffusie?
Kleinere molecuulgrootte (< 500 Da), hogere diffusiecoëfficiënt (D), groter diffusieoppervlak, hogere lipofilie/P-waarde, grotere concentratiegradiënt tussen darmlumen en vasculaire ruimte.
Wat is een nadeel van een zeer hoge P-waarde (>5)?
Vetoplosbaarheid hoog; Wateroplosbaarheid laag - Geneesmiddelen kunnen zich ophopen in het celmembraan, waardoor effectieve passage wordt verhinderd.
Wanneer gebeuren dissolutie en absorptie van een geneesmiddel het best?
Absorptie: Wanneer het geneesmiddel meer lipofiel is
Dissolutie: Wanneer het geneesmiddel meer hydrofiel is
Welke andere factoren beïnvloeden dissolutie en absorptie naast fysicochemische eigenschappen? + Wat bepaalt het nog?
De pKa van het geneesmiddel en de pH van de omgeving + diffusiesnelheid
Wat bepaalt de relatie tussen pKa en pH geneesmiddel?
De graad van ionisatie + De verhouding tussen de meer lipofiele (niet-geïoniseerde) en hydrofiele (geïoniseerde) vorm. (pH-verschillen = verschillen in ionisatiegraad)
De meeste geneesmiddelen zijn welke type stoffen?
Zwakke zuren of zwakke basen.
Welke vorm van ionisatie van een geneesmiddel kan door diffusie doorheen membranen passeren?
Alleen de niet-geïoniseerde vorm. (geïoniseerd/wateroplosbaar kan niet aan diffusie doen)
Wat geeft de pKa (dissociatieconstante) van een stof aan?
De pH waarbij er evenveel geïoniseerde als niet-geïoniseerde moleculen zijn.
In welke zuurgraad diffunderen zure + basische geneesmiddelen het best?
Zure geneesmiddelen: zure pH - Basische geneesmiddelen: basische pH (rekening houdend met pH-verschil aan beide zijden)
Leg ion-trapping uit met acetylsalicylzuur (aspirine)
In zure maag is acetylsalicylzuur voor 99% niet-geïoniseerd → makkelijke opname door maagwand - Van maag naar bloed(plasma) → acetylsalicylzuur wordt geïoniseerd door hogerr pH van plasma - Geïoniseerde vorm kan niet terug naar de maag; blijft vast zitten in plasma + meer absorptie van maag naar plasma = ion trapping
Waar gebeurt de meeste opname/absoptie van geneesmiddelen?
Dunne darm
Hoe gebeurt carrier gemedieerd transport?
Transporteiwitten helpen stoffen door het membraan, met de concentratiegradiënt mee (laag → hoog), vereist geen energie (Passief) / wel energie (actief)
Wat zijn 2 belangrijke kenmerken van de transporters?
Zijn verzadigbaar + hebben een maximale transportcapaciteit
Bij welke processen zijn transporteiwitten betrokken?
Beperken van opname van geneesmiddelen in weefsels + eliminatie
Welke transporters bevinden zich in de apicale en basolaterale membranen van dunne darm epitheelcellen?
Transporters voor aminozuren en di-/tripeptiden (opname aminozuren uit voeding)
Noem enkele geneesmiddelen die via aminozuur-transporters worden opgenomen.
L-dopa, α-methyldopa, baclofen, melfalan, gabapentine.
Welke geneesmiddelen worden via di- en tripeptidetransporters opgenomen? (apicaal)
Cefalosporines, penicillines, ACE-remmers.
Wat is P-glycoproteïne P (P-gP)?
Een efflux transporter, = multiple drug-resistant receptor (MDR1) ontdekt In kankercellen, waar het antitumorale geneesmiddelen buiten houdt.
In welke organen komt P-gP voor?
Apicale membraan van darmenterocyten, lever, nieren en hersenen.
Tot welke superfamilie behoort P-gP?
ATP-Binding Cassette (ABC)-transporters.
Wat is het effect van P-gP in enterocyten op orale geneesmiddelopname? + oplossing
Het beperkt opname van sommige geneesmiddelen, waardoor parenterale toediening nodig kan zijn. + P-gP-inhibitoren
Noem voorbeelden van P-gP-inhibitoren.
Ciclosporine, valspodar, tariquidar.
In welke twee superfamilies worden carriers ingedeeld?
ABC-superfamilie en solute carriers (SLC).
Wat is het Breast Cancer Resistance Protein (BCRP)?
Een effluxpomp aan de bloed-hersenbarrière die het CZS beschermt tegen toxische stoffen.
Wat is het nadeel van BCRP voor geneesmiddelontwikkeling? + gevolg
Het verhindert toegang van therapeutisch nuttige stoffen tot het CZS. + Intrathecale toediening van cytotoxische verbindingen.