1/109
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is het biologische belang van het element Natrium (Na) in het menselijk lichaam?
Zorgt voor de reguliere vochtbalans, spiercontractie en zenuwgeleiding.
Wat is het biologische belang van het element Kalium (K)?
Cruciaal voor zenuwgeleiding en spiercontractie.
Wat zijn de vijf biologische functies van Calcium (Ca)?
Botbestanddeel, spiercontractie, prikkelgeleiding in het hart, bloedstolling en vrijstelling van hormonen.
Welk element fungeert in het lichaam als een stabilisator bij enzymreacties?
Magnesium.
Wat is de functie van Fosfaat in het menselijk lichaam?
Fungeert samen met Calcium als botbestanddeel en is belangrijk bij biochemische reacties zoals de vorming van ATP.
Voor welk biologisch proces is IJzer (Fe) absoluut noodzakelijk?
Zuurstoftransport.
Welk element is een onmisbaar bestanddeel van ons maagzuur?
Chloor.
Op welk achtervoegsel eindigen de namen van sachariden vrijwel altijd?
-op -ose.
In welke drie categorieën worden sachariden ingedeeld op basis van grootte?
Monosachariden, disachariden en polysachariden.
Zijn sachariden wateroplosbaar of vetoplosbaar?
Wateroplosbaar.
Hoeveel koolstofatomen zitten er typisch in de ringstructuur van een suiker?
Meestal zes- of vijfring suikers.
Geef een specifiek voorbeeld van een vijfring-suiker.
Ribose.
Geef een specifiek voorbeeld van een zesring-suiker.
Glucose.
Welke drie belangrijke monosachariden worden er benoemd in de stof?
Fructose, Glucose en Galactose.
Uit welke monosachariden is de disacharide Sucrose opgebouwd?
Fructose en Glucose (Fru + Glu).
Uit welke monosachariden is de disacharide Maltose opgebouwd?
Glucose en Glucose (Glu + Glu).
Uit welke monosachariden is de disacharide Lactose opgebouwd?
Glucose en Galactose (Glu + Gal).
Welke twee polysachariden vormen een belangrijke energievoorraad, en bij welk type organismen horen ze?
Zetmeel (in planten) en Glycogeen (in dieren).
Waaraan moet je primair denken als je het woord "sachariden" ziet?
Energie opslag.
Hoe reageren vetzuren op water?
Hydrofoob (waterafstotend).
Uit welke moleculegroep zijn vetzuren initieel opgebouwd?
Uit acetyl.
Welke twee varianten van vetzuren bestaan er met betrekking tot chemische bindingen?
Verzadigde of onverzadigde vetzuren.
Welke basismolecule vormt de ruggengraat voor triglyceriden en fosfolipiden?
Glycerol.
Waaruit is een fosfolipide precies opgebouwd?
Een basis van glycerol, twee vetzuurstaarten en een fosfaatgroep.
Waaruit is een triglyceride precies opgebouwd?
Een basis van glycerol en drie vetzuurstaarten.
Wat is de chemische oplosbaarheid van een triglyceride?
Hydrofoob of lipofiel (vetoplosbaar).
Wat betekent de term "amfipatisch" met betrekking tot fosfolipiden?
Fosfolipiden bezitten zowel een hydrofiel gedeelte (de kop) als een hydrofoob gedeelte (de staart).
Wat zijn de twee belangrijkste functies van cholesterol?
Vormen van de celmembraan (rigiditeit) en basis voor de productie van steroïdhormonen.
Wat zijn de vier hoofdbestanddelen van de celmembraan?
Fosfolipiden, Cholesterol, Eiwitten en Suikers (koolhydraten).
Wat is de primaire rol die je moet onthouden bij de term "lipiden"?
Energie opslag en opbouw van celmembranen.
Uit welke bouwstenen zijn proteïnen opgebouwd?
Aminozuren.
Uit welke drie functionele delen bestaat een aminozuur?
Een aminogroep (-NH2), een carboxylgroep (-COOH) en een variabele zijketen.
Hoeveel essentiële en hoeveel niet-essentiële aminozuren zijn er in totaal?
8 essentiële aminozuren en 12 niet-essentiële aminozuren.
Onder welke specifieke voorwaarde is een proteïne wateroplosbaar?
Indien de proteïne een polaire zijketen bezit.
Welke vier hoofdfuncties moet je onthouden bij proteïnen?
Energie, enzymen, structuur en transport.
Welke twee proteïnen zijn voorbeelden van contractiele structuren, en wat is hun functie?
Actine en myosine; zij voorzien in spiercontractie.
Geef een voorbeeld van een hormonaal proteïne en leg de functie uit.
Insuline; het is een signaalmolecule dat cellen aanspoort om suiker op te nemen.
Geef een voorbeeld van "protectie"-eiwitten.
Immunoglobulines (antilichamen) die ingezet worden om indringers te bestrijden.
Wat is Rhodopsine en wat doet het?
Een receptor-proteïne in het netvlies van het oog dat een signaal stuurt bij lichtinval.
Wat is de rol van het proteïne Ferritine?
Fungeert als een ijzeropslagmolecule in het lichaam.
Wat is de rol van Hemoglobine?
Een transport-eiwit dat zuurstof transporteert aan de hand van een Fe-atoom.
Wat is de rol van het eiwit RUBISCO?
Een enzym dat een koolstof toevoegt (carboxylatie) tijdens fotosynthese.
Geef een voorbeeld van een structureel proteïne dat benoemd is.
Spider silk (spinnenzijde).
Welke twee belangrijke nucleïnezuren worden er genoemd?
DNA en RNA.
Welke twee stikstofbasen behoren tot de "purine bases"?
Adenine en Guanine.
Welke twee stikstofbasen behoren tot de "pyrimidine bases" in DNA?
Cytosine en Thymine.
Welke functionele groep bevindt zich aan het 5' einde van een nucleïnezuur?
Een fosfaatgroep.
Waaraan moet je altijd denken bij de term "nucleïnezuren"?
Genetische informatie.
Wat is de algemene definitie van fotosynthese?
Het proces waarbij zonlicht wordt gebruikt om glucose en zuurstof (O2) aan te maken uit koolstofdioxide (CO2) en water.
In welk organel vindt fotosynthese plaats?
In de chloroplast.
Welk essentieel molecuul maakt fotosynthese mogelijk en hoe doet het dat?
Chlorofyl; deze molecule komt door zonlicht in een aangeslagen toestand en kan hierdoor een elektron afgeven.
Geef de ongebalanceerde reactievergelijking van fotosynthese.
6CO2 + 12H2O → C6H12O6 + 6O2 + 6H2O.
Geef de gebalanceerde reactievergelijking van fotosynthese.
6CO2 + 6H2O + Licht → C6H12O6 + 6O2.
Uit welke twee opeenvolgende stappen bestaat fotosynthese?
De lichtreactie en de donkerreactie.
Voor welke stap is direct zonlicht noodzakelijk?
Alleen voor de lichtreactie.
Waarom wordt de tweede stap de "donkerreactie" genoemd?
Omdat voor deze stap geen zonlicht noodzakelijk is.
Wat is de chemische vergelijking van de lichtreactie op zich?
2H2O → O2 + 4H+ + 4e− + 3ATP + NADPH.
Wat is de chemische vergelijking van de donkerreactie op zich?
6H2O + 6CO2 → C6H12O6.
Hoeveel ATP kost het voltooien van één donkerreactie?
18 ATP.
Hoeveel keer moet de lichtreactie plaatsvinden om één donkerreactie mogelijk te maken, en waarom?
6 keer, om aan de eis van 18 ATP te komen.
Geef de netto vergelijking van de lichtreactie in het grotere geheel.
12H2O + 12NADP + 18 ADP + 18P → 6O2 + 12NADPH + 18 ATP.
Geef de netto vergelijking van de donkerreactie in het grotere geheel.
6CO2 + 12NADPH + 18 ATP + 12H2O → C6H12O6 + 6H2O + 12NADP + 18 ADP + 18P.
Wat is de samengevoegde reactievergelijking van beide netto reacties?
6CO2 + 6H2O → C6H12O6 + 6O2.
Wat is Glycolyse?
Proces in het cytosol waarbij glucose in tien stappen wordt afgebroken tot twee moleculen pyruvaat.
Wat wordt er naast pyruvaat nog meer geproduceerd tijdens de glycolyse?
NADH en H2O.
Wat is de netto ATP-opbrengst van de glycolyse?
2 ATP.
Wat gebeurt er tijdens de decarboxylatie reactie?
Pyruvaat wordt omgezet naar acetyl-CoA.
Wat gebeurt er in de Krebscyclus en waar vindt deze plaats?
In de mitochondriale matrix wordt acetyl-CoA afgebroken tot CO2, H2O, NADH en FADH2.
Wat is de ATP-opbrengst van de Krebscyclus?
2 ATP totaal.
Wat is oxidatieve fosforylatie of eindoxidaties, en waar gebeurt het?
In het binnenste mitochondriale membraan worden NADH en FADH2 gebruikt als elektrondonor.
Welk gas is essentieel bij de eindoxidaties?
Zuurstof (O2).
Waarom wordt dit proces aërobe ademhaling genoemd?
Omdat O2 fungeert als finale elektronacceptor.
Wat is de ATP-opbrengst van uitsluitend de oxidatieve fosforylatie?
34 ATP.
Geef de vereenvoudigde chemische reactievergelijking van de glycolyse.
C6H12O6 + 2 NAD+ + 2 ADP + 2 Pi → 2 pyruvaat + 2 NADH + 2 H+ + 2 ATP + 2 H2O.
Geef de globale reactievergelijking van de citroenzuurcyclus per één molecule pyruvaat.
Pyruvaat + 4 NAD+ + FAD + ADP + Pi + 2 H2O → 3 CO2 + 4 NADH + 4 H+ + FADH2 + ATP.
Geef de globale reactievergelijking van de citroenzuurcyclus per molecule glucose.
2 Pyruvaat + 8 NAD+ + 2 FAD + 2 ADP + 2 Pi + 4 H2O → 6 CO2 + 8 NADH + 8 H+ + 2 FADH2 + 2 ATP.
Geef de reactievergelijking van de eindoxidaties per molecule NADH.
NADH + H+ + 3 ADP + 3 Pi + 1/2 O2 → NAD+ + H2O + 3 ATP.
Geef de reactievergelijking van de eindoxidaties per molecule FADH2.
FADH2 + 2 ADP + 2 Pi + 1/2 O2 → FAD + H2O + 2 ATP.
Hoeveel NADH-moleculen ontstaan er in totaal tijdens glycolyse en citroenzuurcyclus gezamenlijk?
10 NADH.
Geef de reactievergelijking van de eindoxidaties omgerekend voor alle 10 NADH-moleculen.
10 NADH + 10 H+ + 30 ADP + 30 Pi + 5 O2 → 10 NAD+ + 10 H2O + 30 ATP.
Hoeveel FADH2-moleculen ontstaan er in totaal tijdens de citroenzuurcyclus?
2 FADH2.
Geef de reactievergelijking van de eindoxidaties omgerekend voor alle 2 FADH2-moleculen.
2 FADH2 + 4 ADP + 4 Pi + O2 → 2 FAD + 2 H2O + 4 ATP.
Onder welke voorwaarde schakelt het lichaam over op anaëroob metabolisme?
Bij een tijdelijk tekort aan zuurstof.
Wat gebeurt er chemisch tijdens melkzuurgisting?
Pyruvaat wordt in het cytosol omgezet tot lactaat.
Waarom wordt melkzuurgisting anaërobe ademhaling genoemd?
Omdat O2 niet langer fungeert als finale elektronacceptor.
Wat is de netto ATP-opbrengst van melkzuurgisting?
2 ATP.
Geef de globale reactievergelijking van de melkzuurgisting van glucose.
C6H12O6 + 2 ADP + 2 Pi → 2 lactaat + 2 ATP + warmte.
Welke organismen passen alcoholische gisting toe?
Bepaalde gistsoorten.
Wat gebeurt er chemisch bij alcoholische gisting?
Pyruvaat wordt omgezet in ethanol.
In hoeveel tussenstappen verloopt alcoholische gisting, en via welk tussenproduct?
In twee stappen via aceetaldehyde.
Naast ethanol, welk product komt er nog meer vrij bij alcoholische gisting?
CO2.
Wat is de netto ATP-opbrengst van alcoholische gisting?
2 ATP.
Geef de globale reactievergelijking van de alcoholische gisting van glucose.
C6H12O6 + 2 ADP + 2 Pi → 2 CH3CH2OH + 2 CO2 + 2 ATP + warmte.
Vergelijk Aëroob versus Anaëroob: wat is de benodigde inputstof?
Aëroob: Glucose + O2. Anaëroob: alleen Glucose.
Vergelijk Aëroob versus Anaëroob: is de chemische verbranding volledig of onvolledig?
Aëroob volledig; Anaëroob onvolledig.
Vergelijk Aëroob versus Anaëroob: wat is de ATP opbrengst?
Aëroob: 38 ATP. Anaëroob: 2 ATP.
Vergelijk Aëroob versus Anaëroob: wat zijn de eindproducten?
Aëroob: CO2 en H2O. Anaëroob: Lactaat.
Vergelijk Aëroob versus Anaëroob: wat is de locatie in de cel?
Aëroob: cytoplasma en mitochondriën. Anaëroob: cytoplasma.
Vergelijk Aëroob versus Anaëroob: welke specifieke stappen omvatten ze?
Aëroob: Glycolyse, Krebscyclus, Eindoxidaties. Anaëroob: Glycolyse en Gisting.
Hoeveel opbrengst aan CO2, ATP, NADH en FADH2 levert Glycolyse op?
0 CO2, 2 ATP, 2 NADH, 0 FADH2.