1/34
Vocabulary flashcards covering key concepts in History and Social Sciences.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Holism
Je bestudeert een geheel als één systeem — je kunt het niet begrijpen door alleen de losse onderdelen te bekijken.
Reductionism
Je begrijpt een complex geheel door het op te splitsen in kleinere, eenvoudigere onderdelen.
Induction
Van veel losse waarnemingen naar een algemene conclusie, zoals bij het observeren van 1000 witte zwanen en concluderen dat alle zwanen wit zijn.
Deduction
Van een algemene regel naar een specifieke conclusie, bijvoorbeeld dat Socrates sterfelijk is omdat alle mensen sterfelijk zijn.
Qualitative research
Onderzoek gericht op betekenis, context en interpretatie, zoals bij interviews of verhalen.
Quantitative research
Onderzoek gericht op cijfers, statistieken en meetbare patronen.
Narration
Een gebeurtenis verklaren door de precieze volgorde en context te beschrijven.
Explanation
Een verschijnsel verklaren door het onder een algemene wet of oorzaak te scharen.
Contingency
Dingen hadden ook anders kunnen lopen; de uitkomst is afhankelijk van toevallige omstandigheden.
Social laws
Universele, tijdloze patronen die menselijk gedrag overal zouden sturen.
Path-dependency
Wat er in het verleden is gebeurd bepaalt welke keuzes in de toekomst nog mogelijk zijn.
Evolutionism/teleology
De gedachte dat geschiedenis een vaste richting of eindbestemming heeft.
Longue durée
De zeer lange termijn; structuren zoals geografie en cultuur die samenlevingen bepalen.
Short-termism
De neiging om alleen naar korte-termijn gebeurtenissen te kijken en diepere structuren te missen.
Big history
Geschiedenis op de grootst mogelijke schaal, van de oerknal tot nu.
Modernity/postmodernity
Moderniteit is het tijdperk van rede en wetenschap, postmoderniteit is twijfel aan universele waarheden.
Modernization theory
De aanname dat alle samenlevingen hetzelfde ontwikkelingspad volgen naar een westers model.
Discourse
De manier waarop taal en verhalen bepalen wat mensen als normaal beschouwen in een bepaalde context.
Rationality and Progress
De Verlichtingsgedachte dat de mens door rede en wetenschap steeds beter kan begrijpen.
Marxism
Marx’ theorie die stelt dat de geschiedenis wordt gedreven door klassenstrijd.
Estranged Labor
Het idee dat arbeiders vervreemd raken van hun werk omdat ze geen eigendom hebben.
Historical Materialism
De idee dat materiële omstandigheden de basis vormen van politieke en culturele structuren.
Technofeudalism
Varoufakis’ begrip voor het huidige systeem waar techbedrijven dominante macht hebben.
Cloud capital
De digitale infrastructuur van techbedrijven waarmee zij macht en winst genereren.
Dominion over Nature
De gedachte dat de mens de natuur mag beheersen, vaak gekoppeld aan religie en kapitalisme.
Ecofeminism
De theorie die de onderdrukking van vrouwen en de uitbuiting van de natuur als verwant beschouwt.
Abolition feminism
Feminisme dat onderdrukkende structuren zoals gevangenissen volledig wil afschaffen.
Epistemology
De vraag hoe we kennis verwerven en wat we kunnen weten.
Genealogy
Foucaults methode om te onderzoeken hoe ideeën historisch zijn ontstaan, als product van machtsrelaties.
Normative Gaze
De blik waarmee een dominante groep bepaalt wat normaal is en anderen beoordeelt.
Essentialization
Het reduceren van een groep mensen tot één onveranderlijke eigenschap.
Orientalism
De westerse neiging om 'het Oosten' te construeren als exotisch en inferieur.
Subaltern
Spivaks term voor mensen die zo gemarginaliseerd zijn dat ze geen stem hebben.
Worldsense vs. Worldview
Worldview is een rationeel kader, Worldsense is een meer lichamelijk begrip van de wereld.
Confucianism
Chinese filosofie die harmonie en respect voor hiërarchie en familierelaties centraal stelt.