1/126
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
European Parliament
Het Europees Parlement is het wetgevende orgaan van de EU. Het wordt elke vijf jaar rechtstreeks gekozen door de EU-burgers. Het heeft drie taken: 1) Wetgevend: het vaststellen van EU-wetten, samen met de Raad van de EU; 2) Toezicht: democratische controle op alle EU-instellingen; 3) Begrotingsbesluit: het vaststellen van de EU-begroting, samen met de Raad.
European Court of Justice
Het Hof van Justitie van de Europese Unie zorgt ervoor dat het EU recht op dezelfde manier wordt toegepast en geïnterpreteerd in alle lidstaten. Het behandelt geschillen tussen lidstaten, EU instellingen, bedrijven en burgers. Het Hof kan ook oordelen of nationale wetten in overeenstemming zijn met het EU recht en vormt zo een essentiële pijler van het Europese rechtssysteem.
Schengen agreement
Het Schengenakkoord is een overeenkomst tussen Europese landen waarbij de controles aan de binnengrenzen grotendeels zijn afgeschaft. Dit betekent dat burgers vrij kunnen reizen tussen deelnemende landen zonder paspoortcontrole. Tegelijkertijd werden de controles aan de buitengrenzen versterkt en werken landen nauwer samen op het vlak van politie en justitie.
1957 Treaty of Rome
Het Verdrag van Rome uit 1957 richtte de Europese Economische Gemeenschap (EEG) op en vormde een belangrijke stap in de Europese integratie. Het doel was om een gemeenschappelijke markt te creëren met vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen. Dit verdrag legde de basis voor de huidige Europese Unie.
EU Regulation
Een EU verordening is een wetgevingsinstrument dat automatisch en volledig bindend is in alle lidstaten zodra ze in werking treedt. Lidstaten moeten deze regels dus niet eerst omzetten in nationale wetgeving. Verordeningen zorgen voor uniforme regels in de hele Europese Unie.
EU Directive
Een EU richtlijn is een wetgevend instrument dat de lidstaten verplicht om een bepaald doel te bereiken, maar hen vrij laat in de keuze van hoe ze dat doen. Nationale overheden moeten de richtlijn omzetten in hun eigen wetgeving. Hierdoor kan er enige variatie zijn in de uitvoering tussen landen.
EU Recommendation
Een EU aanbeveling is een niet-bindend instrument waarmee de EU haar standpunt of advies geeft aan lidstaten. Ze verplicht landen niet om actie te ondernemen, maar kan wel richting geven aan beleid en samenwerking binnen de Unie.
Council of the EU
De Raad van de Europese Unie, vaak de Raad van Ministers genoemd, bestaat uit ministers van de lidstaten en vertegenwoordigt de nationale regeringen. De samenstelling wisselt afhankelijk van het onderwerp (bijvoorbeeld landbouw of economie). Samen met het Europees Parlement maakt de Raad wetten en keurt hij de EU begroting goed.
European Council
De Europese Raad bestaat uit de staatshoofden of regeringsleiders van de lidstaten, samen met de voorzitter van de Europese Raad en de voorzitter van de Europese Commissie. Deze instelling bepaalt de algemene politieke richting en prioriteiten van de EU, maar maakt zelf geen wetten. Ze speelt een belangrijke rol in het oplossen van grote politieke vraagstukken.
European Commission
De Europese Commissie is het uitvoerend orgaan van de EU en waakt over het algemeen belang van de Unie. Ze stelt nieuwe wetgeving voor, zorgt ervoor dat EU regels worden nageleefd en beheert de dagelijkse werking en het budget van de EU. Elke lidstaat levert één commissaris, maar zij handelen onafhankelijk van hun nationale regering.
Subsidiarity
Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat beslissingen in de EU zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen. De EU mag alleen optreden wanneer doelen niet voldoende bereikt kunnen worden door de lidstaten afzonderlijk en beter op Europees niveau kunnen worden aangepakt. Dit principe moet voorkomen dat de EU te veel macht centraliseert.
Treaty of Lisbon
Het Verdrag van Lissabon, dat in 2009 in werking trad, hervormde de structuur en werking van de Europese Unie. Het gaf het Europees Parlement meer macht, versterkte de rol van nationale parlementen en maakte de besluitvorming efficiënter. Ook werd de positie van de EU op het wereldtoneel versterkt.
Maastricht Treaty
Het Verdrag van Maastricht uit 1992 richtte officieel de Europese Unie op en breidde de samenwerking uit van economische naar ook politieke domeinen. Het introduceerde onder andere de Europese munt (de euro), het Europees burgerschap en versterkte de samenwerking op het vlak van buitenlands beleid en justitie.
Stability and Growth Pact
Het Stabiliteits- en Groeipact is een reeks regels bedoeld om de financiële stabiliteit van de EU te waarborgen, vooral binnen de eurozone. Het verplicht lidstaten om hun begrotingstekort en overheidsschuld binnen bepaalde grenzen te houden om economische crises te voorkomen en de euro stabiel te houden.
Four freedoms
De vier vrijheden vormen de kern van de interne markt van de EU en zorgen voor het vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen tussen de lidstaten. Deze vrijheden maken het mogelijk dat bedrijven en burgers zonder grote belemmeringen kunnen handelen, werken en leven in andere EU landen.
Single European Act
De Single European Act, die in 1986 werd ondertekend, was een belangrijke hervorming van de Europese Gemeenschappen met als doel de interne markt te voltooien. Het verdrag maakte het makkelijker om beslissingen te nemen door vaker met meerderheid te stemmen in plaats van unaniem, en legde de basis voor de volledige afschaffing van handelsbelemmeringen tussen lidstaten.
Single European Market
De Single European Market, ook wel de interne markt genoemd, is een economisch gebied binnen de EU waarin goederen, diensten, kapitaal en personen vrij kunnen circuleren zonder interne grenzen. Het doel is om economische groei te stimuleren en concurrentie te bevorderen door één grote markt te creëren.
Single Market
De Single Market is een andere benaming voor de interne markt van de EU en verwijst naar hetzelfde principe
Comparative advantage in trade
Comparatief voordeel in handel betekent dat landen zich specialiseren in de productie van goederen of diensten die ze relatief efficiënter kunnen produceren dan andere landen. Door zich te focussen op deze producten en te handelen met andere landen, kunnen alle partijen profiteren van lagere kosten en hogere efficiëntie.
Tariff
Een tarief is een belasting die wordt geheven op ingevoerde goederen. Het wordt gebruikt om binnenlandse industrieën te beschermen tegen buitenlandse concurrentie of om inkomsten voor de overheid te genereren. Tarieven maken geïmporteerde producten meestal duurder.
Non-tariff barrier
Een niet-tarifaire handelsbarrière is een beperking op handel die geen directe belasting is, zoals quota, productnormen, administratieve regels of vergunningen. Deze maatregelen kunnen de invoer van goederen bemoeilijken zonder dat er een echte belasting wordt geheven.
Maastricht rules
De Maastrichtregels zijn economische criteria die landen moesten naleven om de euro te kunnen invoeren. Ze bepalen onder andere dat het begrotingstekort niet hoger mag zijn dan 3% van het bbp en de overheidsschuld niet meer dan 60% van het bbp mag bedragen. Deze regels moesten zorgen voor stabiliteit binnen de eurozone.
Stability and Growth Pact
Het Stabiliteits- en Groeipact bouwt voort op de Maastrichtcriteria en verplicht lidstaten van de eurozone om hun overheidsfinanciën gezond te houden. Het houdt toezicht op begrotingstekorten en schulden en kan sancties opleggen aan landen die de afgesproken regels niet respecteren.
ECB
De Europese Centrale Bank is de centrale bank van de eurozone en verantwoordelijk voor het monetaire beleid van de landen die de euro gebruiken. Haar belangrijkste doel is prijsstabiliteit, wat betekent dat ze de inflatie laag en stabiel wil houden. Ze bepaalt onder andere de rentevoeten en controleert de geldhoeveelheid.
Optimal Currency Area
Een optimale valutazone is een gebied waarin het economisch voordelig is om één gemeenschappelijke munt te gebruiken. Dit is het geval wanneer landen voldoende op elkaar lijken economisch, er sterke economische banden of mobiliteit is, zodat economische schokken kunnen worden opgevangen.
NextGeneration EU
NextGeneration EU is een groot Europees herstelfonds dat werd opgericht na de COVID 19 crisis om de economieën van lidstaten te ondersteunen. Het investeert in digitale transformatie, groene energie en economische hervormingen, met als doel een duurzamer en sterker Europa op te bouwen.
SURE
SURE is een tijdelijk Europees programma dat lidstaten financiële steun geeft om werkgelegenheid te beschermen tijdens crisissen, zoals de COVID 19 pandemie. Het helpt landen om maatregelen te financieren zoals tijdelijke werkloosheidssystemen en loonsteun voor werknemers.
Decommodification
Decommodificatie verwijst naar de mate waarin mensen hun leven kunnen leiden zonder volledig afhankelijk te zijn van de markt. In een sterk gedecommodificeerd systeem zorgen sociale voorzieningen, zoals uitkeringen en publieke diensten, ervoor dat basisbehoeften worden gedekt zonder dat men deze op de markt moet kopen.
Stratification
Stratificatie betekent de verdeling van mensen in verschillende sociale lagen of klassen binnen een samenleving. In de context van welvaartsstaten verwijst het naar hoe beleid ongelijkheden kan verminderen of juist versterken tussen verschillende groepen.
EU-SILC (EU Statistics on Income and Living Conditions)
EU SILC is een statistisch onderzoeksprogramma van de Europese Unie dat gegevens verzamelt over inkomen, armoede en levensomstandigheden van burgers in de lidstaten. Deze data wordt gebruikt om sociale en economische beleidsmaatregelen te analyseren en te verbeteren.
EU-LFS (EU Labour Force Survey)
De EU Labour Force Survey is een grootschalig statistisch onderzoek dat in alle EU lidstaten wordt uitgevoerd om gegevens te verzamelen over de arbeidsmarkt. Het meet onder andere werkgelegenheid, werkloosheid en deelname aan de arbeidsmarkt, en wordt gebruikt om trends te analyseren en beleid rond werk en economie te ondersteunen.
Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD)
De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling is een internationale organisatie van voornamelijk welvarende landen die samenwerken om economische groei, handel en welzijn te bevorderen. De OESO verzamelt data, doet onderzoek en geeft beleidsaanbevelingen op domeinen zoals economie, onderwijs en werkgelegenheid.
Residual vs institutional conception of welfare state
Dit onderscheid beschrijft twee manieren om naar de welvaartsstaat te kijken. In de residuele visie grijpt de staat alleen in wanneer de markt en het gezin falen, waardoor sociale hulp beperkt en tijdelijk is. In de institutionele visie speelt de staat een actieve en permanente rol in het garanderen van welzijn, met uitgebreide sociale voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn.
Welfare state (definition by Briggs)
Volgens Briggs is de welvaartsstaat een systeem waarin de overheid bewust ingrijpt om het welzijn van burgers te verbeteren. Dit gebeurt door armoede te bestrijden, sociale zekerheid te bieden en toegang tot basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg en onderwijs te garanderen.
Social Policy (by Herman Deleeck)
Volgens Herman Deleeck verwijst sociaal beleid naar alle maatregelen van de overheid die gericht zijn op het verbeteren van het welzijn en de levensomstandigheden van burgers. Dit omvat onder andere inkomensherverdeling, sociale zekerheid en voorzieningen zoals onderwijs en gezondheidszorg.
At-Risk-of-Poverty Threshold (AROP Threshold)
De AROP-drempel is de inkomensgrens waaronder mensen als risico-op-armoede worden beschouwd. Deze wordt meestal vastgesteld op 60% van het mediane nationale inkomen, waardoor het een relatieve maatstaf is die verschilt per land.
At-Risk-of-Poverty Rate (AROP)
De AROP geeft het percentage van de bevolking weer dat onder de armoederisicodrempel leeft. Het is dus een maat voor hoeveel mensen een relatief laag inkomen hebben in vergelijking met de rest van de samenleving.
Minimum Income Schemes
Minimuminkomensregelingen zijn sociale uitkeringen die een basisinkomen garanderen voor mensen die niet voldoende verdienen om in hun levensonderhoud te voorzien. Ze dienen als vangnet om extreme armoede te voorkomen en sociale inclusie te bevorderen.
Severe Material and Social Deprivation Rate
Dit is een indicator die meet hoeveel mensen zich bepaalde basisgoederen en activiteiten niet kunnen veroorloven, zoals het betalen van rekeningen, voldoende verwarming of deelname aan sociale activiteiten. Het geeft een concreet beeld van materiële en sociale armoede.
People Living in Households with Very Low Work Intensity
Deze indicator verwijst naar mensen die in huishoudens wonen waar volwassenen zeer weinig werken in verhouding tot hun potentieel. Dit wordt berekend op basis van het aantal gewerkte uren en wijst op een verhoogd risico op armoede en sociale uitsluiting.
At Risk of Poverty or Social Exclusion (AROPE)
AROPE is een samengestelde indicator die drie dimensies combineert. Het telt mensen die ofwel een armoederisico lopen, of ernstig materieel gedepriveerd zijn, of in een huishouden met zeer lage werkintensiteit wonen.
Absolute vs relative poverty
Absolute armoede verwijst naar een situatie waarin mensen niet kunnen voorzien in basisbehoeften zoals voedsel, huisvesting en kleding, ongeacht de context. Relatieve armoede daarentegen wordt bepaald in vergelijking met de levensstandaard in een samenleving en meet ongelijkheid.
Decommodification
Decommodificatie verwijst naar de mate waarin mensen niet afhankelijk zijn van de markt om in hun basisbehoeften te voorzien. In een sterk gedecommodificeerde welvaartsstaat krijgen burgers toegang tot inkomen en diensten zonder volledig afhankelijk te zijn van arbeid of marktinkomsten.
Upward Convergence
Opwaartse convergentie betekent dat de welvaart, inkomens en sociale bescherming in arme landen verbeteren richting het niveau van de rijkere landen. Landen groeien dus naar elkaar toe op een hoger niveau van levenstandaard en sociale bescherming, met als doel om verschillen te verkleinen door minder ontwikkelede regio's sneller te laten groeien.
Social Dumping
Social dumping verwijst naar situaties waarin bedrijven of landen lagere sociale normen of arbeidsvoorwaarden gebruiken om concurrentievoordeel te behalen. Dit kan leiden tot slechtere arbeidsomstandigheden en druk op lonen in andere landen.
Automatic Stabilizer
Automatische stabilisatoren zijn mechanismen binnen de economie, zoals belastingen en sociale uitkeringen, die vanzelf de economische schommelingen dempen zonder dat de overheid actief moet ingrijpen. In tijden van recessie zorgen bijvoorbeeld werkloosheidsuitkeringen voor steun aan inkomens, terwijl in periodes van groei hogere belastinginkomsten de economie afremmen. (Het hoofddoel is om de uitschieters van de economie – zowel diepe dalen als extreme pieken – af te vlakken)
Europe 2020
Europe 2020 was een strategie van de Europese Unie die liep van 2010 tot 2020 en gericht was op slimme, duurzame en inclusieve groei. Ze stelde concrete doelstellingen voor op het gebied van werkgelegenheid, innovatie, onderwijs, armoedebestrijding en klimaatbeleid, om de Europese economie sterker en competitiever te maken.
Employment rate
De werkgelegenheidsgraad geeft het percentage weer van de bevolking op arbeidsleeftijd dat effectief een job heeft. Het is een belangrijke indicator om te meten hoe goed een economie erin slaagt jobs te creëren.
Unemployment rate
De werkloosheidsgraad is het percentage van de actieve beroepsbevolking dat geen werk heeft maar wel actief op zoek is naar een job. Deze maatstaf helpt om de gezondheid van de arbeidsmarkt te beoordelen.
Long-term unemployment rate
De langdurige werkloosheidsgraad meet het aandeel van mensen dat voor een langere periode, meestal langer dan 12 maanden, werkloos is. Dit is belangrijk omdat langdurige werkloosheid vaak moeilijker te doorbreken is en grotere sociale gevolgen heeft.
Households with very low-work intensity
Dit zijn huishoudens waarin de volwassenen zeer weinig werken in verhouding tot hun arbeidspotentieel. Het wordt vaak gebruikt als indicator voor sociale kwetsbaarheid, omdat een lage werkintensiteit samenhangt met een hoger risico op armoede.
Coordination of social security systems
Dit verwijst naar de samenwerking tussen EU lidstaten om ervoor te zorgen dat sociale zekerheidsrechten, zoals pensioenen of werkloosheidsuitkeringen, behouden blijven wanneer mensen zich binnen de EU verplaatsen. Het doel is om mobiliteit te vergemakkelijken zonder dat burgers sociale rechten verliezen.
Social acquis
Het sociaal acquis is het geheel van Europese regels, wetten en afspraken op het gebied van sociaal beleid en arbeidsrechten. Het vormt een gemeenschappelijke basis die lidstaten moeten respecteren en bestaat onder meer uit richtlijnen over arbeidsomstandigheden, gelijke behandeling en sociale bescherming.
Social subsidiarity
Sociale subsidiariteit betekent dat sociaal beleid zoveel mogelijk op nationaal of lokaal niveau wordt geregeld, tenzij het effectiever is om op Europees niveau in te grijpen. Het benadrukt dat lidstaten de belangrijkste verantwoordelijkheid behouden voor hun sociale systemen.
QMV (qualified majority voting)
Gekwalificeerde meerderheid is een stemsysteem waarbij een besluit wordt aangenomen als een bepaald aantal lidstaten en percentage van de bevolking voorstemt. Er is dus geen unanimiteit vereist, en nationale veto's zijn dus op veel gebieden (behalve bijvoorbeeld belastingen) afgeschaft.
Fiscal federalism
Fiscal federalisme is een systeem waarbij een centraal bestuur (zoals de EU) de macht heeft om belastingen te heffen en die middelen vervolgens herverdeelt tussen verschillende regio’s of lidstaten. Het doel hiervan is om economische risico's te delen: landen of regio's die het financieel zwaar hebben, ontvangen dan steun van gebieden met een overschot.
(Op dit moment is er in de EU slechts in zeer beperkte mate sprake van fiscaal federalisme. De EU-begroting bedraagt slechts ongeveer 1% van het gezamenlijke BBP, terwijl nationale begrotingen gemiddeld 49% van het BBP beslaan.)
Negative integration
Negatieve integratie houdt in dat bestaande belemmeringen voor handel en economische activiteit tussen lidstaten worden afgeschaft. Bijvoorbeeld door het verwijderen van invoerrechten en quota. Het richt zich dus op het wegnemen van obstakels / barrières voor marktwerking.
Positive integration
Positieve integratie gaat een stap verder en houdt in dat er gemeenschappelijke Europese regels en beleidsmaatregelen worden ingevoerd om markten te harmoniseren, zoals gemeenschappelijke normen voor producten of arbeidsvoorwaarden (sociale bescherming).
Homeland principle
Er zijn twee manieren om te bepalen welke sociale regels en belastingen gelden voor iemand ie in het buitenland werkt.
Bij het Homeland Principle (Herkomstland-principe), blijf je (ondanks je tijdelijk in een ander land werkt) officieel verbonden aan het sociale zekerheidssysteem van je eigen land (het thuisland).
Het word toegepast bij detachering (posting), waarbij een bedrijf personeel tijdelijk naar een andere lidstaat stuurt om een dienst te verlenen. De werkgever betaalt de sociale bijdragen in de lidstaat van herkomst, wat bedrijven uit landen met lagere lasten een aanzienlijk kostenvoordeel kan geven bij het aanbieden van hun diensten over de grens.
Workland principle
Er zijn twee manieren om te bepalen welke sociale regels en belastingen gelden voor iemand die in het buitenland werkt.
Bij het workland-principe val je als werknemer volledig onder de wetgeving en het sociale zekerheidssysteem van het land waar je de arbeid daadwerkelijk verricht. Hierdoor heb je recht op precies hetzelfde loon, dezelfde arbeidsvoorwaarden en dezelfde sociale bescherming als de lokale werknemers in dat gastland. Dit waarborgt een gelijke behandeling op de werkvloer en zorgt ervoor dat mobiele burgers volledig integreren in de lokale arbeidsmarkt van het land waar zij verblijven.
Aggregation of periods
Aggregatie van periodes betekent dat wanneer een persoon in verschillende EU lidstaten heeft gewerkt of gewoond, deze periodes worden samengeteld om te bepalen of hij of zij recht heeft op sociale uitkeringen, zoals pensioen of werkloosheidsuitkeringen. Dit principe zorgt ervoor dat mobiele EU burgers geen rechten verliezen doordat hun loopbaan over meerdere landen verspreid is.
Exportability of benefits
Exporteerbaarheid van uitkeringen houdt in dat bepaalde sociale uitkeringen, zoals pensioenen, kunnen worden behouden wanneer iemand naar een andere EU lidstaat verhuist. Dit ondersteunt het vrije verkeer van personen, omdat mensen hun opgebouwde rechten niet verliezen wanneer ze zich verplaatsen.
Frontex
Frontex is het Europees grens- en kustwachtagentschap dat de lidstaten ondersteunt bij het beheer van de buitengrenzen van de EU. Het coördineert gezamenlijke operaties, helpt bij grensbewaking en speelt ook een rol bij terugkeeroperaties van migranten zonder verblijfsrecht.
Schengen Agreement
Het Schengenakkoord is een overeenkomst tussen Europese landen om de controles aan de binnengrenzen af te schaffen, waardoor vrij reizen mogelijk wordt. Tegelijkertijd versterken lidstaten de controle aan de buitengrenzen en werken ze samen op het vlak van veiligheid en migratie.
Labour shortages
Arbeidstekorten ontstaan wanneer er in bepaalde sectoren of regio’s in de EU onvoldoende arbeidskrachten beschikbaar zijn om openstaande jobs te vullen. Dit kan economische groei afremmen en leidt vaak tot beleidsmaatregelen om mobiliteit of migratie van werknemers te stimuleren.
Population ageing
Vergrijzing van de bevolking verwijst naar het stijgende aandeel oudere mensen in de Europese samenleving, voornamelijk door lagere geboortecijfers en een hogere levensverwachting. Dit legt druk op sociale systemen zoals pensioenen en gezondheidszorg.
Old-age dependency ratio
De ouderdomsafhankelijkheidsratio geeft de verhouding weer tussen het aantal ouderen (meestal 65+) en de werkende bevolking. Een hoge ratio betekent dat relatief minder werkenden de kosten van pensioenen en zorg moeten dragen.
Salience
Salience verwijst naar de mate waarin een bepaald politiek of sociaal thema belangrijk en zichtbaar is voor het publiek en beleidsmakers binnen de EU. Hoe hoger de aandacht, hoe groter de kans dat het onderwerp op de Europese agenda komt.
Youth drain
Youth drain beschrijft de migratie van jonge mensen uit bepaalde regio’s of landen van de EU naar andere gebieden met betere kansen op werk, onderwijs of levenskwaliteit. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de regio’s die jongeren verliezen.
Brain drain
Braindrain is een specifieke vorm van migratie waarbij hoogopgeleide of sterk gekwalificeerde werknemers hun land verlaten om elders in de EU of daarbuiten te werken. Dit kan leiden tot een verlies aan kennis en talent in de herkomstlanden.
Remittances
Remittances zijn geldtransfers die migranten sturen naar hun familie of gemeenschap in hun land van herkomst. Binnen Europa spelen deze geldstromen een belangrijke rol in de economie van sommige lidstaten.
Posting
Posting verwijst naar de situatie waarin een bedrijf werknemers tijdelijk naar een andere EU lidstaat stuurt om daar diensten te verrichten. De werknemer blijft meestal in dienst van het bedrijf in het thuisland.
Posted worker
Een gedetacheerde werknemer is iemand die tijdelijk in een andere EU lidstaat werkt in het kader van dienstverlening, maar nog steeds verbonden blijft met zijn werkgever in het land van oorsprong. Zijn arbeidsvoorwaarden worden deels geregeld door EU regels.
Free movement of services
Het vrij verkeer van diensten is een van de vier vrijheden van de EU en maakt het mogelijk dat bedrijven diensten aanbieden in andere lidstaten zonder onnodige beperkingen. Dit bevordert concurrentie en economische integratie.
Posting of Workers Directive (1996 and 2018 revision)
Deze richtlijn regelt de rechten en arbeidsvoorwaarden van gedetacheerde werknemers in de EU. De oorspronkelijke versie uit 1996 stelde minimumnormen vast, terwijl de herziening van 2018 het principe van “gelijke beloning voor gelijk werk op dezelfde plaats” versterkte om eerlijke concurrentie te bevorderen.
Equal pay for equal work
Dit principe betekent dat werknemers die hetzelfde werk doen onder dezelfde omstandigheden in de EU recht hebben op gelijke beloning, ongeacht hun nationaliteit of herkomst. Het is belangrijk om sociale dumping tegen te gaan.
European Labour Authority (ELA)
De European Labour Authority (ELA) is een EU-orgaan dat in 2019 is opgericht om eerlijke arbeidsmobiliteit binnen de Unie te ondersteunen. Het helpt lidstaten bij het correct toepassen en handhaven van Europese regels voor het vrij verkeer van werknemers, detachering en sociale zekerheid.
Omdat de controle op grensoverschrijdend werk in de praktijk complex is, faciliteert de ELA de samenwerking tussen nationale autoriteiten (bijvoorbeeld via gezamenlijke inspecties), bemiddelt het bij geschillen tussen landen en ondersteunt het de strijd tegen zwartwerk
Ohlin Doctrine
De Ohlin-doctrine stelt dat elk land zicht moet specialiseren in het maken van producten waarvoor zij relatief de meeste middelen (zoals grondstoffen, arbeiders, machines) hebben. Door deze logica te volgen, kan elk land datgene maken wat zij het goedkoopste en het best kunnen. Volgens theorie haalt iedereen hier voordeel uit: door de internationale handel en specialisatie worden producten goedkoper en stijgt de welvaart in alle deelnemende landen.
European Social Fund
Het Europees Sociaal Fonds is een van de belangrijkste financiële instrumenten van de EU om werkgelegenheid en sociale inclusie te bevorderen. Het investeert in opleiding, jobkansen en ondersteuning van kwetsbare groepen.
Economic and monetary union
De Economische en Monetaire Unie (EMU) is de samenwerking binnen de EU waarbij lidstaten hun economisch beleid coördineren en, voor de eurozone, een gemeenschappelijke munt gebruiken. Het omvat onder andere een gemeenschappelijk monetair beleid via de Europese Centrale Bank en afspraken over begrotingsdiscipline.
Lisbon agenda
De Lissabonagenda was een strategie van de Europese Unie die in 2000 werd gelanceerd met als doel om van de EU tegen 2010 de meest competitieve en dynamische kenniseconomie ter wereld te maken. Daarbij lag de nadruk op economische groei, meer en betere jobs en sociale cohesie, onder meer via investeringen in innovatie, onderwijs en werkgelegenheid.
Social convergence strategy
De sociale convergentiestrategie verwijst naar inspanningen binnen de EU om de sociale omstandigheden en levensstandaarden van lidstaten dichter bij elkaar te brengen. Het doel is om opwaartse convergentie te bevorderen, zodat landen met lagere sociale bescherming geleidelijk verbeteren en ongelijkheden tussen lidstaten verminderen.
Open method of coordination
De open coördinatiemethode is een vorm van samenwerking binnen de EU waarbij lidstaten hun beleid op vrijwillige basis afstemmen zonder bindende wetgeving. Dit gebeurt via richtsnoeren, indicatoren en uitwisseling van best practices, vooral in domeinen zoals sociaal beleid en werkgelegenheid.
European Semester
Het Europees Semester is een jaarlijkse cyclus waarin de EU het economisch en sociaal beleid van de lidstaten coördineert en opvolgt. De Europese Commissie analyseert nationale plannen en geeft aanbevelingen om economische stabiliteit, groei en sociale vooruitgang te bevorderen.
European pillar of social rights
De Europese pijler van sociale rechten is een kader van principes en rechten dat in 2017 werd ingevoerd om eerlijke arbeidsmarkten en sociale bescherming te versterken. Het bevat richtlijnen over gelijke kansen, arbeidsvoorwaarden en sociale inclusie binnen de EU.
International migrant
Een internationale migrant is een persoon die zijn of haar land van herkomst verlaat om zich tijdelijk of permanent in een ander land te vestigen. Binnen de EU kan dit zowel migratie tussen lidstaten als van buiten de EU zijn.
Third Country Nationals
Derdelanders zijn personen die geen burger zijn van een EU lidstaat. Ze vallen onder specifieke regels voor toegang, verblijf en werk binnen de Europese Unie.
Residence permit
Een verblijfsvergunning is een officieel document dat een persoon, vaak een derdelander, het recht geeft om legaal in een EU lidstaat te wonen voor een bepaalde periode en onder bepaalde voorwaarden.
Labour migration
Arbeidsmigratie verwijst naar de verplaatsing van mensen naar een ander land met het doel om er te werken. In de EU kan dit zowel vrij verkeer van EU burgers zijn als gereguleerde migratie van derdelanders.
Guest workers
Gastarbeiders zijn buitenlandse werknemers die tijdelijk in een land worden toegelaten om arbeid te verrichten, vaak via specifieke programma’s. In Europa waren ze vooral belangrijk in de naoorlogse periode om arbeidstekorten op te vangen.
Bilateral agreements
Bilaterale akkoorden zijn overeenkomsten tussen twee landen, bijvoorbeeld over arbeidsmigratie of sociale zekerheid. Binnen Europa werden dergelijke akkoorden vaak gebruikt om de instroom en bescherming van gastarbeiders te regelen.
Family migration
Gezinsmigratie verwijst naar het recht van migranten om hun familieleden te laten overkomen naar het land waar ze verblijven. Binnen de EU wordt dit gereguleerd om gezinshereniging mogelijk te maken onder bepaalde voorwaarden.
Irregular migration
Irreguliere migratie omvat het binnenkomen of verblijven in een land zonder geldige vergunning of in strijd met de immigratieregels. Dit vormt een belangrijk beleidsdomein binnen de EU.
Regularisation
Regularisatie is het proces waarbij mensen zonder legale verblijfsstatus alsnog een verblijfsvergunning krijgen, vaak op basis van humanitaire of sociale redenen. Dit kan hen toegang geven tot rechten en bescherming.
Asylum seeker
Een asielzoeker is een persoon die internationale bescherming aanvraagt in een EU lidstaat, omdat hij of zij vreest voor vervolging of gevaar in het land van herkomst. De aanvraag moet nog worden beoordeeld.
Bogus asylum seeker
Een zogenaamde “valse” asielzoeker verwijst naar iemand die asiel aanvraagt zonder volgens de autoriteiten een geldige reden te hebben voor internationale bescherming. Dit is een controversiële term, omdat het oordeel hierover pas na een procedure kan worden vastgesteld.
Refugee
Een vluchteling is iemand die volgens internationale en Europese regels erkend wordt als persoon die bescherming nodig heeft omdat hij of zij gevaar loopt in het land van herkomst, bijvoorbeeld door oorlog of vervolging.
1951 Geneva Convention
De Conventie van Genève van 1951 is een internationaal verdrag dat de definitie van een vluchteling vastlegt en rechten en bescherming garandeert. Het vormt de basis voor het asielbeleid binnen de EU.
Dublin Regulation
De Dublinverordening bepaalt welke EU lidstaat verantwoordelijk is voor het behandelen van een asielaanvraag. In de meeste gevallen is dit het eerste land waar de asielzoeker de EU binnenkomt, om te voorkomen dat aanvragen in meerdere landen tegelijk worden ingediend.
Temporary protection
Tijdelijke bescherming is een noodmechanisme binnen de EU dat wordt geactiveerd bij een massale toestroom van vluchtelingen, zoals bij oorlogen. Het geeft ontheemden onmiddellijk bescherming, toegang tot verblijf, werk en basisvoorzieningen zonder dat ze eerst een volledige asielprocedure moeten doorlopen.