H8: Waarom doen die dat?

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/28

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:37 PM on 5/5/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

29 Terms

1
New cards

attributietheorie

psychologische theorie over hoe mensen causale attributies maken

  • hoe eigen gedrag & dat van anderen verklaren

  • waar successen en mislukkingen aan toekennen

2
New cards

interne attributie

gedrag toeschrijven aan persoon zelf

3
New cards

externe attributie

gedrag toeschrijven aan situatie die gedrag heeft uitgelokt

4
New cards

Fritz Heider

alle mensen zijn amateur psychologen

mensen zoeken steeds naar redelijke verklaringen van gedrag

5
New cards

Karney & Bradbury

toeschrijven van gedrag aan interne of externe oorzaken: partnerrelaties

6
New cards

tevreden partners

  • intern voor positieve gedragingen

  • extern voor negatieve gedragingen

7
New cards

ongelukkige partners

  • extern voor positieve gedragingen

  • intern voor negatieve gedragingen

8
New cards

Harold Kelley

normatieve attributietheorie: covariatiemodel

9
New cards

covariatiemodel

drie mogelijke oorzaken van gedrag: persoon, situatie en moment

mensen zoeken systematisch met alle beschikbare informatie naar de oorzaak van gedrag

10
New cards

consistentie

gedraagt deze persoon zich steeds op deze manier?

11
New cards

consensus

gedragen anderen zich ook zo in deze situatie?

12
New cards

kenmerkendheid

lokken andere situaties (bij deze persoon) hetzelfde gedrag uit of is het gedrag kenmerkend voor dit moment?

13
New cards

covariatiemodel

mensen maken attributies op een logische, rationele manier

14
New cards

Milgram

gebrek aan consensus

gedetailleerde beschrijving, toch veel persoonsattributies

15
New cards

Nisbett & Borgida

gebrek aan consensus

wel gebruik van consistentie- en kenmerkendheidsinformatie

systematisch te weinig gebruik van consensus-informatie

16
New cards

Taylor & Fiske

opvallendheid

het lijkt alsof de persoon die ‘het meest in beeld was’, het gesprek stuurt

17
New cards

Taylor, Fiske, Close, Anderson & Ruderman

huidskleur als opvallend kenmerk

18
New cards

fundamentele attributiefout

onderschatting situationele invloed (gebrek consensusinformatie)

19
New cards

Jones & Harris

ppn lezen tekst, moeten standpunt vd auteur beoordelen

20
New cards

Pietromonacco & Nisbett

situatie onderschat, zelfs met weet van consensusinformatie

21
New cards

culturele verschillen in attributie

Amerikaanse & Europese cultuur:

  • individuele autonomie centraal

  • gedrag gevolg van persoonsspecifieke motieven en trekken

Oost-Aziatische culturen

  • belang van de groep

  • individu ontleent ‘zelf’-gevoel aan sociale groep waartoe zijn behoort

22
New cards

Miller

oorzaken gedrag van vrienden

  • Amerikaanse ppn: meer dispotionele verklaringen

  • Indische ppn: leer situationele verklaringen

23
New cards

Kitayama & Masuda

essay schrijven

eerst vanuit gedwongen standpunt, dan standpunt zelf kiezen

Amerikanen maken meer attributiefouten dan Aziaten

24
New cards

het verschil tussen actor en observator

actor en observator verschillende figuur-achtergrondperspectief

actor meer informatie over zichzelf

25
New cards

Nisbett, Caputo, Legant & Marecek

gem 2x meer situationele verklaringen voor eigen keuzes, dan voor deze van beste vriend

26
New cards

Storms

visuele oriëntatie

perspectief & gedrag beïnvloeden perceptie

27
New cards

Plous & Zimbardo

aan 3 groepen (psychoanalisten, gedragstherapeuten en controlegroep) verklaring vragen voor probleem (slecht slapen) bij 3 mensen (zichzelf, beste vriend en cliënt)

geven allemaal vanuit eigen blik een ander antwoord

28
New cards

Lau & Russel

analyse verklaringen beroepssporters & coaches

80% interne attributie bij winst

29
New cards

Mezulis et al.

neiging tot zelfdienende attributies niet overal even sterk