Kaarten: Begrippenlijst sociale psychologie | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/265

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:31 PM on 6/5/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

266 Terms

1
New cards

Twenty Statements Test

Methode waarbij mensen zichzelf beschrijven met "Ik ben..."-zinnen.

2
New cards

Sociometertheorie

Theorie dat zelfwaardering een indicator is van sociale acceptatie.

3
New cards

Prisoner's Dilemma

Situatie waarin rationele individuele keuzes leiden tot een slechter groepsresultaat.

4
New cards

Sociale invloed

Effect dat anderen hebben op onze gedachten, gevoelens en gedrag, vaak onbewust.

5
New cards

Sociologie

Studie van gedrag van groepen en maatschappelijke structuren. Complementair met soicale psychologie

6
New cards

Empirische wetenschap

Wetenschap gebaseerd op systematische observatie en onderzoek.

7
New cards

Situationisme

Opvatting dat gedrag sterk bepaald wordt door de situatie en context.

8
New cards

Correlatiecoëfficiënt (r)

Getal tussen -1 en +1 dat sterkte en richting van een verband aangeeft.

9
New cards

Externe validiteit

Mate waarin resultaten generaliseerbaar zijn naar andere situaties.

10
New cards

Individualistische cultuur

Cultuur met focus op individu en persoonlijke doelen.

11
New cards

Muzafer Sherif

Onderzoeker die conformiteit in ambigue situaties bestudeerde.

12
New cards

Uniprocesmodel

Theorie die stelt dat meerderheid en minderheid via dezelfde mechanismen werken.

13
New cards

Realistic conflict theory

Theorie dat conflicten ontstaan door competitie om schaarse middelen.

14
New cards

Stanley Milgram

Onderzoeker die gehoorzaamheid aan autoriteit bestudeerde.

15
New cards

Tegenattitudinaal gedrag

Gedrag dat ingaat tegen de eigen overtuigingen.

16
New cards

Confirmation bias

Voorkeur voor informatie die bestaande overtuigingen bevestigt.

17
New cards

Sunk cost fallacy

Blijven investeren omdat er al veel geïnvesteerd werd.

18
New cards

Cross-race effect

Moeilijkheid om gezichten van andere etnische groepen te herkennen.

19
New cards

Affiniteitsbias

Voorkeur voor mensen die op ons lijken.

20
New cards

Confirmatievertekening (confirmation bias)

Zoeken naar informatie die bestaande overtuigingen bevestigt.

21
New cards

Gecontroleerde processen

Bewuste poging om stereotypen te corrigeren.

22
New cards

Socialisatie

Proces waarbij normen en waarden worden aangeleerd.

23
New cards

Alice Eagly - Sociale rollentheorie

Theorie dat genderverschillen voortkomen uit sociale rollen.

24
New cards

Stereotype threat

Slechter presteren uit angst een stereotype te bevestigen.

25
New cards

Zelfbewustzijn

Aandacht voor eigen gedachten, gevoelens en gedrag.

26
New cards

Vlekkentest

Test om zelfherkenning te meten.

27
New cards

Sociale vergelijkingstheorie

Theorie dat mensen zichzelf evalueren door zich met anderen te vergelijken.

28
New cards

Kwetsbare zelfwaardering

Hoge expliciete maar lage impliciete zelfwaardering.

29
New cards

Zelfverbeteringsmotief (self-improvement)

Wens om jezelf te ontwikkelen.

30
New cards

Humblebragging

Opscheppen vermomd als bescheidenheid.

31
New cards

Rolconflict

Tegenstrijdige verwachtingen vanuit verschillende rollen.

32
New cards

Groepscohesie

Mate van verbondenheid binnen een groep.

33
New cards

Disjunctieve taak

Beste individuele prestatie bepaalt het groepsresultaat.

34
New cards

Gelijkheid (equality)

Iedereen krijgt evenveel.

35
New cards

Deep-level diversity

Verschillen in kennis, waarden en perspectieven.

36
New cards

Socio-economische status (SES)

Sociale positie gebaseerd op inkomen, opleiding en beroep.

37
New cards

Lawrence Kohlberg

Onderzoeker van morele ontwikkeling.

38
New cards

Morele identiteit

Mate waarin moraliteit deel uitmaakt van het zelfbeeld.

39
New cards

Emotionele agressie

Agressie vanuit woede of frustratie.

40
New cards

Zelfrapportering

Zelf informatie geven over eigen gedrag.

41
New cards

Neo-associatietheorie

Theorie dat negatieve prikkels agressieve associaties activeren.

42
New cards

Sociale psychologie

Wetenschappelijke studie van hoe gedachten, gevoelens en gedrag beïnvloed worden door de werkelijke of ingebeelde aanwezigheid van anderen.

43
New cards

Stanford Prison Experiment

Experiment dat toont hoe sociale rollen en macht gedrag kunnen beïnvloeden.

44
New cards

Dehumanisering

Proces waarbij mensen hun individualiteit verliezen.

45
New cards

Rolontwikkeling

Mensen gaan zich gedragen volgens de rol die ze krijgen.

46
New cards

Banaliteit van het kwaad

Idee dat gewone mensen onder bepaalde omstandigheden slechte daden kunnen stellen.

47
New cards

Hypothese

Een toetsbare voorspelling of verwachting.

48
New cards

Variabele

Een kenmerk dat kan veranderen.

49
New cards

Conceptuele variabele

Abstract begrip dat onderzocht wordt.

50
New cards

Operationele variabele

Concrete meting van een conceptueel begrip.

51
New cards

Operationaliseren

Omzetten van een abstract begrip naar een meetbare variabele.

52
New cards

Zelfrapportage (zelfbeschrijving)

Methode waarbij deelnemers zelf antwoorden geven op vragen.

53
New cards

Likertschaal

Antwoordschaal van bijvoorbeeld 'helemaal oneens' tot 'helemaal eens'.

54
New cards

Sociale wenselijkheid

Neiging om sociaal aanvaardbare antwoorden te geven.

55
New cards

Instemmingstendens

Neiging om vaker akkoord te gaan of 'ja' te antwoorden.

56
New cards

Observatie

Gedrag systematisch waarnemen.

57
New cards

Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid

Mate waarin verschillende observatoren hetzelfde gedrag op dezelfde manier beoordelen.

58
New cards

Interne consistentie

Mate waarin meerdere vragen hetzelfde concept meten.

59
New cards

Beschrijvend onderzoek

Onderzoek dat gedrag beschrijft.

60
New cards

Correlationeel onderzoek

Onderzoek dat verbanden tussen variabelen onderzoekt.

61
New cards

Experimenteel onderzoek

Onderzoek dat oorzaak-gevolgrelaties test door variabelen te manipuleren.

62
New cards

Correlatie

Samenhang tussen twee variabelen.

63
New cards

Correlatie ≠ causatie

Een verband betekent niet dat het ene het andere veroorzaakt.

64
New cards

Meta-analyse

Studie die resultaten van meerdere onderzoeken combineert.

65
New cards

Onafhankelijke variabele (OV)

Variabele die door de onderzoeker gemanipuleerd wordt.

66
New cards

Afhankelijke variabele (AV)

Variabele die gemeten wordt als effect.

67
New cards

Randomisatie

Toevallige toewijzing van deelnemers aan groepen.

68
New cards

Standaardisatie

Alle omstandigheden gelijk houden behalve de onafhankelijke variabele.

69
New cards

Controlegroep

Groep zonder manipulatie die dient als vergelijking.

70
New cards

Interne validiteit

Mate waarin men zeker is dat de OV de AV veroorzaakt.

71
New cards

Culturele specificiteit

Het idee dat resultaten kunnen verschillen tussen culturen.

72
New cards

Collectivistische cultuur

Cultuur met focus op groep en sociale harmonie.

73
New cards

Crosscultureel onderzoek

Onderzoek over verschillende culturen heen.

74
New cards

Sociale beïnvloeding

Proces waarbij gedachten, gevoelens of gedrag veranderen door invloed van anderen.

75
New cards

Sociale normering

Ontstaan van gedeelde normen binnen een groep.

76
New cards

Imitatie (mimicry & modeling)

Automatisch nadoen van gedrag van anderen.

77
New cards

Kameleoneffect

Onbewust kopiëren van houding, mimiek en gedrag van anderen.

78
New cards

Sociaal leren

Leren door observatie van anderen.

79
New cards

Albert Bandura

Psycholoog die aantoonde dat gedrag aangeleerd kan worden via observatie.

80
New cards

Bobo Doll Experiment

Experiment dat toont dat kinderen agressief gedrag imiteren na observatie.

81
New cards

Spiegelneuronen

Hersencellen die actief worden wanneer je zelf iets doet of iemand anders dat ziet doen.

82
New cards

Conformisme

Aanpassen van gedrag, mening of perceptie aan groepsnormen.

83
New cards

Informationele sociale invloed

Conformeren omdat men denkt dat de groep het juiste antwoord heeft.

84
New cards

Normatieve sociale invloed

Conformeren om erbij te horen en geaccepteerd te worden.

85
New cards

Private acceptance

Innerlijke overtuiging verandert echt door groepsinvloed.

86
New cards

Publieke conformiteit

Gedrag aanpassen zonder werkelijk overtuigd te zijn.

87
New cards

Autokinetisch effect

Illusie waarbij een stilstaand licht lijkt te bewegen in het donker.

88
New cards

Solomon Asch

Onderzoeker die conformiteit bij duidelijke antwoorden bestudeerde.

89
New cards

Lijnexperimenten (Asch)

Experimenten waarin mensen een fout antwoord geven door groepsdruk.

90
New cards

Meerderheidsinvloed

Invloed van de groep op het individu.

91
New cards

Cohesie

Mate van verbondenheid binnen een groep.

92
New cards

Minderheidsinvloed

Invloed van een kleine groep op de meerderheid.

93
New cards

Serge Moscovici

Onderzoeker die minderheidsinvloed bestudeerde.

94
New cards

Differentieel procesmodel

Theorie waarbij meerderheid en minderheid op verschillende manieren invloed uitoefenen.

95
New cards

Bibb Latané

Ontwikkelaar van de sociale impacttheorie.

96
New cards

Sociale impacttheorie

Theorie dat sociale invloed afhangt van sterkte, nabijheid en aantal mensen.

97
New cards

Groepsdruk

Druk om gedrag of mening aan te passen aan de groep.

98
New cards

Sociale vergelijking

Jezelf vergelijken met anderen.

99
New cards

Gehoorzaamheid

Het opvolgen van bevelen van een autoriteitsfiguur.

100
New cards

Autoriteit

Persoon of instantie met macht of legitimiteit om gedrag te sturen.