1/265
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Twenty Statements Test
Methode waarbij mensen zichzelf beschrijven met "Ik ben..."-zinnen.
Sociometertheorie
Theorie dat zelfwaardering een indicator is van sociale acceptatie.
Prisoner's Dilemma
Situatie waarin rationele individuele keuzes leiden tot een slechter groepsresultaat.
Sociale invloed
Effect dat anderen hebben op onze gedachten, gevoelens en gedrag, vaak onbewust.
Sociologie
Studie van gedrag van groepen en maatschappelijke structuren. Complementair met soicale psychologie
Empirische wetenschap
Wetenschap gebaseerd op systematische observatie en onderzoek.
Situationisme
Opvatting dat gedrag sterk bepaald wordt door de situatie en context.
Correlatiecoëfficiënt (r)
Getal tussen -1 en +1 dat sterkte en richting van een verband aangeeft.
Externe validiteit
Mate waarin resultaten generaliseerbaar zijn naar andere situaties.
Individualistische cultuur
Cultuur met focus op individu en persoonlijke doelen.
Muzafer Sherif
Onderzoeker die conformiteit in ambigue situaties bestudeerde.
Uniprocesmodel
Theorie die stelt dat meerderheid en minderheid via dezelfde mechanismen werken.
Realistic conflict theory
Theorie dat conflicten ontstaan door competitie om schaarse middelen.
Stanley Milgram
Onderzoeker die gehoorzaamheid aan autoriteit bestudeerde.
Tegenattitudinaal gedrag
Gedrag dat ingaat tegen de eigen overtuigingen.
Confirmation bias
Voorkeur voor informatie die bestaande overtuigingen bevestigt.
Sunk cost fallacy
Blijven investeren omdat er al veel geïnvesteerd werd.
Cross-race effect
Moeilijkheid om gezichten van andere etnische groepen te herkennen.
Affiniteitsbias
Voorkeur voor mensen die op ons lijken.
Confirmatievertekening (confirmation bias)
Zoeken naar informatie die bestaande overtuigingen bevestigt.
Gecontroleerde processen
Bewuste poging om stereotypen te corrigeren.
Socialisatie
Proces waarbij normen en waarden worden aangeleerd.
Alice Eagly - Sociale rollentheorie
Theorie dat genderverschillen voortkomen uit sociale rollen.
Stereotype threat
Slechter presteren uit angst een stereotype te bevestigen.
Zelfbewustzijn
Aandacht voor eigen gedachten, gevoelens en gedrag.
Vlekkentest
Test om zelfherkenning te meten.
Sociale vergelijkingstheorie
Theorie dat mensen zichzelf evalueren door zich met anderen te vergelijken.
Kwetsbare zelfwaardering
Hoge expliciete maar lage impliciete zelfwaardering.
Zelfverbeteringsmotief (self-improvement)
Wens om jezelf te ontwikkelen.
Humblebragging
Opscheppen vermomd als bescheidenheid.
Rolconflict
Tegenstrijdige verwachtingen vanuit verschillende rollen.
Groepscohesie
Mate van verbondenheid binnen een groep.
Disjunctieve taak
Beste individuele prestatie bepaalt het groepsresultaat.
Gelijkheid (equality)
Iedereen krijgt evenveel.
Deep-level diversity
Verschillen in kennis, waarden en perspectieven.
Socio-economische status (SES)
Sociale positie gebaseerd op inkomen, opleiding en beroep.
Lawrence Kohlberg
Onderzoeker van morele ontwikkeling.
Morele identiteit
Mate waarin moraliteit deel uitmaakt van het zelfbeeld.
Emotionele agressie
Agressie vanuit woede of frustratie.
Zelfrapportering
Zelf informatie geven over eigen gedrag.
Neo-associatietheorie
Theorie dat negatieve prikkels agressieve associaties activeren.
Sociale psychologie
Wetenschappelijke studie van hoe gedachten, gevoelens en gedrag beïnvloed worden door de werkelijke of ingebeelde aanwezigheid van anderen.
Stanford Prison Experiment
Experiment dat toont hoe sociale rollen en macht gedrag kunnen beïnvloeden.
Dehumanisering
Proces waarbij mensen hun individualiteit verliezen.
Rolontwikkeling
Mensen gaan zich gedragen volgens de rol die ze krijgen.
Banaliteit van het kwaad
Idee dat gewone mensen onder bepaalde omstandigheden slechte daden kunnen stellen.
Hypothese
Een toetsbare voorspelling of verwachting.
Variabele
Een kenmerk dat kan veranderen.
Conceptuele variabele
Abstract begrip dat onderzocht wordt.
Operationele variabele
Concrete meting van een conceptueel begrip.
Operationaliseren
Omzetten van een abstract begrip naar een meetbare variabele.
Zelfrapportage (zelfbeschrijving)
Methode waarbij deelnemers zelf antwoorden geven op vragen.
Likertschaal
Antwoordschaal van bijvoorbeeld 'helemaal oneens' tot 'helemaal eens'.
Sociale wenselijkheid
Neiging om sociaal aanvaardbare antwoorden te geven.
Instemmingstendens
Neiging om vaker akkoord te gaan of 'ja' te antwoorden.
Observatie
Gedrag systematisch waarnemen.
Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
Mate waarin verschillende observatoren hetzelfde gedrag op dezelfde manier beoordelen.
Interne consistentie
Mate waarin meerdere vragen hetzelfde concept meten.
Beschrijvend onderzoek
Onderzoek dat gedrag beschrijft.
Correlationeel onderzoek
Onderzoek dat verbanden tussen variabelen onderzoekt.
Experimenteel onderzoek
Onderzoek dat oorzaak-gevolgrelaties test door variabelen te manipuleren.
Correlatie
Samenhang tussen twee variabelen.
Correlatie ≠ causatie
Een verband betekent niet dat het ene het andere veroorzaakt.
Meta-analyse
Studie die resultaten van meerdere onderzoeken combineert.
Onafhankelijke variabele (OV)
Variabele die door de onderzoeker gemanipuleerd wordt.
Afhankelijke variabele (AV)
Variabele die gemeten wordt als effect.
Randomisatie
Toevallige toewijzing van deelnemers aan groepen.
Standaardisatie
Alle omstandigheden gelijk houden behalve de onafhankelijke variabele.
Controlegroep
Groep zonder manipulatie die dient als vergelijking.
Interne validiteit
Mate waarin men zeker is dat de OV de AV veroorzaakt.
Culturele specificiteit
Het idee dat resultaten kunnen verschillen tussen culturen.
Collectivistische cultuur
Cultuur met focus op groep en sociale harmonie.
Crosscultureel onderzoek
Onderzoek over verschillende culturen heen.
Sociale beïnvloeding
Proces waarbij gedachten, gevoelens of gedrag veranderen door invloed van anderen.
Sociale normering
Ontstaan van gedeelde normen binnen een groep.
Imitatie (mimicry & modeling)
Automatisch nadoen van gedrag van anderen.
Kameleoneffect
Onbewust kopiëren van houding, mimiek en gedrag van anderen.
Sociaal leren
Leren door observatie van anderen.
Albert Bandura
Psycholoog die aantoonde dat gedrag aangeleerd kan worden via observatie.
Bobo Doll Experiment
Experiment dat toont dat kinderen agressief gedrag imiteren na observatie.
Spiegelneuronen
Hersencellen die actief worden wanneer je zelf iets doet of iemand anders dat ziet doen.
Conformisme
Aanpassen van gedrag, mening of perceptie aan groepsnormen.
Informationele sociale invloed
Conformeren omdat men denkt dat de groep het juiste antwoord heeft.
Normatieve sociale invloed
Conformeren om erbij te horen en geaccepteerd te worden.
Private acceptance
Innerlijke overtuiging verandert echt door groepsinvloed.
Publieke conformiteit
Gedrag aanpassen zonder werkelijk overtuigd te zijn.
Autokinetisch effect
Illusie waarbij een stilstaand licht lijkt te bewegen in het donker.
Solomon Asch
Onderzoeker die conformiteit bij duidelijke antwoorden bestudeerde.
Lijnexperimenten (Asch)
Experimenten waarin mensen een fout antwoord geven door groepsdruk.
Meerderheidsinvloed
Invloed van de groep op het individu.
Cohesie
Mate van verbondenheid binnen een groep.
Minderheidsinvloed
Invloed van een kleine groep op de meerderheid.
Serge Moscovici
Onderzoeker die minderheidsinvloed bestudeerde.
Differentieel procesmodel
Theorie waarbij meerderheid en minderheid op verschillende manieren invloed uitoefenen.
Bibb Latané
Ontwikkelaar van de sociale impacttheorie.
Sociale impacttheorie
Theorie dat sociale invloed afhangt van sterkte, nabijheid en aantal mensen.
Groepsdruk
Druk om gedrag of mening aan te passen aan de groep.
Sociale vergelijking
Jezelf vergelijken met anderen.
Gehoorzaamheid
Het opvolgen van bevelen van een autoriteitsfiguur.
Autoriteit
Persoon of instantie met macht of legitimiteit om gedrag te sturen.