Thematische woordenschat Accounting Administration

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/122

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een complete set flashcards voor de thematische woordenschat van Accounting Administration, inclusief begrippen, documenten, belastingen, loonadministratie en software.

Last updated 7:18 PM on 6/2/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

123 Terms

1
New cards

Activa

Bezittingen van een bedrijf, zoals machines, gebouwen en banktegoeden.

2
New cards

Passiva

Schulden en verplichtingen van een bedrijf, zoals leningen en openstaande facturen.

3
New cards

Balans

Een financieel overzicht van de activa, passiva en het eigen vermogen van een bedrijf op een bepaald moment.

4
New cards

Resultatenrekening (winst- en verliesrekening)

Een overzicht van de inkomsten en uitgaven over een periode.

5
New cards

Eigen vermogen

Het deel van het bedrijfskapitaal dat door de eigenaren wordt ingebracht.

6
New cards

Vreemd vermogen

Geleend geld dat het bedrijf moet terugbetalen.

7
New cards

Liquiditeit

De mate waarin een bedrijf zijn korte termijn verplichtingen kan nakomen.

8
New cards

Solvabiliteit

De mate waarin een bedrijf met zijn eigen vermogen aan zijn schulden kan voldoen.

9
New cards

Exploitatierekening

Een overzicht van de opbrengsten en kosten uit de normale bedrijfsvoering.

10
New cards

Afsluiten

Een financiële periode (bijv. maand of jaar) boekhoudkundig afronden.

11
New cards

Afschrijving

De waardevermindering van activa zoals machines en gebouwen.

12
New cards

Amortisatie

Het geleidelijk aflossen van een lening of schuld.

13
New cards

Overlopende posten

Kosten of opbrengsten die al geboekt moeten worden, maar pas later worden betaald of ontvangen.

14
New cards

Rentevoet

De kosten van een lening, uitgedrukt als een percentage per jaar.

15
New cards

Boekwaarde

De waarde van een actief na afschrijving.

16
New cards

Materiële vaste activa

Tastbare bezittingen zoals gebouwen en machines.

17
New cards

Immateriële vaste activa

Niet-tastbare bezittingen zoals patenten en goodwill.

18
New cards

Goodwill

De meerwaarde van een bedrijf bij overname, bovenop de boekhoudkundige waarde.

19
New cards

Boekhouden

Financiële gegevens systematisch bijhouden.

20
New cards

Controleren

Nakijken of de boekhouding correct is.

21
New cards

Afstemmen

Vergelijken van boekhoudkundige gegevens met externe gegevens (bijv. bankafschriften).

22
New cards

Afschrijven (werkwoord)

De waarde van een actief verminderen over een bepaalde periode.

23
New cards

Reserveren

Geld opzij zetten voor toekomstige kosten of investeringen.

24
New cards

Verantwoorden

Financiële gegevens uitleggen en onderbouwen.

25
New cards

Factuur

Een rekening voor geleverde goederen of diensten.

26
New cards

Proforma-factuur

Een voorlopige factuur die nog niet juridisch bindend is.

27
New cards

Creditnota

Een correctie op een eerdere factuur (bijvoorbeeld bij retourzendingen).

28
New cards

Debetnota

Een factuur die extra kosten toevoegt aan een eerdere factuur.

29
New cards

Kasboek

Een overzicht van alle contante betalingen en ontvangsten.

30
New cards

Bankafschrift

Een overzicht van transacties op een bankrekening.

31
New cards

Grootboek

Het totaaloverzicht van alle financiële transacties.

32
New cards

Journaalpost

Een boekhoudkundige registratie van een transactie.

33
New cards

Memorialboek

Een boek waarin diverse financiële mutaties worden geregistreerd die niet in een specifiek dagboek passen.

34
New cards

Financieel jaarverslag

Een rapport over de financiële situatie en prestaties van een onderneming.

35
New cards

Kasstroomoverzicht

Een rapport over de in- en uitgaande geldstromen van een bedrijf.

36
New cards

Liquiditeitsbegroting

Een prognose van de verwachte kasstromen.

37
New cards

Journaal

Een overzicht van alle boekhoudkundige transacties.

38
New cards

Memoriaalboeking

Een correctieboeking die niet direct aan een factuur of betaling gekoppeld is.

39
New cards

Opstellen

Financiële documenten maken.

40
New cards

Registreren

Een transactie vastleggen in de administratie.

41
New cards

Afletteren

Facturen en betalingen met elkaar matchen.

42
New cards

Opboeken

Een bedrag aan een bepaalde rekening toewijzen.

43
New cards

Splitsen

Een bedrag verdelen over meerdere grootboekrekeningen.

44
New cards

BTW (Belasting Toegevoegde Waarde)

Een belasting op goederen en diensten.

45
New cards

Accijns

Belasting op specifieke producten zoals alcohol en tabak.

46
New cards

BTW-aangifte

De periodieke rapportage van de ontvangen en betaalde BTW aan de belastingdienst.

47
New cards

Omzetbelasting

Een ander woord voor BTW; belasting die geheven wordt op de omzet van een bedrijf.

48
New cards

Vennootschapsbelasting

Belasting over de winst van een onderneming (voor BV’s en NV’s).

49
New cards

Loonheffing

Belasting die wordt ingehouden op het salaris van een werknemer en afgedragen aan de Belastingdienst.

50
New cards

Inkomstenbelasting

Belasting die particulieren en ondernemers betalen over hun inkomsten.

51
New cards

Aftrekposten

Kosten die bedrijven of particulieren mogen aftrekken van hun belastbare winst.

52
New cards

Voorbelasting

De BTW die een bedrijf betaalt bij inkoop en mag verrekenen met ontvangen BTW.

53
New cards

Dividendbelasting

Belasting op uitgekeerde winsten aan aandeelhouders.

54
New cards

Berekenen

Belastingbedragen uitrekenen.

55
New cards

Aangeven

Belastingaangiftes indienen bij de belastingdienst.

56
New cards

Afdragen

Belastingen of heffingen betalen.

57
New cards

Aangifte doen

Belastingen indienen bij de Belastingdienst.

58
New cards

Verrekenen

De betaalde BTW aftrekken van de ontvangen BTW.

59
New cards

Aftrekken

Specifieke kosten verminderen in de belastingaangifte.

60
New cards

Betalingsbalans

Een overzicht van alle inkomende en uitgaande betalingen van een bedrijf.

61
New cards

Kredietlimiet

Het maximale bedrag dat een klant op krediet kan besteden.

62
New cards

Leasing

Een vorm van financiering waarbij een bedrijf activa huurt in plaats van koopt.

63
New cards

Factoring

Het verkopen van openstaande facturen aan een externe partij om direct geld te ontvangen.

64
New cards

Liquiditeitsratio

De verhouding tussen de kortlopende activa en kortlopende verplichtingen van een bedrijf.

65
New cards

Debiteuren

Klanten die nog moeten betalen.

66
New cards

Crediteuren

Leveranciers die nog betaald moeten worden.

67
New cards

Openstaande posten

Facturen die nog niet betaald zijn.

68
New cards

Betalingstermijn

De periode waarin een factuur betaald moet worden (bijv. 3030 dagen).

69
New cards

Automatische incasso

Een methode waarbij betalingen automatisch worden afgeschreven van een bankrekening.

70
New cards

SEPA-overschrijving

Een Europese standaard voor bankoverschrijvingen.

71
New cards

Kasstroombeheer

Het monitoren en plannen van inkomende en uitgaande betalingen.

72
New cards

Verwerken

Betalingen registreren en afletteren.

73
New cards

Storneren

Een foutieve betaling terugboeken.

74
New cards

Overboeken

Geld van de ene naar de andere rekening verplaatsen.

75
New cards

Betalen

Geld overmaken naar een leverancier.

76
New cards

Incasseren

Geld innen van een klant.

77
New cards

Aanmanen

Een klant herinneren aan een openstaande betaling.

78
New cards

Brutoloon

Het loon vóór aftrek van belasting en premies.

79
New cards

Nettoloon

Het loon dat een werknemer daadwerkelijk ontvangt na inhoudingen.

80
New cards

Werkgeverslasten

Extra kosten die een werkgever betaalt bovenop het brutoloon, zoals sociale premies.

81
New cards

Cafetariaplan

Een flexibel beloningssysteem waarin werknemers hun arbeidsvoorwaarden kunnen kiezen.

82
New cards

Bijtelling

Het bedrag dat bij het loon wordt opgeteld als een werknemer een auto van de zaak rijdt.

83
New cards

Dertiende maand

Een extra maand salaris als bonus aan het einde van het jaar.

84
New cards

Uitbetalen

Lonen overmaken naar werknemers.

85
New cards

Break-evenpunt

Het punt waarop kosten en opbrengsten precies gelijk zijn.

86
New cards

EBIT

Earnings Before Interest and Taxes; de winst vóór rente en belastingen.

87
New cards

EBITDA

Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation, and Amortization; de winst vóór rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie.

88
New cards

ROI

Return on Investment; de verhouding tussen de winst en de investering.

89
New cards

Rentabiliteit

Hoeveel winst een bedrijf maakt ten opzichte van de investering.

90
New cards

Quick ratio

Een maatstaf voor de liquiditeit, waarbij alleen direct beschikbare middelen worden meegerekend.

91
New cards

Analyseren

Financiële gegevens interpreteren om trends en verbeterpunten te vinden.

92
New cards

Benchmarken

Financiële prestaties vergelijken met andere bedrijven.

93
New cards

Projecteren

Toekomstige financiële prestaties inschatten op basis van data.

94
New cards

Arbowetgeving

Regels over veiligheid en gezondheid op de werkvloer.

95
New cards

Fiscale eenheid

Een groep van bedrijven die als één entiteit belasting betaalt.

96
New cards

Privacywetgeving (AVG)

Regels over het verwerken van persoonsgegevens.

97
New cards

UBO-register

Een register waarin de uiteindelijke belanghebbenden van bedrijven worden geregistreerd.

98
New cards

Boekhoudplicht

De wettelijke verplichting om een administratie bij te houden.

99
New cards

Rapporteren

Financiële gegevens verstrekken aan overheidsinstanties.

100
New cards

Verklaren

Uitleg geven over financiële of fiscale kwesties.