Begrippenlijst psychologie 2040

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/114

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een uitgebreide set flashcards van alle termen uit de PSYCHOLOGIE $$2040$$ begrippenlijst, inclusief mensbeelden, cognitieve biases, sociale psychologie en technologie-effecten.

Last updated 5:20 PM on 6/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

115 Terms

1
New cards

The blank slate

Het idee dat de mens begint als een onbeschreven blad.

2
New cards

The noble savage

Het idee dat de mens van nature goed is, maar door de samenleving tot corruptie en agressie wordt gebracht.

3
New cards

The ghost of the machine

Een ziel die beslissingen maakt onafhankelijk van de biologie.

4
New cards

Naturalistic fallacy

Een naturalistische drogreden waarbij men iets doet zonder feitelijke vaststelling, of de aanname dat men uit een beschrijving geen morele regels kan afleiden.

5
New cards

Survival of the fittest

Het principe dat degenen met de meest aangepaste eigenschappen voor de omgeving zullen overleven.

6
New cards

Social darwinisme

Het idee dat mensen met disabilities niet aangepast zijn aan de omgeving en daarom in een plaats gestoken of uitgeroeid worden.

7
New cards

Ultieme verklaring

Een evolutionaire verklaring die vraagt waartoe iets (X of Y) dient.

8
New cards

Proximale verklaring

Een verklaring die zoekt naar de directe oorzaak waardoor iets (X of Y) veroorzaakt wordt.

9
New cards

Strategisch pluralisme

Dat mensen verschillende voortplantingsstrategieën volgen, afhankelijk van hun omgeving en persoonlijke kenmerken.

10
New cards

Commitment scepticisme bias

Het lichtelijk wantrouwig zijn tegenover mannen.

11
New cards

Sexual overperception bias

De neiging om te denken dat vrouwen hen willen.

12
New cards

Mental fitness indicator theory

De theorie dat complex gedrag, zoals dansen, spelen of piano, dient als een indicator voor fitness.

13
New cards

Rival-derogation tactics

Tactieken bij intraseksuele competitie om de vijand schade te berokkenen, bijvoorbeeld door roddelen, body-shaming of reputatieschade.

14
New cards

Parental investment theory

Dat de hoeveelheid ouderlijke investering de parings- en gedragstrategieën van soorten stuurt.

15
New cards

Gedragseconomie

  1. Kiezen door optimaliseren (keuzes overwegen), 2. Unbiased beliefs/rationele verwachting, 3. Eigenbelang, 4. Consumentensoevereiniteit (geen zelfbeheersingsprobleem).

16
New cards

Verliesaversie

Het psychologische feit dat het gewicht van een verlies sterker doorweegt dan dat van een winst, waardoor men moeilijk kan omgaan met verliezen.

17
New cards

Zekerheidseffect

De neiging om voor zekerheid te kiezen, omdat dit beter wordt geacht dan een potentieel verlies.

18
New cards

Anchoring effect

Het verschijnsel waarbij een beoordeling afhankelijk is van een referentiepunt, ook wel de anchor genoemd.

19
New cards

Opportuniteitskosten

De waarde van het beste alternatief dat men opgeeft wanneer men een keuze maakt.

20
New cards

Transactienut

Het plezier beleven aan het kopen van dingen die normaal gezien duurder zijn of meer waard zijn.

21
New cards

Bezitseffect

De neiging om een hogere waarde te hechten aan iets zodra het van ons is.

22
New cards

Mental accounting

Het openen van verschillende mentale rekeningen (bijv. voor hobby of supermarkt) waarbij het bijhouden van de stand niet eenvoudig tussen rekeningen verschuifbaar is.

23
New cards

Cognitieve betrekking

De bereidheid (willingness) om actie te ondernemen.

24
New cards

alarmerend vs. dismissive

Alarmerenden ondernemen actie, terwijl dismissives wel geïnteresseerd zijn maar anderen proberen te overtuigen dat het klimaat een complot is.

25
New cards

Judgemental discounting

Het risico voor onszelf anders inschatten dan voor anderen.

26
New cards

Optimism bias

Het optimistisch zijn over de risico's die je zouden kunnen overkomen.

27
New cards

Tokenism

Gedrag dat impactvol lijkt, maar dat in werkelijkheid helemaal niet is.

28
New cards

Rebound effect

Op het ene domein heel zuiver bezig zijn, maar dit vervolgens compenseren op een ander vlak.

29
New cards

Hot cognition hypothesis

Dat we niet zo rationeel denken en vaak niet alle feiten op een rijtje zetten.

30
New cards

Confirmation bias

Het bevestigd willen vinden van wat we al geloven en het negeren van data die ons niet uitkomen.

31
New cards

Apofonie

Het zien van patronen op plaatsen waar ze niet aanwezig zijn.

32
New cards

Hyperactive (predator) detection agency

Het constant zien van problemen en dreigingen, ook waar deze niet echt aanwezig zijn.

33
New cards

Availability bias

Het construeren van een wereldbeeld op basis van zeer beperkte informatie die op dat moment beschikbaar is.

34
New cards

Image-theorie

Het wij-tegen-de-rest principe (ingroup vs. outgroup), zoals de strijd tegen mainstream media.

35
New cards

Free-rider probleem

Het gebruikmaken van collectieve goederen (zoals klimaat of dijken) zonder bij te dragen aan het onderhoud ervan.

36
New cards

Solastalgie

Heimwee ervaren terwijl men gewoon thuis is.

37
New cards

Ambiguous loss

Het gevoel iets verloren te hebben zonder dit specifiek te kunnen benoemen.

38
New cards

Horse-shoe theory

Dat de uitersten van het politieke spectrum naar elkaar toe neigen in hun hang naar totalitarisme.

39
New cards

Dieptepsychologie

Op onbewuste complexen en onderdrukte verlangens, zoals beschreven door Freud en Jung.

40
New cards

Neo-Freudianen

leggen meer nadruk op bewuste processen.

41
New cards

Humanisten

Dat de persoonlijkheid gevormd wordt door het streven naar groei en geluk (zoals bij Maslow en Rogers).

42
New cards

Persoonlijkheid

Als variaties in de intensiteit van verschillende trekken.

43
New cards

Moral foundations theory

Dat we sterke intuïtieve oordelen hebben over juist/fout, en dat de rationele rechtvaardiging pas daarna volgt.

44
New cards

Agendasetting

Media bepalen niet per se de opinies, maar genereren aandacht voor specifieke thema's.

45
New cards

Framing

Het aanreiken van kaders waarbinnen informatie door het publiek begrepen kan worden.

46
New cards

Authoritarian personality

Een persoonlijkheid met neigingen tot antidemocratisch gedrag en fascistische overtuigingen.

47
New cards

Antidemocratisch gedrag

Afwijzing van politiek pluralisme en het afkalven van de scheiding der machten (zoals wetgeving negeren).

48
New cards

Fascistische overtuigingen

Gebrek aan burgerlijke vrijheden, weinig vrijheid, agressie en geweld.

49
New cards

Right-Wing Authoritarianism scale

Onderwerping aan autoriteit, viseren van minderheidsgroepen (agressie) en vasthouden aan de overtuigingen van de machthebbende.

50
New cards

Left-Wing Authoritarianism scale

Anti-hiërarchische agressie, anti-conventionalisme (verheerlijking progressieve waarden) en top-down censuur (cancelculture).

51
New cards

Sociale identiteitstheorie

Het proces waarbij we onszelf en anderen indelen in groepen om een positief zelfbeeld te behouden.

52
New cards

Sociale categorisatie

Het indelen van mensen in categorieën zoals "wij" (ingroup) en "zij" (outgroup).

53
New cards

Sociale identificatie

Het internaliseren van groepslidmaatschap als een deel van het eigen zelfbeeld.

54
New cards

Sociale vergelijking

Het vergelijken van de eigen groep met anderen om de eigen groep superieur te laten lijken.

55
New cards

Nationalisme

Het benadrukken van de ingroup van de natie tegenover een outgroup.

56
New cards

Populisme

Het verdeelt de samenleving in het "volk" (ingroup) tegenover de "elite" (outgroup).

57
New cards

Sociale mobiliteit

Het verlaten van de eigen groep.

58
New cards

Sociale creativiteit

Het nemen van een andere vergelijkingsbasis of het anders definiëren van de groep.

59
New cards

Competitie

Het wedijveren met een andere groep, wat kan leiden tot conflict.

60
New cards

Negativity bias

Het principe dat slecht nieuws beter verkoopt dan goed nieuws.

61
New cards

Hedonisme

Het streven naar zinnelijk genot via zintuigen en sensaties als een aaneenschakeling van genotsmomenten.

62
New cards

Eudaimonia

is gelinkt aan een zinvol leven en innerlijke tevredenheid, waar een mens echt naar kan streven.

63
New cards

Cantril ladder

Een meetmethode om geluk (momenteel en best mogelijke leven) in kaart te brengen.

64
New cards

Easterlin paradox

Dat het gelukspeil in rijke westerse landen nagenoeg constant blijft, ondanks de stijging in welvaart en levensverwachting.

65
New cards

Relativiteitstheorie

Dat een mens als sociale diersoort, hoeveel hij ook heeft, altijd meer wil.

66
New cards

Cognitieve dimensie

Een gedeelde visie, wederzijds begrip en gedeelde doelstellingen of richting.

67
New cards

Structurele dimensie

Het bestaan van sociale netwerken of interacties binnen een groep of land.

68
New cards

Relationele dimensie

De mate van betrouwbaarheid van de leden binnen een bepaalde groep.

69
New cards

Negatieve vrijheid

De afwezigheid van externe beperking en de vrijheid om te doen wat je wilt.

70
New cards

Positieve vrijheid

De mogelijkheid om te kiezen en te handelen in overeenstemming met eigen wil en doelen.

71
New cards

Positive happiness bias

Het feit dat het tonen van negatieve emoties niet overal getolereerd wordt, wat vaak leidt tot somatisering.

72
New cards

Negative happiness bias

Het idee dat het tonen van geluk wordt gezien als opscheppen.

73
New cards

Welvaartsparadox

Het verschijnsel dat de westerse mens het nog nooit zo goed heeft gehad, maar zich tegelijkertijd nog nooit zo slecht voelde.

74
New cards

Mood modules

Functies die aantrekken en afstoten en belonen of straffen via plezier en pijn, wat zorgt voor flexibiliteit bij de beoordeling van een situatie.

75
New cards

Default state of contentment

Een positieve basishouding die aantrekkelijk is voor voortplanting en verbonden is met "eudaimonisch geluk".

76
New cards

Sociolinguïstiek

De sociologische functie van taal.

77
New cards

Newspeak

Taal gebruiken als instrument om rebellie te voorkomen door nieuwe woorden te vervangen voor de oude.

78
New cards

Saphir-Whorf hypothese

Dat men niet kan spreken over concepten waarvoor men geen taal heeft (omvat linguïstisch determinisme en relativiteit).

79
New cards

Linguïstisch determinisme

De stelling dat taal het denken en de werkelijkheid volledig bepaalt.

80
New cards

Linguïstische relativiteit

Het idee dat taal het denken en de werkelijkheid beïnvloedt en dat er veel woorden nodig zijn voor beschrijvingen.

81
New cards

Neo-whorfianisme

De overtuiging dat taal de kijk van iemand beïnvloedt, maar dat dit niet onontkoombaar is.

82
New cards

Agentive language

Taalgebruik waarin een handeling expliciet wordt toegeschreven aan een handelaar (agent), met nadruk op verantwoordelijkheid.

83
New cards

Deontologisch proces

Een intuïtief, automatisch proces gebaseerd op wat als plicht wordt ervaren.

84
New cards

Utilitaristisch proces

Een rationeel, evaluatief proces waarbij gekeken wordt naar de consequenties voor het grootste goed voor de grootste groep.

85
New cards

Trolley-dilemma

De strijd tussen een utilitaristische berekening (één doden om vijf te redden) en de emotionele weerstand tegen doden.

86
New cards

Cognitive fluency

Het spreken van een vreemde taal vertraagt het proces, waardoor men rationeler reageert en eerder deliberatieve dan intuïtieve oordelen velt.

87
New cards

Zeitgeist

De tijdsgeest.

88
New cards

Saving normal

De noodzaak om bepaalde gedragingen weer als normaal te gaan zien.

89
New cards

Armchair diagnoses

Diagnoses die worden gesteld zonder dat er goed onderzoek is verricht.

90
New cards

People-first

Mensen benaderen als unieke individuen in plaats van hen te definiëren door hun stoornis of diagnose.

91
New cards

Identity-first

Het herstellen van een positieve sociale identiteit zonder te focussen op gebreken, met een pleidooi voor respect en trots.

92
New cards

Augmented Reality

Live beelden waarbij een laagje met toegevoegde elementen bovenop de werkelijkheid wordt geplaatst.

93
New cards

Mixed Reality

Een vermenging van de werkelijke en virtuele wereld waarbij de gebruiker verbonden blijft met de echte wereld.

94
New cards

Immersie

De mate waarin men de dingen rondom zich niet meer percipieert.

95
New cards

Sense of embodiment

De mate waarin men het gevoel heeft dat men echt in Virtual Reality zit en dat de virtuele lichamelijke eigenschappen de eigen eigenschappen zijn.

96
New cards

Sense of self-location

Het gevoel aanwezig te zijn in de wereld en het idee hebben dat men echt beweegt in de virtuele ruimte.

97
New cards

Sense of agency

Het gevoel dat men controle heeft over het (virtuele) lichaam.

98
New cards

Sense of body ownership

De uitdaging in de virtuele wereld om een uniek lichaam te creëren dat als het eigen lichaam voelt.

99
New cards

Top-down verwerking

Verwerking die loopt van het centrale zenuwstelsel/de hersenen naar de periferie.

100
New cards

Bottom-up verwerking

Het sturen van zintuiglijke gegevens (zien, voelen, ruiken) naar het centrale zenuwstelsel voor verwerking.