1/47
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Inhoud
Algemene introductie
Chemicaliën zijn overal… maar risico’s?
Blootstelling vs gevaar vs risico
Bewustwording van milieuproblemen
Ecotoxicologie vs Ecological risk assessment
Effects assessment
Introductie
Tolerantie van een organisme
Ecotoxiciteit testen
Effects assessment binnen Ecological Risk Assessment
Ecologische realiteit
Exposure assessment
Introduction
Exposure assessment
Risk assessment
1.1. Chemicaliën zijn overal… maar risico’s?
Chemische stoffen zijn overal aanwezig
Chemische stof vormt pas een risico als er ook blootstelling is
1.2. Blootstelling vs gevaar vs risico
Exposure
= blootstelling
mate waarin organismen in contact komen met de stof
Hazard
= gevaar
potentiële gevaar dat er een risicio optreedt voor mens en milieu
kan alleen schade aanrichten als er blootstelling is
Risico
= risico
kans dat gevaar daadwerkelijk schade veroorzaakt = kans dat een effect optreedt
Zin: “The dose makes the poison”
1.3. Bewustwording van milieuproblemen
= ontstaan van exotoxicologie
Oorspronkelijke gedachte: bescherming van mensen = bescherming van ecosystemen → fout
DDT-crisis
Eigenschappen
neurotoxisch voor insecten
persistent in het milieu
bioaccumuleert en biomagnificeert
Gevolgen
DDT breekt af in 2 dochtercomponenten die slecht zijn (DDD, DDE)
ophoping via voedselketen
sterke stijging concentraties in roofvogels → verminderde populatie roofvogels
dunne eischelpen
TBT = Tributyltin
in antifouling verven gebruikt op de buitenkant van boten
veroorzaakt imposex bij slakken
vrouwtjes ontwikkelen mannelijke kenmernen
extreem toxisch bij lage concentraties
Diclofenac
gieren aten karkassen van behandelde runderen → nierfalen bij gieren → 90% populatiedaling → meer karkassen → verspreiding van ziektes zoals anthrax
Dancing cats
Kwik werd gebruikt in bedrijf om acetylene om te zetten naar acetaldehyde → als methylsulfaat werd het geloosd in het water
accumuleerde in vis in de zee dichtbij
mensen namen dagelijks enorme hoeveelheid van kwik op door het opeten van vis → neurologische verschijnselen treden op
1.4. Ecotoxicologie vs Ecological risk assessment - Wat is ecotoxicologie?
= wetenschap die onderzoekt
effecten van chemische stoffen op organismen
effecten op populaties, gemeenschappen en ecosystemen
transport en verspreiding van stoffen in het milieu
Multidisciplinair
chemie
toxicologie
ecologie
Doel
voorspellen van impact van chemische stoffen op ecosystemen
een wetenschappelijke basis voorzien voor het bepalen van risicos van chemische stoffen in het milieu
Niveaus van biologische organisatie
molecule
cel
orgaan
organisme
populatie = groep individuen van dezelfde soort in een specifieke regio
ecosysteem= regio met verschillende groepen individuen
biosfeer
Naarmate complexiteit stijgt:
ecologische realiteit stijgt
precisie daalt
1.4. Ecotoxicologie vs Ecological risk assessment - Wat is risk assessment?
= bepalen van risico’s van stoffen op individuen (humane RA) of op andere groepen van organismen (ERA) op korte termijn en op lange termijn
predictive → voor introductie van stof
retrospective→ bestaande vervuiling evalueren
Verschil met Human Risk Assessment
Ecological Risk Assesment | Human Risk Assessment |
|
|
1.4. Ecotoxicologie vs Ecological risk assessment - Wat is risk assessment? - Schema

1.4. Ecotoxicologie vs Ecological risk assessment - Wat is risk assessment? - Risk Assessment en Risk Management

1.4. Ecotoxicologie vs Ecological risk assessment - Definitie: Risk assessment
een proces dat enkele of alle van de volgende elementen omvat: gevarenidentificatie, blootstellingsbeoordeling en risicokarakterisering
1.4. Ecotoxicologie vs Ecological risk assessment - Definitie: Hazard identification
het vaststellen van de schadelijke effecten die een stof van nature kan veroorzaken of in bepaalde gevallen, het beoordelen van een specifiek effect
1.4. Ecotoxicologie vs Ecological risk assessment - Definitie: Effects assessment
de schatting van de relatie tussen dosis of blootstellingsniveau aan een stof en de incidentie van een effect
1.4. Ecotoxicologie vs Ecological risk assessment - Definitie: Exposure assessment
het bepalen ban de emissies, routes en bewegingssnelheden van een stof en de transformatie of afbraak ervan om de concentaties/doses te schatten waaraan menselijke populaties of milieucompartimenten worden of kunnen worden blootgesteld
1.4. Ecotoxicologie vs Ecological risk assessment - Definitie: Risk charachterisation
een schatting van de incidentie en ernst van de nadelige effecten die waarschijnlijk zullen optreden in een menselijke populatie of milieucompartiment als gevolg van daadwerkelijke of voorspelde blootstelling aan een stof en kan risicoschatting omvatten → kwantificering van die waarschijnlijkheid
1.4. Ecotoxicologie vs Ecological risk assessment - Definitie: Risk management
besluitvormingsproces dat inhoudt dat politieke, sociale, economische en technische informatie worden afgewogen tegen risicogerelateerde informatie om regelgevende opties te ontwikkelen, analyseren en vergelijken en de juiste regelgevende reactie te selecteren op een potentieel gezondheids- of milieugevaar
1.4. Ecotoxicologie vs Ecological risk assessment - Definitie: Risk reduction
het nemen van maatregelen om mens en/of milieu te beschermen tegen geïdentificeerde risico’s
1.4. Ecotoxicologie vs Ecological risk assessment - Definitie: Safety
wordt gedefinieerd als de grote waarschijnlijkheid dat er geen nadelige effecten zullen optreden bij het gebruik van een stof onder specifieke omstandigheden, afhankelijk van de hoeveelheid en de wijze van gebruik
1.4. Ecotoxicologie vs Ecological risk assessment - Elementen ecologiscal risk assessment

Persistente stoffen = stoffen die niet afbreken en die heel stabiel zijn in het milieu over lange termijn
Bioaccumulatieve stoffen = stoffen die in de voedselketen opstapelen
Toxiciteitsstoffen = stoffen die zeer toxisch zijn bij lage concentraties
2.1 Introductie
Single-species ecotoxiciteitstesten gebruiken om
welke concentratie van een chemische stof
welke blootstellingsduur
nodig zijn om een effect te veroorzaken bij individuen van dezelfde soort onder gecontroleerde laboratoriumomstandigheden
PNEC
= Predicted No Effect Concentration
bedoeld om ecosystemen in het veld te beschermen
LC50
concentratie waarbij 50% sterfde optreedt
2.2 Tolerantie van een organisme
Shelford’s law of tolerance
aanwezigheid, dichtheid en verspreiding van een soort worden bepaald door het al dan niet overschrijden van tolerantielimieten voor fysische en chemische factoren
te laag → geen toxisch effect, maar te hoog → toxisch effect

Principle of the limiting factor
te veel of te weinig van 1 abiotische factor (= limiting factor), kan de groei van een populatie beperken of verhinderen zelfs als alle andere factoren optimaal zijn
→ organismen hebben minimum, optimum, maximum tolerantieniveaus
2.3 Ecotoxiciteitstesten - wat + doel
Wat?
dosis/concentratie en blootstellingsduur bepalen nodig om een specifiek effect te verkrijgen
Doel
zo nauwkeurig mogelijk een concentratiebereik bepalen dat duidelijke selecteerbare en kwantificeerbare effecten veroorzaakt bij testorganismen onder gecontroleerde labo-omstandigheden
2.3 Ecotoxiciteitstesten - praktische uitvoering
aquatische toxiciteitstesten → organismen worden blootgesteld via opgeloste stoffen in water
Chemicaliën: mg/L of µg/L
Effluenten: volumepercentages
2.3 Ecotoxiciteitstesten - acute vs chronische testen
Acute testen | Chronische testen | |
Duur |
|
|
Eindpunt | meestal mortaliteit |
|
Parameters |
|
|
Belangrijjk: korte duur = acute toxiciteit
2.3 Ecotoxiciteitstesten - criteria voor keuze van testsoorten
beschikbaar en abundant
indien mogelijk: lokale/inheemse of representatieve soorten
onderhoudbaar in labo
biologische achtergrondinformatie beschikbaar
2.3 Ecotoxiciteitstesten - Blootstellingssystemen
Statisch | Semi-statisch | Flow-through |
geen vernieuwing van testmedium | regelmatige vernieuwing van medium | continue/regelmatige vernieuwing via pompen |
Wat gebeurt er met toxicant?
toxicant kan afbreken tot dochtermoleculen
molecule kan reageren met andere moleculen
kan adsorberen aan wand
organisme scheidt zelf metabolismen af → water moet gefilterd worden → medium vaak verversen om ervoor te zorgen dat concentratie van toxicant stabiel blijft en dat andere afbraakmoleculen geen effect kunnen hebben op de test

2.3 Ecotoxiciteitstesten - Testdesign

Basisopzet
Altijd controlegroep zonder contaminant
Minstens 5 testconcentraties
Indien mogelijk:
minstens 30 organismen per concentratie
verdeeld over replicaten (minstens 3 replicaten)
Valideitscriteria
mortaliteitscontrole < 10% (acute testen)
duidelijke concentratie-responsrelatie
EC50 getest concentratiebereik
Nood aan controlegroep
= negatieve controle
= blancogroep
er zit geen toxicantconcentratie in
je weet anders niet of de effecten die optreden te wijten zijn aan de toxicant of aan andere factoren (bv. ziekte, behandeling)
Evaluatie van
kwaliteit testpopulatie
kwaliteit testmedium
robuustheid testprocedure
Data analyse
beoordeling van het relatieve effect (LCx of ECx)
statistische vergelijking van de behandeling van de controle (NOEC en LOEC)
Meerdere replicaten nemen
biologische variatie (sommigen zijn gevoeliger dan andere)
(Positieve controle)
Referentiestof met gekende toxiciteit
Waarom nuttig
controleren of gevoeligheid binnen labo constant blijft
vergelijkbaar tussen labo’s
niet verplicht, behalve in GLP’s
(Gebruik van rinsing bottles)
verdunningseffect van overdracht van organisme wegwerken → verkleinen van verdunningsfout
2.3 Ecotoxiciteitstesten - Welk testdesign is het beste?

Te weinig replicaten
Beste optie, maar kans op minder mooie concentratie-responscurve
Beste optie, maar kans op verdunningsfout
Te weinig testconcentraties + geen blanco
2.3 Ecotoxiciteitstesten - De 3 R’en
Refinement
Reduction
Replacement
2.3 Ecotoxiciteitstesten - Effectcriteria
LC50
Concentratie die 50% mortaliteit veroorzaakt na specifieke blootstellingsduur
EC50
Concentratie die een specifiek effect veroorzaakt bij 50% van de populatie of 50% verandering in endpoint veroorzaakt
LOEC
= Lowest Observed Effect Concentration
laagste concentratie met een significant verschil verschillend van controlerespons
NOEC
= No Observed Effect Concentration
hoogste concentratie dat niet significant verschilt van de controlewaarden (concentratie net voor de LOEC)
2.3 Ecotoxiciteitstesten - Concentratie-respons modellen
Algemene vorm
y = f(x)
y = effect/respons
x = concentratie
Log-logistisch model
Sigmoïde curve

Parameters
alfa = LC50 of EC50
beta = helling/steilheid
beta < 0: stijgende functie (mortaliteit, immobiliteit)
beta > 0: dalende functie (overleving, groei, reproductie)
beta > 0 | beta < 0 |
dalende functie (overleving, groei, reproductie) | stijgende functie (mortaliteit, immobiliteit) |
![]() | ![]() |
2.3 Ecotoxiciteitstesten - Concentratie-respons modellen naar lineaire vorm

P = corresponderende fractie
a = helling
b = intercept
log(LC50 of EC50) = -b/a

2.3 Ecotoxiciteitstesten - Belang van blootstellingsduur
Incipient LC50
= eerste tijd dat LC50 stabiel wordt
Belangrijk:blootstellingsduur altijd vermelden samen met effectconcentratie, soort, endpoint
bv. 48h-EC50 (Daphnia immobility)
2.4 Effects assessment - Algemeen
= omzetten van NOEC, LOEC, ECx naar een beschermingsdrempel PNEC

PNEC
= Predicted No Effect Concentration
Concentratie waaronder geen schadelijke effecten verwacht/gemeten worden in ecosystemen
Minder data → meer onzekerheid
Chronische testen zijn meer betrouwbaar → minder onzekerheid wanneer meerdere trofische niveaus worden besproken
AF
= Assessment Factor
geeft onzekerheid weer
2.4 Effects assessment - Assessment factor approach
→ onzekerheid associeren met bepaalde extrapolaties
Waarom nodig?
Acute → chonische toxiciteit
Enkele soorten → representatieve biodiversiteit
Labo → veldsituatie
Lage biodiversiteit → hoge biodiversiteit

2 chronische testen → gebruik AF van 50
3 chronische testen van 3 trofische niveaus → gebruik een AF van 10
voor marine-ecosystemen is er veel minder data → AF x 100
2.4 Effects assessment - Assessment factor approach: Voorbeeld 1


mortaliteit, immobilitei, groei = accute eindpunten → AF 1000
alg kunnen we niet gebruiken voor AF x100
2 lange termijntesten door chronische test van daphnea en algen → x 50
2.4 Effects assessment - Assessment factor approach: Voorbeeld 2

2.4 Effects assessment - Assessment factor approach: Voorbeeld 3

2.4 Effects assessment - Assessment factor approach: Voorbeeld 4



2.5 Ecologische realiteit
Labo | ecologische realiteit | |
|
| |
3.1 Introductie
Doel: schatten van concentraties van stoffen in milieucompartimenten of mensen
Kan betrekking hebben op
verleden/huidige situatie met bestaande chemicaliën → retrospectief
toekomstige situatie → prospectief → predictions
3.2 Exposure assessment - Algemeen
Wanneer stoffen in het milieu terechtkomen (emissie), worden ze getransporteerd en getransformeerd in andere stoffen
intramedia: weg van de bron, in hetzelfde medium
intermedia: van een milieubron naar de andere
Types
Verdeling/evenwichtspartitionering van chemicaliën tussen
vaste stoffen
water
biota
lucht
Transformatie van chemicaliën van
abiotische processen (hydrolyse, oxidatie, reductie, fotochemische degradatie
biotische processen (biodegradatie door MO)
3.2 Exposure assessment - Equilibrium partitioning
stoffen migreren tussen fasen tot thermodynamisch evenwicht bereikt is
K12 = C1/C2
Kaw = lucht - water
Kd/Kp = vast - water
Kow = octanol / water
Hogere Kow
meer hydrofoob
grootte van molecule (meer Cl, Br atomen → meer hydrofoob)
polariteit (meer polaire groepen (-NH2, -OH) → minder hydrofoob)
meer lipofiel
meer vetoplosbaar
minder hydrofiel
minder wateroplosbaar
3.2 Exposure assessment - Belang Kow
gebruikt QSARs (= Quantitative Structure Activity Relationship) om andere parameters te voorspellen
Voordeel: QSAR’s verminderen aantal testen
Nadeel:
heeft altijd een graad van onzekerheid
extrapolatie !!
Bioaccumulatie
= opstapeling van stoffen in biota
Kow > 4,5 → bioaccumulatie
Biomagnificatie
= type bioaccumulatie door opname van chemicaliën door voedsel/voeder
3.2 Exposure assessment - Transformatieprocessen: Hydrolyse
= water gaat bepaalde bindingen in moleculen verbreken waardoor dochtermoleculen ontstaan
dochtercomponenten vaak meer wateroplosbaar en minder lipofiel
3.2 Exposure assessment - Transformatieprocessen: Fotolyse
= licht/UV veroorzaakt chemische omzetting via absorptie van fotonen/energie door de moedermolecuul → ondergaat chemische transformatie
3.2 Exposure assessment - Transformatieprocessen: Biodegradatie
= abraak door MO via enzymen
Chemische structuur gaat voorspellen hoe snel ze afbreken
sneller
alifatische structuur
trager
aromatische structuur
aantal substituenten
aanwezigheid van ethergroepen

Meten van biodegradatie
Testopstelling: medium + chemische stof + nutriënten + bacteriën
Reactie: chemical + O2 → bacteriele biomassa + bacteriele DOC excreties + H2O + CO2
Metingen:
afname O2 → beste meetmethode
chemicaliën zijn veel te duur en dochtermoleculen van chemicaliën kunnen niet gemetorden
afname DOC
toename bacteriele biomassa
al de moleculen die uit de chemische stof worden opgenomen, worden tot biomassa omgezet
toename DOC excreties
toename CO2
dit niet nemen, want dan ga je uit van ultieme degradatie, maar dochtermoleculen zetten ook nog om naar CO2
3.3 Risk assessment
PEC
= Predicted Environmental Concentration
MEC
= Measured Environmental Concentration
PNEC
= Predicted No Effect Concentration

3.3 Risk assessment - Verplichtingen

3.3 Risk assessment - WFD en KRW
WFD = EU Water Framework Directive = KRW = EU Kaderrichtlijn water
Status waterkwaliteit = chemische status + ecologische status