1/16
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
kerntemperatuur
temperatuur binnen in het lichaam (37 gr)
schiltemperatuur
temperatuur aan de buitenkant van het lichaam (33 gr)
wanneer verandert de warmteverdeling binnenin het lichaam
bij lichamelijke inspanning of bij een hogere omgevingstemperatuur
waar is de kerntemperatuur altijd iets hoger
rondom de lever, door de hoge stofwisselingsactiviteit van het orgaan
warmte productie in het lichaam vind plaats
op het niveau van de lichaamscellen
hoe hoger de activiteiten van de celstofwisseling
des te meer warmte er vrij komt
het bloed voert warmte af naar de rest van het lichaam dit is gunstig
voor de handhaving van de schiltemperatuur en beschermd de lever en andere organen tegen oververhiting
door de uitgebreide doorbloeding van de huid kan er zo nodig
veel warmte via de huid worden afgegeven
de anastomosen tussen de 3 vaatnetwerken kunnen naar behoefte
verwijden of vernauwen zodat respectievelijk meer of minder bloed naar het meest oppervlakkige vaatnetwerk stroomt
bij de warmte overdracht spelen 4 mechanismen een rol namelijk;
warmte uitstraling
warmte geleiding
verdamping
luchtstroom
bij 2 situaties kan warmte uitstraling en geleiding niet meer werken bij;
zware lichaamsinspanning en bij omgevingstemperaturen hoger dan 36 graden
de afgifte van warmte word nauwkeurig geregeld dit is nodig in 2 situaties;
bij verandering van de lichaamstemperatuur en bij verandering van de omgevingstemperatuur
waar zitten de temperatuur sensoren
in de hersenen
temperatuur sensoren meten voortdurend
de temperatuur van het bloed
Vanuit de hersenen worden impulsen
naar de bloedvaten van het subpapillaire vaatnetwerk en het cutane vaatnetwerk gestuurd. Al naargelang de behoefte treedt daar bloedvatverwijding of bloedvatvernauwing op. Moet er veel warmte afgevoerd worden, dan staan alle bloedvaten open. Je huid wordt rood en er is een grotere zweetproductie. Door meer warmte-uitstraling en verdamping van het zweet raak je nu extra warmte kwijt. Moet er minder warmte afgevoerd worden, dan wordt de bloedstroom door de subpapillaire vaten kleiner.
temperatuur regulaties op lange termijn zijn mogelijk bij
seizoenswisselingen
in zon periode word de schildklier aangezet tot productie van het schildklierhormoon dat stimuleert de celstofwisseling