1/91
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
antigeen
stof die een afweerreactie opwekt
mutualisme
symbiose waarbij beide soorten voordeel hebben
antistof
eiwit dat specifiek een antigeen herkent en bindt
biomassa
totaal gewicht van organisch materiaal in een gebied
t-helpercellen
immuuncellen die andere afweercellen activeren
populatie
groep organismen van dezelfde soort in een gebied
cytotoxische t-cel
immuuncel die geïnfecteerde cellen doodt
denitrificatie
omzetting van nitraat naar stikstofgas door bacteriën
biodiversiteit
verscheidenheid aan soorten in een gebied
hemoglobine
eiwit in rode bloedcellen dat zuurstof vervoert
b-lymfocyt
afweercel die antistoffen maakt
selectiedruk
invloed van omgeving op overleving en voortplanting
antistoffen
eiwitten die antigenen herkennen en binden
apoptose
geprogrammeerde celdood
parasitisme
symbiose waarbij één soort voordeel heeft en ander nadeel
successie
verandering van ecosystemen in de tijd
vaccin
stof die immuunsysteem activeert tegen ziekte
aorta
grote lichaamsslagader
netto primaire productie
biomassa geproduceerd minus verbruik door producenten
promotor
waar RNA polymerase bindt
diffusie
verplaatsing van stoffen van hoge naar lage concentratie
exelsbruggetje: diffifedent gaat ook altijd van hoog naar laag.
genconstruct
kunstmatig samengesteld DNA-fragment
splicing
verwijderen van introns uit pre-mRNA
actief transport
transport tegen concentratie in met energie
alvleesklier
orgaan dat verteringsenzymen en hormonen maakt
commensalisme
symbiose waarbij één voordeel heeft en ander geen effect
epitheelcel
cel die oppervlakken en holtes bekleedt
fagocytose
opnemen en verteren van grote deeltjes door cel
golgi-systeem
organel dat eiwitten bewerkt en transporteert
hersenstam
deel van hersenen dat vitale functies regelt (hart bloedsomloop etc.)
locus
plaats van een gen op chromosoom
plasmide
klein ringvormig DNA in bacteriën
ribosomen
organellen waar eiwitten worden gemaakt
second messenger
stof die signaal binnen cel doorgeeft
voorurine
eerste filtraat in nier zonder grote eiwitten. Hier moeten nog de nuttige stoffen uit worden gehaald om te bewaren voor het lichaam en de afvalstoffen nog aan worden toegevoegd.
bruto primaire productie
totale geproduceerde biomassa door producenten
cytokine
signaalstof tussen immuuncellen
gel-elektroforese
scheiden van DNA-fragmenten op grootte
plasmacel
b-cel die veel antistoffen produceert
resorptie
opname van voedingsstoffen in bloed
ribosoom
plaats van eiwitsynthese
transcriptiefactor
eiwit dat transcriptie regelt
endotheelcel
Platte cel die de binnenkant van bloedvaten bekleedt en zorgt voor een glad oppervlak en de uitwisseling van stoffen tussen bloed en weefsels regelt.
parasympatisch zenuwstelsel
zorgt voor rust en herstel
pioniersoort
De eerste soort in een kaal of verstoord gebied die de omgeving verandert en geschikt maakt voor andere soorten
rna-interferentie
remming van genexpressie door RNA
slagader
bloedvat dat bloed van hart af voert
vitale capaciteit
maximale hoeveelheid lucht die je uitademt
antagonist
spier of hormoon met tegengestelde werking
b-cel
lymfocyt die antistoffen kan maken
beenmerg
plaats waar bloedcellen worden gemaakt
dna-polymerase
enzym dat DNA maakt bij replicatie
heterotroof
organisme dat organische stoffen opneemt
houtvaten
vaten die water vervoeren in planten
mutantgen
veranderd gen door mutatie
niche
rol en leefgebied van soort
tumorsuppressorgen
gen dat celdeling remt
celstrekking
toename in lengte van plantencellen
grote hersenen
deel hersenen voor bewust denken
histamine
signaalstof die vrijkomt bij een afweer- of allergische reactie en zorgt voor verwijding en doorlaatbaarheid van bloedvaten, waardoor afweercellen het weefsel kunnen bereiken
immuunrespons
reactie van immuunsysteem op antigenen
motorisch eindplaatje
overgang zenuw naar spier
nierbuisje
deel van nefron voor terugresorptie
orthosympatisch zenuwstelsel
actief bij stress en actie
reverse transcriptase
enzym dat RNA omzet in DNA
t-cel
lymfocyt die andere afweercellen aanstuurt of geïnfecteerde cellen doodt
ader
bloedvat dat bloed naar hart voert
bastvaten
vaten die suikers vervoeren in planten
cytokinen
signaalstoffen van immuuncellen
endoplasmatisch reticulum
Een netwerk van buisjes in de cel dat stoffen maakt en transporteert. Het is een organel voor eiwit- en vetproductie. Het is een soort distributiecentrum van de cel.
follikel
structuur in eierstok met eicel
gene flow
uitwisseling van genen tussen populaties
glomerulus
haarvatkluwen in nier
leukocyten
witte bloedcellen
lymfeknoop
orgaan waar afweercellen samenkomen
methylering
aanhechten van methylgroepen aan DNA
mhc-ii
molecuul dat antigenen presenteert
milt
orgaan dat bloed filtert
mycorrhiza
symbiose tussen schimmel en plantwortel
myelineschede
isolatielaag rond zenuwcel
poollichaampje
restcel bij meiose van eicel
productiviteit
hoeveel biomassa geproduceerd wordt
intermeditiaire
mix van allebei
co dominant fenotype
allebi afzonderlijk tot uitting
kleine hersenen
aansturt niet bewust (coordinatie en balans)
hersenstam
autonoom processesn (bloeddruk aademen etc)
autonome zenuwstelsel
inwendig organen —→ ortho-(paniek) en parasympatrische (rust)
analoog
ander shape zelfde functie
homoloog
zelfde shape ander functie
validitieit
vrij van systematisch fouten
betrouwbaarheid
vrij van toevallig fouten (controle groep etc)
zuurstof verzadiging %
hoeveel zuurstof gebonden met hemoglobine zijn