de belangrijkste begrippen voor het biologie vwo eindexamen | Quizlet

0.0(0)
Studied by 4 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/91

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:24 PM on 5/20/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

92 Terms

1
New cards

antigeen

stof die een afweerreactie opwekt

2
New cards

mutualisme

symbiose waarbij beide soorten voordeel hebben

3
New cards

antistof

eiwit dat specifiek een antigeen herkent en bindt

4
New cards

biomassa

totaal gewicht van organisch materiaal in een gebied

5
New cards

t-helpercellen

immuuncellen die andere afweercellen activeren

6
New cards

populatie

groep organismen van dezelfde soort in een gebied

7
New cards

cytotoxische t-cel

immuuncel die geïnfecteerde cellen doodt

8
New cards

denitrificatie

omzetting van nitraat naar stikstofgas door bacteriën

9
New cards

biodiversiteit

verscheidenheid aan soorten in een gebied

10
New cards

hemoglobine

eiwit in rode bloedcellen dat zuurstof vervoert

11
New cards

b-lymfocyt

afweercel die antistoffen maakt

12
New cards

selectiedruk

invloed van omgeving op overleving en voortplanting

13
New cards

antistoffen

eiwitten die antigenen herkennen en binden

14
New cards

apoptose

geprogrammeerde celdood

15
New cards

parasitisme

symbiose waarbij één soort voordeel heeft en ander nadeel

16
New cards

successie

verandering van ecosystemen in de tijd

17
New cards

vaccin

stof die immuunsysteem activeert tegen ziekte

18
New cards

aorta

grote lichaamsslagader

19
New cards

netto primaire productie

biomassa geproduceerd minus verbruik door producenten

20
New cards

promotor

waar RNA polymerase bindt

21
New cards

diffusie

verplaatsing van stoffen van hoge naar lage concentratie

exelsbruggetje: diffifedent gaat ook altijd van hoog naar laag.

22
New cards

genconstruct

kunstmatig samengesteld DNA-fragment

23
New cards

splicing

verwijderen van introns uit pre-mRNA

24
New cards

actief transport

transport tegen concentratie in met energie

25
New cards

alvleesklier

orgaan dat verteringsenzymen en hormonen maakt

26
New cards

commensalisme

symbiose waarbij één voordeel heeft en ander geen effect

27
New cards

epitheelcel

cel die oppervlakken en holtes bekleedt

28
New cards

fagocytose

opnemen en verteren van grote deeltjes door cel

29
New cards

golgi-systeem

organel dat eiwitten bewerkt en transporteert

30
New cards

hersenstam

deel van hersenen dat vitale functies regelt (hart bloedsomloop etc.)

31
New cards

locus

plaats van een gen op chromosoom

32
New cards

plasmide

klein ringvormig DNA in bacteriën

33
New cards

ribosomen

organellen waar eiwitten worden gemaakt

34
New cards

second messenger

stof die signaal binnen cel doorgeeft

35
New cards

voorurine

eerste filtraat in nier zonder grote eiwitten. Hier moeten nog de nuttige stoffen uit worden gehaald om te bewaren voor het lichaam en de afvalstoffen nog aan worden toegevoegd.

36
New cards

bruto primaire productie

totale geproduceerde biomassa door producenten

37
New cards

cytokine

signaalstof tussen immuuncellen

38
New cards

gel-elektroforese

scheiden van DNA-fragmenten op grootte

39
New cards

plasmacel

b-cel die veel antistoffen produceert

40
New cards

resorptie

opname van voedingsstoffen in bloed

41
New cards

ribosoom

plaats van eiwitsynthese

42
New cards

transcriptiefactor

eiwit dat transcriptie regelt

43
New cards

endotheelcel

Platte cel die de binnenkant van bloedvaten bekleedt en zorgt voor een glad oppervlak en de uitwisseling van stoffen tussen bloed en weefsels regelt.

44
New cards

parasympatisch zenuwstelsel

zorgt voor rust en herstel

45
New cards

pioniersoort

De eerste soort in een kaal of verstoord gebied die de omgeving verandert en geschikt maakt voor andere soorten

46
New cards

rna-interferentie

remming van genexpressie door RNA

47
New cards

slagader

bloedvat dat bloed van hart af voert

48
New cards

vitale capaciteit

maximale hoeveelheid lucht die je uitademt

49
New cards

antagonist

spier of hormoon met tegengestelde werking

50
New cards

b-cel

lymfocyt die antistoffen kan maken

51
New cards

beenmerg

plaats waar bloedcellen worden gemaakt

52
New cards

dna-polymerase

enzym dat DNA maakt bij replicatie

53
New cards

heterotroof

organisme dat organische stoffen opneemt

54
New cards

houtvaten

vaten die water vervoeren in planten

55
New cards

mutantgen

veranderd gen door mutatie

56
New cards

niche

rol en leefgebied van soort

57
New cards

tumorsuppressorgen

gen dat celdeling remt

58
New cards

celstrekking

toename in lengte van plantencellen

59
New cards

grote hersenen

deel hersenen voor bewust denken

60
New cards

histamine

signaalstof die vrijkomt bij een afweer- of allergische reactie en zorgt voor verwijding en doorlaatbaarheid van bloedvaten, waardoor afweercellen het weefsel kunnen bereiken

61
New cards

immuunrespons

reactie van immuunsysteem op antigenen

62
New cards

motorisch eindplaatje

overgang zenuw naar spier

63
New cards

nierbuisje

deel van nefron voor terugresorptie

64
New cards

orthosympatisch zenuwstelsel

actief bij stress en actie

65
New cards

reverse transcriptase

enzym dat RNA omzet in DNA

66
New cards

t-cel

lymfocyt die andere afweercellen aanstuurt of geïnfecteerde cellen doodt

67
New cards

ader

bloedvat dat bloed naar hart voert

68
New cards

bastvaten

vaten die suikers vervoeren in planten

69
New cards

cytokinen

signaalstoffen van immuuncellen

70
New cards

endoplasmatisch reticulum

Een netwerk van buisjes in de cel dat stoffen maakt en transporteert. Het is een organel voor eiwit- en vetproductie. Het is een soort distributiecentrum van de cel.

71
New cards

follikel

structuur in eierstok met eicel

72
New cards

gene flow

uitwisseling van genen tussen populaties

73
New cards

glomerulus

haarvatkluwen in nier

74
New cards

leukocyten

witte bloedcellen

75
New cards

lymfeknoop

orgaan waar afweercellen samenkomen

76
New cards

methylering

aanhechten van methylgroepen aan DNA

77
New cards

mhc-ii

molecuul dat antigenen presenteert

78
New cards

milt

orgaan dat bloed filtert

79
New cards

mycorrhiza

symbiose tussen schimmel en plantwortel

80
New cards

myelineschede

isolatielaag rond zenuwcel

81
New cards

poollichaampje

restcel bij meiose van eicel

82
New cards

productiviteit

hoeveel biomassa geproduceerd wordt

83
New cards

intermeditiaire

mix van allebei

84
New cards

co dominant fenotype

allebi afzonderlijk tot uitting

85
New cards

kleine hersenen

aansturt niet bewust (coordinatie en balans)

86
New cards

hersenstam

autonoom processesn (bloeddruk aademen etc)

87
New cards

autonome zenuwstelsel

inwendig organen —→ ortho-(paniek) en parasympatrische (rust)

88
New cards

analoog

ander shape zelfde functie

89
New cards

homoloog

zelfde shape ander functie

90
New cards

validitieit

vrij van systematisch fouten

91
New cards

betrouwbaarheid

vrij van toevallig fouten (controle groep etc)

92
New cards

zuurstof verzadiging %

hoeveel zuurstof gebonden met hemoglobine zijn